Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1987 - 1988 - pagina 588

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1987 - 1988 - pagina 588

16 minuten leestijd

"Tijdens mijn studie sociale geo­ grafie a a n d e UvA h e b ik, van­ zelfsprekend, veel sociologie gelezen. De publicaties over so­ ciologie trekken mij momenteel echter nauwelijks. Ik zit in d e redactie v a n e e n sociologisch tijdschrift en krijg d a a r o m nogal wat artikelen a a n g e b o d e n . In het algemeen zijn die doodsaai. Ze bruisen niet. Ze bevatten geen twijfel over d e uitgangs­ punten. Bloedeloos. Nee, d a n d e discussies over het veldwerk in d e antropologie. Daar vliegen d e vonken vanaf. De discussie draait momenteel over d e v r a a g : wat is precies kennis? Is dat iets dat je met e e n schepnetje opvist, "vergaart"? Of is het iets dat ook gecon­ strueerd Wordt door d e onder­ zoeker zelf? Nu, dat laatste vind ik een interessante gedachte. Wordt erg veel over geschreven d e laatste tijd. Natuurlijk blijkt in d e praktijk v a n alledag dat onderzoekers zelf het liefst buiten schot willen blijven. Hun beschrijvingen zijn v a a k zoals e e n foto w a a r o p je geen fototoestel ziet staan. Ze suggereren in hun monogra­ fieën dat er slechts n a a k t e feiten bestaan. Hun eigen culturele e n persoonlijke achtergrond doet er niet toe, vinden ze. Dat is d e traditionele wetenschappelijke houding. Het gebeurt zelfs dat mensen eerst e e n boek over hun onderzoek schrijven en vervol­ gens e e n boek over het veld­ werk, waarin staat wat er pre­ cies tijdens het onderzoek ge­ beurd is. Dat alles in é é n boek onderbrengen m a g niet ­ dat zou niet wetenschappelijk zijn. Eigenlijk is het bedrog. Een mooi voorbeeld d a a r v a n is een boek v a n Jacques Lizot (Le eerde des feux) over e e n India­ nenvolk w a a r hij al twintig j a a r vertoeft. Het is een onthullend eerlijk boek. Hij pretendeert e e n pure beschrijving v a n dat volk te geven ­ zonder jargon. Wat blijkt uit d e inleiding? Hij heeft nogal 'ns als bemiddelaar op­ getreden bij het tot stand bren­ gen v a n allerlei buitenechtelijke seksuele relaties. In het hoofd­ stuk dat daarover g a a t komt het a a n d e e l v a n Lizot zelf hierin echter niet n a a r voren. Dat vind ik curieus! Het g a a t er bij mij niet in dat zo'n bemiddelaar g e e n rol v a n betekenis speelt bij dergelijke relaties. Voor mij komt dat dicht in d e buurt v a n bedrog.

'Een goed boek niet uit kunnen lezen, dat irriteert' Wie vertelt wat hij leest, vertelt wie hij is. Studenten en medewerkers v a n d e VU over hun ideale auteurs, over d e boeken die e e n onuitwisbare indruk op h e n h e b b e n gemaakt, kortom over hun boekenkast. In deze aflevering: dr. Peter Kloos, sinds 1 april hoogleraar sociologie der niet­westerse samenlevin­ gen.

Foto Bram de Hollander

Peter Kloos Mij interesseren d e achtergron­ den v a n wetenschapsbeoefe­ ning: d e drijfveren, d e vooron­ derstellingen, d e politieke impli­ caties v a n kennis. Er is e e n boek dat wat dat betreft veel invloed op mij heeft gehad: Thomas S. Kuhn, De st ruct uur van de we­ tenschappelijke revolu t ie. Daar­ in wordt e e n k a d e r geschetst dat ook voor antropologen zeer aantrekkelijk is. Kuhn beschrijft wetenschap en kennisverga­ ring als een sociaal e n cultureel verschijnsel. Het boek relati­ veert d e verheven status v a n wetenschap. O nderzoekers blij­ ken ook gewone mensen te zijn met al hun hebbelijkheden om bijvoorbeeld bij e e n groep v a n gelijkdenkenden te willen beho­ ren en om zich af te schermen v a n andersdenkenden. Er verschijnen enorm veel cultu­ reel antropologische boeken w a a r v a n d e theoretische w a a r ­ d e nihil is. Je leest ze hooguit als je in hetzelfde gebied dat be­

