Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1986 - 1987 - pagina 247

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1986 - 1987 - pagina 247

14 minuten leestijd

SDWLW!

OEKEN BOEKEN Komrij verrast ook vakmensen akmensen Gerrit Ko mrij is door h o n d e r d e n dichtbundels uit d e zeventiende en achttiende e e u w heengekro­ pen op zoek n a a r opmerkelijke gedichten e n hiervan heeft hij er zo'n duizend bij elkaar gebracht in een dikke bloemlezing. Aan­ gezien het maximum per dichter tien is, krijgen w e d e k a n s heel wat minder b e f a a m d e of zelfs geheel o n b e k e n d e poëten te le­ ren kennen. Goed, je kunt je afvragen of deze democratische manier v a n bloemlezen recht doet a a n het superieure talent van d e grootsten: Hooft, Brede­ re, Vondel, Huygens, Revius (om me nu m a a r tot d e gouden eeuw te beperken). Ze h e b b e n natuur­ lijk niet voor niets e e n n a a m . Maar er wordt door Komrij wel recht g e d a a n a a n e e n hele reeks kleinere goden, die dik­ wijls op willekeurige gronden door d e traditie zijn v e r w a a r ­ loosd of doodgezwegen.

L. Strengholt

Wantrouw d e literatuurgeschie­ denissen, zegt Komrij in zijn voorwoord. Een gezond stand­ punt, dat zoals Komrij zal weten ook in d e literatuurwetenschap wordt a a n g e h a n g e n . Dankzij zijn houding v a n o n b e v a n g e n ­ heid heeft hij wat te voorschijn weten te halen dat ook vakmen­ sen moet verrassen. Ik k a n er niet a a n beginnen voorbeelden te geven. M aar ik verklaar on­ der d e indruk te zijn v a n d e ori­ ginaliteit v a n deze bloemlezing.

w e n die Komrij afgegraasd heeft. Komrij herkent kwaliteit onge­ acht d e thematiek. Daarbij heeft hij d e ouderwetse afkeer v a n "maniëristisch jongleren met vormelementen" h e l e m a a l ach­ ter zich gelaten, sterker, hij toont e e n opvallende voorliefde voor taalacrobatiek e n m e d e d a a r ­ door geeft zijn boek e e n be­ trouwbaar beeld v a n d e poëti­ s c h e gewoonten v a n d e perio­ de. Wat ik betreur is d e grove op­ merking in het voorwoord over d e v e r m e e n d e dood v a n God. Ik houd het liever op e e n geloof, zOals bij voorbeeld uit d e doe­ ken g e d a a n door dr. Francis Schaeffer in De Go d die Leeft, d a t ik g r a a g nog e e n s onder d e a a n d a c h t breng. Komrij's onbe­ v a n g e n h e i d als lezer geldt ove­ rigens b e p a a l d ook d e christelij­ k e poëzie. Zonder die zou het beeld trouwens ook vals zijn. Revius, dezer d a g e n herdacht, komt bij voorbeeld goed uit d e verf, met e e n keuze die getuigt v a n inzicht e n smaak. Wat ik m e met enige bekomme­ ring afvraag is hoe d e argeloze lezer v a n nu zonder enige toe­ lichting met d e v a a k ongewone thema's e n uitdrukkingswijzen uit d e voeten moet. Er is e e n enorme vervreemding ten op­

Het zou interessant zijn d e keuze te leggen n a a s t die in Van Vries­ lands Spiegel van de Neder­ landse Po ëzie. Daarin w a s ech­ ter minder ruimte voor d e eeu­

zichte v a n het culturele verle­ den, ook onder intellectuelen. Houden d e lezers d e lectuur vol als ze telkens vraagtekens over­ houden? Dan moeten ze al hartstochtelijke Uefhebbers zijn.

M a a r wie weet helpt dit verzen­ boek e e n funk a a n t a l mensen over d e brug. Op é é n puntje heeft Komrij zich toch e v e n door d e literatuurge­ schiedenis laten misleiden. Van Knuvelder neemt hij d e n a a m over v a n Pieter Roemer Vis­ scher, terwijl Roemer Visscher bedoeld is. Pieter is er zo m a a r bij verzonnen e n Roemer is echt e e n voornaam. Morrelen a a n d e canon, het ge­ groeide vaste bestand v a n er­ k e n d e dichters, is e e n goed ding. Die c a n o n is tenslotte het

Waar d e filosoof Daniel C. Den­ nett e n computerdeskundige Douglas R. Ho fstadter echter op wijzen, is dat w e uiterst selectief zijn in onze identificaties, in het toeschrijven v a n e e n bewustzijn a a n wezens. We h e b b e n niet zo­ veel moeite met het slachten van koeien ten behoeve v a n ons dagelijkse lapje vlees; d a a r e n ­ tegen schieten je d e tranen in de ogen w a n n e e r een dierbare kat door e e n auto platgereden wordt. In de spiegel van de ziel s t a a n

