Ad Valvas 1987 - 1988 - pagina 382
11 MAART 1988
jiD\ja,\?ss
Niet alleen bij Calvinisten een taboe op lachen Is het calvinisme verantwoordelijk voor eeu wenlang in de Nederlandse volksziel gebrande misvormingen? Door velen wordt die vraag met ja beantwoord, maar prof. dr. G.J. Schutte, vori ge week in zijn oratie bij de benoeming tot hoogleraar in de geschiedenis van het Neder landse protestantisme, ziet dat iets anders. Vol gens hem heeft het calvinisme niet zo'n alleso verheersende plaats in de Nederlandse cultuur ingenomen als vaak gedacht wordt. De term 'calvinistisch' is zo lang zamerhand een scheldwoord geworden, iets wat je zelf in geen geval wilt zijn. In zijn ora tie gaf Schutte diverse voorbeel den van dit gebruik als beledi ging: zo was er eens een me neer die protesteerde tegen de reclameslogan 'Miele er is geen betere'. De reclamemakers von den dit protest typerend voor een humorloze, heilloze en ex treem calvinistische benade ringswijze waarin geen enkele ruimte bestaat voor speelsheid. Het calvinisme is synoniem ge worden met rechtlijnigheid, mo ralisme en bekrompenheid. Schutte noemt het ook typerend dat er geen Nederlands equiva lent bestaat voor 'savoirvivre', en dat een 'bourgondische le vensstijl' naar iets onhollands verwijst. Het calvinisme lijkt Ne derland opgezadeld te hebben met een verbod op plezier en
luxe, en met een grote culturele verschraling. Tot aan dagelijk se obsessies als het boenen van het huis en het poetsen van de stoep toe lijkt het calvinisme zijn fnuikende invloed te hebben uit geoefend. Ook in het vorig jaar versche nen boek 'the embarassment of riches', over de Nederlandse cultuur in de zeventiende eeuw, van de historicus Simon Schama speelt het calvinisme de rol van kwade genius. De Neder lander zou zijn eigendommen met een slecht geweten be heerd hebben. De rijken had den de armen nodig voor hun zielerust, door het verrichten van goede werken konden ze hun geweten enigszins ontlas ten. Volgens Schama zou er in die zeventiende eeuw een spe cifieke Nederlandse mentaliteit ontstaan zijn van constante werkzaamheid ter bestrijding
FotoAVCATU
van de lusten van het vlees en de verleidingen van de weelde. Maar juist door deze voortdu rende ontzeggingen zou de Ne derlandse cultuur tot zo'n gfrote bloei zijn gekomen. Schutte twijfelt er echter sterk aan of dit beeld dat Schama en anderen schetsen van het Ne derlandse calvinisme wel le vensecht is. Zijns inziens wor den zulke beelden teveel ont leend aan normstellende ge schriften van streng puriteinse zijde en wordt er te weinig aan dacht besteedt aan de alle daagse praktijk van het maat schappelijk en kerkelijk leven in al zijn schakeringen. Schutte: "Ik twijfel aan de stelling dat het calvinisme een specifiek gevoel
van uitverkorenheid en roeping veroorzaakte, specifiek m de zin van elders nietvoorkomend." Zonder al zijn kritiekpunten uit voerig uit te werken plaatste Schutte vraagtekens bij het beeld van de calvinist als stren ge, geen enkel vermaak tolere rende zedenmeester. Hij denkt ook niet dot het calvinisme Ne derland zo'n strenge wurggreep opgelegd heeft. In ieder geval werd destijds al geconstateerd dat zeker de onderste lagen van de bevolking zich weinig aan trokken van de strenge normen. Ook de vaak geschetste tegen stelling tussen de pragmatische koopman en de strenge domi nee, kan in de ogen van Schutte geen genade vinden. Hij wees bijvoorbeeld op het bestaan van ene dominee Plantius, die hoewel streng gereformeerd zijnde, het niet te minnetjes achtte om zijn geld in de handel te beleggen en bovendien les gaf aan schippers in zeevaart kunde zodat zijn investeringen beter zouden renderen. Volgens Schutte werd geld verdienen met eerlijke handel niet onoir baar geacht, ook die strenge dormnee's waren bepaald niet zulke wereldmijdende puritei nen. Enerzijds trachtte Schutte de ka rakteristieken die aan het calvi nisme toegeschreven worden te nuanceren, anderzijds wees hij erop dat die vermaledijde ka rakteristieken even zo goed bij nietcalvinistische bevolkings groepen voorkwamen. Zo wierp volgens de nieuwe hoogleraar ook de katholieke contrarefor matie een schaduw van som
