Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 271

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 271

9 minuten leestijd

17 JANUARI 1986 Het spreekwoord „Als iemand honger lijdt, geef hem dan geen vis maar een hengel" indachtig, trachten de Nederlandse uni­ versiteiten, sinds 1952 verenigd in de Netherlands Universities Foundation for International Cooperation (NUFFIC), de ken­ niskloof tussen de geïndustriali­ seerde en de Derde­Wereldlan­ den te dichten door het uitwisse­ len van onderzoekers en het op­ zetten van onderwijs­ en onder­ zoeksprojecten te zamen met die landen. De eerste decennia gebeurde dit lukraak en vrij on­ gecoördineerd, maar van lie­ verlede werd de organisatie strakker. Onder Jan Pronk, minister van Ontwikkelingssamenwerking in het kabinet Den Uyl, werd een begin gemaakt met een „con­ centratielandenbeleid". Dit hield in, dat vanaf dat moment de Nederlandse universiteiten niet meer met her en der ver­ spreide, maar met slechts enke­ le Derde­Wereldlanden gingen samenwerken. Zo koos bij voor­ beeld de VU voor een samen­ werkingsverband met instellin­ gen in Botswana, Lesotho en Swaziland.

Wetenschappelijk onderzoek e n ontv^ikkelingssamenwerking

'De donorlanden hoopten er teveel op een koopje af te komen' „Waar het om gaat, is dit: vinden wij dat het een recht van de mens is om te eten, te drinken, te wonen, enzovoort, of vinden wij dat er men­ sen zijn op wie dit niet van toepassing is." Aan het woord is prof. dr. P. J. I. M. de Waart, hoog­ leraar Volkenrecht a a n de Vrije Universiteit. Ruim twee jaar geleden werd hij op verzoek voorzitter van de Raad van Advies voor het Wetenschappelijk Onderzoek in het kader van de Ontwikkelingssamenwerking (RAWOO). Ad Valvas sprak met hem over de RAWOO, de ont­ wikkelingssamenwerking, en de onderzoekers: ,,Die hang naar de veelgeprezen vrijheid van onderzoek is voornamelijk een belijdenis van onmacht om iets te systematiseren."

Aad M eijer waaraan zo'n onderzoeker zich onderwerpt. Dan vermijd je wil­ lekeur. Enige lijn in het onder­ zoek is prima." „Het is voor de RAWOO en de andere sectorraden de kunst om zo te plannen, dat de onderzoe­ kers een voldoende mate van vrijheid behouden. Het is niet de bedoeling ze het gevoel te ge­ ven, dat him ideeèn gesmoord worden of dat ze onderworpen worden aan modegrillen. Het is de bedoeling dat de onderzoe­ kers zich met het advies in de hand sterker in hun schoenen voelen staan bij het aanvragen van voorwaardelijke financie­

Adviezen Eveneens op initiatief van Pronk kwam in de loop van de jaren 70 de RAWOO tot stand. De Waart: „In die tijd zat de ontwik­ kelingshulp nog in de lift. De Verenigde Naties hebben op een gegeven moment gezegd, dat elke universiteit minstens vijf procent van haar budget aan ontwikkelingsonderzoek diende te besteden. Hier in Ne­ derland is toen de RAWOO op­ gericht, met als opdracht de be­ schikbare geldstromen, afkom­ stig van de universiteiten, ZWO (Zuiver Wetenschappelijk On­ derzoek (AM )) en andere op­ drachtgevers, bij elkaar te bren­ gen en op elkaar af te stem­ men." Deze opdracht brengt de RA­ WOO ten uitvoer door het op­ stellen van meerjarenadviezen­ in­hoofdüjnen aan de ministers van Onderwijs en van Ontwik­ kelingssamenwerking. Aan de hand van veelvuldig overleg met enerzijds de Nederlandse onderzoekers, anderzijds de „gebruikers" in de ontwikke­ lingslanden, probeert de RA­ WOO een beeld te krijgen van wat er in die landen het hardst nodig is, en van wat de Neder­ landse onderzoekers te bieden hebben. De Waart: „De bedoe­ ling is, dat de FIAWOO bekijkt wat de knelpunten zijn in de ont­ wikkelingslanden en waarnaar zij vragen. Daarnaast moet de aanbodzijde in de gaten gehou­ den worden: waarin is Neder­ land sterk en is dat relevant on­ derzoek voor de ontwikkelings­ landen? Neem bij voorbeeld het energieprobleem. Hier in Ne­ derland zijn we druk in de weer met de windenergie. Als nu blijkt, dat daar belangstelling voor bestaat van de kant van de ontwikkelingslanden, dan kun­ nen er onderzoek naar en inves­ teringen in gedaan worden, om­ dat er op opdrachten vanuit die landen gerekend kan worderl." Dit laatste is inderdaad een van de suggesties die de RAWOO heeft gedaan in een meerjaren­ plan over het energieprobleem in de Derde Wereld. De twee andere tot nu toe uitgebrachte adviezen gingen over ziekte en gezondheid in de ontwikke­ lingslanden, en over internatio­ nale dimensies van het ontwik­ kelingsvraagstuk. Voorbereid worden adviezen over onder andere voedselvoorziening, na­ tuur en müieu en bedrijfsleven en ontwikkelingssamenwer­ king. De aandacht is duidelijk gericht op maatschappelijke problemen.