Elke w e r k d a g breng ik e e n vluchtig bezoek a a n d e kantine, op de b e g a n e grond v a n het universiteitscom­ plex. Telkens weer lees ik het dreigende opschrift: maaltijdverstrekking tussen 12.00 e n 13.30. In routine­ g e b a r e n grijp ik broodjes, karnemelk, w a r m e h a p e n vrucht uit wcrt L.B. Hotz d e t ake noemt en ik d e t heek schrijf. De k a s s a d a m e s rekenen steeds efficiënt af. In een vast a a n t a l h a n e s c h r e d e n ben ik bij het plateau w a a r vetvrij papieren zakken klaarliggen, voor het meenemen v a n d e eetwaar. Het n o e n m a a l gebruiken vakgenoten en ik in een leegstaand laboratorium, ver­ diepmgeii hoger in het beton. Aan de h a n d v a n het broodbeleg zou ik blindelings d e w e e k d a g kunnen bepalen, stel dat ik die niet wist. Paté op dinsdag, haring op woensdag, tartaar op donder­ d a g en op vrijdag hamburger. Het studentenbestand wisselt per week, m a a r onder d e staf zijn vaste klanten die ik al zie sinds ik hier kom. Voor het herkennen h e b ik echter weinig tijd. Zo is mij p a s d e laatste m a a n d e n een zeer onopvallende m a n opgevallen. O nbestemd bruin h a a r met d e scheiding links, e e n wat grote neus, e e n tamelijk vale snor en zelden e e n stropdas om zijn schillerkraag, ribbelbroek in d e winter, jeans bij zom­ d e r d a g en 't j a a r rond dezelfde zwarte schoenen. Gisteren bleek ik niet g e n o e g geld bij me te h e b b e n om af te rekenen. Ik zette me a a n e e n tafeltje, op d e uitkijk n a a r een collega die me wel e e n vijfje voor zou willen schieten. Ik w a s al g a a n zitten toen ik a a n hetzelfde tafeltje d e stamgast herkende. Met toegeknepen ogen keek hij d e eetzaal in, w a a r groenen planten woekeren in het licht v a n violette H­buizen. Hij m a a k t e notities in een bloknoot klein formaat e n z a g vervolgens weer op n a a r ­ dacht ik toen ­ d e tijdelijke kunstwerken die a a n blijvende spijkers d e kantinewand b e h a n g e n . Bent u

Wim Crezee schreven wordt zelf veldwerk g a a t doen. Natuurlijk zijn er uitzonderin­ gen. Dat zijn d e monografieën die een godvergeten klein Indi­ anenclubje beschrijven, m a a r waarin tegelijkertijd diverse theoretische perspectieven ge­ combineerd worden. Bijvoor­ beeld d e materialistische e n idealistische visie. Tussen d e advocaten d a a r v a n zijn bij tijd en wijle grote ruzies; loopgrave­ noorlogen. Slechts ongeveer vijf a tien procent v a n d e monogra­ fieën slaagt erin d e theorie ver­ der te brengen. De rest voegt eigenlijk alleen informatie toe v a n het soort dat we al lang h a d d e n . Ze h e b b e n g e e n meer­ w a a r d e . Eerlijk gezegd denk ik dat die boeken nauwelijks gele­ zen worden. De monografieën die ik wél lees, beschrijven iets wat mij

