Ad Valvas 1986 - 1987 - pagina 519
5 MEI 1987
Opschoor
W e t e n s c h a p p e r s relativeren B r u n d t l a n d r a p p o r t
Wiggers
'Schone handen leiden niet vanzelf tot natuurbehoud'
Manus v d Plas AVC/VU
De Wereldbank, multinationale ondernemingen, internationale organisaties en lanbouworganisaties reageerden dinsdag in de VU op het pas verschenen rapport van de commissie Brundtland. Een stap vooruit, maar toch is er nog wel het een en ander a a n te merken op de bevindingen van de werkgroep, zo concluderen de aanwezige wetenschappers J.B. Opschoor en A.J. Wiggers tijdens het symposium Environm ent and Developm ent, the year 2000 and Beyond. meer interactie met het beleid in ontwikkelingslanden dienen te worden samengesteld. Ook stipt hij a a n dat er behoefte is a a n een beschrijvend en analyse rend onderzoek n a a r d e milieu gevolgen v a n commercialisatie. Zo'n onderzoek kunnen door middel v a n casestudy b e n a d e ring g e d a a n worden. "Ik h e b niet d e pretentie dat d e stem v a n dit congres internatio n a a l doorklinkt," zegt hij, "maar ik hoop wel dat het effect heeft op invloedrijke mensen als a m b t e n a r e n en ministers. Die h e b b e n op hun beurt weer inter nationaal g e z a g . Ik h e b e e n a m b t e n a a r gesproken, die mij zei dat hij altijd n a a r dit soort bijeenkomsten ging om te zien hoe sterk d e problematiek leeft. Nu b e n ik benieuwd wat Neder land over dit rapport in d e Ver enigde Naties zal zeggen."
Professor dr. J.B. Opschoor, direkteur v a n het Instituut voor M ilieuvraagstukken, heeft als organisator v a n het symposium over Ontwikke ling en M ilieu n a a r aanlei ding van het WCEDrapport geprobeerd om scherper ge formuleerde a a n b e v e h n g e n te doen d a n d e commissie. "Ik had hoge verwachtingen van de bevindingen v a n d e commissie Brundtland," legt hij uit, "maar dat is ten dele uitgekomen." De commissie stelt dat er e e n relatie be staat tussen milieu e n ont wikkeling: a r m o e d e leidt tot milieuvernietiging e n in e e n verslechterd mUieu kan ont wikkeling niet gedijen. 'Duurzame m econo ische ontwikkeling is e e n sleutel begrip in het rapport, m a a r dergelijke omschrijvingen zijn alleen intuïtief duidelijk. Ik hoop dat het specifieker geformuleerd k a n worden. Wel of g e e n kolencentrales, hoeveel vierkante meter hout mag je kappen? Hoe zorg je ervoor dat je tijdens e e n eco nomische ontwikkeling niet de poten onder je stoel van daan zaagt." Opschoor heeft als milieu econoom drie j a a r lang in Botswana d e problematiek van dichtbij gezien. Het mdieu is het d r a a g v l a k van de economie e n h e l a a s zie je dat veel mensen in ar mere gebieden te lijden heb ben van d e verslechtering van het milieu.
