Ad Valvas 1987 - 1988 - pagina 563
i^WAfPS
24 JUNI 1988
Voetbalwedstrijd opwindender d a n congres
Tweefasenstructuur krijgt van Van Kemenade de zegen "Als er nog geen tweefasenstructuur was vind ik dat die onmiddellijk ingevoerd zou moeten worden", zei prof.dr. J. van Kem enade, voorma lig minister van Onderwijs op het congres Vi taal Talent. Op het congres trachtten onderwij s baronnen de tweefasenstructuur van een waar deoordeel te voorzien. De 'captains of education' kwa men w o e n s d a g 15 juni niets te kort. Om d e zaal in het Rotter damse congresgebouw De Doe len tot het einde v a n d e m i d d a g gevuld te houden h a d d e orga nisatie televisietoestellen klaar gezet. Gevolg: tegen d e avond zaten tal v a n onderwijsbonzen gezamenlijk met e e n borrelt)e in de h a n d breeduit voor d e buis n a a r de voetbalwedstrijd Ne derlandEngeland te kijken. Het congres zelf verliep minder opwindend. Slechts e e n enke ling w a a g d e zich a a n e e n h a r d waardeoordeel over d e tweefa senstructuur. De meeste spre kers wisten hun oordeel even wel te verbergen achter e e n wolk v a n slagen om d e arm e n ingebouwde nuanceringen. Wel w a s er kritiek op d e manier waarop vorm werd g e g e v e n a a n d e tweede fase v a n d e op leidingen a a n d e verschillende universiteiten. Een afgevaar digde v a n DSM , dr. D.G. Eeckhout vooizag in d e toekomst een groot tekort a a n tweejarig op geleide academici in d e tweede fase. "Het financiële kader voor een a d e q u a t e invulling v a n d e tweejarige tweefasenopleidin gen is nog steeds niet goed ge regeld," m e e n d e hij. "Er zijn geen extra gelden voor extra formatieplaatsen beschikbaar gesteld."
Twijfel De meeste sprekers bleken d e tweedefasenstructuur echter het voordeel v a n d e twijfel te ge ven. De Eindhovense burge meester dr. J. van Ke m enade, oudminister v a n Onderwijs en voormalig bestuursvoorzitter v a n de Universiteit v a n Amster dam, gaf het opleidingssysteem een voldoende. Hij somde drie oorspronkelijke doelstellingen v a n de tweefasenstructuur op: verbetering v a n het rendement (meer afgestudeerden) v a n het universitair onderwijs, kosten beheersing en kwalitatieve ver betering v a n het hoger onder wijs. A a n al deze doelen w a s volgens v a n Kemenade beant woord. Het a a n t a l afgestudeerden be draagt, zei hij, 70 % ten opzichte v a n het a a n t a l inschrijvingen. De kosten per student zijn 40 % teruggeschroefd met e e n totale bezuiniging v a n ongeveer e e n miljard gulden. De onderwijskwaliteit w a s ten opzichte v a n 16 j a a r geleden zeker toegenomen. Lerarenop leidingen en aio's noemde hij een verbetering, m a a r d e twee de fase w a s nog e e n rommeltje. "Komt door een falend markt mechanisme," wist hij. "Het zou worden gefinancierd door d e markt want die h a d er behoefte
Henk Vlaming a a n . M aar d e markt betaalt niet." De burgemeester vroeg zich te gelijkertijd af of aUe verbeterin gen op rekening v a n d e tweefa senstructuur moesten worden gezet. Veranderde werkgele genheid h a d wellicht tot e e n a n der studieperspectief voor e n motivatie v a n d e student geleid e n beveiligingsoperaties h e b ben ongetwijfeld hun uitwer
Prof. J. v a n K e m e n a d e Foto Bram d e Hollander
king niet gemist, zo stelde Van Kemenade. De kostenbeper king, betoogde hij, komt met al leen door d e invoering v a n d e tweefasenstructuur, m a a r ook door de inkrimping v a n d e staf. "Wat is nu het v e r b a n d tussen oorzaak en gevolg?," vroeg hij
