Ad Valvas 1986 - 1987 - pagina 317
30 JANUARI 1987 In e e n w a t ambivalente positie werd d e interfaculteit lichamelijke opvoeding (IFLO) vijftien jaar geleden opgericht tussen de medische- e n d e g e d r a g s w e tenschappen in. Zowel het ministerie v a n onderwijs als d e adviescommissies meenden destijds dat e e n nieuw op te richten studierichting voor d e wetenschappelijke b e n a d e r i n g van d e lichamelijke opvoeding van twee zijden gevoed moest worden. De interfaculteit zou zowel door d e gedragswetenschappelijke psychologen e n agogen, als door d e meer m e disch gerichte fysiologen e n anatomen g e d r a g e n moeten worden. Maar voordat d e IFLO in 1971 e e n feit werd, w a s er al heel wat discussie e n comissiewerk a a n vooraf g e g a a n . In 1960 al installeerde d e toenmalige onderwijsminister Cals d e connmissie Jongbloed, die advies moest g e ven over de behoefte en de mogelijkheid in Nederland voor een wetenschappelijke aanpak van de problematiek van lichamelijke opvoeding, w a t d a a r o n der ook moge worden verstaan. Als het rapport in 1962 klaar is, verdwijnt het in d e ijskast, w a a r het zeven j a a r later door minister Veringa weer uit wordt g e haald. Ondertussen h a d d e wijsgerig antropoloog dr. C.C.F. Gordijn in 1963 op d e VU bij d e subfaculteit opvoedkunde e e n buitengewoon lectoraat gekregen in de leer van het menselijk zich bewegen. In 1969 wordt Gordijn hoogleraar. A a n d e rijksuniversiteit in Utrecht werd o p a a n dringen v a n d e Nederlandse Sportfederatie e n enkele lerarenopleidingen l.o. in 1969 e e n bijzondere leerstoel voor d e w e tenschap v a n d e lichamelijke opvoeding vrijgemaakt. Het werd tijd voor e e n ontwerp v a n een nieuwe studierichting lichamelijke opvoeding. In 1970 komt d e Academische Raad met e e n eindadvies. De keuze valt op d e VU, die zich wel enige offers w^ü getroosten om de zaak v a n d e grond te krijgen. De VU zorgt voor d e personele en materiële voorzieningen v a n de nieuwe studierichting e n moet v a n d e minister s a m e n werken met d e UvA. In april 1971 geeft d e minister groen licht e n birmen vijf m a a n d e n moet d e IFLO g a a n draaien. In september beginnen 43 v a n d e negentig a a n g e m e l d e studenten hvm studie l.o. onder professor Gordijn e n drie medewerkers. Nu, n a vijftien j a a r heeft d e IFLO zevenenzestig formatieplaatsen e n zijn er in d e loop der jaren n a a r schatting zo'n tweehondervijftig doctorandussen afgeleverd. Er s t a a n o p het ogenblik zevenhonderd studenten bij d e IFLO ingeschreven e n de gemiddelde instroom v a n hondervijfentwintig nieuwe studenten per j a a r houdt vooralsnog a a n . De VU herbergt d e enige faculteit in het land w a a r m e n lichamelijke opvoeding als studie kan doen. "Elders o p d e Nederlandse universiteiten vind je ook inspanningsfysiologen of a n a tomen o p verschillende deelgebieden," zegt prof. dr. H.C.G. Kemper, d e c a a n v a n d e IFLO. "Maar w a t ons hier in é é n faculteit bindt, is het menselijk b e w e gen." Wat er onder d a t menselijk b e w e g e n moet worden verstaan, d a a r o v e r is al heel w a t discussie gevoerd binnen d e eigen gelederen.
Gymnastiek Zo heeft m e n zich op d e IFLO jarenlang het hoofd gebroken over d e n a a m . Lichamelijke opvoeding zou te veel d o e n d e n -
IFLO vijftien jaar: eigen identiteit krijgt vorm Wereldberoemd, zo betitelden d e kranten in d e cember d e interfaculteit lichamelijke opvoeding (IFLO) v a n d e VU n a a r aanleiding v a n het schaatsproefschrift v a n R. d e Boer. Na vijftien j a a r zoeken n a a r e e n eigen identiteit - w a t is het object v a n studie, lichamelijke opvoeding in e n g e zin, zeg m a a r gymnastiek, of het bredere bewegingsonderzoek? - e n d e onvermijdelijke groeistuipen is d e v r a a g gewettigd of d e puber nu eindelijk volwassen is. Uit d e zoektocht n a a r e e n identiteit vloeide ook d e discussie voort over d e v r a a g in hoeverre d e onderzoeker zich op d e praktijk moet richten. De afgelopen vijf j a a r ging men echter gewoon a a n het werk e n niet zonder succes. Dit j a a r wordt d e IFLO omgedoopt tot faculteit der bewegingswetenschappen.
