Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1987 - 1988 - pagina 273

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1987 - 1988 - pagina 273

14 minuten leestijd

iUDWiVpS

15 JANUARI 1988

Universiteit heeft te weinig benul van belang octrooien

'Wetenschapper geen partij voor harde zakenjongens' "Ik h a d proeven op het gebied van gisttransformatie g e d a a n en de resultaten d a a r v a n leken interessant," zegt Annemarie Veenstra. Zij promoveerde vorig jaar a a n d e Vrije Universiteit. "Ik h a d die bevindingen in mijn proefschrift willen schrijven, maar dat wilde mijn begeleider, professor Planta, niet. Als ik dat publiceerde zou hij niet voor mijn promotie willen tekenen. Ik kreeg d e indruk dat hij d e vondst wilde laten patenteren en d a a r o m g e e n publicatie wil­ de." "Hoe kan ze dat nu zeggen," re­ ageert proi.dr. RJ. Planta. "Haar vinding w a s niet relevant voor h a a r promotie. Het zou e e n vreemd element in h a a r proef­ schrift zijn geweest. Bovendien weten we niet of er sprake is van e e n vondst. We moeten eerst n a g a a n of d e resultaten reproduceerbaar zijn e n d a a r ziet het nog niet n a a r uit. De uitkomsten zijn iedere keer iets anders. Ik houd g e e n publicatie tegen omdat ik e e n octrooi wil, maar omdat ik het wetenschap­ pelijk nog niet verantwoord vind." In de jaren tachtig is bij d e uni­ versiteiten het besef gegroeid dat er met octrooien veel geld valt te verdienen. Dit bewustzijn ontstond m e d e door d e b e n a r d e financiële omstandigheden waarin zij terecht w a r e n geko­ men. "De financiële situatie a a n onze universiteit is in snel tempo a a n het verslechteren," schreven drs. H.J. Brinkman e n mr. H. Hoogenkamp (respectievelijk voorzitter e n secretaris v a n het College v a n Bestuur v a n d e VU) in 1982 a a n d e faculteitsbestu­ ren. "Het streven is er d a a r o m op gericht niet alleen op be­ staande uitgaven te bezuinigen, maar ook om nieuwe bronnen a a n te boren. De opbrengst v a n licenties e n octrooien is poten­ tieel zulk e e n bron." ­ Voor e e n octrooi of patent moet een uitvinding a a n drie voor­ w a a r d e n voldoen: d e ontdek­ king moet nieuw zijn; het moet niet voor d e h a n d liggend zijn en het moet exploiteerbaar zijn. Vooral die eerste v o o r w a a r d e betekent e e n struikelblok w a a r wetenschappelijke medewer­ kers meer d a n eens over vallen. Nieuw zijn betekent dat niets van d e uitvinding of ontdekking bekend is. ledere publicatie er­ over betekent dat d e te patente­ ren vinding niet meer voor e e n octrooi in aarmierking komt. Dat houdt ook in dat het voor ieder­ een vrij exploiteerbaar is.

Farizeeër De a a n d e p a t e n t a a n v r a a g ver­ bonden geheimhouding wordt verondersteld h a a k s o p d e openbaarheid ­ e e n wezenlijk kenmerk v a n d e wetenschaps­ beoefening ­ te staan. Veel w e ­ tenschappers voelen zich in d e rol v a n farizeeër gedrukt, w a a r ­ bij ze met d e mond d e weten­ schappelijke openbaarheid roe­ men, m a a r tegelijkertijd n a a r d e pot met goud lonken die e e n octrooi met zich m e e k a n bren­ gen. Een octrooi op e e n uitvinding van een universitair medewer­ ker hoort regelementair op n a a m v a n d e universiteit te ko­

Met uitvindingen is veel geld gemoeid. Univer­ siteiten hebben de mogelijkheden ontdekt om er een graantje van mee te pikken. Maar de grootste oogst is voor het bedrijfsleven. Weten­ schappers verliezen het spel om de rechten van hun eigen uitvindingen omdat ze er te weinig verstand van hebben. Bovendien is hun onder­ handelingspositie ten opzichte van het bedrijfs­ leven slecht door een gebrek aan middelen.

Henk Vlaming e n nabij d e ton is gemoeid. Tot e e n jaar n a a a n v r a a g m a g d e uitvinder aanvullingen in d e p a ­ tentaanvraag aanbrengen. Eveneens k a n d e uitvinder tot e e n jaar n a d e a a n v r a a g een octrooi in het buitenland a a n ­ vragen. De a a n v r a a g d a t i m i geldt d a n met terugwerkende kracht tot het moment w a a r o p het a a n v r a a g in het land v a n herkomst is ingediend. Als d e a a n v r a g e r met succes e e n ex­ ploitant wil vinden moet e e n uit­ vinding v a n betekenis wereld­ wijd worden gepatenteerd. Is d e a a n v r a a g e e n m a a l inge­ diend d a n is d e noodzaak tot geheimhouding opgeheven. Een hardnekkige mythe onder wetenschappers wil dat d e pu­ blicatiestop tot d e toekenning v a n het octrooi zou duren. "Het bedrijfsleven zal dat zeker niet ontzenuwen," meent W.J. van Oort, direkteur v a n Licen­ tec, een kennismakelaar die be­ middelt tussen uitvinders e n on­ dernemingen. "Ook dl heeft e e n bedrijf een gepatenteerd pro­ dukt, d a n heeft het toch liever dat er niet over wordt geschre­ ven. Men laat zo min mogelijk weten w a a r m e n m e e bezig is.

