Ad Valvas 1987 - 1988 - pagina 548
K
PD\PJ}^/PS
10 JUNI 1988 F»".»>j*i^;~i
Aan zijn muur h a n g e n aankondigingen v a n internationale congressen. 'Science, theology a n d freedom; A new look to G a lileo' en 'How c a n w e build a better world; from knowledge to wisdom'. Gewichtige namen, w a a r o n d e r intellectuele zwaargewichten v a n d e Harvard-universiteit, s t a a n als sprekers vermeld. Terwijl d e regen d e ram e n v a n zijn kamer o p d e dertiende verdieping teistert, kijkt professor Kirschenmann peinzend n a a r zijn sigaret. Hij overdenkt iedere v r a a g zorgvuldig voor hij een antwoord formuleert. "Je komt bij natuurwetenschappers nogal eens d e houding tegen dat alle problemen met b e hulp v a n de natuurwetten zijn op te lossen," zegt hij, w a a r n a hij de sigaret tussen zijn lippen schuift. Na een korte aarzeling neemt hij hem weer terug e n vervolgt: "Ik denk niet dat deze visie h o u d b a a r is. Natuurwetenschappen kunnen alleen inzicht geven in d e materiële structuur v a n de natuur en d a a r hoort d e mens ook bij. Maar ze bieden geen mogelijkheden om menselijke problemen v a n sociale, morele of religieuze a a r d op te lossen." "In onze cultuur speelt het vooru i ^ a n g s d e n k e n , wat als technologische vooruitgang wordt uitgelegd, e e n grote rol. Wat kan, moet ook e n bijna alles kan, is het devies. Maar het is d e v r a a g of alles moet. W a a r het technisch denken voorop staat g a a t het sociale denken achteruit. Maar je ziet dat d e mens tegenspartelt. Hij zit liever in d e Amsterdamse kroegen met zijn maatjes te praten," voegt hij er met een lachje a a n toe. De sigaret g a a t weer omhoog e n even later blaast d e wijsgeer genotvol e e n rookwolk uit. In 1976 werd Kirschenmann a a n d e VU benoemd tot hoogler a a r in d e filosofie v a n d e n a tuurwetenschappen. Daarvoor werkte hij in C a n a d a en d e Verenigde Staten v a n Amerika. Hij studeerde in Duitsland en Zwitserland, w a a r hij terloops Sovjetologie studeerde. "Omdat veel Russische fUosofen over d e natuurwetenschappen schrijven," legt hij bijna verontschuldigend uit. Hij laat zich niet erg lovend uit over het Zwitserse Freiburg, een plaats die blijkens zijn verhaal meer opvalt door een streng katholiek verleden d a n een v o o r a a n s t a a n d e rol in de natuurwetenschappen. "Maar ik ben niet e e n a l g e m e n e sovjetoloog," h a a s t hij zich te zeggen, voor d e v r a a g a a n d e orde komt. "Als je me over Gorbatsjov vraagt d a n denk ik dat hij een pragmaticus is, die nog minder b e l a n g a a n het wereldcommunisme hecht d a n zijn voorgangers." Een uitgebreider standpunt heeft hij over d e Russische fiolosofie v a n d e natuurwetenschappen, het dialectisch materialisme. Eén v a n d e uitgangspunten daarin is dat alles in d e wereld alleen door materie e n h a a r dialectische ontwikkeling wordt beheerst. "De geschiedenis v a n de natuurwetenschap heeft het gelijk v a n het dialectisch materialisme niet aangetoond," zegt Kirschenmann. "Het heeft weinig concrete uitgangspunten, e n veel algemene vooronderstellingen. In dit opzicht is het verschil met a n d e r e a l g e m e n e filosofieën niet zo groot. Russische natuurwetenschappers zeggen in het voor- of nawoord v a n hun boeken dat ze volgens het principe v a n het dialectisch materialisme h e b b e n gewerkt en dat ze het vruchtbaar vonden. Maar
In gesprek met dr. P.P. Kirschenmann, filosofie van de natuurwetenschappen
'Doen alsof iets bestaat, dat maakt wetenschap opwindender' Via een achterdeur lijkt er in de natuurwetenschappen weer een plaatsje voor God te zijn ingeruimd. "Dat vind ik onzin," zegt dr. P.P. Kirschenmann, hoogleraar filosofie van de natuurwetenschappen a a n de VU. "Voor mij blijft het noodzakelijk om de bijbel en de natuurweterfschap uit elkaar te houden." Een filosoof over de zin en onzin van religie in de fysica. ik denk niet dat ze het w a a r konden maken." Natuurfilosofen denken n a over d e betekenis v a n begrippen zoals tijd en ruimte. Kortom: vragen die iedereen zich stelt. Natuurwetenschappelijke filosofen stellen zich drie soorten vragen: natuurfilosofische vragen, kennistheoretische- of methodologi-
belangrijk is, m a a r ze willen meer beweren. Maar in d e filosofie is nu e e n m a a l g e e n absoluut bewijs te geven. De minder claimende positie v a n d e instrumentalisten is makkelijker te verdedigen. We h e b b e n gewoon g e e n goddelijk uitkijkpunt v a n w a a r w e nog eens e v e n kurmen zien "N
