Ad Valvas 1987 - 1988 - pagina 396
11 MAART 1988
p£>\pJ^^
JL
^
t
*
"In m'n jeugd h e b ik het estheti sche v a n d e taal ontdekt. Drie boeken herinner ik me nog heel goed. Het eerste heette 'Huize Windhoek', waarin allemaal woordgrapjes werden ge maakt. Het tweede boek moet onbeschrijfelijk slecht zijn ge weest, m a a r ik vond het prach tig. Het ging over e e n jong meis je dat trouwde met e e n oude heer van adel. 'Hij is in d e herfst v a n z'n leven e n zij in d e lente', stond er op een g e g e v e n mo ment. Dat vond ik zo mooi ge zegd dat üc er g e e n genoeg v a n kon krijgen. Evenals d e titel v a n het eerste hoofdstuk v a n 'Flora v a n Marxveldt' v a n d e schrijf ster Truida K ok dat 'lichte de cemberdagen en donkere mei d a g e n ' heette. Die metaforen e n paradoxen, termen w a a r v a n je toen v a n het b e s t a a n nog met afwist, spraken tot m'n verbeel ding. "Thuis, w e w a r e n met z'n zes sen, w a s lezen vanzelfspre kend. Er heerste e e n soort lees cultuur. Natuurlijk werd er ook weleens in d e tuin gespeeld, m a a r binnen h a d ieder echt z'n eigen leeshoek. M'n broertje l a g bijvoorbeeld altijd onder d e ta fel omdat hij d a a r het minste gestoord werd. Het w a s ook e e n eerste verworvenheid om niet meer voorgelezen te hoeven worden. "Na het gymnasium aarzelde ik niet lang over wat ik wilde. Ik w a s immers g a a n houden v a n d e Nederlandse literatuur. Am bities om zelf te scheppen, om zelf te schrijven h e b ik nooit ge had. Dat kan ik niet. Lesgeven vind ik heerlijk. Ik vond 't ontzet tend fijn om met studenten teks ten open te m a k e n en om leeser varingen te delen. In sommige colleges over romananalyse ge beuren prachtige dingen. Als je een tekst helemaal technisch hebt uitgezocht e n tenslotte bij de kern v a n het verhaal komt, als je de symbolen écht g a a t verstaan, d a n is d e spanning te snijden. Ruzie over wat er nou precies staat is g e e n uitzonde ring. "Ik zeg altijd tegen studenten dat we g e e n leesclubje zijn, m a a r op d e wijze v a n d e weten schap met teksten om moeten g a a n . Je moet hier op letten e n d a a r op letten. Wij lezen met een heel technische blik e n als het enigszins kan, moet je er d a n ook nog wat plezier in heb ben. Niet dat het 'gewoon' lezen e e n mindere ervaring is. Het is een a n d e r e ervaring. Doordat nederlandse literatuur m'n vak is, ontwikkel je je smaak. Dat wil echter nog niet
II
Eerlijk zijn tegenover de tiid" Wie vertelt wat hij leest, vertelt wie hij is. Studenten en medewerkers v a n d e VU over hun ideale auteurs, over d e boeken die e e n onuitwisbare indruk o p h e n h e b b e n gemaakt, kortom over hun boekenkast. In deze aflevering: Mevr. dl. M.H. Schenkeveld, ge woon hoogleraar in d e Nederlandse Letterkunde. persoon komt het bericht v a n d e r a m p binnen. In het boek wordt beschreven hoe zij e n h a a r om geving, het platteland w a a r al les groeit en besmet is, d a a r o p reageert. Tegelijkertijd onder g a a t h a a r enige broer e e n her senoperatie. Deze twee thema's zijn heel mooi samengebracht, vergezeld v a n prachtig taalge bruik.
Foto Bram de Hollander
zeggen dat ik ergens boven sta. Ik lees ook wel detectives, hoor. Als ik moe ben. Jammer dat dat genre zo ontzettend is uitge diend en 'vergroofd'. Er is niks nieuws meer te bedenken. "Geliefde schrijvers h e b ik bij bossen. De dichter Leopold is voor mij wel e e n v a n d e aller grootsten. Z'n gedichten zijn zo ongelooflijk prachtig, zo stü, zo poëtisch e n diep, onnoemelijk diep g a a t hij in op d e menselijke a a r d é n het menselijk denken. Normaal is a a r d e n denken v a n elkaar gescheiden. In d e kunst is het é é n geheel. Daarom maakt literatuur ook zo'n indruk op mij. Door middel v a n heel veel symbolen wordt alles tege lijk gezegd.
