Ad Valvas 1987 - 1988 - pagina 451
ia)WiV7is
22 APRIL 1988 Tijdens het interview heeft professor Van Swighem steeds enig vellen papier voor zich e n hij houdt het potlood permanent in de aanslag. Direct w a n n e e r e e n aspect v a n zijn verhaal zich leent voor visuele uitbeelding tekent hij d e nodige lijnen op het papier. "Met iemand bezig zijn is voor mij praten met een potlood", verklaart hij zich nader. "Het is e e n tweede natuur v a n mij geworden, tekenen e n praten g a a n gelijk op, dat werkt verduidelijkend." "Je komt verder met studenten als j e met potlood en met schetsen a a n d e gang bent. Wat dat betreft hebben tekeningen ook wel r e n d e ment opgeleverd voor mijn werk. Maar het tekenen is voor mij op d e éérste plaats toch e e n hobby; als ik op vakantie b e n e n ik zie in Frankrijk of Duitsland een mooie plek, g a ik onmiddellijk zitten tekenen." Deze hobby lijkt bij Van Swighem nu echter toch enige serieuze trekjes a a n te nemen. Vanaf 21 april h a n g e n er in het Exposorium v a n d e VU namelijk een aantal v a n d e architectuurschetsen die hij g e m a a k t heeft. Deze tentoonstelling is e e n initiatief van Van Swigchem's collega's bij kunstgeschiedenis ter gelegenheid v a n zijn afscheid.
Kunsthistoricus Van Swigchem neemt afscheid met tentoonstelling
'Tekenen is voor mij een tweede natuur geworden' 'Wie tekent, ziet meer', zo luidt de titel van een tentoonstelling die van 21 april tot 5 juni in het Exposorium gehouden wordt. De ondertitel van de tentoonstelling luidt: 'architectuurschetsen van een hoogleraar'. Die hoogleraar is de kunsthistoricus CA. van Swighem die tegelijkertijd afscheid neemt van de VU omdat hij 65 wordt. Een interview met een man die als belangrijkste doel had, het afrekenen met de mythe dat calvinisten geen gevoel hebben voor de esthetiek van de architectuur.
Michelangelo Heeft Van Swigchem g e e n angst om schetsen die hij voor zijn privé-genoegens vervaardigd heeft in het o p e n b a a r te laten vertonen, v r a g e n we. De hoogleraar is echter d e eerste om d e betekenis v a n d e tentoonstelling te relativeren. "Het is v a n alle kanten duidelijk dat ik g e e n enkele pretentie heb. Nee, ik zie dat wel met vertrouwen tegemoet. Ik h e b n o g tegen mijn collega's gezegd dat ze m a a r moeten beoordelen of zo'n tentoonstelling niet b e n e den de waardigheid v a n d e vakgroep of die v a n mij is. Dat heb ik a a n h e n overgelaten. Het moet toch ook kunnen, nietwaar? In het exposorium hangen toch ook niet altijd Michelangelo's? Het is zo duidelijk een aardigheid voor e e n vertrekkende hoogleraar. Een a a n t a l tekeningen heb ik ook al lang op dia staan en die gebruik ik op college, het sluit dus a a n bij wat studenten kermen." De vertrekkende hoogleraar Van Swigchem heeft achttien jaar a a n d e VU zijn ambt uitgeoefend. In 1970 werd hij benoemd tot buitengewoon hoogleraar in d e geschiedenis v a n de architectuur. O p d a t moment was hij al lang g e e n groentje meer op dat gebied, e e n groot aantal jaren w a s hij al actief Advertentie
FEEST IN ISRAEL? STEKELENBURG 'Israel is geen veilige staat, in Parijs ben je veiliger'. Tweede deel van het Dagboek van Annie Cohen-Solal. En: uit de kabinetsnotulen blijkt dat Nederland Israel 40 jaar geleden maar zeer schoorvoetend erkende. En: Filosoof Leibowitz (ook wel Israels geweten genoemd): 'Geen enkel volk heeft *enig' recht op welk land dan ook.' Johan Stekeienburg, de nieuwe FNV-voorzitter: 'We moeten nadrukkelijk weer in de aanval.' De jungle van de vliegtarieven. Wie per se wil kan véél goedkoper vliegen, en hoe je dat moet doen. James Spada, schrijver van de opzienbarende Grace Kelly-biografie. 24 uur met PDM, de winnende ploeg van Luik-Bastenaken-Luik. Peter Garrett over de muziek van Midnight Oil. SPOTJES: bijbanen van topfilmers.
