Ad Valvas 1987 - 1988 - pagina 466
PD\pJ}^P£
29 APRIL 1988
Haagse beleidsmakers van toen en nu over het bezuinigingsproces Wie een blik werpt op d e ge schiedenis v a n het weten schappelijk onderwijs v a n d e afgelopen vijfentwintig jaar duizelt het al g a u w voor ogen. De herstructurerings en bezuinigingsoperaties hebben elkaar in hoog tem po opgevolgd. Soms w a s d e ene nog a a n d e g a n g terwijl een nieuwe alweer werd op gestart. Een ding is heel dui delijk: d e verantwoordelijke bewindslieden en ambtena ren op Onderwijs h a d d e n al heel snel in d e gaten dat er instrumenten moesten ko men om het enorm uitdijende onderwijsapparaat in d e greep te houden. Zowel op financieel als op organisato risch gebied. De WWO 1960 w a s d e eerste wet die d e inrichting v a n het WO regelde. Al snel werd duidelijk dat hij niet opge wassen w a s tegen d e enor me schaalvergroting. Men kwam tot een tijdelijke ka derwet, d e WUB 1970, w a a r in het universitaire bestuur op bedrijfsmatige leest werd geschoeid. Daarin w a r e n echter tevens, onder invloed van d e studentenacties v a n '68 en '69, regelingen voor democratisering w a r e n op genomen. Het zou uiteindelijk n o g tot 1984 duren eer e e n definitie ve wet tot stand kwam: d e WWO 1984. Hierin werd het functioneren v a n d e r a d e n en besturen nauwkeurig ge regeld. Eenzelfde moeizame ont staansgeschiedenis kent d e herstructurering v a n het WO. Alhoewel men al in 1963 sprak men over studieduur verkorting, zou het tot 1978 duren, voordat minister Pais d e tweefasenstructuur door het parlement kon loodsen. Doelmatigheid en kostenbe heersing vormen ook d e rode d r a a d voor d e operaties uit d e jaren tachtig: d e herzie ning structuur wetenschap pelijk personeel, studiefinan ciering, voorwaardelijke fi nanciering v a n onderzoek. En vanzelfsprekend d e grote operaties Taakverdeling e n Concentratie (TVC) en Selec tieve K rimp en Groei (SK G). De bezuinigingen vormen een belangrijk aspect in d e hervormingen die het WO gedurende twintig jaar heeft doorgemaakt. In dit proces vormt 1988 een belangrijk breekpunt. Dit j a a r zullen voor het eerst gedwongen ontslagen vallen. In het on derstaande artikel komen drie bezuinigers a a n het woord die s a m e n twintig j a a r afslanking m e d e gestalte hebben gegeven.
Advertentie
Wil er nooit eens iemand rustig naar je luisteren? De kans om dat te veranderen, wordt leraar! Begin er nu aan! Zie advertentie elders.
D
'Wie de macht had deed er niet toe, 't moest efficiënter en goedkoper' "In Nijmegen zagen ze me als die atheïst die eens lekker wil gaan beuken." Dr. Ger Klein, oudstaatsecretaris van onderwijs in het eerste kabinet Den Uyl, beroemt zich erop de grootste bezuiniger uit de naoorlogse onderwij sgeschie^ denis te zijn geweest. In zijn huis in Oostvoorne, onder de rook van Rotterdam, laat hij vol vuur de ontwikkelingen in het midden van de jaren zeventig nogmaals de revue passeren. Gniffe lend: "Ik zou het eigenlijk nog eens vier jaar moeten doen!" Toen Klein aantrad in 1973 was het aantal stu denten vanwege de naoorlogse babyboom in twintig jaar tijd maar liefst verviervoudigd. Met Klein, die als eerste een beleid ontwikkelde om tot kostenbeheersing te komen, werd een pro ces in gang gezet dat tot op de dag van van daag zijn diepe sporen in het universitaire be stel achterlaat. Want een analyse van de ge Het is omstreeks 1970. De reke n a a r s op het ministerie v a n on derwijs komen tot een onthut sende conclusie. De laatste cij fers over het hoger onderwijs in Nederland wijzen uit d a t als d e universitaire groei niet tijdig een halt wordt toegeroepen, d e we tenschap binnen twintig j a a r evenveel zal kosten als w e met z'n allen in Nederland bij elkaar verdienen. Met dit besef komt e e n eind a a n het al jaren duren de automatisme w a a r m e e geld richting universiteit wordt ge pompt onder het motto 'wat goed is voor d e universiteiten is goed voor Nederland'. Tot op dat moment leek het erop alsof d e academische bomen tot in d e hemel groeiden. Met d e stijging v a n d e studentenaan tallen tengevolge v a n d e naoor logse babyboom e n d e externe democratisering w a s het uni versitaire budget evenredig meegegroeid. Uitgangspunt van het overheidsbeleid w a s steeds geweest dat iedereen moest kunnen studeren. Vooral ook omdat d e behoefte a a n academici groot w a s . Dr. ir. B.Okkerse, directeurge neraal voor het hoger onderwijs en wetenschappelijk onder zoek: "Iedereen w a s bezwan gerd met de gedachte dat tech nische e n natuurwetenschap pen d e werkgelegenheid zou d e n kunnen bevorderen. Maar er w a s een enorm tekort. Men sen werden weggekocht door de Verenigde Staten. Toen ik af studeerde als chemisch inge nieur kon ik kiezen