Ad Valvas 1987 - 1988 - pagina 291
fiDVFiMps
22 JANUARI 1988
R omgevormd tot e e n soort onafwendbaar noodlot, d a n word ik e e n beetje nerveus. En wat Lyotard betreft: Voor zover d e barbarij al e e n element v a n het leven zou zijn, d a n zou ons dat juist tot het uiterste moeten provoceren om h a a r in te danmien e n te overwinnen. Ik vind het een noodlottige esthetisering v a n poli tiekmorele kwesties als m e n zijn opmer king zo begrijpt d a t het b a r b a a r s e ele ment in het leven niet alleen tot d e on vermijdelijkheden behoort, m a a r ook leidt tot d e extatische elementen ervan.
I
Begrijp me goed, ik b e n niet naïef, ik b e n niet iemand die roept dat d e wereld zo mooi is. M a a r ik bestrijd het fatalisme van Lyotard, als hij zegt dat die barbarij onvermijdelijk is. Empirisch gezien kun je zeggen dat d e geschiedenis v a n onze soort tot nu toe vruchtbaar is geweest in het produceren v a n steeds weer nieuwe barbarij, kijk n a a r ZuidAfrika, kijk n a a r Chili, kijk nu weer n a a r Afghanistan.
'Als de Grünen niet be stonden, zou men ze moe ten uitvinden'
I
Maar ik zou zo'n constatering niet g r a a g tot een soort antropologische wet verhef fen. Onvermijdelijk? Hoe zou ik d a t moe ten weten? Ik ben er niet v a n overtuigd dat het ons lukt om d e oude A d a m hele maal uit te drijven. Ik geloof echter ook niet dat d e oude A d a m altijd zo zal blij ven als hij nu is." De steeds verder g a a n d e commerciali sering v a n d e m a s s a m e d i a e n met n a m e van d e televisie, b a a r t veel kritici zor gen. Toch ziet Habermas ook hier licht punten. "De berichtgeving over d e reUen rond de' aarüeg v a n d e startbaanWest in Frank furt bijvoorbeeld w a s intensief, informa tief e n niet opruiend. Ik denk d a t m e n s e n er door werden gestimuleerd om 's mor gens bij d e bakker hun eigen mening te geven. Als televisie zo werkt, heeft die
Foto: Enk Hardeman
Prof. dr. J. H a b e r m a s massale verspreiding v a n beelden e n meningen positieve kanten. Hoe verder d e invloed ervan reikt, des te groter wor d e n ook d e mogelijkheden v a n d e kij kers om 'nee' te zeggen. Maar ik moet toegeven dat d e commer ciële tendenzen verschrikkelijk zijn. Ik heb p a s een huis gehuurd met e e n ka belaansluiting. Ik moet nu 16 mark per m a a n d betalen e n daarvoor k a n ik opeens twaalf programma's ontvangen. Kunt u het zich voorstellen? Toch heeft dat op mij e e n merkwaardig effect gehad. Ik b e n 's avonds e e n p a a r
keer om e e n uur of tien voor het a p p a raat g a a n zitten, m a a r n a tien minuten w a s ik het zo beu dat ik het toestel uitzet te. Als ik m a a r twee progranmia's h a d gehad, zou ik waarschijnlijk n a a r een v a n beide zijn blijven kijken, m a a r als je ze alle twaalf hebt gezien, denk je: wat is dit voor onzin. Dus wie weet, misschien werkt die veelheid a a n k a n a l e n juist im muniserend. U vindt mij geloof ik nogal optimistisch? Tja, misschien heeft dat te m a k e n met mijn Duitse achtergrond. Daardoor b e n je waarschijnlijk toch eerder geneigd
om b e p a a l d e ontwikkelingen positief te interpreteren. Ik ben bijvoorbeeld zeer blij met d e tendenzen, die ik overal om me h e e n zie, die wijzen o p e e n toene m e n d e liberalisering v a n levensvormen. Jonge mensen zijn tegenwoordig zoveel vrijer, m a a r ook zoveel aardiger d a n wij op diezelfde leeftijd. Ik zie meer toleran tie, veel meer zelfbewustzijn en d a n n a tuurlijk dat grote spectrum v a n indivi duele levensontwerpen. De subculturen breiden zich steeds meer over d e hele maatschappij uit. Ik vind dat allemaal heel bemoedigend."
