Ad Valvas 1985 - 1986 - pagina 439
18 APRIL 1986 Graham BirtwisÜe is afkomstig uit Engeland. Hij raakte onder meer tot Nederland aangetrok ken door de ideeën van de voor malig VUhoogleraar H. R. Rookmaaker, die in zijn tijd als een reizend apostel de wereld rondtrok om zijn christelijke kunsttheorie te verkondigen. Binnen deze theorie krijgt de Kuyperiaanse leuze „soeverei niteit in eigen kring" een specia le betekenis. Volgens BirtvTistle hield ze voor Rookmaker in „dat de kunst niet in dienst staat van de kerk, maar een eigen op dracht heeft, met eigen moge lijkheden en verantwoordelijk heden, om de werkelijkheid naar waarheid te interprete ren." Dat lijkt sprekend op een niet christelijke kunsttheorie. Maar een ander aspect van Rookma kers denken blijkt te zijn, dat de kunst gedurende de laatste twee eeuwen is uitgehold, door dat de mens geen zekerheden meer kent die gebaseerd zijn op God. Modem art in the death oi a culture luidt de veelzeggende titel van een van zijn geschrif ten.
Jorn voltrok onwaarschijnlijk huwelijk tussen marxisme e n mystiek
Kleien met de mensheid „In de jaren zestig was abstracte kiuist abstrac te kunst en je praatte over het gebruik van rech te lijnen of kronkellijnen. De afgelopen vijftien jaar is er echter in werken van allerlei kunste naars of bewegingen een religieuze dimensie ontdekt." Mondriaan, Malevitsj, Kandinsky. „Ik denk dat het voor veel mensen als een ver rassing zal komen dat dat nu ook voor Jom en Cobra geldt," zegt Graham Birt wisÜe, docent kunstgeschiedenis a a n de VU. Gisteren promo veerde hij op de kunsttheorie van de schilder Asger Jorn (19141973), met het proefschrift Li ving Art .
Johan de Koning „Ik houd nog steeds mijn twijfels over wat Jom nu precies be doelt," vervolgt Birtwistle. Hij vermoedt dat Joms materialis me wel degelijk in gevaar komt en vraagt zich af of hij eigenlijk niet geloofde in een neoplato nistisch geestelijk principe. La ter zegt hij: „Ik heb het idee dat Jom in feite geboeid werd door datgene wat tot de wereld van het geloof behoort, de dingen achter de dingen, de bezieling van al het bestaande. Verban
Birtwistle: „Er zijn inderdaad onzekerheden in de kunst van de negentiende en twintigste eeuw ontstaan. Maar zelf vind ik het te schematisch om zonder meer te spreken van uitholling van de kunst of de dood van een cultuur als de vorm van de kunst sneller wil veranderen dan de gemiddelde mens aankan." On danks verschillen toont hij zich loyaal ten opzichte van zijn leer meester en erkent hij diens in vloeden in brede zin. In je eigen st udie vind ik geen aanwijzingen om t e veronder stellen dat er een christ elijke kunsttheorie acht er st eekt . „Ik heb niets expliciet gemaakt. Maar ik denk dot ik conclusies trek over Joms theorie waarvan ik me afvraag of iemand die geen oog heeft voor dit soort dimensies ertoe gekomen zou zijn. Mijn laatste hoofdstuk heb ik 'Paradise on earth' genoemd. Zo'n term als paradise is reli gieus geladen. En watik in Joms manuscripten en boeken heb gevonden, verraad een interes se voor religie en mystiek. Een ander zou er misschien meer vanuit zijn gegaan, dat Jom als marxist en materialist voor zulke zaken geen interesse zou heb ben en zou ze over het hoofd hebben gezien."