méér vertelt d a n alleen over dorpje zus of volkje zo. Sommige h e b b e n ook literaire pretenties. Die krijgen d a n ook klinkende titels mee. Argonout s of t he Western Pacific v a n Malinows­ ki, over e e n uitgebreide ruilhan­ del tussen een tiental eilanden. Dat lees je met rooie oortjes. Hier, nog wat fraaie titels: Assult on Paradise, Women of t he Fo­ rest, To hunt in t he Morning. Naast het veldwerk is het lezen v a n boeken over d e streek die je onderzoekt v a n groot belang. Het g a a t erom e e n feeling, e e n gevoeligheid te krijgen voor ele­ menten v a n d e cultuur die empi­ risch niet w a a r n e e m b a a r zijn. Zo heeft het jarenlang geduurd voordat ik b e g r e e p hoe diep in Zuid­Azië d e g e d a c h t e v a n hië­ rarchie zit ingebakken in d e cul­ tuur; e e n gedachte die in d e tro­ pische laaglandculturen v a n Zuid­Amerika weer volstrekt af­ wezig is. Met het lezen v a n boeken alleen red je het niet. Je mist d a n iets dat niet in d e rationele kant v a n je hersens zit: je vermogen om je m e e te laten n e m e n met e e n culturele stroom. Je moet ook rondgeschauwd h e b b e n in d e rijstvelden en d e feesten h e b ­ ben m e e g e m a a k t om vreemde culturen enigszins te begrijpen. Een probleem is dat ik vele boe­ ken m a a r voor d e helft, of zelfs m a a r voor e e n kwart gelezen heb. Een r a m p vind ik dat. Het dagelijkse werk a a n d e univer­ siteit verhindert het m e v a a k e e n boek helemaal uit te lezen. Een boek v a n tweehonderd bladzijden is niet zo'n probleem;

dat kost twee d a g e n . M a a r e e n boek v a n vierhonderd p a g i n a ' s ­ dat is bijna e e n week. Nou, probeer die m a a r eens vrij te maken. Komt er e e n student met e e n scriptie, d a n g a a t die voor ­ vanzelf. Het irriteert m e gewel­ dig, want e e n k n a p gecompo­ neerd boek moet je h e l e m a a l uit lezen. De wetenschappelijke produk­ tie, ook in Nederland, is funest. Die produktie is enorm toegeno­ men. Toen ik, dertig j a a r gele­ den, kandidaatsassistent w a s v a n prof. Köbben, moest ik lite­ ratuur over Oost­Azië opzoeken. Nou, dat w a s e e n groot pro­ bleem: er w a s ontzettend wei­ nig. Tegenwoordig is er over elk gebied v a n d e wereld e n over elk onderwerp e e n gigantische hoeveelheid literatuur. Het is te­ veel om nog v a n cumulatie v a n kennis te spreken. Zelf h e b ik p a s e e n boekje over d e filosofie v a n d e antropologie geschre­ ven. Als ik alle relevante litera­ tuur over dat onderwerp zou h e b b e n doorgenomen, d a n zou het p a s over twintig j a a r ver­ schijnen. O f waarschijnlijker: helemaal niet verschijnen, want d a n zou ik tot d e conclusie zijn gekomen dat alles al, e n wel­ licht beter, geschreven w a s . Veel boeken e n artikelen voe­ g e n niets toe. Ik betwijfel of d e belangrijkste publikaties van­ zelf boven komen drijven. Dat gebeurt alleen m a a r als alles ook gelezen zou worden, m a a r dot is niet het geval. Dat selec­ tiemechanisme werkt dus niet. Ikzelf ben, etnografisch gezien, gespecialiseerd in Sri Lanka, Senegal e n het tropisch l a a g ­ land v a n Zuid­Amerika. Maar d e literatuur over deze gebie­ d e n kan ik onmogelijk bijhou­ den. Wie wel?! Misschien h e b ik teveel belangsteUingssferen. A a n het lezen v a n niet­weten­ schappelijke boeken kom ik nauwelijks toe. Soms e e n roman uit d e Derde Wereld. Dat is een essentiële aanvulling. Die schrijvers blijven toch e e n gro­ tere fee/ing h e b b e n voor hun sa­ menleving d a n e e n onderzoe­ ker. Wat dat betreft h e b ik g e e n illusies over d e antroplogie. Zo'n vak blijft etnocentristisch. Per definitie, denk ik. Je kunt alleen vanuit je eigen positie w a a r n e ­ men en interpreteren, 'n Beetje reflexiviteit helpt e e n handje, m a a r je kunt nooit over je eigen schaduw heenspringen. Hoog­ uit d e grenzen d a a r v a n zien."B

