Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1987 - 1988 - pagina 121

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1987 - 1988 - pagina 121

10 minuten leestijd

P£>\p3]^PS

9 OK TOBER 1987 De uitdrukking the lost genera­ tion werd enkele jaren geleden nog veelvuldig gebruikt. Door de bezuinigingen op de univer­ siteit dreigde de doorstroming van personeel op de universiteit volledig stU te vallen, waardoor een hele generatie van jonge wetenschappelijke talenten niet aan de bak zou kunnen komen. Eén van de mogelijke oplossin­ gen voor dit probleem zou de oprichting van de zogenaamde centres of excellence kunnen zijn, zo werd aUerwege gesug­ gereerd. In die instituten zouden jonge onderzoekers alleen na een strenge selectie onderzoe­ kers toegelaten mogen worden, waarna zij een zorgvuldige be­ geleiding van hoogleraren krij­ gen. Die plannen leven nog altijd volop, maar of de ontwikkeling van de wetenschap werkelijk bij die centres of excellence gebaat is, werd door Z.W.O.­directeur dr. A. Mu/der tijdens het sympo­ sium betwijfeld. Niet dat hij er helemaal tegen is, maar hij ziet wel nadelen. Als düe goede on­ derzoekers namelijk op één plek gebundeld zouden worden, kan dat zijns inziens net zo goed tot verschraling leiden. "De perife­ rie, de regio, zal dan geen im­ pulsen meer geven aan de cen­ tra. Deze dreigen in zichzelf be­ sloten te raken". Volgens Mulder moet er daarom voor gezorgd worden dat begaafde jongeren ook een plaats kunnen krijgen buiten de centres of excellence. Het centre of excellence is slechts één van de mogelijkhe­ den om het wetenschappelijk talent te stimuleren. Er bestaat ook een andere mogelijkheid welke meer aansluit op de door Mulder zo toegejuichte regiona­ le stimulering van wetenschap­ pelijk talent. Dat behelst het ge­ ven van stipendia aan jonge onderzoekers waardoor zij fi­ nancieel en materieel in de ge­ legenheid gesteld worden zich diepgaand op een vakgebied te bekwamen. In ons land functio­ neert in dat verband sinds 1984 het Constantij n en Christiaan Huygens­programma. Dit Huygens­programma werd opgezet ter verwezelijking van een tweetal doelen: in de eerste plaats wilde men het niveau van het wetenschappelijk on­ derzoek verhogen; in de tweede plaats wilde men een aantal uit­ stekende onderzoekers vast­ houden tot het moment dat er in het wetenschapsbedrijf weer plaatsen zouden openvallen. Tot dusverre hebben 57 onder­ zoekers een dergelijk stipendi­ um gekregen, het merendeel daarvan is afkomstig uit de beta­wetenschappen.

Bijscholing Sinds het begin van de jaren tachtig zijn de omstandigheden op sommige vakgebieden ech­ ter drastisch gewijzigd. Zeker in de bèta­wetenschappen kan nauwelijks nog gesproken wor­ den over een lost generation die duimendraaiend zijn tijd zit te verdoen. En dat heeft niet zo­ zeer iets te maken met een ver­ andering op de universiteit als wel met een opleving in het be­ drijfsleven. Er worden weer veel wetenschappers ge­ vraagd, zeker wanneer het in­ formatici zijn. Die aantrekkings­ kracht is geheel wederzijds: de meeste afgestudeerden kiezen liever voor een baan in het be­ drijfsleven dan voor een baan bij de universiteit. Het merk­ waardige doet zich daarom voor dat het de laatste paar jaar al niet eens zo gemakkelijk meer is om voldoende kandida­ ten voor de Huygens­stipendia in de bèta­wetenschappen te vinden. Eén van degenen die wel voor

Op ZWO­symposium over toekomst wetenschappelijk talent blijkt:

'Lost generation' vaart tussen hoop en zorg De situatie per vakgebied is te verschillend om eenduidig te kunnen zeggen dat wetenschap­ pelijk talent in Nederland toekomst heeft. Dat bleek op een vorige week vrijdag gehouden symposium van de Nederlandse organisatie voor Zuiver Wetenschappelijk Onderzoek (ZWO) over dit onderwerp. Wel gaven enkele getalendeerden zelf hun visie op de eigen toe­ komst. Voor de één leek die hoopvol, voor de ander zorgelijk. een academische carrière ge­ kozen heeft en van een Huy­ gens­stipendium profiteert, is de informaticus dr.ir. N.J.1. Mars. Over zijn eigen ervaringen ver­ tellend tijdens het symposium, gaf hij de zwakke concurrentie­

haar coUega's is naar het bui­ tenland vertrokken, bij gebrek aan passend werk in eigen land, een minderheid is gewoon iets anders gaan doen. Over haar eigen vooruitzichten merk­ te mevrouw Joëls op dat ze niet