men. M a a r er is weinig of g e e n controle op d e naleving v a n deze regel. "Een faculteit hoort er bovenop te zitten," meent DJ. Coehoorn v a n het Transferpunt Amster­ dam, e e n organisatie die het be­ drijfsleven voor d e universiteit hoopt te interesseren. "Maar ons kent ons; het is e e n besloten w e ­ reldje w a a r men al g a u w e e n oogje dichtknijpt. Sommigen ne­ men voor twee­tiende deel ont­ slag, zodat ze kunnen claimen een uitvinding buiten dienstver­ b a n d te h e b b e n g e d a a n . " Hij meent dat er sinds 1982 a a n d e VU uitsluitend sprake is v a n e e n papieren beleid.^ "Er wordt wel a a n g e d r o n g e n om alert te zijn op d e commerciële moge­ lijkheden v a n wetenschappelij­ ke uitvindingen, m a a r er wordt g e e n geld voor uitgetrokken. Er komt nogal wat geld kijken bij het a a n v r a g e n v a n e e n octrooi. Tienduizend gulden b e n je zo kwijt. De eerste geldstroom is niet bestemd voor dit soort za­ ken. Voorfinanciering v a n een octrooi moet uit d e d e r d e geld­ stroom komen. Dat betekent dat d e faculteit d e a a n v r a a g moe­ ten bekostigen zonder dat er e e n fonds is waaruit zij d e be­ schikbare middelen kurmen h a ­ len." Zelfs bij b e n a d e r i n g valt er niet te zeggen hoeveel geld er door uitvindingen binnenkomt bij d e VU. Het hoort bij d e 'derde geld­ stroom' die in 1987 ongeveer 45 miljoeïi gulden per j a a r be­ d r a a g t . Gebrekkig beleid e n on­ voldoende kennis v a n zaken zijn er debet a a n dat d e univer­ siteit de commerciële mogelijk­ h e d e n niet voldoende uitbaat. Het ontbreken v a n e e n octrooi­ fonds dwingt wetenschappers

om in een vroeg stadium n a a r het bedrijfsleven te stappen, waardoor hun o n d e r h a n d e ­ lingspositie zwak is. De univer­ siteit wil direct geld zien, m a a r voor d e onderneming wordt het p a s n a jaren rendabel. Het gro­ te geld rolt p a s in d e toekomst. Zolang kan e n wil e e n universi­ teit meestal niet wachten. Het gebeurt regelmatig dat weten­ schappers contact zoeken met een bedrijf, w a a r n a het octrooi op n a a m v a n d e onderneming in kwestie komt. Die keert later e e n royaltie uit of betaalt in n a ­ tura. Een deel v a n d e ontwikke­ ling v a n d e uitvinding wordt d a n a a n d e universiteit gegund. Het risico dat het produkt niet rendabel is ligt bij het bedrijf e n d e universiteit d r a a g t bij voor­ b a a t niet het risico v a n d e mis­ lukking. Slechts twinitg procent v a n d e a a n v r a g e n leidt tot e e n octrooi. De helft v a n alle a a n ­ v r a g e n wordt tijdens d e b e h a n ­ delingsproceduure weer inge­ trokken. Financiële overwegin­ gen spelen hierbij v a a k e e n rol. Exploitatie blijkt niet lonend.

Mythe Het Transferpunt Amsterdam heeft in 1986 e e n potje gevormd waaruit octrooiaanvragen kim­ nen worden voorgefinancierd. Het beleid v a n d e VU zal zich in 1988 meer moeten richten op het verkrijgen v a n octrooien op n a a m v a n d e universiteit, meent Coehoorn, in plaats v a n deze in een vroeg stadiimi a a n het be­ drijfsleven af te staan. Inkom­ sten uit licenties kunnen lucra­ tiever zijn d a n geld v a n royal­ ties. Het verkrijgen v a n e e n octrooi is een jarenlang proces w a a r m e e niet zelden een b e d r a g v a n om

Omdat sommige wetenschap­ pers in d e w a a n leven dat hun resultaten bij e e n octrooiaan­ v r a a g jarenlang geheim wor­ den gehouden, besluiten ze tot publicatie over te gaan." "Met n a m e op het gebied v a n d e ontwikkeling v a n medicijnen zijn er wetenschappers die him uitvindingen prijsgeven in d e overtuiging dat ze d a n d e hele mensheid ten g o e d e komen. Maar het omgekeerde gebeurt. Een industrieel produceert e e n medicijn alleen als hij d e enige is die het m a g maken. Anders moet hij alle ontwikkelingskos­ ten maken, terwijl d e concurrent het resultaat gratis n a ö a p t . Als ik een uur in d e bibliotheek g a zitten heb ik zo tien voorbeelden v a n medicijnen die zijn uitge­ vonden, m a a r w a a r niets m e e gebeurt omdat zij niet zijn g e p a ­ tenteerd."

