Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1986 - 1987 - pagina 371

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1986 - 1987 - pagina 371

10 minuten leestijd

27 FEBRUARI 1987 Eerste inspecteur wetenschappelijk onderwijs prof. dr. D.W. Bresters:

'Als de instellingen het goed doen, heb ik veel vrije tijd' In het voorjaar v a n 1985 piibliceerde minister Deetman d e eerste versie van zijn beleidsnota 'HOAK' (Hoger Onderwijs: Autonomie e n Kwaliteit). Het meest omstreden voorstel v a n die nota vormde ­nieuw voor d e univer­ siteiten­ e e n 'systeem v a n kwaliteitsbewaking'. Een hele rij v a n commissies zou voortaan, achteraf, toezien op d e kwaliteit v a n het wetenschappelijk onderwijs. Het systeem w a s d e prijs die d e minister vroeg voor zijn in d e nota gelanceerde nieuw a a n p a k v a n d e universiteiten. De overheid zou meer afstand b e w a r e n . De instellingen werden, nog meer, b a a s in eigen huis. De universiteiten o m a r m d e n d e 'HOAK­filosofie', zoals d e nieuwe a a n p a k al gauw werd genoemd, m a a r d e prijs, d e kwaliteitsbewaking v a n over­ heidswege, vonden zij te hoog. Kwaliteit, dat w a s toch him verantwoorde­ lijkheid? In de defintieve versie v a n d e nota, die eind 1985 n a a r het parlement ging, bleek de minister d e kwaliteitsbewaking te h e b b e n toebedeeld a a n d e al in de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs aangekondigde, op te richten Inspectie voor d e universiteiten. Het a a n t a l soorten beoordelende conmiis­ sies was teruggebracht tot é é n (visitatiecommissie), m a a r d e instellingen Ik weet dat het WO er niet op zat te wachten. Dat kan ik me ook goed voorstellen. De men­ sen zijn altijd gewend geweest om geheel autonoom hun gang te gaan. Het kostte ook bij de voorwaardelijke financiering heel wat moeite om het systeem van externe beoordeling geac­ cepteerd te krijgen. Maar nu is de gemiddelde mening toch niet die van echt ongenoegen. Ik zie met m waarom dat voor het on­ derwijs anders zou gaan. "Nou kan ik me voorstellen dat de msteUmgen zeggen: we ma­ ken een onderzoeksverslag en een onderwijsverslag, wat wd je nou nog meer? Dan zeg ik: de kwaliteit van het onderzoek is al met zoveel waarborgen omge­ ven, maar wat kan de minister leren van een onderwijsver­ slag? Dat gaat over rende­ mentscijfers. Die zeggen wel iets, maar een minister die in­ houd wil geven aan zijn verant­ woordelijkheid, zal meer moe­ ten doen. "Het botst met een traditie, hè? Om het maar heel simpel te zeg­ gen: de umversiteiten voelden zich heel lang te goed om zich aan het oordeel van een ander te onderwerpen. Er zijn geen echte rotte plekken, maar er zijn wel klachten, van studenten bij­ voorbeeld. En die komen niet zo gemakkelijk m een onderwijs­ verslag. "De geluiden dat je de Inspectie bmten de deur moet houden, hoor ik trouwens met meer zo­ veel. Die zijn wel heel sterk ge­ weest, in het begin, voortko­ mend uit de gedachte: dat zal wel net zoiets worden als in het basisonderwijs, de inspecteur die zo nu en dan eens komt kij­ ken of de kleur van de gordijnen wel redelijk is en of de toiletten wel schoon zijn. En die met het schoolbestuur praat. Maar zo­ iets wordt het natuurlijk niet."