Carolien Stam ren babies. Na e e n fundamenteeL beschrijvend gedeelte zal men onderzoek doen n a a r d e therapeutische a a n p a k v a n deze babies. Ook wü d e vakgroep bewegingsagogiek onderzoek g a a n doen n a a r d e b e handeling v a n kinderen met motorische stoornissen, onder a n d e r e spacticiteit.
Discussie
Op d e faculteit is a l vanaf d e oprichting in 1971 gedicsus— sieerd over d e v r a a g w a a r het onderzoek v a n d e lichamelijke opvoeding zich nu m e e bezig dient te houden.
tijk. "Het is d e v r a a g of dat w a a r is," reageert Rozendal. "Vroeger dacht men dat d e IFLO met toegepast wetenschappelijk onderzoek wel eventjes d e problemen uit d e praktijk kon oplossen. Die vlieger ging niet op, want op het moment d a t je toegepast onderzoek g a a t doen, blijkt v a a k dat je nog veel te weinig fundamentele kennis hebt." "Bij het onderzoek hier op a a n d e IFLO zitten wel staartjes die toepassingsgericht zij," g a a t Rozendal verder. "In het schaatsonderzoek kijkt m e n bijvoorbeeld ook n a a r d e specefieke trainingsmethoden voor schaatsen. Bij het onderzoek n a a r rolstoelaandrijving worden ook aspecten a a n g e d r a g e n die b e langrik zijn voor het ontwerpen v a n rolstoelen. Maar wij zullen zo'n rolstoel niet zelf g a a n m a ken." "Natuurlijk komen uit d e sport e n uit d e revalidatie v r a g e n binnen van: kunnen jullie d a t probleem voor ons oplossen?" vult prof. Kemper a a n . "Dat loopt nogal e e n s spaak, omdat d e mensen uit d e praktijk d e volgende m a a n d al e e n antwoord wiUen hebben. De IFLO zegt d a n : om die v r a a g te beantwoorden moeten w e eerst fundamenteel onderzoek doen. Dat duurt jaren e n zo'n lange a d e m h e b b e n praktici niet."
Symposium
'Foto AVC/VU
ken a a n schoolgymnastiek e n dat stootte verschillende IFLOmedewerkers toch enigzins teg e n het hoofd. Men hielden zich immers bezig met bewegingsw e t e n s c h a p p e n e n d a t bestrijkt e e n veel breder terrein d a n gymnastiek. "Ach , het hoort bij e e n jonge wetenschap," reageert H a n Kemper laconiek. "Op e e n g e g e v e n moment g a je gewoon a a n het werk." De wetenschappelijke publikaties k w a m e n d e afgelopen jaren uit d e faculteit rollen e n bezorgde d e IFLO e e n g o e d e n a a m , ook bij d e pers. "We zijn e e n jonge wetenschap, m a a r w e zijn wél goed," zegt prof. dr. R.H. Rozendal, hoogler a a r functionele anatomie trots. "Daar is ook wel e e n reden voor," relativeert Kemper. "In het buitenland is m e n veel eerder b e g o n n e n met het o p a c a demisch niveau brengen v a n d e kennis v a n lichamelijke opvoeding. Maar o p buitenlandse faculteiten wordt ook veel ruimte besteed a a n het opleiden v a n leraren. Die h e b b e n d a n weer minder capaciteit beschikbaar voor wetenschappelijk onderzoek e n ze trekken ook veel studenten a a n die voor d e klas willen. Wij h e b b e n ons v a n begin af a a n op e e n onderzoekstaak toegelegd, d a a r o p ligt bij ons d e nadruk." In het k a d e r v a n d e voorwaardelijke financiering heeft d e IFLO op het ogenblik drie onderzoeksprogramma's lopen.
