Ad Valvas 1987 - 1988 - pagina 297
]^\PS]^FS
22 JANUARI 1988
INFO Studium Generale voorjaar 1988
Cursus 'Recht, ethiek en politiek'
STUDIUM GENERALE VOORJAAR 1988 PROGRAMMA: RECHT, ETHIEK EN POLITIEK DATA: DE WOENSDAGEN VAN 7 FEBRUARI T/M 23 MAART TIJDEN: 16.00 tot 18.00 uur ZAAL: 12A-05 OF 4A-00 (nadere aanduiding volgt nog) KOSTEN: 5 gulden, Inclusief syllabus
OVER HET THEMA: "Politiek is een machtsspel waarin iedereen probeert zo goed moge-lijk zijn eigen belangen te verdedigen. Politiek en ethiek hebben niet veel met elkaar te maken. Recht en ethiek evenmin. Immers, wie de politieke macht heeft kan zijn wensen en belangen via wetgeving veilig stellen." Zo kan men de cynische kijk op de verhouding recht, ethiek en politiek kort typeren. Die typering is vaak raak wanneer men let op de feitelijke gang van zaken. Maar hoe is de relatie normatief gezien? Het recht probeert het mogelijk te maken dat merrsen tot ieders voordeel met elkaar samenleven en samenwerken. Met het oog daarop legt het recht de burgers verplichtingen op om sommige handelingen te doen en andere juist na te laten. Van de overheid wordt enerzijds verwacht dat zij zich soms in verregaande mate met het doen en laten van de burgers bemoeit. Anderzijds hoort men voortdurend roepen dat de overheid geen albedil moet zijn die zich met alle terreinen des levens bemoeit. Van sommige terreinen moet de overheid zich afzijdig houden. Die waarneming roept de vraag op, wanneer en op welke gronden de bemoeienis, maar ook de niet-bemoeienis van de overheid met het doen en laten van burgers gerechtvaardigd kan worden. Met die vraag zoekt men naar de morele basis van overheidshandelen. In allerlei nuances en toespitsingen komt de vraag in de verschillende tezingen terug. De overheid reguleert het handelen van de burgers via wetgeving, maar ook via beleid dat niet in de vorm van wettelijke regelingen is gegoten. Daarom gaan sommige lezingen specifiek over wetgeving, terwijl in andere ook ander vormen van overheidsregulering in de beschouwing worden betrokken.
10 FEBRUARI "VRIJHEID EN GELIJKHEID" DOCENT: PROF. MR. A. SOETEMAN. Zowel absolute vrijheid als absolute gelijkheid zijn onmogelijk VRIJHEID gaat niet op in een zo groot mogelijke keuzevrijheid, maar hangt samen met de mogelijkheid bepaalde idealen erop na te houden en - altijd slechts tot op zekere hoogte - deze idealen na te streven. GELIJKHEID is altijd een gelijkheid in bepaalde opzichten: in verdiensten, in prestaties, in inspanning etc. Rechtsfilosofisch is vooral gelijke behandeling van belang. Maar gelijke behandeling van gelijke gevallen impliceert
ongelijke behandeling in ongelijke gevallen. In dit college zal worden verdedigd dat het vooral gaat om GELIJKWAARDIGHEID. En deze gelijkwaardigheid staat niet in een negatieve, maar in een positieve relatie tot vrijheid: gelijkwaardigheid houdt onder meer in dat we geen verschillen maken.in de tsehandeling van individuen op grond van de verschillende idealen die zij nastreven.
17 FEBRUARI "HEEFT DE OVERHEID RECHT OM MORAAL AF TE DWINGEN?" DOCENT: DR. A. MUSSCHENGA. Mag de overheid via wetgeving en andere vormen van bestuur en beleid aan de burgers bepaalde levensidealen, bepaalde idealen van menszijn en het goede leven opleggen? Het liberale antwoord op die vraag is ontkennend. Burgers hebben het recht om zelf uit te maken wat zij als het goede leven zien en mogen er niet door de overheid van weerhouden worden naar hun eigen ideeën te handelen Dat is de kern van het liberale vrijheidsprincipe zoals dat door J.S. MILL in zijn essay "On Liberty" van 1859 is geformuleerd. Mag de overheid in diens visie dan geen beperkingen opleggen aan het handelen van burgers? Zij mag dat alleen wanneer iemand door zijn handelen schade toebrengt aan anderen. Andere gronden voor overheidsinterventie acht hij niet aanvaardbaar. Er zal o.a. nagegaan worden of de door MUI gebruikte argumenten steekhoudend zijn. Hierbij zullen de opvattingen van hedendaagse auteurs als H.L.A. HART, J. FEINBERG en J. Hy4Z besproken worden. Aan de hand van twee voorbeelden (EUTHANASIEWETGEVING en de ANTIDISCRIMINATIEWETGEVING) zal worden geïllustreerd hoe moeilijk het is te bepalen of en In welke mate in een bepaalde kwestie overheidsinterventie gerechtvaardigd is.
