Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 535
13 JUNI 1986 Vorige week stond in Ad Valvas dat m e n met d e inrichting v a n de tweede fase lerarenoplei ding a a n d e VU m e d e beoogt het a a n t a l verbitterde docenten in het voortgezet onderwijs te verkleinen. De a a n s t a a n d e le raar zou bijgebracht moeten worden om tijdens d e lessen op kleine s c h a a l onderwijskundig onderzoek te. doen: the teacher as researcher. Door d e eigen werksituatie te onderzoeken zou de docent kunnen inspelen op zich voordoende veranderin gen. Het werk zou er stukken leuker o p worden. Er wordt d e laatste jaren ook aan d e VU veel onderzoek g e d a a n n a a r het al d a n niet wel bevinden v a n d e betrokkenen bij het voortgezet onderwijs. Er blijkt nogal w a t mis te zijn. Zo wel bij d e leerling (spijbelen, voortijdig schoolverlaten, zelf moord) als bij d e leraar: ruim twee j a a r geleden schreef VU onderwijskundige Leo Prick in zijn veelbesproken proefschrift over w a t hij n o e m d e d e 'midle vencrisis' v a n docenten, dat het gros v a n h e n n a verloop v a n tijd bleek af te k n a p p e n . Ter oplos sing droeg hij onder a n d e r e e e n taakaanpassing voor oudere le raren a a n : minder werken met leerlingen, meer werken op het organisatorische vlak.
Conclusie promotieonderzoek d o c e n t e n o p l e i d e r H a n s Bakker:
Angstgevoelens maken leraarsbaan zwaar Docenten in het voortgezet onderwijs klagen steen en been over de zwaarte van hun taak. De bezuinigende overheid en onwillige leerlin gen krijgen van hen de schuld. Hans Bakker, die vandaag promoveert tot doctor in de sociale wetenschappen, wijst in zijn proefschrift op de rol die de leraren zelf spelen in de huidige situ atie en draagt oplossingen aan.
Docenten Het proefschrift v a n H a n s Bak ker, Docenten en Leerlingen, onderzoek naar tijdsbesteding, begeleidingsgedrag en motiva tie van A VOdocenten in het ka der van leerlingbegeleiding, past in dit rijtje. Volgens Bakker bieden d e resultaten v a n zijn onderzoek e e n aanknopings punt in d e strijd tegen w a t hij noemt liet burnout fenomeen en het d a a r m e e s a m e n h a n g e n de cynisme v a n docenten'. Uit een eerder door h e m in het blad School gepubliceerd on derzoek n a a r d e taakzwaarte beleving v a n docenten k w a m naar voren dat veel leraren hun baan als zeer z w a a r ervaren. Zich afvragend w a a r die enorm toegenomen werkdruk v a n d a a n komt, heeft Bakker in het kader v a n zijn promotieonder zoek gemeten hoeveel tijd d e gemiddelde docent a a n zijn werk besteedt. Dat blijkt nogal mee te vaUen. Er zijn aanzienlijke onderlinge verschillen, m a a r in het a l g e meen wordt er niet meer d a n 46 uur per week gewerkt. Bij het
H a n s Bakker: "Leraar maakt zichzelf tot slachtoffer." Foto Michel Claus, AVCWU
laatste, in 1973 gehouden, grootschalige onderzoek k w a m eenzelfde getal n a a r voren. A a n tijdsdruk k a n het dus niet liggen d a t docenten zeggen hun werk nauwelijks meer a a n te kunnen. Waaraan d a n wel? Dat w e t e n ze zeU m a a r al te goed, stelde Bakker vast: d e boosdoe n e r s zijn het departement, d a t aldoor d e sfeer verpest met b e zuinigings e n a n d e r e m a a t r e gelen, e n d e leerlingen, die slechts moeizaam bij d e les te betrekken zijn. Daarbij zien ze echter e e n ding over het hoofd. Bakker, zowel lerarenopleider als AVOdo cent: "VS^ot ze voortdurend w e g schuiven is h u n eigen a a n d e e l in d e misère. Ze m a k e n zichzelf tot slachtoffer. Ik wil g e e n do
centen beschuldigen, m a a r het hjkt wel of ze zitten te wachten o p a a r d i g e e n a a n g e n a m e be richten uit Den H a a g e n op e e n nieuwe, volgzame generatie scholieren. D a a r m e e ontkennen ze h u n eigen verantwoordelijk heid. Wegschuiven, ontkennen, ver antwoordelijkheid. Het zijn sleu telwoorden in Bakkers betoog. Hij laakt in e e n v a n d e stellin g e n bij zijn proefschrift d e 'ook in h e d e n d a a g s e publikaties n o g steeds aangetroffen h o n e n d e kritiek o p psychoanalytische theorieën'. Zelf hanteert hij in zijn onder zoek enthousiast d e analytische theorie v a n overdracht/tegeno verdracht/afweer. In e e n over dracht/tegenoverdrachtsituatie r e a g e r e n m e n s e n elders of in
