Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1987 - 1988 - pagina 256

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1987 - 1988 - pagina 256

13 minuten leestijd

iyD\pL\^

11 DECEMBER 1987

'Ik ben blij dat ik het Hoop niet hoef te lezen'

'­­

'

,

"Tot anderhalve m a a n d terug w a s ik d e c a a n v a n d e medische faculteit. Het lezen v a n die a m b ­ telijke lectuur vond ik vreselijk. Ik ben blij dat ik v a n die troep af ben. Onvoorstelbaar wat ik a a n lettervoer kreeg a a n g e b o d e n , 'k Moet er niet a a n denken dat ik het Hoop h a d moeten lezen. Duizend bladzijden ellende. Be­ grijp me goed: het d e c a n a a t vond ik erg boeiend. Maar afe: die stukken...Eén avond in d e week las ik d e bestuursstukken. Op d e overige a v o n d e n kwa­ men d e randstukken a a n bod. Toen ik a a n t r a d als d e c a a n kreeg ik een archief v a n zeven­ tien goedgevulde ordners. De eerste heb ik toen doorgebla­ derd, v a n de tweede z a g ik dat het ongeveer hetzelfde bevatte, idem dito d e derde, d e vierde en d e vijfde. Toen heb ik d e inhoud v a n al die ordners in d e vuilnis­ bak gegooid. De vakgroep h a d nog tijdenlang plezier v a n de lege ordners. Met die d a a d heb ik veel ruimte en tijd voor d e universiteit verdient, dacht ik zo. Niemand hoeft nu die rommel meer te registreren. A a n het einde v a n mijn deca­ n a a t h a d ik é é n mistroostige halve ordner en die heb ik bij wijze v a n profaan g e b a a r uit­ eindelijk ook weggegooid. Mijn opvolger h e b ik dit als een ver­ standig beleid a a n g e p r e z e n . Prof. dr. L. Feenstra Het is niet gebruikelijk, schijnt het. hoorlijk druk heeft, klopt rede­ Misschien speelt m e e het feit dat lijk. We zijn in ons hart vrije toen ik zestien j a a r w a s door ondernemers met ons eigen e e n reeks v a n toevalligheden winkeltje. De werkweek v a n a s ­ zestien keer verhuisd w a s . Op een g e g e v e n moment ontdek je sistenten is o p 50 uur gesteld. dat je steeds weer met dezelfde Nou, dat h e b ik nog nooit g e h a d . onuitgepakte dozen met papier Anderen spenderen hun vrije a a n het sjouwen bent. tijd a a n golf, tennissen of d e Ambtelijke stukken kenmerken kaartclub. Dat doe ik dus niet en zich door d e afwezigheid v a n d a n hou je a a r d i g wat tijd over creatief taalgebruik. N ooit eens om te lezen. TV kijk ik eigenlijk bloemrijk of een leuke of vrolijke nooit ­ afgezien v a n het nieuws. opmerking. Als we als bestuur Ik lees het NRC, Hollands een brief schreven met wat vlot­ Maandblad, Time en Interme­ tere taal d a n kregen we d e re­ diair. Dat laatste geeft een ver­ primande dat ddt toch niet d e rekt a a r d i g beeld v a n onder­ vorm is waarin we met elkaar werpen die je in een medische moeten communiceren. Schrijf setting niet tegen komt. Verder niet: 'Ik vind dat je e e n vlerkeri­ houd ik zo'n twintig vaktijd­ ge brief hebt geschreven', schriften bij. maar: 'Met stijgende verbazing Zonder boeken zou ik niet lang h e b b e n we kennis genomen kunnen leven. Ik vind het leuk v a n uw brief.' om kennis te n e m e n v a n a n d e r e gezichtspunten en zienswijzen. Het plaatje dat e e n hoogleraar Vroeger w a n d e l d e ik wel 'ns in de medicijnen het altijd be­