Cobra De schilder Asger Jom geniet vooral bekendheid vanwege zijn aandeel in de internationa le beweging Cobra (Copenha gue, Bruxelles, Amsterdam), een groep kunstenaars die in de jaren na de Tweede Wereldoor log streefde naar een vrijere uit drukkingswijze. Vanuit Neder land namen onder anderen Constant en Karel Appel eraan deel. In het standaardwerk over de beweging, geschreven door Willemijn Stokvis, wordt Jom be schouwd als de voornaamste inspirerende kracht. „Voor zo ver ik het kan overzien, klopt dat wel," zegt Birtwistle. „Hij moet een zeer charismatische figuur geweest zijn, hij reisde veel en wist iedereen met zijn theorieën te boeien." Wat was Jom belangrijkst e bij drage t ot de beweging? „Je moet om die vraag te beant woorden bedenken dat een be weging geen optelsommetje is van alle schilderijen van de schilders die eraan deelnemen. Een beweging wil wat, heeft idealen. Cobra was een sociaal gebeuren^ een klein maat schappijtje birmen de maat schappij waarin men wUde de
Graham Birtwhistle bij een ets van Jom. monstreren hoe het beter kan. En Jom had een ideaal voor de naoorlogse maatschappij en cultuur. Het samenwerken en contacten maken behoorde vol gens hem tot zijn taak als kun stenaar. O p dat vlak ligt zijn aandeel en niet zozeer op het vlak van kunsthistorische gege vens als het gebruik van be paalde motieven of bepaalde kleuren. Bij het bepalen van dat aandeel maak ik dus een onder scheid tussen schilderijtjes en het kleien met de mensheid, met de cultuur." Zelf heeft Birtwistle echter wel drie 'schilderijtjes' van de kleier hangen. Ze lijken een belang stelling te verraden die niet puur academisch en ook niet uitslui tend theoretisch is. „Het zijn geen schilderijen maar etsen," reageert hij. „Het ver schil is dat tussen een paar dui zend en zestig duizend gulden. Maar inderdaad, dat ik als kun stenaar zeer kunsttheoretisch werk, wil niet zeggen, dat ik geen oog heb voor het werk van de man. De onvoorspelbaar heid ervan boeit me. Hij is een kunstenaar die ertoe uitdaagt om met zijn werk te worstelen. Jom werkt in een spanningsveld tussen figuratie en nietfigura tie, waardoor je je afvraagt of je bijvoorbeeld wel een gezicht in een ets ziet of niet. Het komt naar voren en het verdwijnt weer. De stemming ervan kun je soms dreigend vinden e n soms. iets vriendelijker. Dat is echt ty perend voor Jom en uitspraken van hem maken duidelijk, dat hij het ook zo heeft gewild. Het
dynamische is voor hem heel belangrijk en je kunt hem dan ook op geen enkele wijze vast pinnen."
Synthese De theorieën die Jom tussen 1946 en 1949, aan de vooravond van Cobra, ontwikkelde liggen uitgespreid over zo een driedui zend pagina's manuscripten en enkele publicaties. In zijn proef schrift heeft Birtwistle ze toegan kelijk willen maken. Joms ambi tie was om een nieuwe sociolo gie van kunst en cultuur te ont wikkelen, waarin marxisme en mystiek met elkaar zijn vere nigd. Het lijkt een oimiogelijke opgave. Birtwistle: „Voor ons lijkt het nu inderdaad een onwaarschijnlijk huwelijk. Maar in tweede handsboekwin/kels vind je bij voorbeeld vaak nog de meest merkwaardige boeken en tijd schriften uit de jaren dertig en veertig. Men probeerde inder tijd te komen tot een synthese tussen aspecten van het materi alisme en mystiek. Dus in die context was het niet zo vreemd. Jom beticht zowel materialisten als kerkelijken van eenzijdig heid. Beiden hebben volgens hem een halve waarheid ge vonden. De oorsprong van elke religie is in Joms theorie een materialistische levenscultus. Monisme, het één zijn van alles, geest en materie, speelt een be langrijke rol. Alleen moet je dat volgens hem niet als iets boven natuurlijks zien, maar iets dat uit de materie zelf voortkomt."
Foto Bram de Hollander
den tussen natuur en mens en tussen natuur en kunst waren voor hem zo sterk, dat hij als atheïst toch een credo heeft wil len formuleren." Jom heeft de reputatie van een moeilijk theoreticus. Volgens Birtwistle, die desalniettemin geboeid raakte door zijn manu scripten, schrijft hij niet strikt logisch, maar zit er een ander systeem in. „Jom maakt steeds een verkenning van een zaak. Hij gaat er in cirkels omheen om haar van verschillende kanten te benaderen. De raakte ervan overtuigd dat Jom wist wat hij wilde zeggen en zag verbanden tussen verschillende aspecten."