Vooral Opschoor zet zich af te gen d e v a a g h e i d in het rapport. Hij legt een rechtstreeks ver b a n d tussen de k a r b o n a d e op het Europese bord en d e bo demdegredatie in Thailand, m a a r hij is voorzichtig. De v e r b a n d e n zijn moeilijk te leg gen, zo meent hij. De füosofie is dat d e v r a a g n a a r goedkoop veevoer in het Westen leidt tot ontbossing a l d a a r om plaats te m a k e n voor d e cassaveteelt. "Toch is het nog m a a r d e v r a a g of e e n vermindering v a n bijvoorbeeld d e sojainvoer uit Brazilië leidt tot minder ontbos sing." ' Dergelijke im portbeperkende maatregelen hier zouden juist depositie v a n arme boeren d d d r a a n kunnen tasten. "Schone h a n d e n hier lei d e n niet vanzelf tot natuurbe houd daar," zo meent Opschoor. Juist d e soepelheid w a a r m e e conclusies worden getrokken in het bewuste rapport bevallen hem niet. Het rapport gaat, vol gens Opschoor, uit v a n 'een nieuw tijdperk v a n industriële groei, g e b a s e e r d op e e n politiek die ingepast kan worden in het ecologisch systeem'. "De v r a a g is w a a r o p dat berust," zegt Op schoor, "als tegelijkertijd wordt geconstateerd dat e e n indus trieel produktievolume vereist zal zijn dat vijf tot tien m a a l zo groot is als het huidige." Zelf komt hij met e e n serie a a n bevelingen w a a r v a n hij hoopt dat ze meer praktische beteke nis hebben. Zo meent hij dat mi lieuprofielen breder e n dieper horen te zijn d a n d e tot nog toe g a n g b a r e documenten e n in
Nederlandse historici beschou wen hun vak traditioneel als een discussie zonder einde. Daarom is zwijgen e e n onder deel van hun beroepsideologie. Eigenlijk kenmerkt d e Neder landse geschiedwetenschap zich meer als e e n discussie zon der begin, schrijft hij provoce rend in een v a n d e stellingen bij zijn dissertatie. En in feite is het Woord discussie ook verkeerd gekozen: slechts zo nu en d a n gebeurt dat e e n s in vakbladen oi op kleine s c h a a l binnen d e faculteit. Studentenorganisaties als Merlijn en Archimedes bij voorbeeld h e b b e n in het verle den v/el eens e e n bijeenkomst georganiseerd over d e a a r d van de geschiedwetenschap, maar er worden hier g e e n fun damentele discussies gevoerd onder historici. Nederlandse historici zijn niet bereid elkaar 'n de haren te vliegen. In Duitsland is dat anders, d a a r 2i)n historici bijna permanent aan het bekvechten over bij voorbeeld d e interpretatie v a n de beide wereldoorlogen of over het karakter v a n het fascis me. En in Engeland wordt al jarenlang geruzied over d e toe pasbaarheid v a n klassetheo neen in negentiende eeuwse Sociale geschiedenis. In zijn dissertatie getiteld De oonstructie van het verleden beschrijft Lorenz deze polemiek. "et materiaal hiervoor bestaat
G e s c h i e d t h e o r e t i c u s Chris Lorenz in proefschrift:
Onweersbui Evenals Opschoor heeft ook profesor Wiggers kritiek op d e conclusies e n aanbevelingen. Professor Wiggers is in d e w a n d e l g a n g e n 'de meest kritische spreker' v a n d e d a g genoemd. "Eigenlijk vind ik niet dat het rapport veel toevoegt a a n het advies dat wij al in 1986 uit brachten," zegt hij. "In v e r b a n d met d e voedselproduktie w a s ons rapport minstens zo duide lijk." Wiggers heeft in zijn toespraak het eigen land gekapitteld. Hij h a a l d e e e n onweersbui in Lim burg a a n . "De vruchtbare loss l a g toen in greppels, d a l e n en
Henk Vlaming op wegen. De boeren doen in tegenstelling tot vroeger weinig om d e vruchtbare grond vast te houden. Ook hier is alles g e b a seerd op het m a k e n v a n e e n produkt tegen een zo l a a g mo gelijke kostprijs." Hij signaleert in het WCEDrap port e e n spanningsveld tussen d e ontwikkelings e n d e ontwik kelde landen. "M en zoekt d e problemen in d e ontwikkelings landen, terwijl ze voor een deel ook hier liggen. Onze economie is helemaal niet gericht op d e instandhouding v a n ecosyste m e n in d e derde wereld. Wij zit ten hier net zo goed met een milieuprobleem door d e invoer v a n veevoer. Daardoor zitten w e met e e n mestoverschot." "De oplossingen die d e commis sie Brundtland a a n d r a a g t , vind ik niet erg overtuigend. Ze be steden veel a a n d a c h t a a n het uitsterven v a n verschillende soorten dieren en planten. Dat zou e e n aantasting v a n het ge netisch reservoir zijn en nadelig voor landbouw, industrie en ge zondheid. Als je zo redeneert bedrijf je natuurbescherming uit lijfsbehoud. Dat vind ik een ge vaarlijk argument. Het is e e n te e n g e basis, want d a n zou je a c cepteren dat er leven uitsterft w a n n e e r je het niet voor je on derhoud nodig hebt en we we ten te weinig v a n het genetisch materiaal om d a a r veel over te zeggen. De natuur heeft ook rechten v a n zichzelf."