Vooral in Scandinavië werden ze gebouwd: d e open­ luchtmusea v a n schilderachtig gerestaureerde krothui­ zen, bijeengezet in een reservaat. Binnenin, d a a r w a a r houthakkers en stokvisbeukers plachten te wo­ nen, zijn h e d e n kunstenaars ondergebracht. Wel d e tegenpool v a n nuchter Buitenveldert, w a a r voorname­ lijk de straatnamen (afgebroken kastelen, uitgestorven regenten) iets bespiegelends in zich hebben. Binnen ons heel prozaïsch milieu is toch geregeld een dichte­ res te vinden. Renée van Riessen, docente filosofie te Kampen, studeerde hier en bereidt a a n d e VU een proefschrift voor. Onlangs verscheen bij Bert Bakker h a a r tweede dichtbundel. De vrouw en d e Trommel. De n a a m en het titelgedicht verwijzen, dunkt mij, n a a r e e n in 1949 gepubliceerd sonnet v a n Gerrit Achter­ berg: het meisje en de trom. Regels daaruit zijn: Haar ogen zijn gesloten, want zij voelt/ het rythme door h a a r lichaam zegevieren/.../ Offer en overmacht slaan in elkander o m / . . . / het levend meisje en d e dode trom. Bij Renée v a n Riessen lezen we in het laatste deel v a n het titelgedicht: Er is in h a a r een vrouw die valt/ en op een grote trommel slaat:/ Ze voelt het donker op h a a r huid,/ ze weet d e angst d a a r ingegrift,/ ze drijft die luid en dreigend uit. Verwant is het vierde deel v a n d e reeks N a c h t g e d a a n ­ ten. De laatste regel d a a r v a n luidt: Dat klinkt in de nach t alsof je niet alleen

Foto Bram d e Hollander

Wim Crezee e e n füosofie­coUege v a n Van Peursen binnen. Ook d e verga­ deringen v a n het college v a n d e c a n e n w a r e n wat dat a a n ­ g a a t heel aantrekkelijk. Ik zat eens n a a s t d e politicoloog Van Putten. Ik wist v a n zijn vak g e e n snars, dus vroeg ik hem: wat doe je nou zo in je vak en geef a a n e e n volkomen leek d a a r 'ns wat informatie over. Ik zou d e universiteit voor g e e n goud wil­ len missen. Die behoefte om v a n veel terreinen kennis te nemen, komt ook terug bij het lezen v a n boeken. Ik heb altijd al veel gelezen. Tij­ dens mijn middelbare school­ periode, in Sneek, kreeg ik maandelijks v a n mijn ouders boekengeld. D a a r m e e ging ik

n a a r d e boekhandelaar, e e n reuze a a r d i g e vent die wij oom noemden. Met hem sloot ik d e deal dat ik steeds vier boeken m e e n a a r huis mocht nemen, d a a r netjes op zou zijn, en er uiteindelijk é é n zou kopen. Ik h e b toen ad nauseam (letterlijk: tot kotsens toe) detectives gele­ zen. Op e e n g e g e v e n moment b e n ik d a a r m e e gestopt e n h e b ik g e e n detective meer a a n g e ­ raakt. Dat patroon heeft zich sindsdien e e n a a n t a l malen herhaald: een tijdlang veel lezen v a n een au­ teur of onderwerp, overvoed ra­ ken en d a n eigenlijk d a a r nooit meer over lezen. Zo h e b ik e e n fase g e h a d waarin ik alles over scheepsbouw las en ­ weer later ­ over anarchisme e n over p a ­ rapsychologie. Ter voorbereiding v a n mijn de­ c a n a a t h e b ik e e n dozijn boeken over m a n a g e m e n t doorgeno­ men. Heb ik veel a a n g e h a d . Die kerels brengen zaken in schema die je als niet­professio­ nele bestuurder moeilijk onder woorden kunt brengen. Het afgelopen j a a r h e b ik d e boeken v a n Renate Rubinstein over scheiden en over multiple sclerose gelezen. Omdat beide zaken in mijn kennissenkring voorkwamen. Wilde wel 'ns over die emoties lezen. Die meid schrijft gewoon verschrikkelijk goed. Indringend e n eerlijk. Nederlandse literatuur h e b ik ei­ genlijk nooit gelezen. Altijd En­ gels. Da's eigenlijk vanzelfspre­

Wat je dicht ben je zelf Bert Boekschoten

decimeters stampende rijmen ten dienste v a n het tijd­ verdrijf produceert. H a a r gedichten beschrijven op zeer persoonlijke wijze d e geheimzinnigheid, d e dood, het volhouden en soms d e goede moed. Met verwondering wordt in eigen om­ geving en in d e natuur heel veel v a n een denkwijze hervonden e n herkend (een procédé dat we reeds v a n Guido Gezelle e n v a n Achterberg kenden). Maar in d e slotregels v a n menig gedicht roept d e dichteres zich weer tot d e orde v a n d e d a g . Soms gunt ze zich d a a r ­ bij te weinig ruimte. Een slotregel als: je wordt elke nacht opnieuw geboren is zo'n uitzondering in een overigens sterk oeuvre. Hoe sterk moge blijken uit een tweetal citaten. Uit d e eerste bundel, d e laatste helft v a n het gedicht Godsbegin: En fluisterend, ademloos/ maar zonder onderbreking/ moet h ij nu voor ons bidden,/ zo dich t op onze huid/.../ dat wij zijn namen een voor een/ als sneeuw­ vlokken vergeten. Uit d e tweede bundel, d e laatste helft v a n het gedicht Dooi: De beste dagen, gaan als sneeuw voorbij? 'die h ad­ den glans' ik denk h et altijd later/ wanneer de mor­ gensneeuw gesmolten is/en alle dingen worden wat ze zijn:/ze gaan zo opgetogen naar de middag toe/ en keren terug, en zijn niet meer dan water.

bent.