invloed v a n ontwikkelende disciplines als biologie, geologie en natuurkunde al v a a k eeuwenoude religieuze opvattingen bij moeten stellen. "In d e natuurwetenschap zelf k a n ik niet met het begrip God overweg," zegt d e Lutheraan Kirscheimiann. "Als je het echter over v r a g e n hebt w a a r aUes
Kirschenmann: "We h e b b e n nu e e n m a a l g e e n goddelijk uitkijkpunt." sche v r a g e n en sociale vragen. Kennistheoretisch vinden w e ook hier weer d e eeuwige tweedeling tussen d e realisten e n d e empiristen, ook wel positivisten of instrumentalisten genoemd. "Ik ben e e n realist," zegt Kirschermiann. "Realisten zeggen dat de natuur, zoals die door natuurwetenschappelijke theorieën is beschreven, werkelijk bestaat. Empiristen zeggen v a n niet of dat het er niet toe doet. Een theorie is alleen e e n werkmodel, een instrument om meetobservaties in kaart te brengen. De meest extremen onder hen zeggen dat alleen d a t g e n e bestaat dat empirisch w a a r n e e m b a a r is. Bij d e atoomtheorie vroeg men zich in eerste instantie af of atomen werkelijk bestonden of dat het slechts e e n handig hulpmiddel w a s om w a a r n e e m b a r e verschijnselen te beheersen." Voor- en tegenstanders moesten op gezette tijden hun ongelijk toegeven. Zo dacht men lang dat e e n stof g e n a a m d ilogiston verantwoordelijk w a s voor verbranding. Deze visie is achterhaald door e e n andere, namelijk dat bij verbranding stoffen zich met zuurstof binden. "Realisten h e b b e n hun beweringen v a a k moeten afzwakken, want ze kunnen nooit strikt bewijzen dat hun veronderstellingen juist zijn," zegt Kirschenmann. "Realisten ontkennen niet dat het w a a r n e e m b a r e ook
Henk Vlaming hoe het in elkaar zit. We h e b b e n alleen onze experimenten e n theorieën, e e n extra w e g is er niet." "Maar," zo vervolgt d e Duitse filosoof, "zelfs empiristen zeggen dat d e natuurlijke houding v a n d e natuurwetenschapper een realistische hoort te zijn. Doen alsof iets echt b e s t a a t maakt wetenschap opwindender. Zo zijn atomen e n quarks, deeltjes v a n voorheen elementaire deeltjes, ontdekt. Het is fascinerend om te theoretiseren over processen die bij het onts t a a n v a n d e kosmos e e n rol h e b b e n gespeeld. Soms s t a a n er sensationele berichten in d e krant over wetenschappers die iets nieuws, zoals supergeleiding bij hoge temperaturen, h e b b e n ontdekt. Maar door d e wetenschappers is er al l a n g tevoren over het b e s t a a n v a n het ontdekte gespeculeerd." "Instrumentalisten zeggen dat realisten zo over ontdekkingen mogen praten, m a a r dat ze op d e keeper beschouwd zichzelf voor d e gek houden. De meeste natuurwetenschappers zijn echter realisten. De zuivere vorm v a n empirisme, kom je vooral tegen bij d e fUosofen." Als bij g e e n a n d e r e wetenschap lijkt natuurwetenschap te botsen met religieuze vraagstukken. Theologen h e b b e n onder
Foto Kees Keuch, AVCATU
v a n d a a n komt, b e l a n d je al snel bij theologische vraagstukken. Men n a m in d e natuurwetens c h a p altijd a a n d a t echt toeval niet bestond. Alles berustte op natuurwetten, d e mechanische determinatie. Er leek in d e n a tuur g e e n plaats voor God te zijn, behalve als oorspronkelijke bouwmeester en misschien als reparateur, als olieman." Kirscheimiann heeft irmiiddels stug doorgerookt; zijn a s b a k ligt vol met uitgedrukte filtersigaretten. De a r o m a v a n geschroeide t a b a k hangt in het vertrek. "In deze e e u w h e b je ontwikkelingen in d e wetenschap die volgens sommigen in d e richting g a a n voor e e n ondersteuning v a n het religieuze geloof," zegt d e professor. "Het overspringen v a n electronen in atomen schijnt willekeurig te gebeuren. Dus nu is er weer e e n plaats voor God, want die k a n toch ingrijpen. Maar je zou ook kunnen zeggen dat God het toevalsmechanisme heeft ontworpen en zich er verder niet m e e bemoeit," voegt hij er licht ironisch a a n toe om d e willekeur v a n deze uitleg a a n te duiden. "Sommigen zeggen dat toeval niet echt bestaat. Ze wiUen met d e term toeval alleen uitdrukken dat ze niet alles weten. Zolang ze alles nog niet zeker weten proberen ze d e w a a r h e i d te ben a d e r e n met statististische theorieën. Het gebruik d a a r v a n is voor hen altijd e e n noodmaatregel."
