Ad Valvas 1986 - 1987 - pagina 573
19 JUNI 1987
Wetenschapper moet goede onderzoeker maar ook listig strateeg zijn Het beeld van de wetenschapper die in een ivo ren toren zit, is tegenwoordig niet erg meer in zwang. Daarvoor is de verhouding tussen we tenschap en samenleving de laatste jaren al te zeer gewijzigd. Wat voor consequenties deze ontwikkeling heeft voor beide partijen, is on langs beschreven in het boek the social direc tion of the public sciences, een initiatief van Loet Leydesdorff, verbonden a a n de UvA, en Joske Bunders, medewerkster bij Biologie en Samenleving van de VU. Deze laatste schreef daarin ook een artikel over de ontwikkelingen binnen de biologie. Een wetenschapper dient niet alleen e e n b e k w a a m onderzoe ker, m a a r vooral ook e e n listig strateeg te zijn. Zoveel wordt wel duidelijk voor d e g e n e die 'the social direction of the public sciences' leest. A a n d e e n e kant moet de onderzoeker zoveel geld mogelijk zien binnen te h a len v a n externe financiers en bruikbare resultaten a a n d e op drachtgever afleveren; a a n d e andere kant m a g deze activiteit vooral niet ten koste g a a n v a n zijn wetenschappelijk prestige; integendeel, die moet hij er zo veel mogelijk m e e trachten op te vijzelen. De noodzaak voor e e n weten schapper om zich op zo'n m a nier te g e d r a g e n is d e laatste jaren alleen m a a r toegenomen. De invloed v a n d e samenleving op de ontwikkeling v a n d e w e tenschap is steeds sterker ge worden, hetgeen onder a n d e r e tot uitdrukking komt in het grote re aandeel v a n het d e r d e geld stroomonderzoek. Het bedrijfs leven profiteert hier in sterke mate van, m a a r ook minder g e fortuneerde organisaties zoe ken via d e wetenschapswinkel toegang tot d e universiteit. Aan gezien d e overheid steeds min der royaal is geworden in het uitdelen v a n financiële giften, kunnen d e universiteiten deze inkomstenbronnen over het al gemeen g o e d gebruiken. Bo vendien k a n d e wetenschapper met dit type onderzoek vol trots wijzen op zijn maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef.
Consensus Betekent dit nu dat wetenschap pers alle opdrachten lukraak accepteren omdat er a a n te ver dienen valt e n men zich popu lair maakt bij d e buitenwacht? Dat blijkt niet zo te zijn, sommige vragen v a n maatschappelijke organisaties worden direct op gepikt, terwijl a n d e r e v r a g e n bbjven liggen. In vakgroepen worden wel degelijk normen gehanteerd welke opdrachten wél en welke niet te accepteren. Over het a l g e m e e n accepteert men vooral die opdrachten die nauw aansluiten bij het eigen onderzoeksprogramma. Vraag en a a n b o d moeten bij elkaar passen e n dat is niet altijd het geval. Een maatschappelijke organisatie k a n bijvoorbeeld
Minister Deetman g a a t meer controle uitoefenen op d e in schaling v a n nietwetenschap pelijk personeel, voor zover dat IS ingedeeld in salarisschaal 11 of hoger. Hij antwoordt dit op vragen v a n d e Tweede Kamer naar aanleiding v a n het Jaar verslag 1986 v a n d e Algemene Rekenkamer, dat in maart ver scheen. De Rekenkamer constateerde dat universiteiten geregeld af
Koos Neuvel a a n wetenschappers v r a g e n uit te zoeken hoeveel zout er in e e n b e p a a l d e plant zit; m a a r dat wordt p a s e e n interessante v r a a g als een vakgroep zich so wieso al bezighoudt met het pro bleem v a n hoe organismen rea geren op zout. Niet iedere vakgroep of faculteit is ook even ontvankelijk voor invloeden v a n buitenaf. Sommi ge wetenschapsonderzoekers h e b b e n d a a r een interessante theorie over bedacht: ze veron derstellen dat w a n n e e r er op e e n vakgebied een b r e d e con sensus bestaat over wat be langrijke vraagstellingen, on derzoeksobjecten en methoden v a n onderzoek zijn, er weinig invloeden v a n