Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 233
6 DECEMBER 1985 Chemici zijn g e e n filosofen e n filosofen g e e n chemici. Dit me n e n d e organisatoren v a n het symposium „Filosofie en grond slagen v a n d e chemie", dat op 29 november in Amsterdam plaatsvond. Het symposium w a s georganiseerd door d e Ko ninklijke N ederlandse Chemi sche Vereniging. Professionele wetenschapsfüosofen kiezen meestal biologie of fysica als object en h a a s t nooit scheikun d e . Ook chemici zelf verdiepen zich m a a r zelden in d e grond s l a g e n v a n hun vak. Dat is jammer, want juist in d e chemie komt op heel directe wij ze het probleem n a a r voren v a n d e verhouding tussen macros copische, w a a r n e e m b a r e groot h e d e n e n microscopische een h e d e n . Dit is weliswaar e e n fun d a m e n t e e l probleem in d e ge hele natuurwetenschap, m a a r in d e scheikunde wordt het heel duidelijk, w a n n e e r m e n pro beert d e relatie te begrijpen tus sen stoffen e n moleculen. De wereld om ons h e e n bestaat uit voorwerpen e n stoffen, die w e kunnen w a a r n e m e n : d e ma terie. Chemie e n fysica probe ren beide d e materie te begrij p e n . Hoe is zij opgebouwd en w a a r o m g e d r a a g t materie zich zoals ze zich gedraagt. De fysi c a rafelt d a a r t o e d e materie uit e e n tot d e meest elementaire deeltjes en werkt steeds binnen e e n theorie, die verschijnselen voorspelt. Vervolgens tracht m e n die w a a r te nemen. De chemie wil voornamelijk ver schijnselen, zoals reacties v a n stoffen verklaren. Daartoe is het begrip molecuul ingevoerd e n bedenkt d e chemicus steeds dat stoffen uit moleculen b e s t a a n . Men k a n zeggen dat d e weten s c h a p chemie zich richt op mo leculen in hun verscheidenheid. Die verscheidenheid b e s t a a t niet alleen in d e diversiteit elke stof heeft zijn eigen mole cuul m a a r ook in verschillende opvattingen v a n het begrip mo lecuul. De laboratoriumchemicus werkt met het idee dat molecu len echt b e s t a a n en niet slechts verklaringsmodellen zijn. Via experimenten heeft hij als het w a r e t o e g a n g tot d e moleculen wereld. De quantummechani cus heeft e e n heel a n d e r e op vatting over het begrip. Het quantummechanische molecuul
Opwinding rond chemische binding Bestaan moleculen echt of is scheikunde slechts toegepaste natuurkunde? Over deze vragen maken maar weinig chemici zich druk. De meesten houden zich vooral bezig met potjes, buisjes en de relatie tussen experiment en theo rie. Zij zijn pragmatisch en winden zich pas op over de fundamenten van hun bezigheden als hun proeven de puzzels niet meer kunnen op lossen. Daarom spreekt men wel over filosofie armoede binnen de chemie.
Chemici: meer losofie.