Koos Neuvel t w e e verhalen die deze ambiva­ lentie tot hun huiveringwekken­ d e uiterste voeren. In het eerste v e r h a a l heeft e e n geleerde e e n spitsvondig a p p a r a a t j e uitge­ v o n d e n w a a r m e e d e kreten v a n e e n chimpansee omgezet kun­ n e n worden in mensentaal, zo­ d a t w e ons gemakkelijker met het dier identificeren. De chim­ p a n s e e blijft echter gewoon e e n proefdier, dat n a bewezen dien­ sten, met e e n pilletje in zijn lie­ velingskost om het leven wordt gebracht. Het electrisch a p p a ­ r a a t is echter a a n blijven s t a a n e n het laatste wat d e getuigen horen is: "Waarom W a a r o m W a a r o m Waarom..." Een machine met e e n h a m e r kapot s l a a n kost ons n o r m a a l gesproken weinig emotionele moeite. In é é n v e r h a a l krijgt ie­ m a n d echter d e opdracht om e e n computer in d e vorm v a n e e n beest stuk te timmeren. De computer is zo geprogram­ m e e r d dat hij zich verzet tegen vernietiging, en uitingen v a n angst en pijn vertoont. De com­ puter weet steeds te ontsnappen a a n d e h a m e r m a a r is zo gepro­ g r a m m e e r d dat hij vertrouwen stelt in m e n s e n h a n d e n . De hoofdpersoon pakt het compu­ terbeest dus op e n vermorzelt het alsnog. Jammerend als e e n b a b y g a a t d e computer ten on­ der, terwijl er op d e grond e e n bloedrode plas smeerolie ver­ schijnt. De selectiviteit in het toeschrij­ v e n v a n gevoelens, bewustzijn e n ziel k a n overigens ook be­

Het thematische democratisme v a n Komrij deel ik niet. "De schunnigheid en d e straatroep worden n o g altijd niet als vol­ w a a r d i g e dichterlijke thema's beschouwd", zegt hij. Voor mij mogen al die dingen meedoen. Maar ik houd s t a a n d e dat er e e n hiërarchie v a n w a a r d e n is, w a a r i n e e n vernuftig berijmd mopje, al of niet schuin, op e e n lagere trap staat d a n e e n hym­ n e v a n Vondel of e e n liefdesge­ dicht v a n Hooft. Belangrijk in Komrij's bloemle­ zing is dat d e achttiende eeuw er zo ruim in vertegenwoordigd is. Hier zijn d e vooroordelen misschien nog het taaist e n ik b e n benieuwd of ze door d e bundel v a n Komrij e e n beetje minder taai zullen worden. Van mij m a g het. Nog e v e n over dat maniëristi­ sche. Veel lezers zullen mogelijk vooral door het curieiize getrof­ fen worden. D a a r zitten risico's in als het g a a t om begrip voor e e n vroegere tijd. Want het is niet goed voor e e n cultuur, als het verleden alleen m a a r b e ­ leefd wordt als e e n verzameling curiosa in plaats v a n als d e ei­ g e n geschiedenis. Onze voor­ ouders w a r e n a u fond net zulke m e n s e n als wij, d e dichters in­ cluis. Ze leefden met dezelfde vragen, ze worstelden met de­ zelfde zonden e n zwakheden als wij, ze k e n d e n dezelfde ge­ voelens en verlangens. Nu, d a a r komt d e g o e d e lezer v a n dit boek wel achter.

G e m t Komrij, De Nederlandse op ëzie van de 17de en de 18de eeuw m 1000 en enige gedichten. Amsterdam, Bert Bak­ ker, 1986. 1376 pp. 2 L. Strengholt is hoogleraar m d e geschie­ denis v a n d e Nederlandse letterkunde tot ongeveer 1770 a a n d e VU.

De bloemlezer

Wie heeft eigenlijk een ziel? Stiekem, diep in ons hart, zijn we er allemaal wel e e n s v a n overtuigd geweest, of misschien denken w e het nog wel eens, dat d e wereld slechts bestaat voorzover wij h a a r kunnen zien en horen, dat als m e n s e n bij je v a n d a a n lopen e n buiten ge­ zichtsbereik raken, ze in het niets oplossen, dat d e wereld begonnen is op het moment dat je h a a r voor het eerst bewust w a a r n a m e n zal eindigen w a n ­ neer je dat niet meer doet. Maar je wordt volwassen e n over het a l g e m e e n slagen we er wonderwel in dit solipsistische standpunt te overwinnen. Je realiseert je dat d e wereld meer IS d a n d e eigen subjectieve blik, dat er a n d e r e subjecten be­ staan die, net zoals wat je zelf denkt te hebben, in het bezit zijn van e e n bewustzijn, e e n ziel, een geest. Tot op zekere hoogte slagen w e er in om ons met a n ­ deren te identificeren. Tot op ze­ kere hoogte, want omdat ieder mens opgesloten zit in zijn eigen lichaam, valt het nooit exact te zeggen hoe het voelt om e e n ander te zijn.

