Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1986 - 1987 - pagina 157

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1986 - 1987 - pagina 157

11 minuten leestijd

24 OKTOBER 1986 Over het effekt v a n op d e export gerichte industrialisatie v a n ontwikkelingslanden, wordt in d e ontwikkelingseconomie ver­ schillend gedacht. Grofweg zijn twee zienswijzen te onderschei­ den. Sommigen m e n e n dat e e n bloeiende export zal leiden tot economische groei, w a a r d o o r d e werkgelegenheid zal toene­ m e n e n het land d e beschikking krijgt over buitenlandse valuta. Anderen zijn juist v a n mening dat d e ontwikkelingslanden hun afhankelijkheid v a n d e wester­ se wereld, met n a m e v a n bui­ tenlandse markten en v a n bui­ tenaf opgelegd handelsbeleid, hierdoor vergroten. Zij zien d e integratie v a n ontwikkelings­ l a n d e n in d e wereldeconomie als e e n oorzaak v a n hun onder­ ontwikkeling. In zijn proefschrift Causes and characteristics of xe port­orient­ ed industrialization in develo­ ping countries, noemt v a n Dijck deze beide invalshoeken eenzij­ dig. Omdat d e situatie per ont­ wikkelingsland verschilt, vaUen er g e e n a l g e m e n e uitspraken te doen over het effekt v a n export­ gerichte industrialisatie. Van Dijck pleit ervoor om iedere ont­ wikkeling op zijn eigen merites te bekijken, waarbij verschillen­ d e factoren in ogenschouw wor­ d e n genomen. O m e e n dergelijk g e n u a n c e e r d beeld te krijgen heeft hij v a n zeventien ontwikkelingslanden onderzocht welke factoren ten grondslag liggen a a n e e n toe­ n e m e n d e oriëntatie v a n d e in­ dustriële sector op export. Naast structurele kenmerken, als het voorkomen v a n grondstoffen, heeft hij in zijn onderzoek ook gelet op d e strategie, die d e overheid volgde om d e export te bevorderen. Verder onderzocht hij onder meer, d e produktsa­ menstelling, d e mate v a n kapi­ taals­ d a n wel arbeidsintensiteit e n d e betekenis voor het schep­ p e n v a n werkgelegenheid.

Wereldmarkt In d e meeste ontwikkelingslan­ d e n w a s d e industrialisatie tot het einde v a n d e jaren zestig, voornamelijk gericht op het ver­ v a a r d i g e n v a n produkten voor d e binnenlandse markt. D a a r n a

Proefschrift over exportgerichte industrialisatie

'Kleine ontwikkelingslanden hebben export vaak nodig' Kleine ontwikkelingslanden die dicht bevolkt zijn en daarnaast over weinig grondstoffen be­ schikken, zijn het meest exportgericht. Een laag niveau van economische ontwikkeling of indus­ trialisatie, hoeft een exportgerichte ontwikke­ ling niet te belemmeren. Dit concludeert de ont­ wikkelingseconoom P.F.F.M.van Dijck, die af­ gelopen week op dit onderwerp promoveerde.

Foto Kees Keuch, AVCArtI

k o m e n enkele landen, met n a m e in Zuid­Oost en Oost Azié e n Latijns Amerika, op als nieu­ we industriële centra. Voor deze middle­income l a n d e n geldt dat d e export e e n steeds grotere plaats in g a a t n e m e n en zelfs het m a r k t a a n d e e l v a n de grondstoffen g a a t overtreffen. Volgens v a n Dijck kunnen lan­ d e n met e e n grote binnenlandse markt d e afweging m a k e n of ze a l d a n niet voor d e export zullen g a a n produceren. Kleine lan­ den, met n a m e als ze over wei­

nig grondstoffen beschikken, h e b b e n die keuze eigenlijk niet. Zij zullen op d e wereldmarkt geld moeten verdienen om zelf grondstoffen te kunnen kopen. In die gevallen w a a r wel e e n keuze g e m a a k t k a n worden, speelt het overheidsbeleid e e n grote rol. In ontwikkelingslanden blijkt het overheidsingrijpen in d e in­ ternationale h a n d e l omvangrij­ ker te zijn d a n in ontwikkelde l a n d e n . In veel gevallen g a a t het om tweeledige maatregelen:

