Ad Valvas 1987 - 1988 - pagina 467
fiD\ps^^
29 APRIL 1988 voor zuivere research voor d e alfa's en d e gamma's." Een van de belangrijkste be leidspunten w a s dat m e n een methode wilde ontwikkelen om de uitgaven in het WO in d e toekomst beter te kunnen be heersen. Men wilde niet dezelf de fout maken als in d e zestiger jaren, waarin het beleid zich be perkte tot het a a n k o m e n d e be grotingsjaar. Planning e n be stuur v a n het wetenschappelijk onderwijs werden trefwoorden. Dit resulteerde eind 1976 in het zogenaamde ATOOMmodel: iedere instelling m a a k t e een ontwikkelingsplan op basis waarvan meerjarenafspraken met d e minister werder ge maakt. Door d e verschillende meerjarenafspraken op elkaar af te stemmen wilde Klein stu rend g a a n optreden. "Ik wilde tot een volledig model komen v a n wat er kwantitatief en kwalitatief leefde. Ik wilde aansluiten bij d e m a a t s c h a p p e lijke behoeften: w a a r zet je je numerus fixusgrens voor medi cijnen, w a a r die voor juristen? Ik was voorstander v a n het in voeren v a n selectiviteit. Waar om zou er een achtste medische faculteit in Maastricht moeten zijn, m a a r ja, die kon je natuur lijk moeilijk g a a n sluiten n a die net geopend te hebben." "We gingen vrij intuïtief te werk toen. De onderbouwing w a s : "Mijne heren, in d e totale lande lijke verdeling komt u wat min der a a n d e bak." Twente moet maar wat harder g a a n werken voor zijn centen, d e VU en d e KUN waren heel sober geweest, dus d a a r ging niks af. Die wa ren immers v a n d e mensen die op de schoorsteen e e n potje hadden staan, 'voor onze eigen universiteit'. En zo ging je e e n beetje langs d e instellingen." Aan de kwalitatieve component kwam Klein niet meer toe. De tijd bleek namelijk nog niet rijp voor selectief beleid, iets dat on der Deetman wel v a n d e grond IS gekomen. Klein heeft hier een verklaring voor: "Het is Deet man wel gelukt en mij niet, om dat de hele maatschappij nu veel harder is geworden. Zoals Ernst Happel zei: 'kein geloei', voetballen. Nononsense. Maar de nononsense in d e g o e d e be tekenis v a n het woord, dus: hou er rekening mee dat het centen van J an met d e Pet zijn, dat is duidelijk overgenomen door mijn opvolgers. De hele filosofie van wat goed is voor d e univer siteit, is goed voor Nederland, is verlaten."
Fatale beslissing
i j 5
I
Het voeren v a n e e n onder zoeksbeleid, e e n v a n d e doel stellingen v a n Klein, mislukte volkomen. Dr. ir. B. Okkerse, vroeger s a m e n met Klein werk zaam op het NATlab v a n Phi lips in Waalre, werd in 1976 aangetrokken als hoofddirec teur onderzoeksbeleid. Volgens zijn analyse is d e huidige uni versitaire problematiek ont staan omdat men d e middelen anders ging verdelen. Toen d e koek minder werd kregen d e universiteiten niet meer auto matisch geld, m a a r op basis van studentenaantallen. Het re sultaat w a s volgens Okkerse dat de instellingen probeerden zo veel mogelijk onderwijsacti viteiten op poten te zetten om via dat mechanisme hun budget veilig te stellen. Over onderzoek werd niet meer nagedacht. "Ik was in 1976 de enige op het ministerie die over onderzoek sprak. Niet d e colleges v a n be stuur, niet de planninggroep. Die verdeling op basis v a n die studentenaantallen is volgens mij een fatale beslissing ge weest."