uit verschil lende b a n e n . Ik wilde echter voor e e n tijd n a a r Amerika e n moest toen een verklaring teke nen dat ik terug zou komen." De universiteiten speelden in op deze ontwikkeling. Ze richtten zich met n a m e op d e h a r d e we tenschappen. Onder leiding v a n d e toenmalige directeur g e n e r a a l dr. A.J. Piekaar wer den aUe groei perspectieven overgenomen. Daarbij werd vooral niet al teveel gerekend. Oudstaatssecretaris K lein, en thousiast met d e armen g e b a rend e n met pretoogjes, illus treert dit met e e n anekdote over minister v a n onderwijs mr. LA. Diepenhorst {19651967). Klein: "Boze tongen b e w e e r d e n dat a m b t e n a r e n Diepenhorst h a d d e n geleerd dat debet a a n d e raamzijde w a s e n credit a a n d e muurzijde. "Ga weg met die cijfers", riep hij dan." Toen d e
Kamer e e n dringend noodzake lijke numerus fixus voor medicij nen wegstemde zei Diepen horst: d a n m a k e n w e gewoon een nieuwe faculteit. W a a r d o e n w e dat? In Rotterdam, want d a a r kunnen ze snel wer ken." Die faculteit werd in 'no time' uit de grond gestampt. Maar hij werd ook twee keer duurder d a n begroot, 625 miljoen in plaats v a n 300. Zulke dure hei palen werden d e grond in ge dreven, d a n m e n b e w e e r d e dat als je het Empire State Building op die plek zou neerzetten d e grond g e e n centimeter zou ver zakken. Niemand m a a l d e erom: d e bekendmaking in het parle ment leverde Diepenhorst zelfs een s t a a n d e ovatie op.
Continuïteit Dr. mr. G.J. Leibbrandt w a s di recteurgeneraal v a n 1974 tot 1981. Volgens hem valt er e e n grote continuïteit te bespeuren in d e ideeënontwikkeling v a n de achtereenvolgende be windslieden De Brauw, Van Veen, K lein, Trip, Pais, Van
beurtenissen in de afgelopen twintig jaar maakt één ding duidelijk: ondanks de verschil lende politieke kleur van de opeenvolgende be windslieden stond kostenbesparing centraal in hun beleid. "Wie er aan de macht was maakte niet veel uit," zegt oud directeurgeneraal dr. mr. G. ]: Leibbrandt, op het kantoor van de Unesco in Den Haag. En het onderzoek? "Dat dat een decennium lang achter de horizon is verdwenen, was een fatale beslissing", aldus de huidige directeur generaal dr.ir. B. Okkerse, die vanuit zijn mo derne kantoor in Zoetermeer waarschuwt voor het feit dat de universiteiten nog niet uit de pro blemen zijn. "Kan het met minder middelen? Ja zeker! In Oostenrijk zetten ze gewoon een extra luidspreker neer als er meer studenten komen." Drie bezuinigers over bijna een kwart eeuw af slanken. Trier, Peijnenburg en Deetman. Leibbrandt: "Als overheid pro beer je sturend op te treden bij e e n ontwikkeling die a l a a n d e g a n g is. Als je op e e n ministerie komt, d a n moet je verder met d e ideeën die al door 200 a m b t e n a ren zijn ontwikkeld. Je kunt wel stellen dat zonder K lein b e p a a l d e opvattingen g e e n kans ge kregen zouden hebben, als be windsman w a s hij bijzonder sti mulerend." Na wat eerste schuchtere pogin gen tot besnoeien begin jaren zeventig door d e toenmalige mi nister De Brauw w a s het dus e e n socialist die d e teugels flink aantrok: Ger K lein, lid v a n het later als spilzuchtig afgeschil derde kabinet Den Uyl. Klein: "Ik ben in feite d e grootste bezuiniger geweest. Ik h e b wel eens gehoord v a n e e n v a n mijn a m b t e n a r e n d a t ik over d e hele rit 2 iruljard be s p a a r d heb." Op d e eerste plaats wilden Klein e n zijn topambtenaren ko men tot e e n 'reallocatie v a n middelen': in d e loop v a n jaren w a s er e e n scheefgroei ont s t a a n tussen d e verschillende
Jolanda Platschorre Peter Janssen/UP universiteiten. De Nijmeegse universiteit (K UN) w a s e e n van d e instellingen die minder mid delen h a d ontvangen. Onder Klein mocht d e K UN daarom nog e e n procent groeien. De oudstaatssecretaris kijkt d a a r nu met enig plezier op terug. "In Nijmegen keken ze m e eerst wel suspect a a n . Zo van, d a a r heb je die atheist die eens eventjes wü g a a n beuken. Maar ach, met e e n p a a r guldentjes meer wa ren ze wel rustig."
Knijpen Klein wilde ook komen tot nor malere stafstudent verhoudin gen. In Twente w a s die begm jaren zeventig bijvoorbeeld 1 op 2, bij verschillende economi sche faculteiten d a a r e n t e g e n 1 op 21. "Met zo"n staf kwam je natuurlijk niet echt a a n re search toe", zegt K lein. "Ik heb toen d e bèta's g e k n e p e n e n 6 miljoen op d e begroting gezet
Het bezuinigingsproces w a s goed voor e e n golf v a n studentendemonstraties. Op deze archieffoto: VU studenten op d e publieke tribune v a n d e universiteitsraad n a j a a r '74 orotesteren t e g e n d e herstrukture ring.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1987
Ad Valvas | 588 Pagina's