Aad Meijer het verleden o p g e d a n e frustra ties, angsten, agressie op elkaar af, waarbij d e echte problemen (die frustraties, angsten, a g r e s sie) ondergesneeuwd raken. Bakker: "Leraren moeten inzicht krijgen in h u n reacties. Die zijn v a a k inadequaat, ingegeven door w a t w e afweer noemen. Docenten leven stuk voor stuk met e e n b a s a l e angst. Uur n a uur lopen ze het risico door e e n klas afgemaakt te worden, d e foute dingen te zeggen, noem m a a r op. Iedereen ontwikkelt in d e loop v a n zijn leven onbewust m e c h a n i s m e n om met angst e n bedreiging om te g a a n . Zo ook docenten. Sommigen ontken n e n alles ('Ik h e b g e e n proble m e n met leerlingen'), a n d e r e n stellen bij voorbaat rigide regel tjes op, weer e e n a n d e r houdt er e e n bijtend s a r c a s m e op n a . Door die mechanismen bloot te l e g g e n m a a k je mensen duide lijk dot hun persoonlijke kwali teiten e n beleving d e situatie m e d e beïnvloeden." Wat moet er gebeuren? Alle maal naar de p sychothera p eut? "Nee, dat is volstrekt niet nodig. V^el moeten tijdens d e leraren opleiding g e n o e g situaties ge s c h a p e n worden w a a r i n m e n e i g e n kwaliteiten e n beleving k a n ontdekken. Dat d o e n w e a a n d e VU trouwens a l in d e vorm v a n bijvoorbeeld microte aching (lesgeven voor d e c a m e r a tijdens docententraining, red.). "Het g e d r a g v a n leraren moet a d e q u a a t e n functioneel zijn. Zo niet, d a n blokkeert d e docent voortdurend het ontwikkelings proces v a n de| leerlingen. En het e i g e n gevoel v a n welbevinden." Is het b o v e n s t a a n d e het zwaar tepunt vcfn het onderzoek ge worden, d e aanleiding voor het onderzoek l a g ergens a n d e r s . Bakker zette het o p vanuit d e praktijk. Hij hield zich o p school j a r e n l a n g bezig met het mento r a a t e n verdiepte zich in het ver schijnsel leerÜngbegeleiding.In die tijd bleek h e m d a t er n o g a l
'Demente bejaarden worden vaak ten onrechte als seniel bestempeld' Ruim zestig procent v a n d e de mente b e j a a r d e n lijdt a a n se niele dementie v a n het Alzhei mer type (SDAT). Dit is het type dementie dat overeenstemt met het stereotype beeld v a n d e z e ziekte. Over d e oorzaak be staan slechts speculaties e n e e n doeltreffende behandeling is niet op korte termijn te verwach ten. Een grote groep dementen lijdt echter a a n 'minder progressie ve vormen v a n vergeetachtig heid', waarvoor v a a k n o g wel behandelingsmethoden be staan. Het is d a n ook vanuit het oogpunt v a n patiëntenzorg v a n groot b e l a n g dat m e n o p be trouwbare wijze kan vaststellen of een patiënt i n d e r d a a d a a n seniele dementie (SDAT) lijdt, d<n wel a a n minder ernstige vormen v a n deze ziekte. Jonker e n Hooier constateren dat tot nu toe allerlei verschijn selen die m a a r enigszins op de ment g e d r a g lijken bij elkaar worden geveegd. Er valt toch
Dementen zijn zielige oude mensen, die vuur tjes stoken in de kast, de weg naar huis niet langer kunnen vinden en onzindelijk zijn. Dat is althans het beeld dat een groot aantal mensen, waaronder medici, van dementen heeft. C. Jon ker en C. Hooier, die afgelopen woensdag pro moveerden op een proefschrift over seniele de mentie, keren zich tegen deze stereotype voor stelling van zaken. Zij constateren dat verschil lende vormen van dement gedrag ten onrechte op een hoop worden gegooid. niets a a n te doen, dus laten w e er m a a r m e e leren leven, aldus kenschetsen d e beide onderzoe kers d e g a n g b a r e houding te genover dementen. Als gevolg v a n deze houding krijgen veel demente b e j a a r d e n niet d e hulp w a a r zij recht o p hebben. Het komt volgens d e onderzoekers zelfs regelmatig voor dat de pressieve b e j a a r d e n gemaks h a l v e als dement worden be stempeld, w a a r d o o r ook zij d e
Bob de Ruiter benodigde hulp mislopen. De patiënten v a n Jonker en Hooier, die beiden a a n d e Am sterdamse Valeriusküniek zijn verbonden, blijft dat tragische lot weUicht b e s p a a r d . Hun proefschrift is namelijk hoofdza kelijk gewijd a a n d e v r a a g op welke wijze men met zekerheid k a n vaststellen of iemand al