Volgens Okkerse, die als top a m b t e n a a r ook meerdere be windslieden meemaakte, ver schilt d e periodePais niet we zenlijk v a n d e periodeKlein. "Niet zozeer omdat dezelfde ideeën zijn voortgezet, m a a r omdat er sprake w a s v a n e e n bewustwordingsproces dat in toenemende mate vorm krijgt". Dat ontwikkelingen e e n vrij lan ge a d e m h e b b e n valt goed te illustreren a a n d e h a n d v a n d e tweefasengedachte. Vlak voor zijn aftreden in 1963 bepleitte minister Cals in zijn "testament" voor een kortere cursusduur. Professor dr. K. Posthumus die in 1967 werd benoemd tot rege ringscommissaris voor het WO ging op deze lijn verder. Hij stel de voor om d e studieduur in d e regel op vier j a a r te stellen met d a a r n a a s t d e mogelijkheid om d a a r n a in e e n of twee j a a r e e n researchaantekening te b e h a len. Het achterliggende motief w a s niet zozeer v a n financiële aard, men vond ^eenvoudigweg'
wilde intrekken. Drie j a a r later kreeg Pais zijn zin toen uiteinde lijk toch d e tweefasenstructuur door d e Kamer werd a a n g e n o men.
Gelijkheid Leibbrandt: "Pais zat op d e handhaving v a n d e zogenaam d e nullijn. Het ging nog heel ge leidelijk, d e dramatische bezui nigingen zijn p a s onder Deet m a n gekomen. De kwaliteit v a n het onderwijs w a s in onze tijd nog niet expliciet a a n d e orde. We gingen uit v a n de filosofie dat alle universiteiten gelijk zijn en dat ze gelijke ontwikkelings kansen moesten hebben. We hebben toen al wel gedacht a a n een uitruil v a n faculteiten of stu dierichtingen als we tot verdere bezuinigingen zouden moeten komen, zoals v a n d a a g d e d a g ook daadwerkelijk is gebeurd." Ook zijn onder Pais d e ideeën over d e herstructurering v a n het wetenschappelijk corps ontwik keld e n ten dele doorgevoerd.
a a n onderzoek besteed mocht worden. ledere hoogleraar e n docent werd geacht een deel van de tijd a a n onderzoek te besteden. Wat voor onderzoek of hoe hij dat deed liet men a a n d e persoon zelf over. We kwa men tot d e conclusie dat dat toch een te grote mate v a n vrij heid was, want het sluitstuk zat er niet a a n : verantwoording af leggen. We zijn d e universitei ten toen g a a n vragen om met een wetenschappelijk verslag te komen. Dat w a s d e eerste .stap n a a r d e voorwaardelijke financiering."
Beeldvorming Volgens Okkerse vormt het on derzoek nog steeds een pro bleem. Dat er e e n decennium lang niets gebeurd is op dat punt beschouwt hij als d e "root of aU evü". Vooral e e n mentali teitskwestie. "Er is een tijd geweest dat we tenschappelijk onderzoek iets w a s w a a r iedereen trots op w a s
Een studentendemonstratie tegen d e tweefasenstructuur in november 1980. dat afgestudeerden v a a k te oud waren als ze op d e arbeids markt verschenen. Leibbrandt: "De studieduur w a s in Nederland d e langste ter we reld. Shell kreeg zijn Engelse in genieurs op 22jarige leeftijd, e n zijn Nederlandse met 28, terwijl die laatsten toch echt niet zes jaar beter waren." Klein e n Van Kemenade dien den de eerste wet herstructure ring in bij het parlement. De PvdA kwam in d e Tweede Ka mer met een amendement dat de mogelijkheid bood om een uitzondering te creëren op d e vier jaar, mits door d e afzonder lijke faculteiten werd a a n g e toond dat dat in hun geval niet voldoende wras. Vervolgens kwamen 99% v a n alle studie richtingen en faculteiten met rapporten waarin ze met klem aantoonden dat vier j a a r voor hun tekort was. Toen Pais zag dat op deze ma nier d e tweefasengedachte be hoorlijk ondermijnd werd e n bo vendien o n b e t a a l b a a r zou wor den, n a m hij d e drastische stap om n a a r het parlement te stap pen en te zeggen dat hij d e wet