'Nederlandse historici vliegen elkaar niet in de haren' Historici moeten veel meer discussiëren over hun vak. In Nederland blijkt daar echter een angst voor te bestaan. Dit in tegenstelling tot andere Europese landen, waar ruzies tussen historici soms hoog oplopen. Dat staat in de dis sertatie van Chris Lorenz, geschiedtheoreticus aan de VU, die hierop vandaag a a n de UvA promoveert. uit een verzameling v a n tegen strijdige historische verklarin gen. Het is voornamelijk afkom stig v a n historici uit d e ons om ringende landen. Hij laat zien hoe historici gewoonlijk te werk g a a n ; welke onderzoeksmetho den ze hanteren en hoe ze d e feiten uit het verleden beschrij ven en verklaren. Vervolgens rubriceert hij die verschülende verklaringen en laat zien welke problemen deze werkmethodiek oproept. Hij heeft d e verklarin gen en beschrijvingen v a n his torici over feiten uit het verleden met elkaar vergeleken. O p grond v a n een vergelijking tus
Ally Smid Theoretische geschiedenis houdt zich bezig met vooronder stellingen en met de structuur v a n feitelijke historische uit spraken en verklaringen. Het is
sen die werkwijzen komt hij tot d e conclusie dat d e z o g e n a a m d e vergelijkende oorzakelijke verklaringswijze als voordeel heeft het best controleerbaar te zijn. Het resultaat is een lijvig boek werk, dat in feite een inleiding in d e theorie v a n d e geschiede nis is. Het is heel goed als h a n d boek te gebruiken voor ieder e e n die zich met d e a n a l y s e v a n sociaalwetenschappelijk on derzoek bezighoudt. Lorenz wU het in ieder geval in zijn eigen colleges 'theorie v a n d e g e schiedenis' g a a n gebruiken.
Manus v d Plas AVC/VU
Professor dr. A.J. Wiggers is voorzitter v a n d e R a a d voor Milieu en Natuur Onderzoek (RMNO). Van 1960 tot 1977 w a s hij hoogleraar a a n de VU w a a r hij fysische geo grafie e n kwartairgeologie doceerde. Vijftien j a a r gele d e n w a s hij een v a n d e 'founding fathers' van het In stituut voor M ilieuvraagstuk ken. Later bleef hij enige tijd adviseur v a n het College v a n Bestuur. Zijn interesse voor d e ontwikkelingssa menwerking en milieupro blematiek droegen niet in geringe mate bij tot zijn late re benoeming tot direkteur v a n het Rijksinstituut voor Natuurbeheer. In 1986 w a s hij betrokken bij d e samenstelling v a n een rapport getitelde: Milieu en Ontwikkelingssamenwer king. Wiggers heeft d e nodige kanttekeningen bij het rap port v a n d e commissie Brundtland. "Ik vind het te optimistisch. Ze h e b b e n het doemdenken over d e toe komst, zoals je dat destijds bij d e Club v a n Rome zag, willen doorbreken. M aar ze onderschatten d e proble men. Vooral d e energiebe hoefte in d e wereld is zo groot dat het kooldioxidepro bleem e e n wezenlijk v r a a g stuk blijft. Ik denk dat voor d e problemen in d e wereld een oplossing bestaat, m a a r of die er komt is vooral e e n kwestie v a n politieke wU."
nog e e n 'jonge' tak v a n de ge schiedwetenschappen. Emd ja ren zestig h e b b e n enkele do centen, m a a r vooral studenten geschiedenis, er zich voor inge zet dat het vak theorie van de geschiedenis e e n vast onder deel v a n hun studie werd. Het vak was, m a a r is ook nu nog, met geheel onomstreden. De 'traditionele' historici moeten er niets v a n hebben. Ze vinden het onpraktisch, irrelevant en a b stract, en houden zich liever be zig met het echte werk: achie fonderzoek. Volgens hen is het zonde v a n d e tijd om je bezig te houden met d e achtergronden v a n dit vak. Deze historici blij ven zo dicht mogelijk bij d e oor spronkelijk bronnen, omdat ze denken d a n objectief bezig te zijn. Lorenz denkt d a a r echter heel a n d e r s over: "Het is e e n illusie objectief bezig te zijn door zo dicht mogelijk bij d e bronnen te blijven." Dat d e betrouwbaarheid v a n e e n bron soms omstreden is, il lustreert Lorenz onder a n d e r e a a n d e h a n d v a n d e 'Rauschig affaire' die in 1985 in Duitsland speelde. Het boek Gesprdche mit Hitler uit 1940 v a n Rauschig is jarenlang door Duitse historici die d e Hitlerperiode bestudeer d e n gebruikt als s t a n d a a r d werk. "
Foto Marius v.d. Plas AVC/VU
Vervolg op pag.
7
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 augustus 1986
Ad Valvas | 592 Pagina's