buitenaf zullen doordringen. M aatschappelijke organisaties zouden p a s e e n kans krijgen d a a r w a a r d e a c a demische g e m e e n s c h a p wat losser georganiseerd is. Het is e e n aannemelijk klinken d e theorie, m a a r hij g a a t vol gens Joske Bunders slechts ten dele op. In h a a r onderzoek n a a r d e wetenschapsontwikkeling op het terrein v a n d e biologie wijst zij erop dat d a a r sterke normen b e s t a a n over wat goed weten schappelijk onderzoek is e n wat niet. Er zijn e e n a a n t a l pro bleemstellingen binnen d e bio logie die vrij a l g e m e e n belang rijk worden g e v o n d e n en het is zaak voor d e onderzoeker om d a a r bij a a n te sluiten. Nu wordt om onderzoekbaar te zijn zo'n hoofdprobleemstelling weer op gesplitst in talloze deelvragen. Het is echter wel belangrijk voor e e n wetenschapper, ook voor iemand die onderzoek doet voor e e n externe opdrachtgever, om het antwoord op zo'n d e e l v r a a g weer terug te koppelen n a a r het geheel. Want a n d e r s worden je artikelen niet gepubliceerd in internationaal v e r m a a r d e bio logische tijdschriften e n zak je snel een a a n t a l p l a a t s e n in d e hiërarchie v a n excellente we tenschappers.
Weersvoorspelling Om een belangrijke vraagstel ling te kunnen onderzoeken heeft d e wetenschapper echter methoden en technieken nodig. Omtrent die technieken b e s t a a n
Professor Stouthamer, microbioloog, legt uit a a n e e n vertegenwoordiger v a n d e universiteit v a n H a r a r e in Zimbabwe, hoe bacteriën groeien. Joske Bunders (rechts), die het contact tussen beiden legde, kijkt goedkeurend toe. Foto AVC/vu minder duidelijke normen in d e biologie, dat wordt betrekkelijk vrij gelaten. De ontwikkeling v a n e e n nieuwe techniek levert voor e e n bioloog ook niet veel prestige op. Het is echter wel belangrijk dat er m e n s e n zijn die zich d a a r m e e bezighouden omdat zonder technieken al die buitengewoon interessante on derzoeken niet uitgevoerd kun nen worden. Er zit dus e e n te genstrijdigheid in het b e l a n g e n het prestige dat zulk werk ople vert. Het extern gefinancierde onderzoek biedt nu d e mogelijk heid om om die tegenstrijdig heid op te lossen; juist zo'n sa menwerkingsverband verschaft d e bioloog d e legitimatie om zo wel 'maatschappelijk relevant' bezig te zijn als d e noodzakelij ke technieken te ontwikkelen en d a a r m e e ten eigen faveure d e wetenschappelijke ontwikke ling te stimuleren. Het is d a a r o m volgens Joske Bunders niet helemaal w a a r dat maatschappelijke organisaties alleen e e n k a n s krijgen als d e normen op een vakgebied niet erg strak zijn: "Biologen hante ren strategieën om met behulp v a n externe organisaties te kun nen voldoen a a n d e g a n g b a r e normen. Het biedt d e mogelijk heid om althans tijdelijk je wat minder je v a n je coUega's a a n te trekken, m a a r met het uitein delijk doel om die norm toch weer te versterken en d e eigen positie te verbeteren." D a a r m e e is niet gezegd dat d e norm v a n wat e e n interessante vraagstelling is, voor eens en altijd vastligt. Er zijn talloze voorbeelden v a n verschuivin gen in vraagstellingen a a n te wijzen n a a r aanleiding v a n
maatschappelijke ontwikkelin gen, tot zelfs het ontstaan v a n hele nieuwe vakgebieden a a n toe. In het boek wordt het voor beeld genoemd v a n e e n Noorse wetenschapper die in d e jaren twintig d e behoefte bij boeren a a n g o e d e weersvoorspellin gen wist te exploiteren om d e begripsmatige ontwikkeling v a n d e meteorologie te verbete ren. Heden ten d a g e is het met n a m e het terrein v a n d e bio technologie w a a r v a n men heel veel heilzame toepassingen verwacht; d e stimulering v a n dat vakgebied, bijvoorbeeld door d e overheid, is duidelijk e e n maatschappelijk belang.
