Ad Valvas 1986 - 1987 - pagina 567
19 JUNI 1987 Kwaliteit laat zich niet meten. Van kwalitatief hoogstaand juri disch wetenschappelijk onder zoek is dan sprake, wanneer wezenlijke elementen van het recht geëxpliciteerd worden. Of juridisch onderzoek goed dan wel slecht is kan dan ook alleen aan de hand van een inhoude lijke beoordeling vastgesteld worden. Dat betoogde de Nij meegse emeritus hoogleraar mr. S. Van Wijnbergen op een studiedag over "Kwaliteitsme ting in het juridisch onderzoe k"aan de Erasmus universiteit. Een actueel thema vanwege de publikatie van het eindrapport van de Verkenningscommissie rechtsgeleerdheid. Die commis sie, voorgezeten door Van Wijn bergen, inventariseerde in op dracht van minister Deetman het onderzoek aan de negen Nederlandse juridische facultei ten. De commissie concludeerde dat het rechtsgeleerd onderzoek de toets der kritiek kan door staan, maar vond dat het niet erg internationaal georiënteerd is. Dat zou moeten worden ver beterd. De commissie uitte haar twijfels over het onderzoeksbe leid van de faculteiten in Rotter dam en Nijmegen en zei bij de meeste andere faculteiten geen gedegen onderzoeksopzet en verslag te hebben aangetroffen. Maar dit zegt nog niets over de onderzoekskwaliteit, aldus de commissie. Vertegenwoordigers van de Erasmus Universiteit en de Ka tholieke Universiteit van Nijme gen uitten zware kritiek op de werkwijze en bevindingen van de commissie. Die kritiek wordt grotendeels gedeeld door de
Juristen twisten over kwaliteitsmeting Het gebruik van zogenaamde objectieve, kwantitatieve graadmeters bij de beoordeling van de kwaliteit van wetenschappelijk onder zoek levert slechts een schijn van exactheid op en is in ieder geval in de rechtsgeleerdheid zin loos. twee Belgische commissieleden dr. W. van Gerven en dr. S. ba ron Fredericq. Ze zonden een minderheidsnotitie aan de mi nister. De beide commissieleden ver wijten de commissie onder meer dat zij geweigerd heeft meer exacte meetmethodes te gebrui ken. Volgens Van Wijnbergen heeft dat echter in de rechtswe tenschappen geen enkele zin. Hij wees er op dat het tellen van publikaties in internationale tijdschriften en het werken met citationindexes: methodes die bijvoorbeeld door de Verken ningscommissie economie ge bruikt zijn, maar in de rechtswe tenschap niet toepasbaar zijn. "Nederlandse juristen bestude ren het Nederlandse recht en dat is nu eenmaal anders dan het Engelse of het Duitse. Daar om bestaat in het buitenland voor de resultaten van Neder lands wetenschappelijk juri disch onderzoek relatief weinig belangstelling. Nederlandse ju risten publiceren dan ook nau
welijks in internationale tijd schriften en worden ook nauwe lijks door buitenlandse juristen geciteerd," aldus Van ^Vijnber gen. Volgens de Nijmeegse hoogle raar is er overigens ook om an dere redenen meer dan genoeg aanleiding om bij statistische meetmethodes de nodige vraagtekens te zetten. Zo wees hij er bijvoorbeeld op dat om in de Nederlandse economen top dertig van het tijdschrift Econo mische Statistische Berichten te komen, een wetenschapper in 1986 slechts zeventien keer in internationale publikaties geci teerd te hoefde te worden. "Sta tistisch gezien is het belachelijk om daaruit conclusies te trek ken," vond Van Wijnbergen, die er verder nog op wees dat veel ideeën vaak niet geciteerd wor den omdat ze ondertussen ge meengoed zijn geworden.
