Ad Valvas 1987 - 1988 - pagina 249
11 DECEMBER 1987 Sceptisch ben ik als ik naar de conferentie over '(pseudo)wetenschap en scepticisme' op weg ga, maar, eenmaal gearriveerd, wordt mijn twijfel weggenomen door de entree van de eerste inleider, de Leidse wetenschapper Piet Vroon, psycholoog, en columnist voor de Volkskrant. Hij heeft deze nacht het bed niet gezien, houdt de feestroes nog even vast, stormt boordevol adrenaline naar het podium en opent met; 'Waar ben ik?' Toeval of paranormale gebeurtenis? Vroon is duidelijk: toeval. Hij heeft zich grondig in het obscurantisme verdiept, maar nooit enige aanwijzing gevonden voor de juistheid van het daar beweerde. Dit zadelt de psycholoog Vroon met een andere vraag op: waar komt dan de grote publieke belangstelling voor het paranormale vandaan? Immers iedereen die zijn medemensen niet voor dwaas houdt, zal deze grootschalige dwalingen moeten verklaren. Vroons verklaring ligt besloten in zijn openingszin: 'Waar ben ik?' De moderne mens weet niet waar hij staat in het geheel.
fDVpjy^
'pseudo-wetenschappen' Discussie over rationaliteit van 'pseudc
Toeval of paranc paranormale gebeurtenis? In hoeverre kunnen astrologie, parapsychologie, homeopathie, iriscopie en ufologie aanspraak maken op wetenschappelijkheid? Over deze vraag en over de rol van het scepticisme als luis in de pels van al te zelfgenoegzame filosofen, wetenschappers en pseudo-wetenschappers boog men zich onlangs in een weekend a a n de rand van de Veluwe in de Internationale School voor Wijsbegeerte . Peter Bemelmans, theoretisch natuurkundige en momenteel student filosofie a a n de Katholieke Universiteit Nijmegen woonde de sessies bij en schreef een beschouwende impressie.
Twijfel Het verbindingspunt tussen wetenschap en obscurantisme is volgens Vroon het streven meer van de wereld en onszelf te begrijpen. Zekerheid is daarbij onhaalbaar. We willen de onzekerheden reduceren. De scepsis is daarbij een sterk wapen om schijnzekerheden te ontmaskeren. Echter, wie ook maar enkele coUeges filosofie heeft gevolgd, weet al dat het ormiogelijk is om aan alles te twijfelen. Het scepticisme als positie is onhoudbaar, omdat de scepticus ook aan zijn eigen positie moet twijfelen. De grote Descartes lijkt het te proberen op zoek naar een ontwijfelbare zekerheid. Ook hij gaat echter bij nader inzicht van allerlei vooronderstellingen uit. Dit is niet louter een noodzakelijk kwaad, maar in zekere zin ook goed. Een teveel aan twijfel kan ook getuigen van lafheid, van gebrek aan moed zich te engageren op het gevaar af ongelijk te hebben. Voor de wetenschap geldt hetzelfde. Zij begint niet bij nul. Wetenschap wordt beoefend vanuit een vooroordeel over hoe de werkelijkheid in elkaar zit. Dit vooroordeel wordt niet betrokken in de twijfel die een belangrijke motor is achter de vooruitgang in de wetenschap. En alle weten dat niet vertrekt vanuit deze globale visie op de werkelijkheid wordt afgedaan als obscuur.
Organisme Rond 1600 heeft zich een belangrijke verschuiving voorgedaan met betrekking tot het algemene idee over de werkelijkheid, waardoor wat eertijds als wetenschap gold, bijvoorbeeld astrologie en alchemie, nu als obscuur beschouwd wordt. In de late middeleeuwen gaat men in navolging van Aristoteles er vanuit dat de werkelijkheid vergeleken moet worden met een organisme waarvan de mens deel uitmaakt, waarin hij is opgenomen. De werkelijkheid wordt beschreven naar analogie met de menselijke werkelijkheid. Een steen valt omdat hij naar zijn natuurlijke plaats, de aarde, streeft. Rook stijgt, omdat zijn natuurlijke plaats de hemel is. Onze ervaring leert ons dat we steeds wrijving moeten overwinnen, dus geen beweging tenzij er een kracht wordt uitgeoefend. De hemellichamen corresponderen met psychologi-
Peter Bemelmans niet als zodanig opgevat. In de drang alles te verklaren, nemen mensen hun toevlucht tot de meest bizarre oorzaken: een banaan voor de wedstrijd, een toevallig verkregen kledingstuk. In deze lijn ziet Vroon het paranormale. Sommige verschijnselen die hoogst onwaarschijnlijk lijken, blijken dit bij juist toepassen van de statistiek helemaal niet te zijn. In andere gevallen zoekt men oorzaken waar enkele sprake is van een statistische uitschieter. Bijna fatalistisch concludeert Vroon, dat desondanks het obscurantisme onuitroeibaar is wanwege het geconstateerde verschil tussen wetenschappelijk wereldbeeld en het menselijk zelfbeeld. Tenzij dit laatste drastisch evolueert!