Wie wond "versche lauwerblaadjes om het hoofd v a n Neerlands dichterheld, J.J.L. ten K ate"? Dat w a s Frede rik van Eeden, voor d e gelegenheid vermomd als Cor nelia Paradijs. De brave Amsterdamse predikant wordt ingeleid met: Maar Goddank! zing t nu cantaten... daar komt J.J.L. TEN KATE! Dankt den Heer met snarenspel voor TEN KATE J.J.L. En verderop memoreert Paradijs h e m nogmaals: bij het scheppen van de Schepping zelf, compleet, met aarde en star g ewelL Aldus n a m Van Eeden in 1885 Ten K ate op d e hak, die zelf in 'Braga' (1842) het voorbeeld in satirische sonnet ten h a d gegeven. Van Eeden, op zijn beurt, is als gentlemanwereldhervormer vastgeprikt door Nescio. Nescio e n Vaïi Eeden worden n o g gelezen; Ten K ate verdient beter d a n vergeten te zijn. In d e g r a b b e l b a k van een antiquariaat vond ik zijn bestseller, d e door Van Eeden gereleveerde cantate 'de Schepping'. Een gedicht v a n 150 bladzijden druks, voltooid in 1865 te Amsterdam op d e omineuze dinsdagavond, namelijk die van' vijf december. Ten K ate, predikant in d e Nieu we K erk, liet ^ich 't onderwerp inspireren door Bilder ;jdijks 'Ondergang der eerste Wareld'. Van d e Schotse S b . ^ f tïmateurgeolöog Hugh Müler n a m hij d e idee over om Mozes te d o e n terugzien op zes bijbelse scheppingsda gen, uitgedijcj tot evenzovele geologische tijdvakken. Met aanmerkelijke taalbeheersing dichtte Ten K ate
i
Diana Doornenbal "De dichters Achterberg e n Nij hoff s t a a n voor mij ook zonder meer b o v e n a a n . Ze h e b b e n al lebei d e kwaliteiten v a n diep denken e n geven veel a a n d a c h t a a n het taalgebruik. Bij proza heb ik niet zozeer geliefde schrijvers. Het zijn incidentele oeuvres die ik goed vind. Bij voorbeeld sonmiige v a n Vest dijk. En d a n komt ook n o g d e buitenlandse literatuvir om d e hoek kijken. Nog niet zo long geleden h e b ik e r g genoten v a n 'Störfall', een boek v a n Christa Wolf. 't Is voor het eerst dat e e n Oostduitse schrijfster het over Tsjemobyl heeft. Bij d e hoofd
"George Eliot is ook e e n voor beeld w a a r v a n ik nog veel wü lezen. Het is het pseudoniem v a n e e n vrouw uit d e negentien d e eeuw. Een meesterlijk mens. Een zeer b e g a a f d autodidact met grote kermis v a n d e mens e n e e n brede blik op d e samen leving. Ik lees veel uit d e negen tiende eeuw v a n w e g e d e leer opdracht die ik h e b gekregen. Helaas zijn dat meestal dikke pillen w a a r je d e tijd voor moet nemen. "Ik vind het zo raadselachtig d a t in b e p a a l d e tijden grotere ta lenten worden geboren d a n in a n d e r e tijden. De negentiende eeuw heeft w a t poëzie betreft tot 1880 weinig talenten, m a a r in d e literaire kritieken d e s te meer. En d a n h a d je e r n o g zo'n Multatuli tussendoor lopen die zo verschrikkelijk goed kon schrijven. "Natuurlijk is d e s m a a k iedere periode weer a n d e r s . Shake s p e a r e heeft het a l e e n a a n t a l eeuwen gered. Die zal niet zo snel meer in het verdomhoekje komen. De Tachtigers w a r e n ook e e n goed stel. Doordat die Tachtigers destijds zo a a n d e w e g getinmierd hebben, is d e tijd daarvoor echter in d e verge
Paradijs en Mammoet Bert Boekschoten over d e vorming v a n water en land, over het leven v a n zegelbomen e n soruriers; in het versteend sUjk w a r e n voor hem d e archieven v a n Gods rijk vereeuwigd. De mammoet zelfs draaft op; m a a r met d e komst v a n d e mens neemt d e theologie d e o v e r h a n d o p d e geologie. Van hieraf g een steenen der g etuig enis uit het ing e wand der Aard! Ten K ates aardwetenschappelijke kennis lijkt behalve a a n MUler ook a a n het werk v a n d e Engelse D e a n Buckland ontleend. Zelf heeft hij niet zozeer fossielen of a a r d l a g e n geïnspecteerd. Toch m a a k t Ten K ates po ging, in dichterlijke vorm aardgeschiedenis en theolo gie te verenigen, e e n sympatieke indruk. De predikant stelde zich unverfroren e n uitgebreid op d e hoogte v a n d e toenmalige stand v a n wetenschap, e n trachtte die elegant en weldenkend ten behoeve v a n e e n b r e e d publiek s a m e n te vatten. Zijn 'Schepping' heeft veel