berheid op het dagelijks leven in zuidelijk Nederland in het be gin van de zeventiende eeuw. Zowel binnen als buiten de kerk werd er een streng taboe op het lachen gelegd. De normermg v a a het dagelijks leven is dus volgens Schutte veel meer dan een exclusief cal vinistische trend. Hij beroept zich daarbij ook op moderne historici die de geschiedenis als een 'disciplineringsproces' of een 'beschavingsoffensief' ten aanzien van de volksmassa's bestuderen. Schutte: "Een een zijdige beklemtoning van het calvinisme als de oorzaak van de strakkere normering van het dagelijks leven doet geen recht aan de ethische opvattingen van anderen. Veel van waar het calvinisme verantwoordelijk voor wordt gesteld, behoorde in feite tot het algemeenchristeh) ke erfgoed." Met zijn oratie hoopt Schutte aan te tonen dat het gebruik van de term 'calvinisme' ter eti kettering van een aantal natio nale eigenaardigheden, histo risch misleidend is: "Het gebruik van dat begrip wekt valse ge rustheid; men bevrijdt zich van een complexe historische erfe nis door er één element als zon debok uit te verwijderen, een opvallend en karakteristiek ele ment weliswaar, maar tegelij kertijd zozeer met andere ele menten verweven dat het nooit het exclusieve eigendomsrecht heeft bezeten op vele kenmer ken die het specifiek zijn toege dicht." (Koos Neuvel)
In memoriam prof. dr. W.J .H. Caron
'.enül»suaueuü<iebrmhure
Voor postdoctorale studenten accountancy hebben wij een zeer informatief boekje geschreven n nvan de Raad van Bestuur een
Openhartig Het boekje gaat o.a. in op uw carrière als drs/a^. register accountant. Het doet dat met in vrijblijvende, algemene ternnen, neen het geeft exacte voorlich ting. Dus vertelt het ook over zaken die u in het begin kunnen tegenvallen. Met een zelfde openhartigheid schrijven wy over onze motieven by het aantrekken vanjonge academici en geeft de voorzitter
onverbloemd oordeel over onze Maatschap en haar toekomst. 'ld ..^wstor.i
Interesse? U kunt deze brochure schriftelijk of telefonisch bestellen. Ons adres is: Buitenveldertselaan 7. 1082 VA Amsterdam, ta.v. mevrouw J.E. Termeulen, telefoonnummer: 0205496496. "1 it'JU^ I
BetïoreTidflo(^<ie
BOD/DiikerGroep
ODL. DDDI DDDI aODI
Dijker en Doornbos Registeraccountants
\
%
,l>^^0 J
ulu^'^'V
Op 3 maart 1988 is in de ou derdom van 86 jaar overle den prof.dr. W.J .H. Caron, van 1952 tot 1971 hoogleraar aan de faculteit der Letteren. Zijn leeropdracht omvatte de Nederlandse taalkunde, het Oudgermaans (i.c. Gotisch en Oudijslands) en tot 1960, toen daarvoor een afzonder lijke leerstoel werd gesticht, de Algemene Taalweten schap. Trachten we de betekenis van Caron voor onze univer siteit te schetsen, dan kun nen we wat zijn onderwijs betreft vaststellen dat hij bij na twintig hchtmgen studen ten heeft ingeleid tot de vak ken waarvoor hij benoemd was. Caron was een onderwijs man in hart en nieren hij begon zijn loopbaan als on derwijzer en dat was aan zijn colleges te merken: om een ingewikkeld vraagstuk uit te leggen was hem niets te veel. Wat zijn studenten vooral van hem geleerd heb ben, is een open kijk op de taalhistorische problemen van het Nederlands, waar mee hij zich als wetenschap per bij voorkeur bezig hield. Het middel bij uitstek daar toe was zijns inziens onbe vooroordeelde bestudering van wat het voorgeslacht, in het bijzonder de Nederland se grammatici van ca. 1550 tot 1800, in verband met deze problemen te melden had. Dat Carop, zelf een uiterst nauwkeurig en scherpzinnig lezer, op zijn colleges hierin voorging, behoeft geen be toog. Een neerlandicus moet een goede lezer zijn. Caron had dit als geen ander be grepen. Zijn wetenschappelijke werk heeft Caron gewijd aan de studie van de oude Neder
landse grammatica (zie bo ven). Zijn publicaties hebben er in belangrijke mate toe bijgedragen dat het wan trouwen waarmee hun ge schriften indertijd werden benaderd, verdween. Dit wantrouwen bestond sinds het eind van de negentiende eeuw, toen het gebruikelijk werd de inzichten van die grammatici te toetsen aan die van de moderne taalwe tenschap. Dat deze taalwe tenschap beter was dan die van de grammatici, werd niet betwijfeld. Daar kwam bij dat hun uitspraken, vaak verkeerd geïnterpreteerd, werden gebruikt als wapen in de taalpolitiek, d.w.z. als argumenten tegen de spel Img De Vries en Te Winkel. Zowel tegen het een als het ander is aan de Vrije Umver siteit met kracht stelling ge nomen, aanvankelijk vooral door prof.dr. J . Wille, later ook door diens leerling Ca ron. AUeen een strikt historische benadering, aldus Caron, stelt ons m staat de oude grammaüci eerlijk te beoor delen. De interpretaties waartoe hij langs deze weg kwam, stelden hen als tactl beschrijvers in een onver deeld gunstig daglicht en droegen bovendien bij tot de oplossing van lastige proble men uit de geschiedenis van het Nederlands. Tegenover de teleurstelling die de af loop van de spellingstrijd de spellingregeling 1947 hem bracht, stond de voldoe ning dat zijn herwaardering van de oude grammatici vrij wel algemeen bijval vond. Dat het onderzoek van hun werk aan de Vrije Universi teit nog steeds bestaat, is aan Caron te danken.
ƒ. Knol Letterenfaculteit.i
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1987
Ad Valvas | 588 Pagina's