Het nieuwe paradigma van Habermas
I
'De tijden zijn zwart. Wij zijn e e u w e n e n eeuwen te laat geboren'. Met d e ope ningszinnen v a n zijn gedicht Heimwee vertolkte d e dichter Marsman e e n in d e jaren twintig wijd verbreid pessimisme. De gruwelen v a n d e Eerste Wereldoor log h a d d e n een abrupt einde g e m a a k t a a n veel illusies e n ook in d e filosofie werden steeds meer vraagtekens gezet bij het vooruitgangsoptimisme dat w a s gebaseerd op e e n o n w a n k e l b a a r ver trouwen in d e kracht v a n d e menselijke rede. De mens, e e n m a a l bevrijd uit d e kluis ters v a n bijgeloof e n religie, zou als zelf bewust subject v a n d e geschiedenis in staat zijn om d e wereld tot e e n harmo nisch geheel te ordenen, stelden d e filo sofen v a n d e Verlichting, nu ruim t w e e eeuwen geleden, optimistisch vast. De rationele vermogens v a n mondige men sen stonden daarvoor garant. De eerste systematische twijfel a a n dit optimisme werd geformuleerd in Frank furt, w a a r door Max Horkheimer in 1931 het Institut für Sozialforschung, d e later zo beroemde Frankfurter Schule, werd opgericht. In een intellectueel klimaat dat steeds sceptischer kwam te s t a a n tegenover d e industriële ontwikkeling e n dat n a d e oorlog ook nog eens werd geconfron teerd met d e terreur onder Stalin e n d e dreiging v a n het nationaalsocialisme, ontwikkelden d e Frankfurters e e n radi cale kritiek v a n d e menselijke rede. In hun boek Dialektik der Aufklarang stelden Horkheimer en A d o m o dat d e rationaliteit, in plaats v a n te werken als een emanciperende kracht, d e neiging heeft om te verworden tot e e n steriel doelmatigheidsdenken.
fie. Maar toen verscheen zeven j a a r ge leden in Frankfurt e e n lijvig boekwerk, dat zich niets gelegen liet liggen a a n alle pessimistische verhalen. In zijn vuistdik ke Theorie des kommunikativen Han delns, hield Jürgen Habermas e e n groots e n meeslepend pleidooi voor e e n her waardering v a n d e rationaliteit. Habermas onderschreef weliswaar d e sombere a n a l y s e v a n zijn Frankfurter leermeesters; ook hij z a g hoe het effi ciencydenken zich meester h a d ge maakt v a n d e samenleving. Maar hij verweet zijn voorgangers onvoldoende zicht te h e b b e n g e h a d op het potentieel dat d e menselijke r e d e ondanks aUes bezit. Habermas volgt in zijn a n a l y s e d e theo rieën v a n sociologen als Weber, Mead en Durkheim, die d e maatschappelijke ontwikkeling in d e negentiende e n twin tigste e e u w beschrijven als e e n proces, w a a r i n het economische e n politieke handelen zich geleidelijk heeft losge maakt uit d e menselijke 'leefwereld'. Economie en politiek zijn in die visie 'systemen' geworden met e e n eigen dy namiek. Beslissingen worden er geno men op basis v a n e e n strikte afweging v a n doelmatigheid birmen het eigen sys teem, waarbij d e begrippen 'geld' res pectievelijk 'macht' d e communicatie be heersen. Normen en w a a r d e n , die bin n e n d e leefwereld e e n belangrijke rol spelen, doen er niet ter zake. Nu is dat op zich g e e n probleem, vindt Habermas, z o l a i ^ die verenging v a n het blikveld beperkt blijft tot die syste men zeU. Dan k a n zo'n ontwikkeling zeUs zeer doelmatig zijn. De economie heeft tenslotte gezorgd voor welvaart e n d e politiek voor efficiëntere bestuursvor men.