resultaat v a n eeuwenlange vooroordelen. En toch, als ik d e dikke bundel v a n Komrij door­ ploeg, blijven voor mij d e groten groot. Zou hun roem toch op iets meer d a n eenzijdige voorkeur of blinde napraterij berusten? Ik denk het. Er is natuurlijk niets tegen, ze e e n s tussen al die po e­ tae mino res te zetten. De klein­ tjes verdienen ook e e n plekje onder d e zon. Hoe meer verge­ ten of verguisde dichters er te voorschijn worden gehaald, h o e Uever het mij is. M a a r d e hele c a n o n a a n gruizelementen s l a a n e n d a n opnieuw begin­ nen, dat is echt e e n illusie. Onze voorouders w a r e n g e e n men­ sen zonder smaak.

trekking h e b b e n o p mensen. Hofstadter schrijft: "We zijn zo ontvankelijk voor e e n beroep op ons gevoel e n toch zo selectief bij het toekennen v a n e e n ziel. Hoe konden nazi's d e n k e n dat het niet slecht w a s om joden te vermoorden? Hoe komt het dat Amerikanen in d e Vietnamoor­ log m a a r al te g r a a g 'spieet­ o g e n koud maakten' ? Het is als­ of e e n b e p a a l d soort gevoelens ­patriottisme­ functioneert als afsluitklep voor a n d e r e gevoe­ lens, die ons in staat stellen tot identificatie, tot projectie ­ ons slachtoffer te zien als (een spie­ gelbeeld van) onszelf." Een voor d e h a n d liggende te­ genwerping is, dat d e genoem­ d e verhalen evenals d e a n d e r e verhalen in het boek, niets meer zijn d a n fantasieën e n g e d a c h ­ tenexperimenten, en m a a r wei­ nig wetenschappelijke bewijs­ kracht bezitten. Niettemin k a n ik mij weinig a n d e r e methodes voorstellen die even aanschou­ welijk duidelijk m a k e n hoe pro­ blematisch begrippen als 'be­ wustzijn', 'ziel' en 'geest' zijn. Tegenover dergelijke begrip­ p e n stellen Hofstadter en Den­ nett hun eigen materialisme. O n d e r materialisme v e r s t a a n d e auteurs e e n b e n a d e r i n g waarbij d e geest niet be­ schouwd wordt als een afzon­ derlijk, niet­stoffelijk ding dat op wonderbaarlijke wijze in wissel­ w^erking staat met het brein; d e geest zou volgens h e n gezien moeten worden als e e n op é é n of a n d e r e wijze natuurlijk e n v e r k l a a r b a a r produkt v a n d e hersenen. De implicaties v a n die hypothese trachten ze in De

spiegel van de ziel op verschil­ l e n d e wijzen te onderzoeken. De avontuurlijke b e n a d e r i n g v a n Hofstadter e n Dennett geeft h u n boek soms het a a n z i e n v a n e e n s p a n n e n d e science­fiction­ bundel. Dat wil niet zeggen dat het boek zich ook lekker onder­ uitgezeten laat lezen. De herse­ n e n dienen op voUe toeren te d r a a i e n om d e betogen te kun­ n e n volgen. M aar als dat lukt is het ook zeer stimulerend om op

d e ingeslagen w e g e n verder te denken. "Zoals een g o e d e leraar natuurkunde eens zei, een juist bedreven natuurwetenschap behoort tot d e humanoria", schrijven d e auteurs op het ein­ d e v a n hun boek. Hofstadter e n Dennett zijn zonder twijfel uit­ stekende leraren.

Douglas R Hofstadter, Damel C, Dermett ­ De spiegel v a n d e ziel: fantasieën en reflecties over e g o en geest. Contact, Am­ sterdam, 1986.

Advertentie

KAN JE ZIEKTEKOSTENVERZEKERING GOEDKOPER? Veel studenten zijn tegen ziektekosten verzekerd via hun ouders Dat is natuurlijk prima, als dit inhoudt dat zij gratis zijn mee­ verzekerd in het ziekenfonds Maar hoe zit het bij particuliere verzekeringen' Studenten kunnen hier veelal met hun ouders zijn meeverzekerd tegen geredu­ ceerd tarief. Maar het is goed eens te bezien of dit wel zo voordelig is Let daarbij op de volgende punten' •

De meeverzekeringspremies lopen globaal uiteen van f 500,­ tot f1900,­ per jaar. (Maar bij sommige verzekeraars kunnen het derde of vierde en volgende kinderen gratis zijn meeverzekerd.) BIJ de Studentenverzekenng SSGZ betaal je slechts f 440,- per jaar. (25 jaar en ouder f 480,­.)

Het eigen risico bedraagt bij deSSGZ maart 50,­ per jaar. By andere verzekeringen is het vaak veel hoger

Particuliere verzekeringen zijn meestal opzegbaar perl januari en altijd binnen één maand na aankondiging van een premieverhoging De SSGZ accepteert alle eerstejaars (jonger dan 27 jaar) die zich aanmelden voor 15 januari zonder sel ectie.

urn Studentenverzekenng SSGZ Vraag onze folders, tel 01719 70944 of antwoordnummer 10070, 2200 VB Noordwijk.

D

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 augustus 1986

Ad Valvas | 592 Pagina's

Ad Valvas 1986 - 1987 - pagina 247

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 augustus 1986

Ad Valvas | 592 Pagina's