Ad Valvas 1987 - 1988 - pagina 235
fiDVpIS/JPS
4 DECEMBER 1987 Een geoliede technologie over dracht is de zuurdesem van de moderne economie. Daarover zijn de commissies die zich over het vaderlandse technologiebe leid bogen het al tijden eens. De kennistransfer vanuit onder wijs en onderzoeksinstellingen naar met name het midden en kleinbedrijf vormt de speerpunt van het beleid. Het innovatie vermogen van de kleinere on dernemingen (minder dan hon derd werknemers) is ervoor ver antwoordelijk of Nederland in de technologierace blijft. De universitaire transferpunten kregen vanaf begin jaren tach tig de taak om door middel van kennisoverdracht het innovatie vermogen van het midden en kleinbedrijf op te krikken. "Een veel te ruim geformuleerde doelstelling, die tot mislukken is gedoemd," concluderen Casper Stokman en Jaap Docter van de afdeling Industrieonderzoek van het EIM. De afgelopen ja ren deden zij in het kader van het overheidsproject "Technolo gie en Economie" een onder zoek naar het innovatievermo gen van kleine en middelgrote bedrijven. Hoe verliep het inno vatieproces en welke informa tiebronnen gebruikten de on dernemers om hun kennisni veau bij te spijkeren? Deze vra gen legden ze telefonisch aan 352 bedrijven voor; met 114 be drijven volgde een uitgebreider interview over de belemmerin gen en stimulerende factoren in het vernieuwingsproces. De uni versiteit kwam in de meeste ver halen nauwelijks voor. Het innovatief vermogen van de bedrijven is, evenals'de behoef te aan een verhoging van het kennisniveau, zeer divers, blijkt uit het onderzoek. Grofweg kan er een driedeling worden ge maakt. Een kleine toplaag van technologieintroducerende be drijven kan de eigen boontjes wel doppen. Deze bedrijven in troduceren produkten en in mindere mate produktieproces sen die nieuw zijn voor de markt. Directie en stafmedewer kers van deze voornamelijk middelgrote ondernemingen hebben vaak een universitaire of hogerberoeps opleiding. On derzoek en ontwikkeling ge beurt in eigen huis, maar indien nodig kloppen deze hoogtech nologische bedrijven ook aan bij de universiteit. Ongeveer 12 procent van de ondervraagde ondernemers gebruikt informa tiebronnen in het universitaire
'Ondernemer en onderzoeker spreken eikaars taal niet'
Transferbureau niet gewild bij midden en kleinbedrijf De universitaire transferpunten staren zich blind op het midden en klein bedrijf. Het overgrote deel van de kleine en middelgrote ondernemingen heeft geen boodschap aan de universitaire kennisoverdracht. In de prak tijk blijkt slechts een toplaag de weg naar de universitaire instellingen te vinden. En dan lopen de contacten nog direct naar een onderzoeker of af deling. Als de transferbureaus hun doelstelling niet bijstellen, blijven ze een marginale functie vervullen. Tot deze vernietigende conclusie komen drs. C.T.M. Stokman en drs. H.J. Docter van het Economisch Instituut voor het Midden en Kleinbedrijf (EIM). Begin december worden de resultaten van hun onderzoek naar het inno vatief vermogen van de middelgrote en kleine ondernemingen in Neder land gepubliceerd onder de titel "Diffusie van innovaties: met kennis meer kans".