Yang en yin Opvallend zijn de antithesen: natuurlijk versus ormcrtuurlijk, primitieve kunst versus klassie ke westerse tradities en maime lijk versus vrouwelijk. Die te genstellingen moeten echter niet als statisch worden be schouwd. Jom heeft Engels ge lezen en is volgens Birtwistle gefascineerd door de dialecti sche voortbeweging. „Man en vrouw moeten in een dialecti sche houding tegenover elkaar staan en zijn ideaal, dat hij for muleert aan de hand van het rad van fortuin, is dat die ver houding altijd in beweging is. Als het rad stilstaat is er een bovenhelfl en een onderhelft en heb je meteen twee klassen, zo lang het blijft draaien is er geen statische oppositie. Hij maakt ook gebruik van yangyinsym bolen, die laten zien hoe twee
principes in elkaar overlopen. Dat was Joms ideaal. Het bete kent in heel veel gevallen dat hij niet gevangen zat in ongenuan ceerde tegenstellingen." Belangrijke begrippen in Joms theorie laten zich moeilijk afzon deren en daardoor keren ze ook in Birtwistle's proefschrift in ver schillende hoofdstukken terug. Het heeft ook zijn gevolgen voor ons gesprek, dat een volle avond duurt. De betekenis van „natuur", „spontaniteit" en „pa radijs" biimen Joms theorie blijkt niet gemakkelijk te be schrijven. Net als UI de schilde rijen schuilt in Joms theorieën volgens Birtwistle ambiguïteit. Er komt bij dat betekenis van de termen met de tijd veranderd is. Natuur: „Hij vindt dat de manier waarop planten en dieren met kleur en vorm omgaan een fun dament vormt voor wat we in het menselijk leven esthetisch noemen. Het gaat dan bijvoor beeld om aantrekkingskracht, afstotingskracht, camouflage. Hij filosofeert naar analogie daarvan. De vijand is dan na tuurlijk alles wat onnatuurlijk is. Dat begrip gebrikt hij als een vooronderstelling. Hij heeft be sloten dat bepaalde dingen on natuurlijk zijn, bijvoorbeeld het functionalisme in de architec tuur, dat hij identificeert met Corbusiers denken. O ok ziet Jom een ontologisch principe in vormen. Het keert terug in de vorm van moleculen, golfforma ties van water of zand en de vormen van de kunst. Dit soort denken kun je zien als de vrucht van een hele lange traditie van uit de negentiende eeuw en in die traditie is Joms opvatting niet zo vreemd." Spontaniteit: „Bij hem is dat een intellectueel begrip. Het bete kent niet 'alles doen wat in je opkomt', maar het is eerder een poging om een bepaald soort gedrag te beschrijven, waarbij men experimenteert, gebruik maakt van de rijkdom van de natuur, in plaats van die te on derdrukken. En men gaat niet als een individualist op zoek naar eigen plezier. Het gebruik van de variaties van de natuur werpt volgens dat idee vruchten af die goed zijn voor de maat schappij. O p dit soort pimten is Jom expliciet antiindividualis tisch." Paradijs: „Jom was erin geïnte resseerd hoe de vroege mens heid eruit zal hebben gezien en had een heel geïdealiseerd beeld van de vroege boer in een samenleving, waarin de arbeid verdeeld was. Daar was de mens één met de natuur, één met zijn broer. De man had een goede relatie met de vrouw en de vrouw met de man, en het leven was een bevredigende al ternatie tussen arbeid en feest tijd. Natuurlijk verwachtte hij niet dat dat allemaal terug zou komen in 1946, maar het heeft hem als model gediend. Wat hij wel verwachtte was een samen werking tussen socialistisch ge zinde kunstenaars en een vrij experimenteren met kunst, als variant van de oude feesttij den van de oerboer. Iets feestelijks." Na afloop van het gesprek zegt Birtwistle dat het begrip 'primiti visme' misschien ten onrechte niet aan bod is gekomen. Een term die tegenwoordig een an dere betekenis heeft gekregen dan in de jaren dertig en veer tig, mede doordat we van de cultureelantropologen niet meer mogen spreken van primi tieve culturen. Indertijd sloot die term aan op de belangstelling voor tekeningen van kinderen en psychiatriche patiënten en die voor archeologische vond sten. „Maar," besluit hij ver moeid, „ik zie dat je je blocnote weer pakt en we moesten het hier wellicht maar bij laten."
B;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1985
Ad Valvas | 568 Pagina's