Koos Neuvel zich eermiaal gespecialiseerd heeft op zo'n piepklein vakge­ bied, komt daar bijna niet meer uit. Gezien de grote publicatie­ druk is het het meest voor de hand liggend om te blijven pu­ bliceren op het terrein van die specialisatie. Daarnaast laten volgens Andeweg de grote on­ derwijsdruk en de bestuurlijke verantwoordelijkheid aan de wetenschapper ook vaak wei­ nig tijd over om zich intensief bezig te houden met onderzoek. Door die tendenzen zijn er nau­ welijks nog mogelijkheden om grote, nieuwe projecten op te zetten. Andeweg: "Toch is het

Geheel links ZWO­directeur dr. A. Mulder en rechts dr. W. Albeda, voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. FOIO Bram de Hollander positie van de universiteiten aan: "In het bedrijfsleven heb je heel veel faciliteiten, een auto van de zaak en dergelijke. Je zult je wel tweemaal bedenken om dan toch op de universiteit te gaan werken". Zijns inziens kan de universiteit die concurrentie alleen aangegaan wanneer er een ondersteuning op een aan­ trekkelijk niveau plaatsvindt; wanneer duidelijk gemaakt wordt dat bijvoorbeeld een Huygens­programma de moge­ lijkheid biedt tot intensieve bij­ scholing in een groot, nieuw vakgebied dat internationaal georiënteerd is. Het aanzien van zo'n programma zou heel hoog moeten zijn, wat volgens Mars momenteel niet het geval is. De situatie bij de informatici is echter niet representatief voor alle jonge academici. Voor de Utrechtse hersenonderzoekster dr.M. Joëls, zijn de vooruitzich­ ten aanzienlijk minder floris­ sant. Ook zij kan voor een perio­ de van vijf jaar gebruik maken van een Huygens­stipendium, maar wat er daarna gebeurt is onzeker. Zij heeft in haar insti­ tuut om zich heen gekeken en constateerde dat van alle men­ sen die daar promoveerden, niemand in het onderzoek te­ rechtkwam. Het merendeel van

volslagen pessimistisch is, maar dat ze de zaken toch moet af­ wachten. "Ik heb meer zorg dan hoop. Je voelt je een beetje machteloos tegenover de bezui­ nigingen die op de universiteit uitgevoerd worden."

Piepklein Gelukkig zijn zij die een vaste aanstelling aan de universiteit op zak hebben, om daar in alle rust hun talent tot rijping te laten komen. Die veronderstelling lijkt niet al te gewaagd, maar tij­ dens het symposium werd deze idyllische gedachte al snel weer verstoord door de Leidse politi­ coloog dr. R. Andeweg. Met het beeld dat hij schetste van de situatie in de maatschappijwe­ tenschappen, wekte hij de in­ druk dat intellectuele creativiteit daar eerder in de kiem ge­ smoord wordt, dan dat die be­ vorderd wordt. Eén van de belangrijkste ten­ denzen in de maatschappijwe­ tenschappen is volgens Ande­ weg, de toenemende speciali­ satie. Er komen onder andere steeds meer vaktijdschriften over hele specifieke onderwer­ pen die voor vakgenoten, laat staan voor buitenstaanders, nauwelijks nog interessant of leesbacïr zijn. Wie voor het schrijven van een proefschrift

zeker in de maatschappijweten­ schappen van groot belang dat er mensen zijn die op breder terrein verbanden kunnen leg­ gen en ontwikkelingen kunnen signaleren. Aan de moderne universiteit is dat naar mijn ge­ voel heel moeilijk." Andeweg staat er daarom niet zo over te juichen dat de Huy­ gens­stipendiaten in de toe­ komst alleen nog maar ver­ leend zal worden aan mensen zonder vast dienstverband: "In mijn geval heeft het Huygens­ stipendium mij de gelegenheid geboden aan over­specialisatie te ontsnappen, om een tijd te lezen in plaats van te schrijven, om in het buitenland nieuwe ideeën op te doen, kortom om een tijd weer zelf te studeren in plaats van studenten te begelei­ den."