voordat ik iets uit kon b r e n g e n h e r n a m hij: "Volgt u dat meisje in spijkerpak! Een j a a r geleden liep ze nog in een stijf jurkje, nu doet ze met d e studenten mee. Van huis kreeg ze elke d a g e e n trommeltje met dunbelegd bruinbrood, nu eet ze elke d a g nasi­schijven, huzaren­ Bert Boekschoten saladen, fricandellen uit d e vitrine e n is zó volslank geworden dat zich h a a r lichaam nauwkeurig aftekent onder de denimstof. IJdel is ze d a n wel, zie m a a r die recensent? vroeg ik hem, plompverloren. De m a n schrok overeind, kleurde enigszins en besloot gouden hoepels v a n oorbellen; dus denk ik dat ze 't n a enig kuchen mij te antwoorden: "Ja", zei hij, "ik b e n erom doet, zo gekleed ongekleed rond te lopen. recensent m a a r niet v a n wat u denkt". Ik bleef zwijgen, En a a n dat tafeltje, iets verder n a a r achter, d a a r zit e e n en keek hem belangstellend a a n . Hij vatte moed, e n meisje dat ik Lady Godiva noem. H a a r vaalblond sluik h a a r is nog v a n h a a r leven niet geknipt, het hangt tot sprak voort in een monoloog. "U kent recensies v a n dans, v a n voordracht, v a n mu­ op d e zoom v a n h a a r l a n g e rok. Maar er is niet é é n ziek; verslagen over e n commentaren op e e n mens die klitje in; ik denk dat ze 's nachts het h a a r in twee iets kan, ergens e e n rol in speelt. Ikzelf word over het strengen bmdt, en ruggelings slaapt. Ze is héél slank en hoofd gezien, ik weet dat ik kleurloos b e n e n dat m a a k t eet alleen m a a r een vlaflip met e e n beschuitje. Maar let mij geschikt voor w a a r n e m e r . Bovendien bewonder ik op dat vleugje oogschaduw, die lichtrose mond; zó al die mensen die wél e e n indruk maken, e e n rol willen verleidelijk! Zij krijgt v a n mij e e n heel g o e d e recensie." spelen. Mannen doen dat v a a k binnen hun vak, hun Daar zag ik iemand v a n ons instituut n a d e r e n . Profes­ beroep; of hen dat lukt k a n ik niet goed zeggen. De sor Kralekamp, zojuist (vrouwen genieten d e voorkeur!) tandarts met zijn open glimlach, d e bioloog die n a a r benoemd, kon ik v a n h a a r wellicht een groentje lenen? een hooiberg ruikt, d e jurist die in e e n onzichtbare toga "Zoals zij loopt, d a n s e n h a a r h a r e n m e e op h a a r schou­ staat te praten, allemaal rollen met eigen presentaties ders; jde grote parelhanger pendelt t r a a g tussen h a a r waarover ik niets met g e z a g op k a n schrijven. D a a r o m borsten, terwijl ze voortwiegt; d e zware wallen onder beperk ik mij tot bekoorlijke vrouwen, w a a r v a n ik m e h a a r ogen, d e om h a a r h e u p e n gegorde lendenriem, inbeeld dat ze zich d e rol v a n verleidster h e b b e n a a n ­ alles a a n h a a r roept: kom!", m e e n d e mijn tafelbuur. gemeten. Verleidsters v a n mijn eigen onaanzienlijke Professor keek ons bevreemd aan, h a a r gezicht ver­ zelf dat voor d e juiste beschouwster g e e n enkele rol strakte, b e p a a l d g e e n moment om n a a r geld te g a a n speelt, g e e n enkele vermomming nodig heeft, zó weer­ vragen. Misschien h a d d e stamgast genoeg, kon hij me spiegelt mijn uniekheid zich discreet in hun glanzende even wat voorschieten? Mijn v r a a g w a s e e n inbreuk op zijn extase. "Hel spijt me", zei hij, "maar d a a r k a n ik niet ogen." a a n beginnen. Ik b e n per slot v a n rekening meisjesre­ Verblufd w a s ik door deze beginselverklaring; omdat censent".

d e stamgast even zweeg schraapte ik mijn keel m a a r

Meis j esrecensent

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1987

Ad Valvas | 588 Pagina's

Ad Valvas 1987 - 1988 - pagina 588

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1987

Ad Valvas | 588 Pagina's