Functionele anatomie, inspanningsfysiologie e n gezondheidkunde werken s a m e n in het onderzoeksprogramma: bouw, werking e n coördinatie v a n dwarsgestreepte spieren. In het onderzoek wordt gekeken n a a r d e rol v a n actieve e n passieve e i g e n s c h a p p e n v a n spieren e n hun ligging ten opzichte v a n d e gewrichten. Men onderzoekt d e s a m e n h a n g tussen d e eigens c h a p p e n v a n d e spieren e n gewrichten e n hun functioneren. Dezelfde vakgroepen h e b b e n e e n t w e e d e onderzoeksprog r a m m a lopen: vermogensvergelijking bij cyclische bewegingen; bij zwemmen, schaatsen, fietsen e n rolstoeMjden. Men kijkt n a a r training e n trainingseffecten, fysiologische testen, het energieverbruik, het spiergebruik e n d e techniek. De vakgroep psychologie doet s a m e n met filosofie ten slotte onderzoek n a a r complexe b e w e gingshandelingen. Men houdt zich bezig met theorievorming omtrent het leren v a n complexe bewegingen, zoals die zich voordoen in bijvoorbeeld d e sport, d e revalidatie of het leren v a n bewegingen in d e vroege jeugd. Een nieuw voorstel v a n d e vakgroep bewegingsagogiek voor voorwaardelijk gefinancierd onderzoek Ugt klaar om door d e faculteit goedgekeurd te worden. Dit onderzoek zal zich richten o p d e motorische e n sociale ontwikkeling v a n te vroeg gebo-
Professor Rozendal licht die discussie toe: "Er w a r e n mensen die h u n onderzoeksopdracht richtten o p d e lichamelijk opvoeding zelf, zeg m a a r d e schoolgymnastiek. Anderen gingen uit v a n e e n breder onderzoeksterrein: het b e w e g e n v a n d e mens. Nu d e facultiet kiest voor d e nieuwe n a a m : faculteit der bewegingswetenschappen, denk üc dat je kunt zeggen d a t d e voorkeur duidelijk is e n d a t d e discussie is b e slecht." "Je kunt b e w e g e n gebruiken om g e d r a g te beïnvloeden, d a a r houden d e b e w e g i n g s a g o g e n zich veelal m e e bezig," legt prof. Rozendal uit. "Het onderzoek k a n zich echter ook op d e b e w e ging zelf richten. Je kimt d e b e weging als doel of als middel gebruiken. A a n d e e n e kant v a n d e s c h a a l zou je d e a n a t o m e n e n fysiologen kunnen plaatsen, a a n d e a n d e r e kant zitten d e a g o g e n . De psychologen zitten d a a r perfect tussenin. Zij kijken zowel n a a r d e ontwikkeling als n a a r d e training v a n bewegingen." "Om e e n beweging goed uit te kunnen voeren, moet je d e b e weging zelf eerst goed bestuderen." Met deze uitspraak drukt prof. Rozendal zijn duidelijke voorkeur uit voor het fundamentele bewegingsonderzoek. IFLO-medewerker dr. B.J. Crum opperde in e e n rapport uit 1972 dat d e IFLO w a s ontstaan uit d e nood e n d e v r a g e n uit d e prak-
Het praktisch b e l a n g v a n het bewegingsonderzoek geeft binn e n d e IFLO toch n o g voldoend e gespreksstof. Dat bleek wel op het symposium, dat d e interfaculteit in december organiseerde ter gelegenheid v a n h a a r derde lustrum. Het thema was: het praktisch b e l a n g vani universitair onderzoek aan-' g a a n d e heti menselijk b e w e g e n . Op het symposium blpken d e sprekers uit d e verschillende vakgroepen v a n d e IFLO toch niet allemaal dezelfde voorstelling te h e b b e n v a n d e relatie onderzoeker-praküjk. Dr. G.J. Van Ingen Schenau v a n d e vakgroep functionele a n a t o mie somde in zijn oratie e e n hele rij verschillende doelen e n middelen op die d e trainer in zijn praktijk e n d e wetenschapper in zijn onderzoek tegenkomen. Van Ingen Schenau kon uit ervaring spreken, want door zijn betrokkenheid bij het schaatsonderzoek v a n d e IFLO, heeft hij ook met trainers v a n doen. "Wij moeten als wetenschappers zorgen voor d e achtergrondinformatie," zo sprak Van Ingen Schenau o p het symposium. "De directe invloed v a n wetenschappelijk onderzoek in d e praktijk is bijna nihil. P a s als e e n heel pakket kennis klaar ligt, zijn er in d e praktijk keuzemogelijkheden mogelijk. Wij proberen bij te d r a g e n a a n d a t pakket kennis." Van Ingen Schenau w e e s er verder op dat d e deskundigheid v a n wetenschappers zich beperkt tot klein e deelgebieden. De wetenschappelijke bedreiging die sommige mensen uit d e praktijk, die e e n veel bredere ervaring hebben, v a a k vrezen, w a s volg e n s h e m d a n ook onnodig. Prof. Rozendal brak in zijn lezing e e n lans voor het fundamentele onderzoek in d e wetenschapsbeoefening a a n d e IFLO. "Voor efficiënte therapieën is bijvoorbeeld meer inzicht nodig in d e werking e n d e reacties v a n spieren. Ons onderzoek is m a a r in beperkte m a t e patiëntgebonden. In d e toekomst kunn e n d e resultaten mogelijk e e n rol spelen in d e revalidatiepraktijk." '
Vervolg op pag. 12
B
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 augustus 1986
Ad Valvas | 592 Pagina's