telheid geraakt. D a a r richten we nu onze a a n d a c h t veel op. En d a a r vallen ook g o e d e woor d e n over. Alhoewel dat niet be tekent dat d a a r nu meteen meesterwerken onder vallen. Maar zo probeer je eerhjk te zijn tegenover d e tijd. Ift d e weten schap zie je duidelijk dat er steeds weer iets n a a r voren wordt g e h a a l d . "Het b a a r t me zorgen dat d e stu denten letterkunde in hoge mate geïnteresseerd zijn in de moderne tijd en absoluut te wei nig in dat wat d a a r a a n vooraf gaat. Ze h e b b e n d a a r e e n goe de reden voor omdat d e middel b a r e scholen zich ook op die tijd richten. Maar het is niet goed als je Nederlands als studievak hebt gekozen om zo eenzijdig bezig te zijn. Er is voeding van uit het verleden nodig. De Bijbel en het christendom zijn bijvoor beeld altijd vanzelfsprekende werelden geweest om d e litera tuur heen. Literatuur staat altijd in e e n tijd, 't is g e e n eigen rijk. Er zijn altijd verwijzingen n a a r e e n omgeving. Als je g e e n be nul hebt v a n die omgeving, mis je zo ontzettend veel. "Hoeveel boeken ik al doorge worsteld heb? G e e n idee! Van w e g e e e n proefschrift dat ik over hem schreef, weet ik wel zo ongeveer hoeveel boeken Wil lem d e Clercq heeft gelezen. Dat noteerde hij in z'n dagboe ken. Maar ik? Meer d a n duizend in ieder geval, want voor m'n kandidaatsexamen moest ik al 450 'nummers' lezen e n voor m'n doctoraal 600. Heerlijk hoor, m a a r het ging natuurlijk niet al lemaal zo grondig als tegen woordig. "Nooit g a ik zonder e e n boek n a a r d e kapper. Al zijn het vaak boeken die ik móet lezen voor m'n vak. Maar ja, m'n spelen is leren e n m'n leren is spelen. "Een huis vol met boekenkasten hoeft voor mij niet. Vroeger h a d ik e e n professor, e e n ongelofe lijk geleerde m a n . Over hem ging het v e r h a a l d e ronde dat z'n huis, e e n ouderwetse villa, week door d e vele boeken. In de smalle g a n g , in d e wachtkamer, in z'n studeerkamer, overal boe ken. Tijdens e x a m e n s moest je tussen d e stap)els boeken door kijken om nog e e n bUk v a n de professor op te v a n g e n . Sinds dien h e b ik d a a r e e n beetje een afkeer v a n gekregen. Ik h e b wel e e n boekenkast, d a a r ontkom je niet a a n , m a a r het is niet zo'n spaarkast. Er s t a a n alleen ge bruiksboeken in. Ik b e n g e e n verzamelaar. Ik wil afstand be w a r e n tot d e literatuur, ik wü heel gewoon zijn."
invloed g e h a d . Evolutie werd overigens in d e cantate niet bij d e n a a m genoemd; dat witgloeiend hangijzer liet d e dichterdominee m a a r wijselijk afkoelen. Het onderwerp heeft n a d e r h a n d nog enige Nederland se dichtaders d o e n vloeien; Achterberg vooral met zijn mooie 'Coelacanth'; in jonger tijd d e e d K usters v a n zich horen. Dankzij d e vertaler Hero Holwerda kunnen w e thans genieten v a n wat d e Cyprioot K ostas Montis schreef. In d e bundel 'Momenten', uitgegeven door De Lantaarn te Leiden, doet Montis e e n vis over d e mens verzuchten: Ben ik dat g eworden, ben ik dat uiteindelijk g eworden? Vertel me niet dat heel die eindeloze procedure was om mij daar in te laten veranderen! Ook spreekt d e vis tot d e mens: Wie had dat g edacht, dat jij mij op een dag zou vissen! /! Besef je wel wie je vist? Voorouders vis en a a p worden er in 'Het ontstaan der soorten' opstandig van: Hij kent ons niet, zei de aap, hij kent ons niet, zei de vis, zij erkennen hem niet. Wie IS die Darwin toch? zieden ze. En tenslotte vermaant d e vis d e mens: Je had alles g af ezworen. Je zei dat jij g een tussenstadia had, je zei dat jij rechtstreeks door God was g eschapen. Wat wil je nou dan nog van mij?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1987
Ad Valvas | 588 Pagina's