24 FEBRUARI "OVERHEID EN BEDRIJFSLEVEN" De verhouding overheid/bedrijfsleven in de vormgeving van onze maatschappelijke relaties en instituties lijkt allereerst een vraagstuk voor de "staatsinrichting" en de politieke theorie. Het ethisch belang van de thematiek blijft vaak achter de stofwolken van de ideologische strijd ver-
borgen. Bovendien doet het thema zich voor als een balansprobleem, en zulke thema's genereren vaak platitudes als oplossing: "én overheid én particuliere verantwoordelijkheid zijn nodig". Anders wordt het wanneer men zich de herkomst van de (politieke) economie uit de ethiek in de geest roept. Als in de 18e eeuw "de economische ideologie" opkomt die aan de "markt" een prominente plaats toekent in de sociale coördinatie, naast en soms in de plaats van de overheid, houdt dit tegelijk een geduchte verschuiving in van ethische evidenties. Tegen deze achtergrond kan en moet een ethisch commentaar op de verhouding van overheid en bedrijfsleven ingaan op twee verbonden maar onderscheiden thema's: MARKTMORALITEIT en ONDERNEMINGSMORALITEIT. Waar mogelijk worden de thema's toegelicht aan de hand van concrete normatieve dilemma's waarvoor marktparticipanten, overheid en onderneming zich geplaatst zien, en van "public-private partnerships" die mogelijk blijken.
2 MAART "DE MORELE BASIS VAN DE SOCIALE ZEKERHEID EN DE TAAK VAN DE OVERHEID BIJ DE TOTSTANDKOMING EN HANDHAVING ERVAN". DOCENTEN: PROF. DR. E.P. DE JONG en MW. PROF. MR. W.M.LEVELT OVERMARS.
In dit college komen de grondslagen van de SOCIALE ZEKERHEID aan de orde. Welke beginselen liggen aan de sociale zekerheid ten grondslag? Het eerste deel van het college is gewijd aan de historische context van de grondslagen van de sociale zekerheid en aan de samenhang van de grondslagen met politieke denkbeelden en met fundamentele normen in het recht van nationale en internationale oorsprong. In het tweede deel van het college zal de actuele stand van de sociale zekerheid behandeld worden vanuit de vraagstelling hoe fundamentele denkbeelden over sociale zekerheid zijn omgezet in het sociaal zekerheidsrecht.
zen, etc. Bij de secundaire allocatie is niet het martkprincipe, maar het behoefteprincipe dominant. In Nederland is een beweging in gang gezet dat de secundaire allocatie via de overheid vermindert. Er wordt een beroep gedaan op de eigen, informele banden van individuen, terwijl de markt als allocatie-mechanisme in belang toeneemt. Dit komt tot uiting in de overgang van verzorgingsstaat via de postverzorgingsstaat naar de zorgzame cq. verantwoordelijke samenleving. Er is sprake van een paradigmawisseling in het overheidshandelen. Een aantal nieuwe concepten, welke bij deze paradigmawisseling passen, zullen worden behandeld. In Nederland bestaat er verschil tussen het sociaal beleid omvattende stelsel van sociale zekerheid en voorzieningen enerzijds en de welzijnssector anderzijds. In het college wordt dit onderscheid tussen "hulp" en "sociaal beleid" nader uitgewerkt.