KUNST OP STRAAT In de kleurenbijlage- Acht muurschilderingen en hun makers. De rage van de HIPHOP. Boeken: Glasnost m de literatuur. Ron Hubbard, commandant van labiele zielen. Han C. Hoekstra.
Lees naast uw krant ; Vrij Nederland
Prof. C A . v a n Swigcfiem: "Bij architectuur moet je goed weten wat je nodig hebt, het is niet alleen e e n kwestie v a n vormgeving." Foto Kees Keuch, AVCAHJ
geweest als overheidsambten a a r bij Monumentenzorg en het w a s d e bedoeling dat Van Swigchem d e d a a r verzamelde kennis op de universiteit zou uitdragen. Dat deed hij ook m a a r hij wilde meer, namelijk een afdeling bouwkunst in het leven roepen. Dat leidde ertoe dat Van Swigchem in 1977 d e monumentenzorg definitief v a a r wel zei e n koos voor e e n universitair bestaan. De geschiedenis v a n d e architectuur bestuderen betekent voor Van Swigchem allereerst het onderzoeken v a n verschillende stijlkenmerken v a n gebouwen. Maar d a a r n a a s t is hij ook sterk geïnteresseerd in d e sociale aspecten v a n d e architectuur, d e functie v a n gebouwen. Als voorbeeld vcffi hoe het kan verkeren met d e functie v a n een gebouw, noemt hij, hoe k a n het anders, het hoofdgebouw v a n d e VU. "Elk gebouw begint met een programma e n dit hoofdgebouw is begonnen voordat kunstgeschiedenis bestond. Het gevolg is dat er g e e n enkele collegezaal ingebouwd is met een g o e d e projectie e n a n d e r e dingen w a a r wij blij m e e geweest zouden zijn. O p het bouwprogramma v a n d e architect kwam kunstgeschiedenis gewoon niet voor." "Als je het bouwprogramma v a n d e architect vergelijkt met datgene wat er nu in gebeurt kun je dat vergelijken met een binnenstad die in 1800 gebouwd wordt en die in 1980 gebruikt wordt; er werken nu veel meer mensen d a n ooit gepland is. Maar je hebt ook weer dingen die afgenomen zijn. Op elke verdieping w a s een koffie-uitschenkpunt gepland en dat is nu niet meer zo." "Ik noem dit omdat je bij architectuur goed moet weten wat je nodig hebt, het is niet alleen m a a r een kwestie v a n vormgeving. In het Wis- en Natuurkun-
degebouw heb je zo'n vreselijk lange ziekenhuisgang met al die deuren erin. De architect heeft gezegd dat hij dat persé niet wilde en d a a r o m heeft hij alle deuren een stukje teruggetrokken. Dat is e e n kwestie v a n vormgeving. De functie v a n e e n gebouw lijkt vast te liggen, m a a r dat is niet zo. Je moet ontzettend flexibel zijn want je moet ermee rekening houden dat w a n n e e r e e n gebouw e e n m a a l in gebruik is genomen, e e n geheel eigen leven g a a t leiden wat d e functies betreft." En als zijn credo voegt Van Swigchem d a a r a a n toe:" Een goed architect zorgt voor e e n evenwicht e n e e n architectuurhistoricus heeft zijn o g e n o p e n voor al die aspecten." Het specialisme v a n Van Swigchem is echter niet het hoofdgebouw v a n d e VU, m a a r het protestant-christelijk kerkinterieur, iets waarbij, zoals hij zelf zegt, niet zo heel veel bouwkunst komt kijken. A a n veel kerkgebouwen valt ook niet zo heel veel te bestuderen omdat ze zo sober ingericht zijn. Hij loopt n a a r zijn boekenkast en pakt daaruit een door h e m samengesteld, rijk geïllustreerd boek met afbeeldingen v a n kerken w a a r alleen wat keukenstoelen staan. Ook is er e e n afbeelding v a n Christus in een kerk die n a g e n o e g k a a l is en w a a r Christus gewoon tussen d e mensen in staat, zelfs e e n zeepkistje is afwezig. Door sommige kerkelijke gezindten werd d e absolute eenvoud tot het grote ideaal verheven. Het zijn vooral de calvinisten die in het bezit zijn v a n d e reputatie dat ze iedere esthetische opsmuk categorisch afwijzen. Dit nu, stelt Van Swigchem, is pertinent onwaar. "Het is iets vreselijks want v a n dat vooroordeel zullen w e niet zo snel afkomen, m a a r het is volkomen onjuist. Die gedachte is voor een