zich af en hij het het antwoord in het midden. Prof.dr. W.H.F.W. Wijnen, hoog leraar onderzoek en ontwikke ling v a n hoger onderwijs a a n d e rijksuniversiteit v a n M a a s tricht stelde dat e e n werkelijk waardeoordeel moeilijk zo niet onmogelijk w a s . Hij somde con gresverslagen en berichtgeving over onderwijskwaliteit op w a a r i n het waardeoordeel als e e n jojo op e n n e e r schoot. "Dit kan men onderzoekers niet kwalijk nemen," zei hij, "omdat directe meting v a n d e kwaliteit v a n afgestudeerden a m p e r mo gelijk e n in ieder geval hoogst ongebruikelijk is. Door het ont breken v a n h a r d e g e g e v e n s moeten w e ons behelpen met
E
meningen en indrukken e n zelfs onbewezen stellingen. M en m a g eigenlijk niet verwachten dat een dergelijke basis toerei kend zal zijn om tot e e n verant woorde conclusie over d e inge voerde tweefasenstructuur te komen." Dr.ing. B. Okkerse, directeur g e n e r a a l hoger onderwijs e n wetenschappelijk onderzoek v a n het onderwij sministerie, zei dat d e eisen die a a n d e kwaliteit moeten worden gesteld wel zou den worden gedestilleerd uit een dialoog tussen d e overheid, werknemers, werkgevers e n wetenschapsorganen. "Dat wil zeggen," zo concludeerde hij, "niet alles kan."
Raad vreest Vervuiling' van universiteiten Er moet worden g e w a a k t voor "missievervuiling" a a n d e Ne derlandse universiteiten. Ze richten zich te veel op d e markt voor onderzoeksopdrachten e n veronachtzamen d a a r m e e hun eigenlijke missie: het creatief en fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Dat schrijft d e R a a d v a n Advies voor het Weten schapsbeleid in zijn d i n s d a g verschenen advies over het mis siepatroon v a n d e 140 door d e overheid gesubsidieerde onder zoeksinstituten in Nederland. Een dergelijke missievervuiling komt steeds vaker voor, consta teert d e RAWB, m e d e als gevolg v a n d e krimpende universitaire budgetten. Door een "predomi n a t e oriëntatie op d e markt" dreigen d e universiteiten niet meer toe te komen a a n onge bonden onderzoek, wat n a a s t het op hoog niveau opleiden v a n mensen e e n centrale t a a k is v a n d e universiteit. Zulk onder zoek bergt altijd risico in zich, en "de universiteiten zijn in onze d a g e n nog d e enige plaatsen w a a r dit g e d r a g e n k a n wor
den", schrijft d e RAWB. De r a a d betreurt het dat TNO e n a n d e r e grote onderzoeksinstitu ten er steeds vcfker toe neigen ook fundamenteel onderzoek te g a a n doen met als motief "dat d e universiteiten dat links laten liggen". In plaats d a a r v a n zou d e n juist d e contacten tussen d e onderzoeksinstellingen e n d e universiteiten moeten worden versterkt. Volgens d e RAWB realiseert d e Nederlandse onderzoekwereld zich nog te weinig welke gevol gen d e eenwording v a n Europa voor d e instituten zal h e b b e n . Het ligt voor d e h a n d dat ook op Europees niveau steeds meer taakverdeling en concentratie plaatsvindt e n dat onderzoek, dat nu nog in alle l a n d e n moet worden verricht (bijvoorbeeld voor d e toelating v a n g e n e e s middelen) straks voor d e hele EG tegelijk plaatsvindt. Dat be dreigt "zwakke" instituten, m a a r biedt d e "sterken" d e kans uit te groeien tot instellingen v a n Eu ropees niveau.