16 MAART, "DE BASIS EN DE GRENZEN VAN DE VERPLICHTINGEN VAN DE BURGERS JEGENS DE OVERHEID", DOCENT: PROF. DR, G. MANENSCHIJN. Mogelijk zijn er tijden geweest dat het vanzelfsprekend was dat men de overheid gehoorzaamde, maar dat is geschiedenis. De burgers hebben zich geëmancipeerd, ze zijn zelfbewust en zelfstandig geworden. Zij vragen niet meer: "Mag ik de overheid gehoorzaam zijn?", maar: "Waarom zou ik de overheid gehoorzaam zijn? Vanuit deze vraagstelling bestaan er zes theorieën van politieke verplichting:!. de theologische theorie, 2. de sociale contracttheorie, 3. de instemmingstheorie, 4. de theorie van de volonté générale (Rousseau), 5. de gerechtigheidstheorie en 6. de utilistische theorie. Deze zes theorieën hoeven elkaar niet uit te sluiten. Zo kan men kiezen voor de gerechtigheidstheorie, in combinatie met de theologische theorie en de morele variant van de utiliteitstheorie. De verplichting tot gehoorzaamheid aan de overheid is dan ETHISCH van aard. Deze ethische
Dit is een Info-deel. Info-pagina's kunnen door VU-instanties tegen betaling worden benut voor publicatie van informatie die wegens uitvoerigheid en gedetailleerdheid niet in de Mededelingenrubriek thuishoort. Publicatie geschiedt buiten verantwoordelijkheid van de redactie voorde inhoud. De voorwaarden waaronder van Infopagina's gebruik kan worden gemaakt zijn ter redactie verkrijgbaar. Aanvragen voor Info-pagina's richten aan: Redactie Ad Vaivas, Hoofdgebouw kamer OD01. Tel. 4330 of 6930. fundering bepaalt dan tegelijk de grens van de gehoorzaamheid aan de overheid. Dat gaat echter alleen op als beide partijen, overheid én burgers, dezelfde morele grondovertuiging hebben. Dat is lang niet altijd het geval, tussen burgers en overheid niet, maar ook tussen de burgers onderling niet. Dat hoeft geen tekort aan moreel besef te betekenen bij één van de partijen . Het kan ook een expressie zijn van het gegeven dat in een moderne, pluralistische samenleving diverse invullingen van ethische grondovertuigingen mogelijk zijn en ook nog met goede redenen omkleed kunnen worden. Soms staan die diverse invullingen diametraal tegenover elkaar. Als die situatie zich voordoet tussen de overheid en een individuele burger, dan krijgen wij bijv. de problematiek van de TOTAALWEIGERAAR. Een totaal weigeraar ziet geen mogelijkheden meer om zijn diepste morele overtuiging te combineren met een hem door de staat opgelegde verplichting om zijn militaire dienstplicht te vervullen. Een beroep op de wet vervangende dienstplicht is al een te grote verplichting. Tot welke problemen dit leidt zal in het college worden uiteengezet.
23 MAART "BURGERLIJKE ONGEHOORZAAMHEID EN HET RECHT OP REVOLUTIE EN OPSTAND" (Nadere mededelingen volgen) BELANGSTELLENDEN KUNNEN ZICH D.M.V. DE BIJGEVOEGDE BON INSCHRIJVEN VOOR DE CURSUS "RECHT, ETHIEK EN POLITIEK".
INSCHRIJVINGSFORMULIER 9 MAART "RECHT OP GELUK" (over de doelstellingen van overheidshandelen in de welzijnssector). DOCENT: DR. TH. SCHUYT. In de westerse maatschappijen functioneren twee mechanismen voor de allocatie van maatschappelijke goederen. Het dominante allocatiemechanisme is de markt: met het inkomen dat men zich verwerft kunnen o.a. voedsel, kleding, huisvesting, cultuur en onderwijs worden verkregen. De MARKT is hier het PRIMAIRE ALLOCATIE-mechanisme. Daarnaast is er een SECUNDAIRE ALLOCATIE via de OVERHEID: de overheid stelt zich garant voor een bepaald inkomen, de overheid stelt voorts belastingfaciliteiten ter beschikking, huursubsidies, studie-beur-
Naam Adres Postcode Woonplaats Student/Niet-student? Faculteit Eerste jr van inschrijving.... geeft zich op voor de cursus 'Recht, ethiek en politiek'. Dit formulier in een enveloppe verzenden aan: Vrije Universiteit, secr. Cie. voor het Studiym Generale, kamer 2E-70, Hoofdgebouw, de Boelelaan 1105,1081 HV Amsterdam.
Met het bovenstaande wordt dit info-dfsel afgesloten
Adverteren in Ad Vaivas is adverteren voor een
Advertenties opgeven bij:
herlcenbare groep en dus gericht adverteren
B u r e a u V a n Vliet B.V. Tee l foon 0250714745
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1987
Ad Valvas | 588 Pagina's