d a n niet a a n SDAT lijdt. Bij het onderzoek is gebruik g e m a a k t v a n diagnostische hulpmidde len die in d e dagelijkse praktijk v a n d e kliniek reeds in gebruik zijn. De centrale v r a a g w a s in welke m a t e deze hulpmiddelen e e n bijdrage kunnen leveren a a n het voorspellen v a n dit type dementie. De promovendi onderzochten d e betrouwbaarheid v a n zeer uiteenlopende methoden. Zo werd om d e a a r d v a n d e ge d r a g s v e r a n d e r i n g e n vast te stellen e e n psychiatrisch inter view geïntroduceerd e n om d e ernst v a n d e vergeetachtigheid te b e p a l e n werd e e n psycholo gische testbatterij (een reeks van psychologische testen, waarbij mensen gevraagd wordt plaatjes n a te tekenen en dergelijke) ontwikkeld. Daar n a a s t is ook gekeken n a a r d e betrouwbaarheid v a n metho d e n die berusten op het gebruik v a n g e a v a n c e e r d e apparuur, zoals metingen v a n hersenacti
w a t docenten niets a a n leerling begeleiding deden. Vanuit die constatering is hij zich "toen op d e rol v a n d e docent g a a n con centreren. Toch hoopt hij evenzeer met dit proefschrift d e discussie over leerlingbegeleiding w e e r o p g a n g te brengen. Het verschijn sel leerlingbegeleiding k w a m in d e jaren '60 vanuit d e Verenig d e Staten overgewaaid n a a r Nederland. Hoewel iedereen in middels volgens Bakker over tuigd is v a n d e noodzaak ervan, dreigt d e discussie erover ('no nonsense') w a t te verzanden. Leerlingbegeleiding is blijkens zijn dissertatie e e n v a a g e n veelomvattend begrip, dat hij tijdens het interview tegenstrib b e l e n d formuleert als 'werk z a a m h e d e n v a n d e docent, g e richt op d e ontwikkeling v a n d e leerling als persoon'. Die werk z a a m h e d e n zijn volgens h e m onontbeerlijk: "Ze publiceren op het moment ongelooflijk veel over spijbelen e n zelfmoord. M a a r d a t a j n allemaal lapmid delen, als d e docenten niet m e e r bereid of in staat zijn met leerlingen contact te leggen. Leerlingbegeleiding is nu v a a k curatief, m e n treedt p a s op als e e n leerling in d e problemen komt. Beter is het om preventief te werk te gaan". W a t nodig is, is volgens Bakker e e n per school goed opgezet b e geleidingsprogramma, opge steld door e e n t e a m v a n docen ten, w a a r i n elke leraar e e n t a a k toebedeeld krijgt. Van meet af a a n zou met iedere leerling e e n basiscontact gelegd moeten w^orden door e e n mentor, die d e leerling verder in zijn ontwikke ling volgt."Het onder leerlingen wijdverbreide idee dat 'de Ie r a a r zich niet voor mij interes seert', moet weg." Leerlingbegeleiding werkt in het voordeel v a n alle partijen, vindt Bakker. Het brengt niet al leen d e leerlingen dichter bij d e school, m a a r brengt ook docen ten tot elkaar: "Ze kiuinen sa m e n praten over zich voordoen d e pituaties. Docenten zijn v a a k h e e l e e n z a m e mensen. Ze hou d e n zich allemaal groot e n lij d e n in stilte verder. Het g a a t erom, d a t ze in t e a m v e r b a n d proberen concrete problemen o p te lossen, in plaats v a n zich t e verschuilen achter a l g e m e n e klachten over d e mentaliteit v a n d e leerlingen e n het beleid v a n d e regering".
Hans (J. C.) Bakker, Docenten en Leerling e a VU Uitgeverij, f 49,50.
viteit e n volimie. Die laatste methoden zijn echter, zo blijkt uit het proefschrift, l a n g niet zo betrouwbaar als veelal wordt verondersteld. De test e n inter view technieken bUjken d a a r e n t e g e n veel betrouwbaarder d a n d o o r g a a n s wordt a a n g e n o men. Het onderzoek v a n Hooier e n Jonker is vooral v a n b e l a n g te g e n d e achtergrond v a n d e toe n e m e n d e vergrijzing v a n N e derland. Men k a n zich echter afvragen of d e ontwikkeling v a n betrouwbare meetinstru menten wel zo veel zin heeft als m e n in d e toekomst toch niet meer d e middelen heeft om be j a a r d e n a d e q u a t e hulp te bie den. Bestaat het risico dat terzij nertijd oude m e n s e n nog sneller d a n voorheen dement worden verklaard, omdat m e n toch niet veel voor h e n k a n doen? "Als het echt zo'n chaos wordt als thans wordt voorspeld, d a n zou dat wel e e n s kunnen gebeuren", zegt Hooier, g e v r a a g d n a a r e e n mondelinge toelichting. "Er wordt wel veel gesproken over het probleem v a n d e vergrij zing, m a a r ik merk nog niet veel v a n maatregelen om d e te ver wachten problemen het hoofd te bieden".
EI
/ '
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1985
Ad Valvas | 568 Pagina's