"Daartegenover staat d e opvatting dat toeval wel degelijk bestaat. Aanwijzingen daarvoor liggen in d e microfysica. De processen d a a r worden beschreven door d e quantimimechanica, een statistische theorie. Het moment dat e e n electron springt en licht uitzendt lijkt volgens deze theorie echt op toeval te berusten. Er zijn ook a n d e r e opvattingen. Ik zal ook wel op de alternatieven wijzen in mijn colleges, m a a r ik neig n a a r d e gedachte dat toeval bestaat." De microfysica biedt tal van nieuwe filosfische benadering e n over d e plaats v a n d e mens in d e natuur. Er is g e e n scheiding mogelijk tussen het subject en het object, tussen d e onderzoeker e n d e gemeten eigenschappen, zo luidt e e n moderne overpeinzing. Daardoor zijn wetenschappelijke waarnemingen niet meer objectief. Als voorbeeld haalt Kirschenmann electronenonderzoek a a n . Onderzoekers willen weten op welke positie een electron atomaire impuls heeft. Het is bij atoomdeeltjes echter niet mogelijk om zowel impuls als positie te bepalen. De onderzoekers moeten kiezen tussen het meten v a n het één of het ander. "Daar w a a r je het deeltje waarneemt zeg je dat zijn positie is," zegt Kirschenmann. "Sommigen zeggen echter dat het deeltje g e e n vaste plaats heeft. Door de positie te meten creëer je zijn plaats, zonder dat die er werkelijk is. Op die manier zou de splitsing tussen subject e n object zijn ondermijnd en we zouden zien dat wij deel zijn v a n de schepping en d a a r i n participeren." Verschillende theologen, zelfs natuurkundigen, h a n g e n deze visie a a n . "Het is e e n beetje een cliché geworden," zegt Kirschenmann. "Veel m e n s e n denken dat het wel zo zal zijn en nemen het klkkeloos over. Het klinkt spectaculair. Er zijn ook theologen die deze visie voor eigen doeleinden a a n w e n d e n . De EO zou het bijvoorbeeld in één v a n h a a r wetenschappelijke programma's kunnen gebruiken." "Ik vind die b e n a d e r i n g onzin. De microfysicus neemt evenzeer afstand v a n d e natuur als de klassieke fysicus. Hij participeert op die manier in d e schepping. Voor mij blijft het noodzakelijk om e e n scheiding tussen d e inhoud v a n d e natuurwetens c h a p e n d e die v a n d e bijbel te maken. Het scheppingsverhaal kun je natuurwetenschappelijk gezien niet letterlijk nemen. Het is e e n verhaal over Gods schepping v a n d e wereld en zijn verhouding tot d e wereld e n de mens." "Sommige theologen h e b b e n de nieuwste visies echter opgepikt. Maar dezelfde ideeën vind je terug bij d e schrijver C a p r a . Hij beweert echter dat d e natuurwetenschappen zich in d e richting v a n d e oosterse mystiek ontwikkelen." Kirschenmann lacht even. "Het is grappig dat sommigen in d e microfysica een argument voor het christelijke geloof vinden terwijl een ander meent dat het in d e richting van oosterse religie wijst." 8
m.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1987
Ad Valvas | 588 Pagina's