. '.. fVtl^'^

­

„ v . % Foto Michel Claus, AVCffU

Wat gebeurt er met de advie­ zen? „Die worden uitgebracht aan de ministers van Onderwijs en van Ontwikkelingssamenwer­ king, zoals gezegd. Andere mo­ gelijke geldschieters krijgen ze toegestuurd. De beide ministe­ ries reageren verschillend op de adviezen. Het ministerie van O W stimuleert enorm. De 'sec­ torraden', zoals de RAWOO, ge­ ven het ministerie een beeld van welk onderzoek maat­ schappelijk van belang kan worden geacht. Nu de overheid de laatste jaren steeds meer ge­ neigd is het universitaire onder­ zoek te reguleren, maakt zij daarbij dankbaar gebruik van dit soort raden." ,,Het ministerie van Ontwikke­ lingssamenwerking kijkt er nog wat vreemd tegen aan. Waar het ministerie van O Sf W steunt op de adviezen bij het ontwer­ pen van een beleid, heeft het ministerie van Ontwikkelings­ samenwerking moeite met het abstracte van de adviezen. Het zit met concrete vragen: in die bepaalde streek moet onder die omstandigheden ddt project op­ gezet worden. Eigenlijk heeft het meer behoefte aan een we­ tenschapswinkel. Voor dit soort problemen zijn er speciale con­ sultants. De RAWOO is een be­ leidsinstrument. Het zou een goede zaak zijn als het ministe­ rie van Ontwikkelingssamen­

werking zich ook meer ging richten op een beleidsplan. Dan zou minder vaak gebeuren wat nu gebeurt, namelijk dat het er­ gens mee zit, maar dat er dom­ ^veg geen mensen voor te vin­ den zijn." „Toch kom je ook voor de afzon­ derlijke ontwikkelingslanden vaak op een te abstract niveau uit. De adviezen moeten toege­ spitst worden. Het ministerie van Onderwijs heeft ons derhal­ ve een budget (het coördinatie­ fonds sectorraden (AM )) gege­ ven om een eenmaal goedge­ keurd advies op bepaalde pim­ ten te concretiseren. We kunnen dan binnen het geschetste alge­ mene perspectief, afgaande op de belangstelling van de over­ heid, de onderzoekers en een bepaalde groep ontwikkelings­ landen, bekijken of er toege­ spitst kan worden."

Vrijheid Hoe reageren de onderzoekers? „Och, hier en daar bestaat er wel weerstand tegen de plan­ ning van de sectorraden, uit­ gaande van het oude idee dat het aan banden leggen van de onderzoeksvrijheid het onder­ zoek zal doen vastlopen. M aar, zeg ik dan, de onderzoeker is helemaal niet zo vrij. Een be­ hoorlijke onderzoeker reageert op allerlei signalen. Het is dan beter om zichtbaar te maken