belangstelling voor reageerbuizen d a n voor fi Foto AVC/VU
is v e r v a a g d tot waarschijnlijk heidsdichtheden v a n golffunc ties, en heeft volgens sommigen niet e e n s structuur. Het is vooral e e n rekenmodel. De opvatting v a n het begrip dat scheikundigen gebruiken om in experimenten waargenomen verschijnselen te verklaren, is dus niet eenduidig. Dit is een probleem en vooral nijpend in d e overgang v a n het micro n a a r het macroniveau, dus d e over g a n g v a n d e bestudering v a n verschijnselen a a n moleculen n a a r bestudering v a n stofeigen s c h a p p e n . De relatie tussen mo
lecuul en stofeigenschappen is vrijwel onbegrijpelijk. De histo rische discussie tussen e e n scheikundeleraar e n een leer linge, die dit probleem duidelijk illustreert, is in het kader opge nomen. Kennelijk ontbreekt in d e che mie e e n a l g e m e n e theorie w a a r i n het molecuul begip exact omschreven is. Met e e n dergelijke theorie zou d e over g a n g v a n e i g e n s c h a p p e n op microniveau (moleculen) n a a r verschijnselen op macroniveau b e g r e p e n kunnen worden. Filo sofische overwegingen, onder
Grafiek van 'Ink on paper' De grafiek staat momenteel vol op in d e belangstelling. In d e j a r e n zestig ging men weer kunstwerken reproduceren met als doel dat meer mensen kunst zouden kunnen g a a n betalen. Tegenwoordig wijst m e n er vooral op dat grafische technie ken e e n zelfstandig medium vormen, met zijn eigen moge lijkheden. Deze m a a n d , v a n 2 tot e n met 21 december, valt er in het exposo rium v a n d e VU werk te bezichti g e n dat werd uitgegeven door Ink on paper, d e uitgeverij die in 1984 werd opgericht door druk ker Rento Brattmga en kunste n a a r Klaas Hoek. Rento Brattin g a , die ook zelf e e n steendruk kerij beheert, heeft vroeger e v e n a l s Klaas Hoek gewerkt bij Piet Clement, d e peetvader v a n d e h e d e n d a a g s e grafiek. In tegenstelling tot d e meeste a n d e r e kunstzinnige drukkerij e n publiceren zij g e e n mapjes met prenten, m a a r komen er jaarlijks vier of vijf losse prenten uit. Ze willen het publiek n a m e lijk niet opzadelen met prenten die ze niet zo goed vinden als andere. Tot nu toe gaf men onder a n d e re een triptiek v a n Rob v a n Ko
ningsbruggen met e e n tekst v a n Paul Groot uit, e e n litho v a n Frank v a n Hemert, een prent v a n Carel Blotkamp (aan d e VU b e k e n d als hoogleraar kunstge schiedenis), en een litho v a n Piet Dieleman, die e e n bijzon der groot formaat heeft gekre g e n (hoogte 1 meter 56), omdat Dieleman ook zulke grote teke
ningen maakt. A r m a n d o plaat ste een vlaggetje op d e verza meling die in zijn geheel in het exposorium te zien is. Dat het om grafiek e n niet om unieke produkten g a a t wordt d e bezoeker v a n d e tentoonstelling vanzelf duidelijk. Elk werk h a n g t er namelijk tweemaal. (Johan de Koning)
Foto Kees Keuch, AVC/VU
Leerlinge: W a a r o m is kleur wel e e n stofeigenschap en geluid niet? Leraar: Stoffen h e b b e n wel e e n eigen kleur, m a a r g e e n eigen geluid. Leerlinge: Maar ik k a n dui delijk verschil horen tussen zand e n water. Zand in e e n flesje schuurt, als je schudt, en water klotst. Leraar: Dat is zo, m a a r ik h e b stoffen nooit horen kra ken of piepen. Leerlinge: En piepschuim dan, dat piept. Leraar: Ja, m a a r het piept niet uit zich zeU. LeerUnge: En zonder licht is die kleur v a n u er ook niet meer.
Reina Pasma m e e r over d e v r a a g of molecu len echt b e s t a a n of slechts als model gezien moeten worden, zijn d a a r o m in e e n typische ex perimenteerwetenschap als d e chemie nodig.
Status Een a n d e r probleem w a a r d e filosofie zich bij scheikunde op k a n richten is d e verhouding tussen d e verschillende discipli nes binnen d e natuurweten schap. Chemici voelen zich in hun wetenschappelijke status bedreigd sinds d e quantumme chanica, vakgebied v a n d e fysi ca, claimt alle chemische ver schijnselen te kunnen verkla ren. Moet d e scheikunde nu be schouwd worden als toegepaste natuurkunde e n is chemie d a a r m e e het a r m e achterneefje v a n d e fysica? In geschriften v a n fysici is v a a k e e n sentiment te b e s p e u r e n v a n 'AU sciences a r e basic, but phy sics is more basic than others'. Chemici vinden d a t naar, zij v r a g e n zich af w a a r o m zij niet e v e n fundamentele v r a g e n stel len als natuurkundigen e n wat er v a n d e chemie overblijft als je d e fysica eruit kapt. Als e e n eigen vondst blijft d a n s t a a n d e chemische atoomtheo rie. Deze is kort te karakterise ren als e e n gebruikersvriende lijke theorie over d e chemische binding e n d a a r m e e s a m e n h a n g e n d e verschijnselen. In d e praktijk werkt zij prima, experi mentele w a a r n e m i n g e n worden er goed m e e verklaard. Voor d e gebruiker hoeft d e theorie dus niet vernieuwd te worden e n dat k a n s a m e n h a n g e n met het ge brek a a n filosofie in d e chemie. De hoeveelheid fUosofie die in d e w e t e n s c h a p nodig is houdt wellicht v e r b a n d met d e om v a n g v a n d e theoretische ver
nieuwing die m e n wil doorvoe len.
