Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1987 - 1988 - pagina 569

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1987 - 1988 - pagina 569

12 minuten leestijd

BOEKEN Psychoanalyse als verbaal terrorisme De revolutie v a n Freud, zo w e ­ ten vele kenners v a n d e psy­ choanalyse ons te vertellen, b e ­ staat hieruit dat hij d e rationali­ teit v a n het eigen Ik e e n zware slag toegebracht heeft. We d e n k e n zeker te weten wie we zijn, wat w e wülen en wat onze motieven zijn, m a a r he­ laas, dat is allemaal slechts e e n misverstand. Het Ik is g e e n baas in eigen huis, in diezelfde vesting d w a l e n namelijk ook d e spoken v a n het onbewuste in het rond. Ons g e d r a g wordt volgens Freud voor e e n groot deel b e ­ paald door (seksuele) motieven die voor onszelf verborgen blij­ ven. S oms k a n e e n verdringing van het onbewuste leiden tot gedragsstoornissen e n op d a t moment komt d e psycho­analy­ ticus in het geweer. Door middel van droomanalyse e n associ­ atie probeert hij d e patient b e ­ wust te m a k e n v a n diens onbe­ wuste motieven om er op die manier niet langer d e slaaf v a n hoeven te zijn; d e pathologische spoken mogen in het huis v a n het Ik niet langer d e dienst uit­ maken. Die benadering v a n Freud lijkt heel nuttig en behulpzaam te zijn bij het verklaren v a n men­ selijk g e d r a g d a t op het eerste gezicht volledig irrationeel lijkt. De psychoanalytische methode heeft echter ook e e n minder ple­ zierige keerzijde: je kunt er n a ­ melijk iedere vorm v a n discus­ sie mee verzieken, je hoeft g e e n enkel argument v a n je discus­ sie­partner op zijn deugdelijk­ heid te onderzoeken en hem steevast confronteren met diens achterliggende, onbewuste mo­ tieven. Zoiets is niet e e n toevallige, ui­ terste consequentie v a n het denken v a n Freud, het is e e n werkwijze die hij zelf eigenlijk permanent bij debatten g e h a n ­ teerd heeft. Dat althans komt dmdelijk n a a r voren in het boek

Koos Neuvel dat d e a a n d e VU werkzame psycholoog Leo G.M. Prick heeft geschreven over het verloop v a n d e vriendschap tussen Freud en Jung. Prick beschrijft hoe zich e e n ge­ zelschap v a n volgelingen om Freud h e e n verzamelde, e e n gezelschap dat n a g e n o e g d e g e d a a n t e a a n n a m v a n e e n sec­ te. Dat kwam vooral door Freud zelf. Hij duldde namelijk in het geheel g e e n tegenspraak, iede­ re benadering die ook m a a r op een miniem punt afweek v a n zijn eigen uitgangspunten, werd onmiddellijk afgekapt. Dit auto­ ritaire optreden heeft Freud e e n reeks v a n conflicten bezorgd met leerlingen die enige ruimte voor zichzelf opeisten, zonder d a a r m e e persé hun leermeester te willen bestrijden. Jung hechtte e e n minder groot belang d a n Freud a a n d e sek­ suele bepaaldheid v a n het men­ selijk handelen e n bovendien h a d hij e e n grotere belangstel­ ling voor het occulte, het exoti­ sche en dergelijke. Dat soort 'af­ wijkingen' v a n Jung w e r d e n niet geaccepteerd. Freud bestreed hem evenwel niet in d e eerste plaats door weerlegging v a n diens argumenten m a a r vooral door e e n patiënt v a n h e m te m a ­ ken. Dat deed hij met al zijn volgelingen met wie hij in con­ flict kwam: plotseling ontdekte hij d a n hun p a r a n o ï d e a a n l e g , hun dwangmatige persoonlijk­ heid en hun vadercomplex. Met Freud zelf w a s natuurlijk niets a a n d e h a n d . Hij be­ schouwde zichzelf als d e gezon­ d e analyticus die het allerbeste voorhad met zijn neurotische leerlingen. Hij wilde ze m a a r wat g r a a g weer gezond maken, dat wil zeggen, o p het juiste Freudiaanse p a d brengen. Jam­ mer aUeen dat die leerlingen zo

'M

1 ^ 'S,

•^^s

'is.