Atlantis
De verbinding van de mens, micro- en macrokosmos in een middeleeuwse houtsnede verbeeld. sche eigenschappen - de basis van de astrologie. Elementen kunnen getransformeerd worden en de alchemist bestudeert deze transformatie om duidelijkheid te krijgen over het groeiproces dat een mens moet doormaken om deel te krijgen aan de goddelijke macht. Kortom, de mens ervaart zichzelfen de kosmos als bezield lichaam, als lichamelijke geest.
Dualisme Het organicisme wordt rond 1600 vervangen door het mechanicisme: de vooronderstelling dat de werkelijkheid een grote machine is. De kosmos heeft geen menselijke eigenschappen meer, is niet meer bezield. Als één van de hoofdoorzaken voor deze verschuiving noemt Vroon het Cartesiaanse dualisme. Descartes scheidt geest en materie strikt. Het uitgebreide is niet geestelijk, met andere woorden: de kosmos is dood, is zielloze materie. Dit komt tot uitdrukking in en wordt versterkt door de opkomst van het experiment als dé methode om kennis te verwerven. De beschouwer probeert zichzelf nadrukkelijk buiten het gebeuren te houden. De mens is geen on^ derdeel meer van de werkelijkheid, maar staat er tegenover.
De winst van deze splitsing is de enorme groei van de wetenschappelijke kennis. De prijs is echter hoog. Vanuit mechanistisch perspectief verschijnt de mens zowel naar lichaam en naar geest als machine. Dit is echter in strijd met de menselijke zelfbeleving. Er ontstaat een spanning tussen het beeld dat de wetenschap geeft van de mens en diens zelfbeeld. Waar ben ik als mens in het wetenschappelijk verhaal? Deze desoriëntatie, deze onzekerheid heeft tot gevolg dat de oude organicistische ideeën weer aan populariteit winnen. Vroon heeft duidelijk geen hoe pet op van paranormale verschijnselen. Hij behandelt resten organicistisch denken in het dagelijkse leven onder de titel 'redeneerfouten". Deze denkfouten kunnen samengevat worden onder de noemer statistisch onbenul: slecht rekenen en de onwil het toeval als zodanig te erkennen. Grote getallen imponeren. Als echter de kans dat één schuif van de pijlerdam in de Oosterschelde goed functioneert 99 procent is, dan is de kans dat de hele dam voldoet slechts 0,99 tot de macht 70 = 55 procent; een inschattingsfout die twee miljard extra kostte. Daarnaast worden statistische uitschieters
De reactie van het publiek verrast me. Tijdens de lezing prees ik het geduld van de toehoorders ten aanzien van wat hun toch als laster in de oren moest klinken. Na zijn verhaal zou hij er vast van lusten. Dan zouden de paranormalen, de helderzienden en astrologen, de iriscopisten en andere 'kijkers' waarmee de zaal ongetwijfeld bevolkt moest zijn, deze kritischrationalist zijn vet wel eens geven. Immers, de Internationale School voor Wijsbegeerte, opgericht door Frederik van Eeden, ook nog op de Veluwe, dat zweemt toch naar anthroposofie en holisme, naar organicisme. Echter, niets van dit alles. Als na de tweede lezing eindelijk iemand de spoedige terugkeer van Atlantis aankondigt, is het 'onzin' niet van de lucht. De kritisch-rationalisten hebben de Internationale School overgenomen, zo wordt me tijdens de lunch uitgelegd. Kennelijk is het door de filosoof dr. Kunneman van de Universiteit van Amsterdam in de tweede lezing ingenomen standpunt hier het afwijkende, het moedige.