Tweederangs laboratoria Bij universitaire medewerkers die uit het bedrijfleven komen bestaat een groter besef over d e structuren v a n produktbescher­ ming. Dr. H. Timmerman heeft met zijn vakgroep farmacoche­ mie a a n d e VU al tweemaal een

octrooi a a n g e v r a a g d e n is met een derde a a n v r a a g bezig. "Als ik iets tegenkom wat voldoende interessant is om te worden uit­ g e b a a t zal ik het niet laten," zegt hij. "Wanneer een vondst geschikt is om er een wetenschappelijke publicatie a a n te wijden, is die ook geschikt is om er een octrooi op a a n te vragen. De enige be­ lemmering is dat je met publice­ ren moet wachten tot d e a a n ­ v r a a g is ingediend. Het pro­ bleem met d e universiteit is dat ze nauwelijks over kennis over octrooiaanvragen beschikt. Ei­ genlijk m a g je v a n e e n hoogle­ r a a r verwachten dat hij d a a r een zekere basiskennis v a n heeft." "Het zou nuttig zijn als d e uni­ versiteit net als in Zweden men­ sen aantrekt om voor d e hele universiteit w e g e n te vinden om wetenschappelijke kennis te gelde te maken." De direkteur v a n Licentec Van Oort wijst op d e noodzaak om als universiteit eerst het octrooi a a n te v r a g e n alvorens e e n be­ drijf te zoeken dat b e l a n g stelt in d e uitvinding. "Bedrijven zijn g e e n filantropische instellin­ gen," zegt hij. "Een universiteit moet zich be­ schermen tegen d e industrie. Het eerste j a a r waarin d e kos­ ten niet meer d a n tienduizend gvilden b e d r a g e n k a n d e uni­ versiteit d e uitvinding nog in ei­ gen h a n d e n houden. Maar d a a r n a moet er e e n industrie zijn die d e verdere kosten voor zijn rekening wil nemen. Weten­ schappers g a a n tijdens die on­ derhandelingen zelf om d e tafel zitten. Ze denken dat d e onder­ h a n d e l a a r s v a n d e onderne­ ming ook wetenschappers zijn. Maar het zijn h a r d e zakenjon­ gens w a a r d e universiteitsmen­ sen niet tegen zijn opgewassen. Als e e n universiteit onderhan­ delt n a d a t ze een octrooi heeft a a n g e v r a a g d staat ze sterker." "Het is echter d e v r a a g of d e universiteit zich volledig moeten richten op uitvindingen. Bedrij­ ven zijn marktgericht, m a a r uni­ versiteiten zijn op d e wereld ge­ zet om fundamenteel weten­ schappelijk onderzoek te doen. Ze moeten niet proberen te con­ curreren met het bedrijfsleven. Die achterstand h a l e n ze nooit in en als ze zich uitsluitend met toegepast onderzoek g a a n be­ zighouden, zouden ze ontaar­ den in tweederangs bedrijfsla­ boratoria. Uitvindingen die voortkomen uit fundamenteel onderzoek zijn bovendien v a a k v a n groter belang."

Meer geld voor ZWO Minister Deelman g a a t bezien of d e middelen die ZWO jaar­ lijks a a n fundamenteel onder­ zoek k a n besteden in 1989 om­ hoog kunnen. Het extra geld voor ZWO moet vooral komen uit d e vernieuwingsfondsen e n stimuleringspotjes die er op di­ verse terreinen v a n het weten­ schaps­ e n onderzoekbeleid b e ­ staan. Met deze toezegging reageert d e bewindsman op een voorstel v a n het Tweede Kamerlid J. Wallage (PvdA). Deze h a d voor­ gesteld om in 1988 vijf miljoen

uit d e rijksbijdrage a a n univer­ siteiten over te hevelen n a a r ZWO. Deetman wijst deze sug­ gestie v a n d e h a n d . De bewind­ m a n sluit echter niet uit dat d e dit j a a r af te ronden evaluatie e n d e daaropvolgende herzie­ ning v a n d e voorwaardelijke fi­ nanciering v a n het imiversitaire onderzoek tot gevolg heeft d a t ook daaruit extra geld voor ZWO vrijkomt. Wallage toonde zich tevreden met Deetmans voornemen e n trok zijn amendement in.

(Bert

Bakker/UP)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1987

Ad Valvas | 588 Pagina's

Ad Valvas 1987 - 1988 - pagina 273

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1987

Ad Valvas | 588 Pagina's