Complementair "Dat er wantrouwen bestaat te­ gen pottekijkers, is helder. Maar om dat weg te nemen heeft de minister de eerste verantwoor­ delijkheid bij de instellingen ge­ legd. Het werk van de Inspectie is complementair. Dus als u nou zegt: u gaat zorgen voor de kwaliteit van het onderwijs, dan zeg ik nee: de eersten die daar­ voor moeten zorgen, zijn de m­ stellingen zelf, via een systeem van kwaliteitsbewaking. De In­ spectie beoordeelt dat systeem. De taak van de Inspectie is in de eerste plaats een meta­evalua­ tieve, het evcdueren van de eva­ luatie.

bleven protesteren. In april v a n het vorig j a a r werd in d e WO­kamer, het overleg tussen minister e n universiteiten, uiteindelijk toch e e n zekere over­ eenstemming bereikt. De universiteiten zouden d e kwaliteitsbewaking in d e eerste plaats zelf ter h a n d nemen. De Inspectie zou over hun schouder m e e kijken; h a a r t a a k zou slechts 'aanvullend' zijn. Elke twee j a a r zullen d e in­ stellingen, die intern driftig g a a n evalueren, e e n evaluatieplan produceren. O p basis v a n dat plan zullen visitatiecommissies worden ingesteld. Die conmiissies n e m e n d a n e e n studierichting door. Na d e instellingen komt ook d e minister (de Inspectie) met e e n evaluatieplan. Ook hij k a n visitaties opzetten, m a a r ook a n d e r e onderzoeken voorbereiden. Terwijl d e universiteiten sindsdien moeizaam voortmodderden, werd in Zoetermeer voor e e n keer h a a s t gemaakt. Per 1 februari is d e eerste in­ specteur benoemd. Prof. drD. W. Bresters (51), in e e n vorig leven hoogle­ r a a r wiskunde e n rector magnificus v a n d e Universiteit v a n Amsterdam, heeft nog g e e n kantoor, officieel nog g e e n collega e n ook nog g e e n enkele 'ondersteuning'. Hij is zich bewust v a n d e scepsis v a n d e universiteiten, m a a r ziet zijn nieuwe t a a k met enthousiasme tegemoet. Prof. dr D.W. Bres­ ters, eerste inspecteur voor het WO. de Verenigde Staten en Enge­ land ook. Kijk, als je een abso­ luut volledig en gefundeerd oor­ deel over een studierichting vril geven, moet je er een jaar gaan werken."

ST '" V ' :­' I' ^

Follow­up Het eindrapport van een visita­ tiecommissie moet in de eerste plaats een cdgemeen oordeel geven: wat is, ook in mtematio­ nale context, het mveau? Verder somt het wellicht op: daar en daar hebben we dat en dat manco gesignaleerd, het be­ langrijkste IS dan natuurlijk de foUow­up: doet men er iets mee?

d

.*^i

Prof Bresters "Kwaliteitsbeoordeling is m het belang van de instellingen ' "Daarnaast kan zij witte plek­ ken opvullen: zelf visitaties doen. Kijk, bij mijn afscheid als rector van de Umversiteit van Amsterdam, 's avonds aan het diner, zei In 't Veld dat mijn b a a n hem heel aardig leek: als de instellingen het goed doen, heb ik veel vrije tijd. Dat is in­ derdaad de idecde situatie. Nou verwacht ik met dat het zo'n vaart zal lopen. En daarnaast blijft natuurlijk de taak van, noem het, aspectenonderzoek. "Je zou bijvoorbeeld kunnen kij­ ken naar het internationale ka­ der van het WO. Er zijn allerlei signalen, van de OECD, de RAWB, de Europese Commis­ sie, dat het Nederlandse onder­ zoek de neiging heeft introvert te zijn. Zich weinig m internatio­ nale context beweegt. Dan kun je je afvragen: is dat echt zo. En: wat zou je eraan kunnen doen? Ander voorbeeld: de recente ontwikkeling van de geweldige hoeveelheid deeltijdopleidin­ gen. Hoe staat het daarmee. Dat zijn dingen die je zelf kunt initiëren."

Visitatie "Er is natuurlijk wel afgesproken dat de Inspectie niet in het wilde weg aan het werk gaat. Twee­ jaarlijks komen er evaluatie­ plannen: van de instelbngen en, op basis daarvan, van de minis­