Kritiek
Het paranormale is wel rationeel volgens Kunnneman. Ufologie, parapsychologie, iriscopie, homeopathie zijn geen wetenschappen, maar dat betekent niet dat ze tot het domein van het irrationele behoren. Rationeel is alles waarvoor wij goede redenen kunnen geven, redenen die door anderen bekritiseerd kunnen worden. Onder deze algemene omschrijving valt veel meer dan de op waarheid gerichte uitspraken van de wetenschap over de feitelijke werkelijkheid. Bijvoorbeeld, voor de juistheid van de uitspraak 'het is goed je buren te helpen' kunnen ook allerlei redenen worden aangedragen die door anderen weer in twijfel kunnen worden getrokken. Elke uitspraak, handeling, of expressie die aanspraak maakt op een bepaalde geldigheid welke geldigheid in een communicatief proces geargumenteerd en bekritiseerd kan worden, is rationeel. In ieder geval in de brede zin van conmiunicatieve rationaliteit. Deze definitie, die ook op de scepsis steunt, omvat naast de
gebruikelijke rationaliteit van de wetenschappen, waarin de waarheid van uitspraken over feiten aan de orde is, ook het domein van de normen en expressies. Immers, normatief handelen en ook expressies kunnen geargumenteerd worden. Deze argumentatie kan op haar beurt weer worden bekritiseerd. In deze brede zin van rationaliteit zijn de pseudowetenschappen wel rationeel.
Marge
Toch zijn de pseudowetenschappen in de marge terechtgekomen. Om de vraag te beantwoorden hoe dat mogelijk is, gaat Kunneman ook terug naar de tijd rond 1600. Waar Vroon echter de nadruk legt op de opkomst van nieuwe denkbeelden - het Cartesiaanse dualisme en nieuwe methoden om kennis te verwerven - het experiment -, daar besteedt Kunneman veel aandacht aan de maatschappelijke rationalisering. Het maatschappelijke leven wordt gesplitst in twee zelfstandige domeinen: de wereld van de arbeid, de economie en de staat, de wereld van het zo efficiënt mogelijk handelen, én de leefwereld, de wereld van de alledaagse conmiunicatie, waarin zin, betekenis en normen een belangrijke rol spelen. Omdat de wereld van de arbeid de overhand heeft gekregen over de leefwereld, is de daarbij behorende rationaliteit van de wetenschappen dominant geworden. Deze heersende visie op de werkelijkheid drukt andere werkelijkheidsinterpretaties, zoals de normatieve en emotionele naar de marge. Enkel wat de wetenschappelijke ratio kan bevatten bestaat. Andere-elementen van de werkelijkheidwörden als afval weggegooid. Kunneman noemt dit met een aan Weber ontleende uitdrukking: de onttovering van de wereld.
Verliefd In een onttoverde werkelijkheid is geen plaats voor paranormale verschijnselen. In deze fenomenen lopen immers het objectieve, het normatieve en het emotionele door elkaar. Wanneer we zo door het waarheidsfilter van de wetenschappen gooien, blijven enkel feiten en dus niets van deze verschijnselen over. In de veel smallere werkelijkheidsopvatting van de wetenschap bestaan zij niet. Als een overigens zeer treffend voorbeeld van de gebeurtenis uit de conamunicatieve leefwereld haalt de sluwe Kunneman het moment aan waarop hij verliefd werd op zijn vrouw. Haar gezicht lichtte op in de kroeg waar beiden zich bevonden. Een gebeurtenis voor geen ander waarneembaar, maar heel werkelijk tussen deze twee mensen. Dit soort conmiunicatieve gebeurtenissen, waartoe het paranormale behoort, zijn veel te rijk aan inhoud voor wetenschappelijke behandeling. Op de vraag of iriscopie, ufologie, parapsychologie wetenschappen zijn, zal Kunneman hetzelfde antwoord geven als Vroon: nee! Hij gaat verder. Je moet ook niet proberen ze met wetenschappen te vergelijken of ze te bewijzen vanuit de wetenschap. Want als we het paranormale uit zijn context - de leefwereld - halen, blijft er niets van over. Daarmee zijn paranormale verschijnselen echter nog niet irrationeel. Rationeel zijn ze als we het bredere begrip communicatieve rationaliteit hanteren.
Vervolg op pag. 11
fl
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1987
Ad Valvas | 588 Pagina's