Leibbrandt: "Toen ik in 1957 a s sistent werd, w a s ik d e tweede die d e juridische faculteit v a n d e VU ooit benoemd had. Er w a r e n toen nog g e e n wetenschappelij ke medewerkers, slechts lecto ren en hoogleraren. Toch kon de faculteit er behoorlijk m e e uit d e voeten. Het a a n t a l studenten w a s natuurlijk wel veel kleiner. Kort d a a r n a begon d e enorme groei v a n het wetenschappelijk corps a a n d e Nederlandse uni versiteiten." "Toen ik directeurgeneraal werd kwamen er jaarlijks 1500 plaatsen bij a a n d e universitei ten. We hebben dat toen terug gebracht n a a r 450. De r a n g v a n lector is afgeschaft, d e weten schappelijk hoofddocent en d e universitair docent zijn geko men." Eveneens zijn onder Pais d e eerste stappen gezet in d e rich ting v a n voorwaardelijke finan ciering. In 1979 kwam d e be leidsnota 'universitair onder zoek' uit waarin voorstellen werden g e d a a n voor voorwaar delijke financiering. Leibbrandt: "Volgens d e eerste toewijzingsmodellen kreeg je toen per student een b e d r a g dat
in Nederland. In d e loop v a n d e jaren zestig is dat door allerlei omstandigheden n a a r d e ach tergrond geraakt. Er ontstond het beeld v a n d e 'nieuwe vrijge stelden': mensen die zo'n acht uur in d e week instructie g a v e n en verder niets te doen h a d d e n . De beeldvorming v a n d e uni versiteiten is toen enorm ver slechterd. Het maatschappelijk draagvlak werd minder. Als Van der Stee a a n Deetman vroeg: w a a r zijn die 6000 fte's mee bezig w a a r v a n jij berekent dat ze onderzoek doen, d a n w a s dat volstrekt onduidelijk." Door middel van wetenschap pelijke verslaglegging begint d e samenleving d a a r nu een beetje zicht op te krijgen. Maar het draagvlak moet sterker wor den. Nederland beseft nog in onvoldoende mate het b e l a n g v a n universiteiten. Bovendien, aldus Okkerse, zit ten de universiteiten met e e n verouderd personeelsbestand. "In het algemeen is het zo dat mensen n a verloop v a n tijd hun interesse voor het fundamentele onderzoek verliezen. De creati
viteit neemt af. Daardoor is d e output niet meer wat die zou moeten zijn, met n a m e in d e h a r d e wetenschap. Dat pro bleem is onvoldoende onder kend." "Die personen zijn in vaste dienst. Ze zouden een heleboel dingen kunnen doen, m a a r niet a a n d e universiteit. Dikwijls vindt automatisch bevordering plaats, zodat ze e e n hoog sala ris h e b b e n en op d e arbeids markt een enorme verminde ring zouden incasseren. Gemid deld heb je hoge personeelslas ten, d a a r zit in essentie d e bron van het kwaad, dat moeten we geleidelijk zien te herstellen."
Perspectief Okkerse benadrukt dat bezuini gen ook positieve effecten kan hebben. "Het punt v a n doelma tigheid is niet zo'n sterk punt v a n ons universitaire bestel. Hier .kan, in abstracto, nog wel wat verdiend worden. Het beleid v a n minister Deetman is met on
Foto Bram de Hollander
geveer gelijke middelen meer doen. Dat hebben we gepro beerd te realiseren met d e TVC en SKG operaties, met n a m e op het gebied v a n onderwijs. Het HOOPbeleid dat nu ontwikkeld wordt, is erop gericht bij gelijk blijvende middelen meer output te krijgen: meer academici en meer onderzoek." "Ik realiseer me dat het oplos sen v a n problemen met proble men g e p a a r d gaat. En dat er schrijnende gevallen zijn. Dat blijkt ook uit persoonlijke brie ven a a n d e minister. Met verha len over toegenomen werkdruk halen we natuurlijk wel d e knip selmappen. Maar als je mij vraagt opnieuw in abstracto of het met minder middelen kan d a n zeg ik ja. Zo w a s ik eens op een universiteit in Oostenrijk. Daar zei iemand: als er meer studenten komen, d a n kopen we er toch gewoon een luid spreker bij!"
(BIJ het totstandkomen v a n deze serie is gebruik gemaakt v a n het onderzoek "Ma nagement van Universiteiten', van T.L.C.M. Groot, WoltersNoordhoff Gro ningen 1988).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1987
Ad Valvas | 588 Pagina's