Communicatie
Problematisch wordt d e zaak p a s als dit eenzijdig op doelmatigheid gerichte denken g r e e p krijgt op d e leefwereld, zodat ook in het o p e n b a r e leven econo nomische {is het winstgevend?) e n bu reaucratische (is het efficiënt?) argumen
Ook in Frankrijk werd door fUosofen als Michel Foucault e n JeanFrancois Lyo tard het einde verkondigd v a n het Ver lichtingsdenken v a n d e 'moderne' filoso
ten d e voorrang krijgen boven inhoude lijke overwegingen (is iets waardevol?, is het juist?). Habermas noemt dit proces d e 'kolonia lisering' v a n d e leefwereld door d e sys temen. Steeds meer zaken komen te recht in een circuit v a n min of meer a n o nieme 'instanties'. D a a r ontbreekt het zicht o p d e maatschappelijke gevolgen v a n beslissingen e n d e individuele bur ger g a a t zich steeds machtelozer voelen in het doolhof v a n bureaucratische pro cedures. Dat machteloze gevoel wordt nog ver sterkt, omdat in navolging v a n d e poli tiek e n d e economie ook d e w e t e n s c h a p zich g a a t ontwikkelen tot e e n zelfstandi g e systeem, een deskundigheidscultuur met een exclusieve claim op d e w a a r heid. De 'waardevrije' wetenschap pro duceert nog wel (technologische) kennis, m a a r doordat zij los is komen te s t a a n v a n d e leefwereld, sluit die kennis niet meer a a n bij d e maatschappelijke b e hoefte.
Utopie Tot zover loopt H a b e r m a s ' a n a l y s e in d e p a s bij die v a n veel a n d e r e füosofen. Vanwaar d a n toch zijn 'utopisch' a a n doend geloof in d e vitaliteit v a n d e leef wereld? In het opstel De nieuwe onoverzichtelijk heid schrijit Habermas: 'Als d e utopische oases uitdrogen, spreidt zich e e n woes tijn v a n banaliteit e n radeloosheid voor ons uit'. Zijn theorie is d a n ook zeker mede ingegeven door zijn weigering om, in navolging v a n Adomo, het hoofd in d e schoot te leggen. Maar, stelt hij, d e theo rie v a n het communicatieve h a n d e l e n is meer d a n alleen utopie. Uitgangspunt v a n die theorie is d e taal. Die taal stelt m e n s e n in staat om met elkaar tot overeenstemming te komen, niet alleen over feiten, m a a r ook over normen e n w a a r d e n . In het taalgebruik ligt d e mogelijkheid besloten om afwe
gingen te m a k e n tussen veelsoortige be langen. Een rationele overeenstemming tussen mondige mensen, die zelf b e p a len wat waar, juist en waarchtig is in e e n 'herrschaftsfreier Diskurs', is dus wel de gelijk denkbaar. De v r a a g is nu of zo'n 'Diskurs' in staat is om d e macht v a n d e systemen te door breken. Jazeker, stelt H a b e r m a s optimis tisch, kijk m a a r n a a r allerlei alternatieve groeperingen, v a n actiegroepen tot w e tenschapswinkels. Zij vormen e e n nieuw maatschappelijk fenomeen. Zij proteste ren tegen het te ver binnendringen v a n het systeem in hun leefwereld, w a a r d o o r d e kwaliteit v a n het b e s t a a n wordt a a n getast. Zij proberen d e leefwereld te ont doen v a n d e binnengeslopen machts structuren. En dat doen ze toch niet hele m a a l zonder succes. Dat a n d e r e fUosofen en sociologen zo veel pessimistischer zijn heeft volgens Habermas te m a k e n met een verkeerd theoretisch uitgangspunt. Tot nu toe wer d e n mensen altijd eenzijdig bestudeerd, of als bewust h a n d e l e n d e individuen, of als wUloze slachtoffers v a n het systeem. Wat in beide visies ontbreekt is begrip voor d e intersubjectiviteit, d e onderlinge betrokkenheid v a n mensen op elkaar. Om d e nieuwe maatschappelijke ont wikkelingen te begrijpen heeft d e socia le wetenschap e e n nieuw p a r a d i g m a nodig, e e n nieuw theoretisch kader, d a l h a a r in staat stelt om te zien hoe systeem e n leefwereld in elkaar grijpen en hoe menselijke communicatie d a a r i n e e n rol speelt. Alleen een theorie v a n het communica tieve h a n d e l e n is in staat om d e m e c h a nismen bloot te leggen v a n d e koloniali sering v a n d e leefwereld, stelt Haber m a s . Een recept om die beïnvloeding tegen te g a a n is er niet, m a a r zo'n theo rie stelt ons in ieder geval wel in staat om te zien dat die kolonialisering niet zo onvermijdelijk is, als d e systeemden kers ons willen doen geloven. (Erik Hardeman)
ID
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1987
Ad Valvas | 588 Pagina's