.Ï^^^W^
De promotiestand van het Transferpunt Amsterdam op het congres 'Universiteit Bedrijfsleven' in de RAI in februari dit jaar. Foto Bram d e Hollander circuit. "Alleen lopen die niet via de transferbureaus," aldus de onderzoekers, "het gaat vooral om adhoc contacten. Zo van: ik kende nog iemand vanuit mijn studietijd, of mijn buurman is toevallig wetenschappelijk me dewerker." De grootste groep onderzochte
Vereniging voor christelijl< wetenschappelijk onderwijs De Vereniging waarvan de Vrije Universiteit en het Academisch Ziel<enhuis Vrije Universiteit uitga a n, wil graag in contact komen met personen die zich willen inzetten voor de regionale activiteiten van de Vereniging in Noord-HoilandZuid. Gevraagd wordt een
VU-contactpersoon (m/v) die m sa menwerl<ing met het regiona a l bestuur bela st is met een aantal uiteenlopende a ctiviteiten Het doel va n deze a ctiviteiten is het verbreden en versterken van de band van de VU en VU ziekenhuis met geestverwa nten en andere bela ngstellenden in de regio Talten: • orga nisa tonsche en publicitaire werkzaamheden ten behoeve van de regionale bijeenkomsten van de Vereniging • Idem wat betreft de VUSA-cursussen, die van de Vereniging uitgaan • meewerken a a n het in stand houden en uitbouwen va n Vereniging en Vrouwen VU-hulp • ontwikkelen van voorlichtingsactiviteiten in de regio met steun van de functionaris public relations en voorlichting van de Vereniging
I
Van de VU-contactpersoon wordt verwacht dat hij/zij • zich enkele dagdelen per week voor deze werkza a mheden kan vrijma ken • zelfsta ndig en voor zover nodig in overleg met het regiona a l bestuur de werktijd kan indelen Aan de functie is een onkostenvergoeding verbonden Schriftelijke sollicita ties binnen 14da genna het verschijnen van dit blad aan het Bestuur van de Vereniging, Postbus 7161, 1007 MC Amsterda m Nadere informatie wordt desgewenst verstrekt door de heer P J Kruysse, algemeen secretans, tel 020-548 3713 of 02153-89533 (pnvé)
Guus Termeer/UP bedrijven staat echter helemaal niet te trappelen om het kermis niveau te verhogen en technolo gische vernieuwingen door te voeren. "Vanuit het idee: mijn vader deed het zo ook al." Met name in de voedings en genot middelenindustrie en in de tex tiel leeft deze gedachte. Een verhoging van het kennisni veau is voor deze bedrijven vaak bedreigend. Jaap Doctor: "Wanneer de on dernemer zelf een MTSoplei ding heeft, haalt hij geen HBO"ers of universitair ge schoolden birmen. Dat zou al leen maar ontregelend werken ."De contacten met de universi teit en onderzoekscentra is dan ook miniem. Geen punt, vinden de onderzoekers. De groep niet innovatieve bedrijven is be leidsmatig niet echt interessant.
Vertrouwensband Wel interessant is de midden groep van technologievolgen de bedrijven. Deze onderne mingen hebben wel degelijk be hoefte aan een goede kenniso verdracht. Het ontbreekt hen aan voldoende knowhow om de gewenste vernieuwingen (vaak procesinnovaties, zoals de automatisering van het ma chinepark) door te voeren. Op deze middengroep moet het technologiebeleid gericht zijn, vinden de onderzoekers. Alleen is hier voor de universi taire transferpunten nauwelijks een taak weggelegd. De proble
men van deze bedrijven liggen namelijk vooral op het toepas singsniveau. En dan blijkt de universiteit geen reële ge sprekspartner. "De universiteit is nauwelijks praktijk gericht," stelt Casper Stokman. Daar naast wijst hij op een kennis kloof. "Deze ondernemers, met vaak een nietuniversitair ge schoold kader, kunnen hun pro blemen vaak niet eens definië ren of formuleren. Ze stappen dan ook niet naar de universi teit. Ondernemer en onderzoe ker spreken eikaars taal niet. Dat betekent een bijzonder hoge drempel." De onderzoekscijfers spreken klare taal. De directe zakelijke contacten, zoals leveranciers en afnemers, scoren hoog als ge bruikte informatiebron. "Daar mee hebben