Lijfsbehoud De wetenschappelijke normen zijn nu echter ook weer niet n a a r believe manipuleerbaar. Joske Bunders: "Ik denk niet dat een overheid d e belangrijke on derwerpen a a n k a n geven los v a n wat d e internationale we tenschappelijke g e m e e n s c h a p vindt. Je kunt d a a r niet buiten treden. Weliswaar zie je altijd dat wetenschappelijke gebie den verdwijnen e n opkomen, m a a r het is buitengewoon moei lijk voor e e n overheid om met geld het b e s t a a n d e veld rigo reus om te vormen. Je weet d a n in ieder geval zeker d a t je d e intellectuele competitie met a n dere l a n d e n verliest. Je komt al .thans binnen d e internationale tijdschriften niet meer a a n bod. Een overheid kan alleen probe ren om b e p a a l d e ontwikkelin gen extra te stimuleren." Gezien deze geschetste weten schapsontwikkeling, lijkt het perspectief voor d e minder ge
fortuneerde maatschappeLjke organisaties om gehoor te krij g e n bij d e universiteit niet al te florissant. De overwegingen v a n wetenschappers om met or ganisaties s a m e n te werken zijn immers niet in d e eerste plaats v a n altruïstische aard, m a a r zijn grotendeels een functie v a n het gevecht om het eigen lijfsbe houd a a n d e universiteit. En dcrt lijfsbehoud lijkt heel wat beter g e g a r a n d e e r d in samenwer king met grote bedrijven: d a a r w a a r het geld, d e apparatuur en d e mensen met e e n hoge ont wikkeling zitten. Toch is Joske Bunders niet zo somber over d e mogelijkheden v a n die minder b e d e e l d e orga nisaties: "De interactie v a n we tenschappers met groeperingen die nu eigenlijk weinig t o e g a n g h e b b e n tot d e universiteit, zoals derde wereld en milieuorgani saties, kan juist gemakkelijker worden. Het betekent dat zo'n organisatie heel goed moet we ten wat d e mogelijkheden op e e n vakgebied zijn; dat d e v r a a g in sommige gevallen heel nauwkeurig geherformuleerd moet worden. Zoiets moet op zo'n manier gebeuren dat die organisatie toch nog d e infor matie krijgt w a a r men behoefte a a n heeft. Het is ook niet het b e l a n g v a n d e maatschappelij ke organisaties dat een onder zoeker elke willekeurige op dracht a a n n e e m t . Dan wordt e e n onderzoeker marginaal, wordt wegbezuinigd en kun je dat onderzoek wel helemaal vergeten. De kunst is om d e op dracht zo te formuleren dat zo wel maatschappij als weten schap er b a a t bij heeft. Dat is d e strategie."
Deetman wil meer greep op inschalingen wijken v a n het beginsel d a t bij d e overheid e e n gelijke belo ning moet b e s t a a n voor gelijk w a a r d i g werk. M inister Deet m a n behoort controle uit te oefe nen op het formatiebeleid v a n d e universiteiten, m a a r in d e praktijk is het departement d e laatste jaren accoord g e g a a n
met te h o g e w a a r d e r i n g e n . Bij hoge inschalingen (vanaf s c h a a l 14) is bovendien in e e n a a n t a l gevallen niet het vereiste advies v a n d e Formatiecommis sie g e v r a a g d . Deetman schrijft nu het forma tiebeleid achteraf te willen con troleren. Binnenkort zal hij
d a a r o v e r overleg voeren met d e instellingen. Controle vóóraf vindt hij in strijd met d e lump sumfinanciering e n met d e au tonomie v a n d e universiteiten. De minister vermeldt niet welke sancties hij in petto heeft voor universiteiten die over de schreef g a a n met hun aanstel
lingen. In e e n brief a a n d e uni versiteiten v a n 24 februari 1986 schreef hij het salaris v a n te hoog ingeschaalde functies vol ledig op d e rijksbijdrage te wil len korten. Dat is tot dusver, on danks d e door d e Rekenkamer gemelde te hoge salarissen, nooit gebeurd. (Bert Bakker/UP
E
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 augustus 1986
Ad Valvas | 592 Pagina's