Studeren in België wordt moeilijker voor 'uitgeloten' Het wordt voor Nederlandse studenten moeilij­ ker om een studie, waarvoor zij in Nederland zijn uitgeloot, in België te gaan doen. Dat is een gevolg van de bezuinigingen op de Belgische onderwijsbegroting van het kabinet­Martens. Vanaf het studiejaar 1987­1988 m a g men nog steeds wel in­ schrijven voor bijvoorbeeld e e n studie g e n e e s k u n d e of tand­ heelkunde ­ waarvoor in Neder­ l a n d strikte beperkingen gelden ­, m a a r d a n moet het eerste j a a r (de 'eerste kandidatuur') in één j a a r worden g e h a a l d . Over­ d o e n is er niet meer bij. Overi­ g e n s is ook het inschrijfgeld, te vergelijken met ons collegegeld, a a n d e meeste Belgische uni­ versiteiten omhoog g e g a a n . Vroeger w a s dit overal zo'n 550 gulden, nu k a n dit per universi­ teit verschülen e n oplopen tot 880 gulden.

Protest Tegen deze e n a n d e r e bezuini­ gingen hielden 3000 tot 4000 Belgische studenten vorige w^eek d o n d e r d a g e e n betoging in het centrum v a n Brussel. Vol­ g e n s Peter Breugelmans, lid v a n

Bert Bakker/UP d e Algemene Studentenraad v a n d e universiteit v a n Leuven e n v a n het nationaal actiecomi­ té tegen d e kortingen, is het bij onze Zuiderburen eerder slech­ ter d a n beter d a n in Nederland, w a a r minister drs. W.J. Deelman 130 miljoen op d e universiteiten kort. Zo worden d e uitgaven voor d e studentenvoorzienin­ g e n (sport, goedkope restau­ rants en sociale, juridische en medische zorg) gehalveerd. Dat scheelt 55 müjoen. Toen minis­ ter Deelman vorig j a a r e e n overeenkomstige korting v a n 5 müjoen viel d e hele Tweede Ka­ mer over h e m heen. Ook het door d e overheid gefi­ nancierd wetenschappelijk on­ derzoek moet het in België vol­ g e n d j a a r met d e helft minder doen. Alleen voor d e Vlaamse universiteiten betekent dat al e e n korting v a n ruim 200 mü­

joen. De bedoeling is dat het bedrijfsleven dat verschü g a a t bijpassen. Ook d e Belgische 'werkingstoelage', te vergelij­ k e n met d e rijksbijdrage a a n d e instellingen, g a a t omlaag, wat aUeen d e Leuvense universiteit a l zeker 7,5 müjoen gulden kost. O p d e studiefinanciering wordt in België niet bezuinigd. "Maar d a t kan ook h a a s t niet; d e beur­ zen b e d r a g e n niet meer d a n d e helft v a n wat een student nodig heeft", zo zegt Breugelmans. Voor d e 'minder b e g o e d e n ' be­ d r a a g t d e beurs maximaal zo'n 4400 giüden per jaar, e e n be­ d r a g dat met uitzondering v a n e e n verhoging v a n 10% in 1985, a l 8 j a a r niet meer a a n d e infla­ tie is a a n g e p a s t . Wel komen d a a r d e kinderbijslag en d e be­ lastingaftrek v a n d e ouders nog bij, m a a r het inschrijfgeld g a a t er weer v a n ai, waardoor al met a l nog g e e n 7000 gulden over­ bLjft voor studiekosten en le­ vensonderhoud. Van dat be­ d r a g hoeft overigens niets te worden terugbetaald. De (enig­ zins vergelijkbare) basisbeurs in Nederland (die a a n alle studen­ ten wordt gegeven), b e d r a a g t voor uitwonende studenten vol­ g e n d j a a r zo'n 7200 gulden.