Koos Neuvel deel in d e wereld gekomen door d e rooms-katholieke periode die d a a r a a n vooraf ging. In vergelijking d a a r m e e is er i n d e r d a a d e e n zekere versobering opgetreden." "Het oordeel over het calvinisme is echter grotendeels tot stand gekomen door d e negentiende eeuw. Toen heeft er i n d e r d a a d om principiële redenen, e e n rationalistische Ausraümerei, zoals d e Duitsers dat zeggen, plaatsgevonden. Men heeft ook zo'n idee v a n calvinisten dat ze tegenstanders w a r e n v a n afbeeldingen in d e kerk. Dat kun je links en rechts lezen m a a r het is een absolute fabel. Dat is voor mij ook één v a n de redenen geweest om me met het onderzoek n a a r kerkinterieurs bezig te houden. U wilde afrekenen met een aantal mythes? Van Swigchem: "Ik wilde e e n wat waarheidsgetrouwer beeld v a n d e geschiedenis schetsen. Bovendien speelde in mijn achterhoofd m e e dat ik v a n d e generatie v a n voor d e oorlog stam e n v a n huisuit goed weet hoe alles in een kerk functioneerde. Want wat is nu eigenlijk e e n dooptuin? Als je dat v a n d a a g d e d a g a a n iemand v a n vijftien j a a r vraagt d a n zal die niet weten w a a r een dooptuin voor dient."
Klompjes klei iDe interesse voor kerken heeft Van Swigchem ook al bij zijn werk bij Monumentenzorg kunnen uitleven. Van oudsher s t a a n d e kerken immers onder een grote historische belangstelling. Maar in d e tijd dat hij d a a r gewerkt heeft, in d e jaren zestig en zeventig, is die belangstelling voor monumenten nog aanzien-
lijk verbreed. Niet aUeen kerken m a a r ook burgerhuizen en hele stadsgezichten werden beschermd. Volgens hem heeft die toegenomen belangstelling veel te maken met de oorlog: "In d e oorlog gingen zo ontzettend veel g e bouwen verloren, dat d a a r d o o r een nieuw historisch besef is ontstaan." Zou het er ook niet m e e te m a ken kunnen hebben, opperen we, dat d e moderne architectuur veel intemationaler v a n karakter is en dat d e bescherming v a n oude gebouwen als doel heeft iets te b e w a r e n v a n wat als het nationale volkseigen beschouwd wordt? Van Swigchem denkt wel dat het er iets mee te m a k e n heeft: "Je ziet het in Rotterdam w a a r een a a n t a l unieke, wifte koopmanshuizen enige tijd geleden is afgebroken en die worden nu gewoon weer opgebouwd. Zo'n stad wenst gewoon g e e n afstand te doen v a n de laatste tien achttiende eeuwse koopmanshuizen die ze nog h e b b e n a a n d e Maas. Je kunt zeggen dat zoiets een openluchtmuseum-mentaliteit is, m a a r a a n de a n d e r e kant kun je zeggen dat Rotterdam begrip heeft voor het vasthouden v a n e e n cultuurlijn." Is zoiets niet een vorm van bedrog, er wordt gedaan alsof het de authentieke gebouwen zijn, maar dat zijn ze niet? "Och", zegt Van Swigchem relativerend, "we kennen toch ook gerestaureerde gebouwen waarbij er alleen nog m a a r twee oorspronkelijke balken ergens in d e lucht h a n g e n . Die gebouwen in Nederland zijn ook zo fragiel, v a n die gebakken klompjes klei, als die e e n p a a r eeuwen in weer e n w^ind hebben g e s t a a n zijn ze niets meer w a a r d . Dus wat wil je? Die n a g e b o u w d e huizen zijn eigenlijk maquettes met e e n s c h a a l v a n één op één. Niettemin is het zo dat uw kinderen en kleinkinderen die huizen toch voor vol zullen aanzien. Beslist. Wie zou er ook echt wiUen wonen in e e n volledig authentiek achttiende eeuws huis? G e e n sterveling meer die in een huis wil zonder electrisch licht of een douche."
'Dome des Invalides Paris', C A . v a n Swigchem 1966.
m
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1987
Ad Valvas | 588 Pagina's