Hiermee is het programma v a n d e bundel ondubbel­ zinnig gesteld. Het zijn existentiële zaken die in dze bundels worden geïllustreerd. Wij zijn heel, heel ver verwijderd v a n dichters.die ronduit mededelen dat hun diepzinnigheid niet verder g a a t d a n Candlelight, e n dat ze alleen taaltechnisch d a a r ver boven uit ste­ ken. Renée v a n Riessen is volstrekt niet degene, die

M

Wie vertelt wat hij leest, vertelt wie hij is. Studenten en medewerkers v a n d e VU over hun ideale auteurs, over d e boeken die een onuitwisbare indruk op hen h e b b e n gemaakt, kortom over hun boekenkast. In deze aflevering: prof. dr. L. Feenstra, hoogleraar keel­, neus­ en oorheelkunde.

kend g e g a a n . Het KN O­wereld­ je in N ederland is ook zó klein dat Engels d e vaktaal is. Het is bovendien een veel groter cul­ tuurgebied. B. RusseU, Hem­ mingway, OrweU, alles v a n Huxley ­ ik h e b stapels boeken t w e e d e h a n d s gekocht, gelezen en weer verkocht. Ik h e b er g e e n behoefte a a n om d e boeken die ik heb gelezen ook te bezitten. Van alles wat ik lees m a a k ik een uittreksel. Dat doe ik al vanaf mijn zeventien­ de. IJverig? N ee, ik doe dat uit luiheid. Stel, ik wU weer 'ns een citaat uit 1984 v a n OrweU nale­ zen of weten hoe een b e p a a l d e redenering in elkaar zit. Dan kan je het hele boek weer door­ pluizen, m a a r dat is erg tijds­ consumerend. Ik p a k d a n d a t uittreksel waarin staat wat me toen erg getroffen heeft a a n een boek of een artikel. Die uittreksels zijn voor mij een kostbaar bezit. Ik r a a d p l e e g ze regelmatig. Een a a n t a l jaren te­ rug h e b ik voor het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde een artikel geschreven over creativiteit. Daarvoor h e b ik 94 boeken en tijdschriften doorge­ nomen e n dus ook voor mijzelf samengevat. Laatst werd mij g e v r a a g d een lezing over crea­ tiviteit te houden. N u, a a n d e h a n d v a n die uittreksels w a s ik binnen e e n weekeinde weer he­ lemaal ingevoerd. Filosofie is e e n hobby v a n mij. Op dat terrein h e b ik g e e n favo­ riete auteurs ­ daarvoor ben ik niet g e n o e g ingevoerd. Op een heel dUettantistische manier lees ik d e dingen w a a r onze vakgroep medische filosofie m e e bezig is. Ik v a n g iets op v a n het Franse structuralisme en het postmodernisme en v r a a g d a n a a n e e n filosofie­vriendje of d a a r o v e r voor een leek een a a r ­ dig boek bestaat, zodat ik met e e n minimum a a n tijd e e n maxi­ mum a a n kennis opdoe. Door­ meieren (filosoferen klinkt te zwaarwichtig) over d e grond­ slagen v a n mijn vak vind ik leuk. Helaas komt dat ook a a n onze faculteit steeds meer in het g e d r a n g . Onderzoeksprojecten moeten a a n allerlei h a r d e crite­ ria voldoen. Het moet jaren v a n tevoren worden gepland. Voor twijfels e n reflexie is nauwelijks meer tijd."

Renée v a n Riessen, dichteres

Foto Kees Keuch, AVC/VU

Voor wie het eigenlijke zelf niet d e ik v a n het dagelijks b e s t a a n is een w a a r genoegen, deze bundels. De eer­ ste (Jagend Licht) is nog te koop bij Van Gennep, a a n d e N ieuwezijds Voorburgwal vlakbij d e Athenaeum­ boekhandel. De tweede bundel, door d e uitgever veel beter typografisch verzorgd, is bij vele boekwinkels te verkrijgen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1987

Ad Valvas | 588 Pagina's

Ad Valvas 1987 - 1988 - pagina 256

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1987

Ad Valvas | 588 Pagina's