Angst Ook de andere inleiders op de studiedag bleken weinig ver
In het door In 't Veld geopende Tinbergeninstituut zullen topon derzoekers in de economie wor
den opgeleid. De beide univer siteiten van Amsterdam en die ErasmusUniversiteit werken er in samen. Volgens de topambte naar moet een dergelijk insti tuut, dat hij aanduidde als 'AIO concentraat', een verzamel plaats zijn van goede weten schappers in een bepaald vak gebied. M ede dankzij de activiteiten van deze instituten kan het Nederlandse aandeel in de wereldproduktie aan weten schap groeien met 20 procent van 1 tot 1,2 procent van het totaal. In 't Veld zei voorts te verwach ten dat van elke drie aio's met een afgeronde opleiding er één emplooi vindt binnen een uni versiteit of een onderzoeksinsti tuut, terwijl er twee bij het be drijfsleven of de overheid te rechtkomen. Hij toonde zich te vreden over de werving van AIO's, die "voorspoedig" ver loopt, al zijn er uitzonderingen. Een salarisverhoging biedt daar echter geen uitkomst, om dat het bedrijfsleven deze onge daan zou maken met een nog beter aanbod, zo meent hij. (Bert Bakker/UP)
Foto Bram de Hollander
trouwen te hebben in de pogin gen om de kwaliteit van juri disch onderzoek met behulp van kwantitatieve indicatoren te meten. "Welke indicator je ook gebruikt, je meet altijd wat an ders dan kwaliteit," meende de Groningse rechtssocioloog Grif fith. Volgens Griffith moet "de vlucht in het meten" onder an dere verklaard worden uit de angst die er onder Nederlandse wetenschappers bestaat om rechtstreeks met elkaar in dis cussie te treden over de kwali teit van hun werk. De Utrechtse hoogleraar Van Dijk merkte op dat steeds meer onderzoekers onder druk van de "publish or perishcultuur" er toe over gaan meerdere artike len op grond van een en het zelfde onderzoek te publiceren. Evenals Van Wijnbergen al had gedaan, wees Van Dijk verder op de onacceptabele gevolgen van de onder kwaliteitmeters in zwang zijnde ge woont om tijd schriften te 'wegen'. "De publi katiecultuur in Nederland is niet zo dat de beste artikelen altijd in de beste tijdschriften komen. Het gebeurt maar al te vaak dat zeer goede artikelen in minder hoog aangeschreven tijdschrif
Financiële beroepsopleiding officieel gepresenteerd
In 't Veld: 'Doorstroming tweede fase veel groter' Minstens een derde van de af gestudeerde eerste fasestu denten stroomt door naar de tweede fase. Dat zei directeur generaal hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek dr. R.J. in 't Veld vorige week vrij dag in Rotterdam, waar hij na mens Deetman het Tinbergen instituut opende. In 't Veld weersprak daarmee een van de uitkomsten van de onlangs verschenen evaluatie van de Wet tweefasenstructuur. Daarin kwamen onderzoekers tot de conclusie dat de doorstro ming niet meer dan 19 procent bedraagt. Zij baseerden zich echter op de uitstroom van afge studeerden in het lopende stu diejaar, die bijna 27000 be draagt. Dat vertekent het beeld, omdat in dit jaar zowel de laat ste lichting studenten uit 1981 met een vijfjarige studieduur, als de eerste lichting uit 1982 met een vierjarige opleiding het doctoraal kan halen. Wanneer dat effect voorbij is, zullen jaar lijks bijna 16000 studenten af studeren, twee derde van de in stroom van 24000 eerstejaars. Zowel de onderzoekers als In 't Veld berekenen het aantal plaatsen in de tweede fase op 5100: 1500 aio's, 1000 in de lera renopleiding, in de medische richting 2000 (een doorstroming van 100 procent) en ca. 600 plaatsen in de specifieke be roepsopleidingen. Volgens In 't Veld is onder de tweefasen structuur wel degelijk een flinke verbetering van het studieren dement opgetreden. De onder zoekers schatten dit op 67 pro cent. Dat is weliswaar minder dan beoogd, maar nog altijd 12 procent meer dan onder het oude systeem, waarin niet meer dan 55 procent de eindstreep haalde.
Robert van Bussel/UP
ten verschijnen en vice versa. Al was het maar omdat de schrijver toevallig de uitgever of de 2edactie van het betreffende blad goed kent." Tijdens een ingelaste perscon ferentie liet decaan Akkermans van de Rotterdamse juridische faculteit, weten niet onder de in druk te zijn van de betogen. Ak kermans erkende dat er nogal wat bezwaren kleven aan kwantitatieve kwaliteitsmetin gen, maar hij volhardde in zijn standpunt dat de commissie, nu zij er zelf ook niet in geslaagd is een goede methode te ontwik kelen om kwaliteit te meten, aanbevelingen om "ook te tel len" niet naast zich neer had mogen leggen. "Had de commissie bijvoor beeld het aantal publikaties per mensjaar per faculteit geteld, dan zou Rotterdam zeker beter uit het onderzoek naar voren zijn gekomen," aldus Akker mans. Soortgelijke geluiden wa ren eerder vorige week ook al aan de Nijmeegse juridische fa culteit te beluisteren. Volgens Rotterdam en Nijmegen heeft de commissie in haar verslag te sterk de nadruk gelegd op het belang van onderzoeksfUoso fieën, plannen en program ma's. Akkermans schroomde verder niet te verklaren dat de commis sie zich in een aantal gevallen "in heeft laten pakken door goed public relationsbeleid". Met name de juridische facultei ten van de Universiteit van Am sterdam en de Rijksuniversiteit van Leiden zouden "zich dikker gemaakt hebben dan ze in wer kelijkheid zijn".
