Ad Valvas 1986 - 1987 - pagina 7
BOEKEN Blakend én geknakt zelfvertrouwen Hoe zal d e wetenschap zich tot d e eeuwwisseling ontwikkelen? Vijftien v o o r a a n s t a a n d e weten s c h a p p e r s h e b b e n zich over d e z e v r a a g gebogen. Hun denk b e e l d e n zijn gebundeld in e e n publicatie die bij wijze v a n eer betoon onlangs is a a n g e b o d e n a a n prof. R. v a n Lieshout, d e voormalige voorzitter v a n d e or ganisatie voor Zuiver Weten schappelijk Onderzoek (ZWO). De bundeling levert natuurlijk g e e n pasklare blauwdrukken of panklare recepten op. De toe komst is ongewis en ook a c a d e mici kunnen d o o r g a a n s niet verder kijken d a n hun eigen schaduw. De verwachtingen die d e vijftien wetenschappers voor het j a a r 2000 uitspreken zijn d a n ook in feite niet meer d a n wat ze op dit moment al interessant of juist zorgwekkend binnen hun vakgebied vinden. Even afgezien v a n d e vakmati g e inhoud, vallen d e verschillen o p in d e toonzetting w a a r m e e d e vijftien n a a r d e toekomst kij ken. De bijdragen v a n d e bèta wetenschappers zijn veelal doordrenkt met e e n blakend zelfvertrouwen. Immunoloog BaUieux sicpaaleert "hoogge s p a n n e n verwachtingen" die er ten a a n z i e n v a n zijn vakgebied gekoesterd worden en acht die volkomen terecht. De ontwikke ling v a n g e a v a n c e e r d e cel kweektechnieken e n ceDdone ring opent volgens h e m "wijde perspectieven". Ook biochemicus Van Dam rept over "spectaculaire vorderin gen" en "stormachtige ontwik kelingen" op het gebied v a n DNAtechnologie. Natuurlijk, over veel zaken tast men nog in het duister en d e kinderschoe n e n zijn meestal nog niet afge worpen. Maar d e bestudering v a n eiwitcomplexen zal e e n "grote vlucht" n e m e n e n vruch
Wim Crezee ten afwerpen die ons zullen ver rassen, zoveel is zeker. Fysicus 't Hooft verwacht veel h e ü v a n grotere versnellers die momenteel in a a n b o u w zijn. De elementaire deeltjes k a n m e n d a n nog harder laten botsen e n d a t levert weer meer informatie o p over d e structuur ervan. Een e n a n d e r k a n slechts plaatsvin d e n met behulp v a n supercom puters. In scherp contrast tot dit vooruit gangsoptimisme, s t a a n d e bij d r a g e n over sociale weten s c h a p p e n e n filosofie. De kennis ontwikkelt zich in deze vakge b i e d e n meestal niet cumulatief e n wat door d e e e n als e e n stap vooruit wordt gezien, wordt door d e a n d e r juist beschouwd als e e n regressie. Op zichzelf is dat laatste niet zo vreemd. Sociale w^etenschappen kunnen, gege v e n hun wisselwerking met d e samenleving, niet veel meer overeenstemming vertonen d d n die maatschappij zélf opbrengt. Iets a n d e r s is het w a n n e e r blijkt d a t d e b e s t a a n d e specialisatie is ontaard in een regelrechte versplintering. De stand v a n za ken in het sociaalwetenschap pelijk onderzoek vertoont d a a r door gelijkenis met "een ontplof fende confettifabriek" (Duijker).