ring. De RAWOO is niet slechts een band, maar kan ook een steun zijn." „De verhouding tot de onder­ zoekers wordt dan ook steeds opener. Er is bij voorbeeld een bescheiden aanzet tot contac­ ten met ZWO. Dat wordt voort­ durend lastiggevallen door de Kamer en de regering met vra­ gen als: wat is dat nou eigenlijk, dat zuivere onderzoek? Wat koopt de samenleving ervoor? Door samen te werken met ons kan ZWO deze vragen gemak­ kelijker beantwoorden." U bent tevreden over het func­ tioneren van de RAWOO? „Ja, en niet alleen ik. Zoals u weet hebben adviesraden bin­ nen de huidige opzet van de regering bepaald geen rijk be­ staan. De een na de ander wordt opgeheven. De sectorra­ den wil men daarentegen ken­ nelijk handhaven. De Wet op de Sectorraden die al lang op be­ handeling ligt te wachten, zal waarschijnlijk door het parle­ ment aangenomen worden." „De invloed op het beleid is nog marginaal, maar het begint te komen. In de laatste begroting van het ministerie van ontwik­ kelingssamenwerking wordt verwezen naar de RAWOO­ad­ viezen. Dat is al heel wat." Ondertussen gaat het slecht met de ontwikkelingshulp. Willy Brandt laat in zijn onlangs ver­ schenen boek Die organisierte

Wahnsinn niets heel van het huidige internationale ontwik­ kelingsbeleid en pleit voor een nieuwe Noord­Zuid dialoog. De hierboven al eerder genoemde Pronk constateerde in een inter­ view in Vrij Nederland enkele weken geleden dat zijn vroege­ re ministerie nu op sterven na dood is, en brak een lans voor een geheel nieuw ministerie, Hoe kij kt u er als specialist op het gebied van het Volkenrecht tegen aan? „Ik denk dat de donorlanden te veel gehoopt hebben er op een koopje af te komen. Anders dan bij voorbeeld bij de M arshall­ hulp duurt het hier geen drie a vier jaar, maar minstens 70 jaar voor er resultaten komen. Nu het al ruim een generatie duurt, wordt men wat moedeloos." „Het is een kwestie van priori­ teiten stellen. Een mooi voor­ beeld vind ik de succes­stories van de ontwikkelingshulp: Ko­ rea, Taiwan, Singapore en M a­ leisië. Het westen wilde met deze landen laten zien dat het kapitalistische systeem beter is dan het communistische. Het werden paradepaardjes die per hoofd van de bevolking het grootste geldbedrag aan hulp kregen. Daaruit blijkt dat het best kan." „Waar het om gaat is: hebben aUe mensen recht op een mens­ waardig bestaan, of niet. Vrij­ wel iedereen zal het eerste bea­ men, maar helaas valt dit zel­ den samen met politieke doel­ einden. Je krijgt als politicus nu eenmaal geen grote aanhang als je kunt aantonen veel ge­ daan te hebben voor de bevol­ king van een Afrikaans land ten koste van de levensstandaard hier." Kan overschakelen van wapen­ naar vredesindustrie een haal­ bare prioriteit zij n? „Dat zou kimnen, maar een eer­ ste vereiste daarvoor is een sterke VN. Daar keren we ons op het moment helaas van af. Kijk alleen al naar het vrede­ en veiligheidsbudget van de VN. Dat is even groot als het bedrag dat de politie van New York ter beschilddng staat om die stad veilig te houden. En New York is geen veilige stad. De VS en de SU zouden moeten gaan erken­ nen dat het internationale recht niet hetzelfde is als wat zij vin­ den, maar dat er normen be­ staan die uit de natuur kunnen worden afgeleid. De houding van deze landen is nog veel te veel om het recht ondergeschikt te zien aan hun nationale veilig­ heid." Deze houding belet volgens De Waart het tot stand komen van een goede internationale rechtsorde. M aar de ontwikke­ lingslanden moeten de hand ook in eigen boezem steken: „De positie van de ontwikke­ lingslanden is voor een groot deel een gevolg van de interna­ tionale economische ordening. Deze is kennelijk niet zo dat de hele wereld tegelijkertijd tot ont­ wikkeling gebracht kan wor­ den. Als je je hierin verdiept, moet je op een gegeven'mo­ ment concluderen dat het niet alleen de staten, maar ook de buitenlandse investeerders zijn die het voor het zeggen hebben. Daarover loopt binnen mijn

Vervolg op pag. 11

n

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1985

Ad Valvas | 568 Pagina's

Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 271

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1985

Ad Valvas | 568 Pagina's