Savoir­faire Alles bij elkaar lijkt de situatie voor de talentvolle betaweten­ schapper, in het bijzonder de informaticus, dus het meest rooskleurig. Aan de ene kant tracht het bedrijfsleven hem de eigen poorten binnen te slepen, aan de andere kant probeert ook de universiteit uit alle macht hem aan zich te binden. Studen­ ten lijken hun studiekeuze ster­ ker dan voorheen af te stemmen

op die situatie op de arbeids­ markt. Maar ook de universitei­ ten zelf willen steeds meer in­ spelen op de behoeften van de arbeidsmarkt: de beroepsvoor­ bereidende aspecten van de meeste academische opleidin­ gen zijn de laatste jaren aan­ zienlijk versterkt. Deze ontwikkelingen werden tij­ dens het symposium onder vuur genomen door dr. W. Albeda, voorzitter van de Wetenschap­ pelijke Raad voor het Rege­ ringsbeleid. Het afstemmen van het wetenschappelijk onderwijs op de behoeften van de ar­ beidsmarkt is zijns inziens een hachelijke zaak omdat we niet precies weten hoe die arbeids­ markt zich zal ontwikkelen. "We weten heel weinig over de toe­ komst, maar het is ook niet zo belangrijk om daar veel over te weten. Het blijkt namelijk dat mensen, afgestudeerde acade­ mici, zich gemakkelijk aanpas­ sen bij de vraag." Het essentiële van het hoger on­ derwijs, meende Albeda, is niet gelegen in de beroepsvaardig­ heid. Een universiteitsdiploma is in veel gevallen eerder een soort toegangsticket tot de ho­ gere, leidinggevende beroepen. En in die beroepen komt het niet in de eerste plaats aan op de toepassing van aangeleerde vaardigheden. Albeda: "K ennis kan iedereen zich verwerven. In laatste instantie gaat het echter niet om wat academici weten maar om hun persoonlijkheid." Wat voor academici veel be­ langrijker is, stelde Albeda, is dat ze "schitteren in savoir fai­ re"; ze dienen open te staan voor de suggesties van ande­ ren, ze moeten hun voordeel kunnen doen met kritiek en het is belangrijk dat ze een goede kennis bezitten van de sociaal­ economische omgeving en van de cultuur, zo rondde Albeda zijn profielschets van de ideale academicus af. Wil wetenschappelijk talent, binnen of buiten de universiteit tot ontplooiing kunnen komen, dan zal met die gegevenheden meer rekening gehouden moe­ ten worden, vindt Albeda. "Een exclusieve aandacht voor de bèta­vakken omdat die het bes­ te in de markt liggen, is riskant. Er bestaat een gevaar voor ge­ brek aan aandacht voor die kennis die de stricte beroeps­ voorbereiding te buiten gaat. Het valt niet te ontkennen dat er een zekere relatie bestaat tus­ sen de vraag en het aanbod van academici. Maar het vol­ gen van een opleiding is nooit een voldoende voorwaarde voor succes."

Advertentie

KASPAROV'S OORLOG HONGER in de JORDAAI^ Gar\ K asparo\ schrcff zijn le\ens^t'rhdal.ln \ \ : de koudi' oorlon dit­ K drpo\ tcycn mij %ocrdc, en ht't efft­'Ct van 'ülasnosl*. HonjjtT in de Jordaan. er wordt weer gratis tien uitgedeeld. De toeloop van de zwervers en de milde hand van Hare K rishna Nederland ontkerkehjkt razend snel Onderzoek onder 40 0(H) deelnemers toont aan dal alle bestaande cijfers onzm zijn In de grote steden: meer dan twee derde (jcen kerkelijke hindint>. Eerste journalist bezoekt K ilo Siele, een beruchte. Cubaanse, collectieve jjevanjjfnis "De revolutie heeft .erschrikkelijke fouten ncniaakt'. Gesprek met Rinus Israel: de eenvoud van htt trainen van Feijcnoord.

HEROÏNEPROSTITUÉES In de kleurenbijlajie acht fotonransche portretten van Amsterdamse heromeprostituees. De \ njt Vcademie, een unieke kunstinstelling Ften hamburjjers op de parkeerplaats. Itoekenbijlape­ de grote Oscar Wilde­biografiv

Lees naast UW krant Vry Nederland fl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1987

Ad Valvas | 588 Pagina's

Ad Valvas 1987 - 1988 - pagina 121

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1987

Ad Valvas | 588 Pagina's