g e n k w a m e n niet uit. De droom v a n d e 20ste eeuw, w a a r i n d e sociologie werd gepresenteerd als e e n 'sociotechniek' n a a r voorbeeld v a n d e natuurweten schappen, werd niet b e w a a r heid. Van Doom heeft enige tijd terug al publiekelijk (in het NRC) te k e n n e n g e g e v e n weinig heil meer te verwachten v a n d e so
Socioloog J.A.A. van Doo rn spreekt v a n crisisgevoelens bin n e n zijn vakgebied. Het zelfver trouwen heeft in d e sociologie e e n behoorlijke k n a u w gekre gen. Ook dat heeft volgens hem maatschappelijke oorzaken. De betekenis v a n het westerse cul tuurgoed is d e laatste jaren d a nig gerelativeerd e n dat heeft ook z'n weerslag g e h a d op d e westerse sociaje wetenschap pen. De (te) h o g e verwachtin
Koos Neuvel zelf ook d e g o e d e therapie toe g e p a s t kunnen worden. Als d e persoon v a n d e misdadi ger tot probleem wordt ver klaard, d a n is het d e v r a a g hoe dat probleem veroorzaakt wordt. De mogelijkheid werd uitgesloten dat e e n misdadiger uit eigen vrij wU tot zulke perver s e handelingen kon komen; er moesten 'objectieve' oorzaken g e v o n d e n worden buiten het zelfbewustzijn v a n d e misdadi ger. Die oorzaken moesten ge v o n d e n worden in d e erfelijke e i g e n s c h a p p e n d a n wel in ver p e s t e n d e invloeden v a n het so ciaal milieu; het aloude 'nature nurture' debat dus. In Nederland w a s Aletr ino d e bekendste vertegenwoordiger v a n d e richting die het zocht in d e persoonlijke a a n l e g v a n d e misdadiger. De meest radicale toepassing v a n d e inzichten v a n deze school is in NaziDuitsland in praktijk gebracht. Als d e mis dadigheid immers a l in d e erfe
scheidenheid blijft geboden, vindt ook d e econoom C r ame r. "Alles wat je schrijft en doet is e e n b l a d op d e composthoop v a n d e wetenschap." Of crisisgevoel d a n wel enthou siasme op z'n plaats is, k a n d e toekomst leren. Eén voorspel ling k a n in ieder geval met ze kerheid worden g e d a a n : e e n v a n d e interessantste boeken die in het j a a r 2000 zal verschij nen, zal 'Ter ugblikken op voor uitblikken uit de jar en tachtig' heten.
Vijftien wetenschappen, vijftien j a a r ver der, onder redactie v a n H M. Jolles e.a. Staotsuitgeven). Pnjs /f 35,.
Foto Peter Wolters, AVCfVU
De misdaad als oplosbaar probleem Dat in e e n toekomstige gemeen s c h a p g e e n misdadigheid meer zal voorkomen, "is e e n w a a r heid, welke even evident is als d e z e a n d e r e : dat n a d e komst v a n het Godsrijk op a a r d e d e menschheid gelukkiger zal zijn d a n nu." Dat schreef d e crimino loog Feber in het j a a r 1934. Anno 1986 kent zijn vakbroeder Jac. van Wer ingh minder zeker heden, gezien zijn cynische toe voeging: "En sinds God dood is lijkt mij zelfs dat laatste niet m e e r evident." De gelukzalige zekerheid v a n i e m a n d als Feber w a s niet uit zonderlijk, dat laat Van We ringh zien in zijn beschrijving v a n d e in Nederland beoefende criminologie sinds het einde v a n d e negentiende eeuw. De ge meenschappelijke veronder stelling w a a r bijna elke crimino loog v a n uitging, w a s dat d e m i s d a a d in principe e e n oplos b a a r probleem w a s . Als m a a r d e juiste diagnose gesteld werd v a n wat d e oorzaken w a r e n v a n zo'n pathologisch verschijn sel als misdaad, d a n zou van
ciologie als afzondeUjke disci pline. Hij put zijn hoop voor d e toekomst uit het ontstaan v a n wetenschappelijke coalities v a n zijn vak met antropologie en ge schiedenis. Niet alleen d e sociale weten s c h a p p e n tobben met het pro bleem v a n het praktische nut voor d e toekomst, merkt psycho loog Wagenaar in zijn bijdrage terecht op. Ook economen w a g e n zich niet g r a a g a a n e e n voorspelling die zich uitstrekt over vele jaren, e n d e metereo logen v a n het K NMI zijn juist gestopt met het verstrekken v a n gedetailleerde weersvoorspel lingen voor d e gehele week. Be