de kleine bedrijven vaak een vertrouwensband. Ze krijgen van deze zakelijke part ners concrete adviezen, die bo vendien gratis zijn," verklaart Docter. Contacten met de uni versiteiten blijken echter volle dig te ontbreken. "Niet verwon derlijk," vinden de onderzoe kers, gezien de praktische vra gen van deze technologievol gende ondernemers. Een goede samenwerking met het MBO en HBO levert dan meer op: "Stagiaires van de MTS of HTS zijn vaak heel ge liefd. Ze zijn praktisch ingesteld en ze brengen kennis binnen die aansluit bij de behoeften van het bedrijf." Het beroepson derwijs staat veel dichter bij het midden en kleinbedrijf. Een voorbeeld. In Helmond loopt al een paar jaar een geza
menlijk project van kunststofbe drijven en verschillende MTS'en. De scholen hadden be hoefte aan computergestuurde apparatuur voor het onderwijs. Een stichting vanuit het bedrijfs leven werd in het leven geroe pen. Deze financierde de gea vanceerde apparatuur, met de afspraak dat de apparaten na schooltijd in de bedrijven kon den worden gebruikt. "Dat werkte perfect," aldus Docter. De apparaten verdienden zich zelf na verloop van tijd terug. En stagiaires van de MTS introdu ceerden de moderne technieken in de bedrijven. "Zo hebben opleiding en onder neming een gemeenschappelijk belang. Aan dit soort praktische uitwisseling hebben de techno logievolgende kleine bedrijven behoefte. Transferpunten bij HBO en MBOinstellingen zou den daarom voor het midden en kleinbedrijf veel zinniger zijn."
Ongenuanceerd Moeten de universiteiten het midden en kleinbedrijf dan maar volledig vergeten? Dat gaat de onderzoekers wat te ver. Maar de doelgroep is be perkt. Stokman wijst op een SERonderzoek naar de poten tiële klanten van de vijf grote technologische instituten die Nederland rijk is. De SER advi seerde om vooral samenwer king met grote ondernemingen te zoeken. Voor het midden en kleinbedrijf gaat het slechts om 300 mogelijke partners: de tech nologieintroducerende bedrij ven met een hoogwaardige on derzoek en ontwikkeling. "De grote technologische institu ten hebben nu een heldere, ge differentieerde keuze gemaakt," constateert Stokman. Een keuze die de universiteiten ook zou sie ren: "De transferbureaus moe ten hun doelgroep sterk beper ken. Het is volstrekt ongenuan ceerd dat ze zich op het hele midden en kleinbedrijf richten. Laten er 2000 bedrijven zijn die qua kennisniveau en innovatie behoefte bij de universiteiten aansluiten. Dan nog spreek je van slechts 5 procent van het totale midden en kleinbedrijf." Ondoordacht en slecht beargu menteerd, zo oordelen de on derzoekers van het EIM over de taak van de transferbureau. Stokman: "Ik heb de indruk dat de bureaus bij hun oprichting die doelstelling kregen opge drongen. Het technologiebeleid had nu eenmaal de keimi stransfer naar het midden en kleinbedrijf als speerpunt." Een beleid dat nog steeds verre van slagvaardig is, vinden de on derzoekers. De instelling van vijf regionale InnovatieCentra begin 1988 wijst hierop. De Rijksnijverheidsdienst gaat de centra runnen, een instantie die totaal geen rol speelt bij de in novatie in het midden en klein bedrijf, zo blijkt uit hun onder zoek. Stokman: "Dat betekent weer een loket erbij." Al die verschil lende loketten, waaronder de transferburaus, moeten uitein delijk verdwijnen, stellen Docter en Stokman. Een breed opgezet regionaal Ondernemershuis, met daarin ook praktische in stanties als de K amer van Koophandel en de Regionale Instituten voor het Midden en Kleinbedrijf, vormt hun alterna tief. Een soort eerstelijns hulp, met daarnaast de mogelijkheid van directe samenwerking met bij voorbeeld de universiteiten, zo beschrijven ze hun aan de ge zondheidszorg ontleende con cept. Stokman: "In Zweden en BadenWürtemberg werkt het al, dus waarom niet in Neder land?"
ID
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1987
Ad Valvas | 588 Pagina's