^

*

S. Freud stug bleven volhouden dat ze helemaal niet neurotisch w a r e n en serieus wensten te worden genomen. O p die manier wordt een goede therapie wel e r g moeilijk. Al dat soort relaties tussen Freud en zijn leerlingen worden door Prick nauwgezet in kaart gebracht. Oorspronkelijk w a s het zijn bedoeling, zo schrijft hij in zijn boek, om Freud en Jung te gebruiken als illustratiemateri­ a a l voor d e ontwikkelingspsy­ chologische theorie. Gelukkig is v a n die bedoeling weinig te­ recht gekomen. Ik h e b niet zo­ veel behoefte a a n e e n nieuwe theorie w a a r i n d e beide b e ­ roemde psychologen nu op hun beurt als 'gevallen' of als 'pa­

is-

i C.G. Jung tiënten' bestudeerd worden, wier persoonlijkheid niet tot e e n gezonde ontplooiing is geko­ men. Met e e n dergelijke b e n a ­ dering zou d e arrogantie die Freud ten opzichte v a n zijn leer­ lingen h a n t e e r d e door d e mo­ derne onderzoeker nog eens dunnetjes worden o v e r g e d a a n . De w a a r d e v a n het boek v a n Leo G.M. Prick ligt voor mij vooral hierin d a t d e grenzen v a n d e psychoanalytische be­ nadering er duidelijk in n a a r voren komen. Het blijkt dat psy­ choanalytisch jargon e e n uitste­ kend middel is om menselijke relaties te terroriseren. Niets meer v a n wat d e discussiepart­ ner zegt dient nog letterlijk op­ gevat te worden. Al zijn woor­

Het evangelie van de androgynie Al voor iemand er e e n letter in had kunnen lezen, kon Messiaanse ikonen v a n Maria d e Groot e e n opmerkelijk boek g e noemd worden. Het is namelijk het eerste proefschrift dat d e Nederlandse feministische theologie heeft opgeleverd. Ook om e e n a n d e r e reden werd er met meer d a n gemiddelde nieuwsgierigheid n a a r het boek van Maria d e Groot uitgekeken. Haar promotor w a s al met het proefschrift akkoord g e g a a n , toen hogere wetenschappeLjke autoriteiten d w a r s gingen liggen. Direct stonden er mensen klaar die dit a a n d e vooringenomenheid v a n deze (mannelijke) autoriteiten weten; d a a r m e e kreeg het conflict d e dimensies van een rel. Dat De Groots proefschrift niet onopgemerkt is gebleven, is niet verwonderlijk, want het is e e n bijzonder boek. De Groot laat wemig onduidelijkheid b e s t a a n over h a a r bedoelingen. Zij noemt h a a r boek in d e ondertitel 'een vrouwenstudie'. In d e inleiding zet De Groot uiteen wat dat voor h a a r betekent. Om te beginnen plaatst zij h a a r werk tegen d e achtergrond v a n

Hanne Obbink de literatuurwetenschappen. Daar is d e a a n d a c h t d e afgelopen honderd j a a r verschoven van d e auteur n a a r diens werk en vervolgens n a a r d e lezers van het werk. De bijbelwetenschappen h e b b e n alleen d e eerste helft v a n deze ontwikkeling meegemaakt. De vooronderstelling v a n d e lezersgerichte benadering v a n e e n tekst namelijk dat e e n tekst zonder lezers g e e n betekenis heeft - is voor theologen, nog altijd op zoek n a a r de enig w a r e betekenis v a n d e bijbel, moeilijk te verteren. De Groot wü in h a a r studie v a n het evangelie v a n Johannes d e tweede stap wèl zetten. H a a r a a n d a c h t geldt bovendien niet de lezers in het algemeen, m a a r vooral d e vrouwelijke lezers. Haar doelstelling is te "beschrijven hoe d e Johanneische tekst n a a r zijn a a r d k a n functioneren binnen de beginnende vrouwentraditie". In die zin is h a a r boek e e n vrouwenstudie. De Groots uitgangspunt wekt interesse, het resultaat v a n h a a r