Minister Deetman Foto Bram de Hollander
Woensdagmiddag is de Am sterdamse Academie voor Bank en Financiën officieel op de VU gepresenteerd in aanwezigheid van onderwijsminister drs.W.J. Deetman, die ook een korte toe spraak hield. De academie start in september aanstaande als eerste in den lande met een vierjarige experimentele be roepsopleiding voor banen in de financiële sector, waarvan het bijzondere is dat het een mengvorm tussen een universi taire en een HBOopleiding is. Jaarlijks zullen 200 studenten worden toegelaten. Zij worden opgeleid voor management en staffuncties. De financiële we reld toonde van meet af aan
belangstelling voor de oplei ding. Daarnaast komt het oplei dingsexperiment ook tegemoet aan de wens van de overheid om meer m te spelen op de be hoeften in de samenleving (de zgn. HOAKnota). Het experi ment is voor vijf jaar opgezet. Andere woordvoerders bij de presentatie van de opleiding waren drs.H.S.H. Mees, voorzit ter van het bestuur van het Ne derlands Instituut voor het Bank en Effectenbedrijf (NIBE) en het lid van het college van bestuur van de VU drs. S.J. Noorda in de kwaliteit van voor zitter van het bestuur van de Stichting Amsterdamse Acade mies.
300 miljoen voor verbetering beroeps en hoger onderwijs Voor de verbetering van de kwaliteit van het personeel en de apparatuur in het beroeps en het hoger onderwijs heeft het kabinet 300 mUjoen stimule ringsgeld toegekend. Het be drag van 300 miljoen gulden is niet meteen volledig beschik baar. Pas in 1991 zal de begro ting er structureel mee worden verhoogd. Tot die tijd komt een langzaam oplopend bedrag ter beschikking. In 1987 was dat 50 miljoen. De universiteiten krijgen tot 1991 49,1 miljoen gulden extra voor apparatuur. Een derde deel van dat bedrag wordt ver deeld via ZWO. Dat heeft het kabinet vrijdag besloten tijdens de Ministerraad. In de totale ka binetsperiode wordt 625 miljoen uitgegeven, waarvan 120,6 mil joen naar de universiteiten gaat en 169,6 mUjoen naar het HBO. Universiteiten en HBO krijgen daarmee samen evenveel geld
als het Lager en middelbaar beroepsonderwijs. Het land bouwonderwijs mag daarnaast rekenen op 43,7 mUjoen (waar van 14,6 min. voor het hoger onderwijs). Naast extra geld voor appara tuur krijgen de universiteiten gedurende de kabinetsperiode ook 26 miljoen gulden om de verschuiving van studenten van de relatief goedkope alfastu dies naar de duurdere beta en technische opleidingen te kun nen financieren. Voorts is 9 mil joen beschikbaar voor de 'inter nationalisering'. De universitei ten ontvangen in vier jaar 36,5 miljoen, bestemd voor SURF. Het HBO ontvangt daarvoor in de jaren tot 1991 een veel groter bedrag: 145,5 miljoen. Vanaf 1991 krijgen de universi teiten ieder jaar 57 miljoen extra en het hbo 82,5 miljoen. De ver deling van de 57 miljoen is als
volgt: 10 miljoen gaat naar dure studierichtingen 21 miljoen voor apparatuur (waarvan 1/3 deel via ZWO) 21 miljoen voor informatisering (SURF) 5 miljoen voor internationalise ring Op Prinsjesdag zal minister Deetman een meer gedetail leerde verdeling van het stimu leringsgeld bekend maken in het Hoger Onderwijs en Onder zoekplan (HOOP). (Bert Bakker/UP) m
word ook bloeddonor
020123456
Q
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 augustus 1986
Ad Valvas | 592 Pagina's