(Bert Bakker/UP)
Leeftijd heelal: schommelend als de dollarkoers Hoewel wetenschappers nog m a a r sinds enkele honder den jaren met telescopen d e hemel afturen, spreken zij over termijnen v a n miljarden jaren w a n n e e r zij over d e ouderdom v a n het heelal speculeren. Deze m a a n d meldden Franse e n S p a a n s e wetenschappers in het Britse wetenschapsblad Nature een leeftijd v a n vijftien mil jard j a a r als mogelijke ou derdom v a n het melkweg stelsel. Dat zou wel zes mil jard j a a r ouder zijn d a n men tot nu toe a a n n a m . "Ik zet d a a r vraagtekens bij," zegt dr. P.B. Bosm a v a n d e vakgroep Sterrenkunde a a n de VU. "Ik moet d a a r eerst meer bewijs voor zien." Het meten v a n de ouderdom v a n het heelal en in dit geval het melkwegstelsel, blijft vol gens hem speculatief. Na tuurwetenschappers doen waarnemingen, bouwen d a a r o p een these e n toetsen die met proeven op stoffen met machines en m e e t a p p a ratuur. "Het probleem bij sterrenkundigen is dat we niet bij al die stoffen kunnen komen," zegt hij. "Het onder zoek vindt plaats op af stand." In de loop der tijden h e b b e n vele geleerden zich g e b o g e n over het vraagstuk v a n d e
Henk Vlaming
Sterrekundige: "We kijken niet op e e n miljard jaar" leeftijd v a n het heelal, e e n v r a a g die alleen uit weten schappelijk oogpunt interes sant is. Het antwoord levert namelijk niet meer d a n een brokje inzicht op. M aar ook d e gewone burger zit bij no viteiten uit d e sterrenkunde v a a k met gespitste oortjes. Er
is nog zo weinig over het heelal bekend dat het alle ruimte voor d e nodige fanta sie laat. Speculaties over d e ouder dom v a n het heelal n a m e n d e laatste decennia e e n wis pelturig karakter a a n , "Het w a s net als d e dollarkoers,"
zegt Bosma, "het ging op e n neer." In 1956 dachten on derzoekers nog a a n vijf mil jard jaar. In 1960 w a s dat al verdubbeld. In 1970 werd zelfs twintig miljard ge noemd. Nu is dat weer e e n stuk minder e n d e vermoe dens variëren v a n tien tot twintig miljard jaar. "M aar we kijken niet op e e n miljard als het om zo'n w a a r n e m i n g gaat," zegt Bosma glimla chend. Toch zijn die getallen niet volkomen willekeurig. De ou derdom v a n het heelal wordt afgeleid uit d e snelheid w a a r m e e het heelal uitdijt. De wetenschappers zijn het onderling echter niet e e n s hoe hoog die snelheid is. Dui delijk is wel dat melkweg stelsels, sterrenconcentraties v a n v a a k honderden sterren, niet groter worden. Hun on derlinge afstand wordt wij der, m a a r d e afstand v a n d e sterren binnen é é n stelsel bHjft gelijk. Melkwegstelsels zijn jonger d a n het heelal. Sommige boeken noemen e e n verschil v a n ruwweg een miljard jaar. Voor d e berekening v a n d e ouderdom v a n het melkwegstelsel keken d e S p a a n s e e n Franse geleer
d e n n a a r d e witte dwergen, o p g e b r a n d e sterren, in het melkwegstelsel. Dat zouden d e oudste sterren uit e e n melkwegstelsel zijn. Volgens hen k a n d e leeftijd v a n het melkwegstelsel worden af geleid v a n d e ouderdom v a n d e oudste witte dwerg. De leeftijd v a n e e n ster k a n worden berekend op grond v a n d e hitte, d e m a s s a e n d e hoeveelheid waterstof v a n die ster. M en kent d e levens duur v a n e e n ster. Maar over witte d w e r g e n is minder zekerheid. Door d e warmte v a n d e gedoofde sterren te meten d e koud sten zijn d e oudsten meen den d e sterrenkundigen v a n het blad Nature d e leeftijd te kunen afleiden. "Daar zitten toch wat bedenkingen aan," zegt Bosma. "We weten im mers niet w a t d e begintem peratuur w a s . Ik zet vraagte kens bij d e conclusie dat het melkwegstelsel vijftien mü jard j a a r oud is. De w a a r n e mingen zijn slechts e e n stuk je bewijs w a a r m e e w e mis schien, als er meer komt, meer kunnen doen. M et e e n klein hoopje bakstenen kun je g e e n huis bouwen. Daar voor heb je e e n heleboel v a n die hoopjes nodig. Evenmin kun je zomaar e e n bewering op grond v a n wat w a a r n e mingen doen."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1987
Ad Valvas | 588 Pagina's