inspanningen valt echter tegen. De Groot concentreert zich vooral op wat zij met e e n term uit d e semiotiek 'ikonen', tekens noemt: d e zeven 'Ik ben-uitspraken' in het Johannes-evangelie ("Ik b e n d e g o e d e herder", "Ik ben d e weg, d e w a a r h e i d en het leven" enzovoorts). De stelling dat deze ikonen in het Johannes-evangelie v a n cruciale betekenis zijn, onderbouwt De Groot met e e n structuuranalyse v a n het bijbelboek. Het valt volgens h a a r in drie delen uiteen. In elk deel worden d e thema's uit het vorige deel opnieuw opgenomen e n verder uitgewerkt. De Groot noemt d a t d e 'explicatieve, zich ontvouw e n d e structuur' v a n het e v a n gelie. In deze structuur n e m e n d e ikonen e e n belangrijke plaats in. Ze zijn 'ritmisch' over d e drie delen v a n het evangelie verdeeld, é é n in het eerste deel, vijf in het tweede, é é n in het derde. Met dit 'ritme v a n 1-5-1' onderbouwt De Groot h a a r driedeling en met deze driedeling onderbouwt zij vervolgens het b e l a n g v a n d e ikonen. Zo is het volgens h a a r veelzeggend d a t het d e r d e

deel opent met d e ikoon "Ik b e n d e w a r e wijnstok". Net zo veelzeggend is volgens De Groot d e manier w a a r o p d e zes of zeven vrouwenverhalen uit het evangelie over d e drie delen verspreid zijn. "Zes plus één is zeven geschiedenissen waarin e e n vrouw centraal staat, met e e n ritmiek v a n 22(3)-2, d a t is e e n opmerkelijk gegeven." Vrouwen blijken d e draagsters v a n d e explicatieve structuur v a n het evangelie. Een rode d r a a d in het proefschrift is het begrip 'androgynie', door De Groot omschreven als 'Het Ene dat d e Twee in zich verenigt'. "De vrouwelijke lezer valt het op," schrijft De Groot, "dat d e beeldspraak in d e 'Ik ben'-woorden niet uit eenzijdig mannelijk te noemen betekeniseenheden is opgebouwd." Brood, weg, waarheid, leven, opstanding, poort, licht zijn alle begrippen zonder exclusief mannelijke of vrouwelijke betekenis-onderscheidingen. De afwezigheid v a n dit soort onderscheidingen suggereert volgens De Groot d e aanwezigheid v a n 'het Ene d a t d e Twee in zich verenigt'.

d e n zijn immers alleen m a a r d e symptomen v a n achterliggende motieven, d e uitdrukkingen v a n een ongezonde persoonlijkheid. Wanneer d e opponent niet op een dergelijke manier b e h a n ­ deld wenst te worden en boos wordt, k a n d e psychoanalyti­ sche onderzoeker vervolgens weer triomfantelijk uitroepen: "Zie je wel, ik h e b het altijd al geweten: e e n neuroticus!" Niet alleen voor wat betreft d e verdiensten m a a r ook voor wat betreft d e tekortkomingen v a n d e psychoanalyse, k a n v a n Freud zelf nog altijd het meeste geleerd worden.

Leo G M Prick, Freud Jung het verloop v a n e e n vriendschap Baarn, Ambo, 1988 Pnjs ƒ32 50.

Het duidelijkst is dat bij d e beeldspraak met d e wijnstok. Dat woord is zowel in het Grieks als in het Hebreeuws v a n het vrouwelijk geslacht en ook d e vruchtbaarheid heeft e e n vrouwelijk imago. De wijngaardenier is het mannelijk element in deze beeldspraak. "De wijnstokikoon heeft dus vrouwelijke e n mannelijke elementen die op elk a a r betrokken worden in e e n androgyn geheel." Johannes is, kortom, het evangelie v a n d e androgynie. De Groot g a a t nog e e n stap verder. Niet alleen ontbreekt in d e Johanneische beeldspraak d e 'sexe-fixatie', d e beeldspraak is ook 'niet humanocentrisch'. "Ze kunnen alle asymmetrische verhoudingen in wereld en schepping met hun argeloze symmetrie tot e e n nieuwe orde roepen van gerechtigheid e n troost." Wie dit soort redeneringen overtuigend vindt, moet het boek vooral g a a n lezen, want het staat er vol van. Voor a n d e r e lezers levert het perspectief v a n De Groot slechts af en toe e e n a a r d i g e ontdekking op.

Maria d e Groot, Messiaanse ikonen Een vrouwenstudie v a n het evangelie n a a r Johannes Uitgeven) Kok, Kampen 1988. ƒ49,90

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1987

Ad Valvas | 588 Pagina's

Ad Valvas 1987 - 1988 - pagina 569

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1987

Ad Valvas | 588 Pagina's