De v r a a g t blijft echter s t a a n of d e huidige filosofiearmoede in d e chemie het gevolg is v a n d e afwezigheid v a n a n d e r e theo rieën d a n d e chemische atoom theorie. N atuurlijk is er ook d e quantummechanica, m a a r dat is natuurkunde e n g e e n schei kunde. Beide theorieën worden n a a s t elkaar toegepast. Wellicht ontbreken a n d e r e chemische theorieën over d e chemische binding, omdat d e g a n g b a r e zo goed is. Misschien ook worden d e huidige opvattingen niet g e noeg op d e proef gesteld e n ge bruikt d e chemicus het experi ment als e e n stoflap om deduc tiegaten in d e theorie op te vul len. Tijdens het symposium w a s het niveau v a n d e scheikunde vele malen hoger d a n dat v a n d e füosofie. De meeste chemici brachten het i n d e r d a a d weinig verder d a n eenvoudige recrea tiefilosofievandekoude grond. Zodra e e n filosofisch be grippenkader ingevoerd werd viel d e discussie n a g e n o e g stil. Daarom is het goed dat nu het initiatief g e n o m e n is om meer fundamentele overwegingen in d e chemie te brengen. N iet als e e n verweer tegen d e fysica zouden chemici meer vertrouwd g e m a a k t moeten worden met fi losofie. Beide disciplines zijn n a tuurwetenschap en liggen in el k a a r s verlengde.
VSNU over Hoaknota
Voor visitatie, tegen inspectie Visitatiecommissies moeten on afhankelijk zijn, en hun organi satie zou in h a n d e n moeten zijn v a n d e Vereniging v a n Samen w e r k e n d e N ederlandse Univer siteiten (VSN U). Dat staat in e e n preadvies dat vorige week ver scheen, v a n d e Werkgroep De regulering v a n d e VSN U. Het preadvies is bedoeld om het gezamenlijke standpunt v a n d e universiteiten over d e nota Au tonomie en Kwaliteit (HOAK) voor te bereiden. In die nota s t a a n plannen om d e universi teiten meer vrijheid te geven. M a a r er staat ook in dat ze d e kwaliteit wan hun onderwijs be ter moeten bewaken. Volgens d e HOAKnota moet er d a a r o m ook voor het hoger onderwijs e e n inspectie komen, die bij d e kwaliteitsbewaking e e n belang rijke rol g a a t spelen. D a a r m e e is d e Werkgroep De regulering het niet eens: dat zou d e universiteiten m a a r v a n hun vrijheid beroven. Beter zou het zijn als d e universiteiten zelf e e n bewakingsapparaat zouden
opzetten, en w a n n e e r d e VSN U d a t zou coördineren. Visitatiecommissies spelen in dit hele systeem e e n belangrijke rol, m a a r zo'n commissie moet d a n wel voorgezeten worden door iemand die zelf niet a a n e e n universiteit werkt. Om d e vijf j a a r moet zo'n commissie e e n faculteit doorlichten, m a a r als blijkt dat het nodig is m a g d e commissie ook tussentijds terug komen. N aast een visitatiecom missie moeten er d a n ook pro gramma erkenningscommissies komen, die permanent zijn. Die commis sies bekijken of d e onderwijs programma's die een universi teit aanbiedt, wel goed g e n o e g zijn. En zij erkennen e e n pro g r a m m a voor d e duur v a n vijf jaar. Het k a n niet d e bedoeling zijn, vindt d e werkgroep, dat een universiteit verandert in een su permarkt waarin e e n student zelf uitmaakt wat er v a n zijn g a
Vervolg op pag. 11
B
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1985
Ad Valvas | 568 Pagina's