Loes Singels bedrijven die produceren voor d e binnenlandse markt worden door invoerbeperkende m a a t r e ­ gelen beschermd. D a a r n a a s t w^ordt d e export bevorderd. Het treffen v a n maatregelen op dit laatste gebied k a n d e overheid voor problemen plaatsen, bij­ voorbeeld doordat binnenland­ s e b e l a n g e n g r o e p e n het export­ beleid tegenhouden. Het deel­ nemen a a n de wereldhandel. houdt grote risico's in, b e n a ­ drukt Van Dijck, e n d e winst­ m a r g e s kunnen klein blijven. Omdat in veel gevallen het bin­ n e n h a l e n v a n buitenlandse va­ luta een bittere noodzaak is ge­ worden, zal d e overheid v a a k toch d e export stimuleren. Een v a n d e manieren om dat te be­ reiken is het oprichten v a n e e n exportenclave. In dit soort en­ claves zijn overwegend buiten­ l a n d s e bedrijven werkzaam. Door hier a a n m e e te werken komen exportmogelijkheden binnen bereik, die niet door d e b i n n e n l a n d s e industrie gereali­ seerd kunnen worden. In som­ mige landen, met n a m e in La­ tijns Amerika, is d e invloed v a n buitenlandse bedrijven erg groot. Toch betekent dit volgens V a n Dijck niet, dat er d a n ook altijd sprake is v a n uitbuiting v a n het ontwikkelingsland. Dat h a n g t v a n veel meer factoren af e n verschüt per situatie. In e e n a a n t a l belangrijke ex­ porterende l a n d e n is e e n afna­ m e v a n traditionele arbeidsin­ tensieve produktie te constate­ ren, ten gunste v a n e e n toena­ m e v a n kapitaalinput. De theo­ rie, dat ontwikkelingslanden op e e n l a a g industrieel niveau blij­ v e n steken, waarbij het vooral zou g a a n om kenmerken als

l a g e lonen en weinig scholing, wordt hierdoor tegengesproken. Dit soort industrialisatie heeft n o g wel d e overhand in ontwik­ kelingslanden, constateert v a n Dijck, m a a r is er een duidelijke trend n a a r meer h o o g w a a r d i g e industriële produktie.

Uitbreiding Door het overplaatsen v a n ar­ beidsintensieve industrie v a n d e ontwikkelde n a a r d e ontwik­ kelingslanden, is er bij laatstdre­ n o e m d e n e e n t o e n a m e in d e w^erkgelegenheid te constate­ ren. Van Dijck waarschuwt ech­ ter voor te hoge verwachtingen van deze overplaatsting. Slechts e e n klein a a n t a l ontwik­ kelingslanden profiteert hier­ v a n . Dat zijn juist d e l a n d e n die relatief hoog ontwikkeld zijn e n kapitaalintensieve technieken kennen. Bovendien blijkt d e ex­ portindustrie vooral in h a n d e n te liggen v a n grote bedrijven. Deze zijn meer kapitaals­ en minder arbeidsintensief d a n d e overige bedrijven, die voor d e b i n n e n l a n d s e markt produce­ ren. Er valt e e n sterke uitbreiding v a n industriële export door ont­ wikkelingslanden te verwach­ ten, volgens Van Dijck. Vooral externe factoren, als d e verla­ ging v a n d e olieprijzen, zullen hierbij e e n stimulerende rol spe­ len. De ontwikkelingslanden zullen hun inkomsten d a n op e e n a n d e r e manier moeten aanvullen, omdat ze enorme schulden moeten afbetalen. "In feite," licht Van Dijck toe, "speelt het westers protectionisme een rol bij het b e h e e r s b a a r zijn v a n het schuldenvraagstuk. Ontwik­ kelingslanden moeten d e k a n s krijgen om te exporteren."

DIABETES IS OVERAL Diabetes (suikerziekte) is een ingrijpende aandoening die Roy altijd en overal met zich meedraagt.

kan hij er niet omheen. Voortdurend oppassen dat hij niet onderuit gaat. ledere wedstrijd weer! De wetenschap probeert een oplossing te vinden voor deze ongeneeslljl<e ziekte. Steun datwetenschappelljk onderzoek, steun het Diabetes Fonds Nederland.

NATIONALE DIABETESWEEK10 t/m 16 NOVEMBER 1986. GIROREKENING 5766 t.n.v. OFN, AMERSFOORT.

e ^éETES C^^ plA

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 augustus 1986

Ad Valvas | 592 Pagina's

Ad Valvas 1986 - 1987 - pagina 157

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 augustus 1986

Ad Valvas | 592 Pagina's