ter. Zodat het veld niet op ieder ogenblik overdonderd kan wor­ den door een onderzoek van de Inspectie waarop memand ge­ rekend had. "Visitatiecommissies zullen van die plannen een belangrijk on­ derdeel vormen. Commissies die de mstellingen langs gaan, de stand van zaken beoordelen en eventueel wijzigingen advi­ seren. "Die commissies gaan kijken naar de doelsteUmgen van een opleiding, de eindtermen, hoe geeft men die vorm in een pro­ gramma. Naar werkvormen: hoe wordt het onderwijs gege­ ven, wat is het aanbod van keu­ zevakken en bijvakken? En ook heel belangrijk: wat is het on­ derwijsbeleid van een faulteit? Welke verzorgingsstructuur is er? Studiebegeleiding, advise­ rmg, coördinatie: wat gebeurt er op dat gebied? Wat doet men a a n het probleem van de drop­ out? "Maar ook: hoe is de relatie met het onderzoek? Hoe geeft men vorm aan de taak om mensen op te leiden tot onderzoeker? Wat is het oordeel van het be­ roepsveld? In hoeverre voldoet een opleiding aan wat m het beroepsveld noodzakelijk wordt geacht? En: wat is het voorzie­ ningenniveau? Apparatuur, de mogelijkheden om buitenlandse gasten aan te trekken."

UP­foto Maarten Hartman

Remco Pols/UP "Ik denk sterk aan commissies op studierichtingsniveau. Hele universiteiten beoordelen heeft weinig zin: dat is zo complex en daar komt toch weinig discrimi­ nerends uit. Je zult misschien wel wat moeten clusteren, want anders moet je dertig, veertig studerichtingen langs. ledere vijf jaar. Dat is in de WO­kamer afgesproken, maar ik betwijfel of het haalbaar is. De eerste keer misschien, maar daarna: je moet met dit soort dingen al­ tijd voorzichtig zijn. Een redelijk dekkend systeem opzetten, maar niet weer een zware bu­ reaucratie. Het moeten kleine commissies blijven: maximaal vijf man. Een bmtenlander en vier Nederlandse deskundigen. Erkende deskimdigen. Het valt niet te vermijden dat die vaak a a n een mstelling gebonden zullen zijn. "Zo'n commissie bezoekt alle in­ stellingen waar een studierich­ ting aanwezig is. Praat met de mensen daar. met iemand van het faculteitsbestuur, iemand van de commissie onderwijs en wetenschapsbeoefening, met studieadviseurs en met mdivi­ duele docenten en studenten. Niet te veel, want dan blijven ze de hele week. Twee dagen moet voldoende zijn. Dat doen ze in

Het ultimum remedium is een negatieve bekostigingsverkla­ ring. Door de immster, maar voor het zover is, ben je een heel eind verder. Hij begint natuur­ hjk met te zeggen: ik heb hier een oordeel, ik heb wat zorgen, ik vind dat u daar wat aan moet doen. Je kunt dan afspreken dat je na twee, drie jaar nog eens terug komt. Voor een geïsoleerd onderzoek. Blijkt er dan­ruks te zijn gebeurd, ja, dan moet je tegen de minister zeggen: minis­ ter, u moet iets doen. "Er zijn nog aUWJei onzekerhe­ den. Veel moet nog besproken worden. Dit jaar beginnen we met twee proef­visitoties. Ik zou dat bij voorkeur samen met de instellingen doen. Of die virUlen? Op 11 maart praat ik voor het eerst met de stuurgroep­HOAK van de VSNU. "Wat we ook nog niet weten: wat gaat het allemaal kosten? Je hebt zo'n deskundige zes we­ ken nodig. Zijn de instellingen bereid om hun mensen zo lang af te staan? Of zeggen ze: minis­ ter, u stelde het dagtarief voor een hoogleraar ooit op 1500 gul­ den, dus: kassa! De KNAW­ commissie die de scheikunde doorlichtte, kostte drie ton. Nou, neem de heUt: anderhalve ton. Veertig studierichtingen in vijf jaar betekent dan zes miljoen gulden per periode. Zo bekeken kunnen de instellingen de visi­ tatie beter door de Inspectie la­ ten doen. "Nee, serieus. Kwaliteitsbeoor­ deling is in het belang van de insteUingen. De concurrentie wordt groter: de slag om de stu­ dent woedt in alle hevigheid. Dure advertentiecampagnes als varyde L imburgse universi­ teit zijn heel aardig, maar nog nog beter is natuurlijk een open­ baar rapport waarin gewoon staat hoe goed je bent."

B

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 augustus 1986

Ad Valvas | 592 Pagina's

Ad Valvas 1986 - 1987 - pagina 371

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 augustus 1986

Ad Valvas | 592 Pagina's