lijke e i g e n s c h a p p e n opgesloten zit, h e b b e n opvoeding of onder wijs g e e n enkele zin; het beste is het om het a a n t a l mensen met e e n kwalijke erfelijke belasting te reduceren. De sociaaldemocraat W. A. Bonger m e e n d e d a a r e n t e g e n dat d e m i s d a d i g e r tot zijn han deling gebracht werd door maatschappelijke oorzaken. Als d e sociaaleconomische positie v a n d e a r m e bevolking m a a r versterkt werd, zou d e m i s d a a d op d e n duur vanzelf verdwijnen. O m die r e d e n werd het socialisme door Bon gers g e p r o p a g e e r d . Van We ringh wijst erop dat d e b e n a d e ring v a n Boiiger niet zo heel veel verschilt v a n zijn tijdgeno ten, hij ging uit v a n dezelfde positivistische premissen, al leen a a n g e v u l d met e e n soci alistisch i d e a a l . Het w a s altijd dezelfde op na tuurwetenschappelijke leest geschoeide, psychologiseren d e b e n a d e r i n g die overheerste. P a s in d e afgelopen d e c e n n i a zijn er enkele m e n s e n g e w e e s t
met e e n a n d e r perspectief. Cri minologen alsBianchi en Hoef nagels zijn niet op zoek n a a r d e w a a r h e i d v a n d e misdadiger, e n lijken sceptischer over d e mogelijkheid om d e m i s d a a d met wortel e n tak uit te roeien. In p l a a t s v a n op d e misdadiger plaatsen zij het spotlicht op de g e n e die d e misdadiger defi nieert. Voor h e n zijn d e weten s c h a p en het justitieel a p p a r a a t niet d e oplossing v a n het pro bleem, m a a r maken er deel v a n uit. Door d e stigmatisering die bijvoorbeeld vanuit die hoek plaatsvindt, worden criminele carrières sneller g e m a a k t d a n gebroken. De geschiedschrijving v a n d e Nederlandse criminologie door Van Weringh w^ordt enigszins bemoeüijkt door het feit dat hij zelf, als hoogleraar a a n d e UvA, é é n v a n d e hoofrolspelers is. Dat blijkt vooral uit het laatste d e e l v a n zijn boek w a a r i n hij d e bijdrages v a n zijn collega's be schrijft. De eigen bijdrage blijft daarbij buiten beschouwing, m a a r wel treedt hij soms in de b a t met zijn coUega's w a a r d o o r in enige mate d e eigen opvat ting over het vak verduidelijkt wordt. Toch blijft het boek wat halfslachtigs houden, ergens tussen polemiek en afstandelij ke historische a n a l y s e Ln. Hoef n a g e l s krijgt er bijvoorbeeld be hoorlijk v a n langs m a a r voor
zijn kritiek op Bianchi worden w e verwezen n a a r een artikel d a t ooit in e e n tijdschrift ver scheen. Zelf presenteert Van Weringh zich g r a a g als d e redelijke scep ticus, iemand die zich keert te g e n al te grote wetenschappelij ke pretenties voor wat betreft d e verklaring en de oplossing v a n het misdaadprobleem. Voor h e m zijn er verschülende b e n a deringen mogelijk die g e e n v a n allen het alleenrecht mogen op eisen. Dat is op zichzelf e e n sympa thiek standpunt, m a a r er wordt toch e e n wat vreemd licht op geworpen w^anneer je bedenkt d a t Van Weringh in d e benoe mingscommissie v a n BuUdiui zen heeft gezeten. Ook d e bioso ciale a a n p a k moet v a n Van We ringh als deelbenadering e e n k a n s krijgen. Dat die a a n p a k e e n terugkeer betekent n a a r die verfoeide negentiendeeeuwse wetenschappelijke pretenties, w a a r i n uitsluitend d e beheers b a a r h e i d v a n het g e d r a g v a n d e misdadiger centraal werd gesteld, lijkt Van Weringh niet te deren. Zijn liberale tolerantie lijkt d a n om te s l a a n in een on vermogen om kwaliteitsver schillen te onderkennen.
Jac v a n Wenngh De afstand tot d e honzon verwachting en werkelijkheid m d e Nederlandse cniiunologie. Arbeiders pers, f 44,50.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 augustus 1986
Ad Valvas | 592 Pagina's