Ad Valvas 1988-1989 - pagina 581
El
30 JUNI 1989
BOEKEN Amsterdam tobde al vroeg met haar kinderen De Amsterdamse liefdadigheid werd in vroeger e e u w e n alom geprezen. Vooral buitenlanders b e w o n d e r d e n d e menslievende gezindheid v a n d e Amsterdam mers. De Portugese schrijver Ortigaó schreef, n a zijn bezoek a a n d e Wereldtentoonstelling v a n 1883 in Amsterdam, dat d e voornaamste glorie v a n d e stad lag in h a a r weldadigheidsge stichten e n kunstverzamelingen: "De stadswezen e n d e wezen der verschillende kerkelijke ge meenten zien er opgewekt, ge zond e n weldoorvoed uit. In Am sterdam worden d e wezen be schouwd als werkelijke kinde ren v a n d e stad, e n d e bescher m e n d e zorg, w a a r m e d e zij worden omringd, doet eerder d e n k e n a a n tedere moederlief d e d a n a a n zakelijke vervulling v a n d e plicht tot o p e n b a r e lief dadigheid." In Kinderen van Amsterdam laat J. Th. Engels zien dat d e we zen niet altijd zo goed zijn be h a n d e l d als d e kinderen die d e Portugees heeft ontmoet. De au teur beschrijft in vierenvijftig korte p a r a g r a f e n hoe Amster d a m door d e e e u w e n h e e n met h a a r zorgenkinderen heeft om g e g a a n . In het eerste deel v a n het boek vertelt hij hoe d e w e zenzorg in d e dertiende e e u w tot stand is gekomen, e n schetst hij in grote lijnen d e geschiedenis v a n d e drie grootste weeshui zen: het Burgerweeshuis, het Aalmoezeniersweeshuis e n het Diaconieweeshuis.
Frank v a n K olfschooten In het t w e e d e deel beschrijft hij hoe deze drie weeshuizen in d e jaren zestig e n zeventig v a n deze e e u w o p g a a n in é é n hulp verleningsorganisatie voor jon geren, het Sociaalagogisch Centrum het Burgerweeshuis. De zorgenkinderen zijn d a n niet langer weeskinderen, m a a r kin deren die, om welke r e d e n d a n ook, het ouderlijk huis moeten verlaten. Verreweg het meest g e s l a a g d vind ik het eerste, historische gedeelte v a n het boek. Engels laat zien hoe d e verschillende maatschappelijke klassen weerspiegeld worden in d e weeshuizen. Het Burgerwees huis is omstreeks 1520 g e o p e n d voor d e achtergebleven kinde ren v a n overleden poorters (er kende burgers v a n Amster dam). De toelatingseisen wor d e n door d e jaren h e e n alleen m a a r opgeschroefd. In 1634 is het niet meer voldoen d e als aUeen d e moeder poorter is e n bovendien moeten d e ou ders al bij d e geboorte v a n d e kinderen poorter zijn geweest. Door deze eisen konden d e al lerarmste kinderen, d e vonde lingen e n d e onechte kinderen niet terecht in het Burgerwees huis, dat het grootste deel v a n zijn b e s t a a n gevestigd is ge weest in e e n monumentaal on derkomen bij d e K alverstraat (het tegenwoordige Amster
d a m s Historisch Museum). De hoogste bezettingsgraad heeft het Burgerweeshuis n a d e pest epidemie v a n 1664, als er dui zend kinderen wonen. Het Aalmoezeniersweeshuis, dat in 1613 w a s opgericht om het hoofd te kunnen bieden a a n d e stroom v a n b e d e l a a r s e n zwervers die m e e hoopten te profiteren v a n d e o n g e k e n d e welvaart v a n Amsterdam, werd uiteindelijk het onderkomen voor alle kinderen die verder nergens welkom w a r e n . In 1649 woonden er zestienhonderd w e zen e n in 1811 zelfs vierentwin tighonderd. De armoe in d e steden n a m a a n het begin v a n d e negentiende e e u w zuUce grote vormen a a n dat v a n h o g e r h a n d werd beslo ten om in Veenhuizen e e n land bouwkolonie o p te richten "om paupers, b e d e l a a r s , landlopers, vondelingen e n wezen op te voeden tot zedelijkheid e n eer lijk zelfbestaan". De regenten v a n het Aalmoezenierswees huis z a g e n hun kinderen met lede ogen vertrekken. Het expe riment om a r m e n door (dwang) arbeid d e w e g n a a r e e n geluk kig leven te wijzen, mislukte vol komen. Het is m a a r e e n v a n d e mislukkingen in d e grote reeks experimenten met moeilijke jon geren (en volwassenen), die tot v a n d a a g d e d a g voortduurt. Engels geeft tal v a n prachtige details over d e levensomstan digheden in d e weeshuizen. In het Burgerweeshuis sliepen drie
Inschrijving van wezen Valckert 1626)
in het Aalmoezeniershuis
kinderen in e e n krib, e n dat w a s nog e e n riante behuizing verge leken met a n d e r e weeshuizen, w a a r v a a k vijf kinderen het b e d deelden. "Zoveel elkaar soms totaal vreemde kinderen in é é n bed, leidt tot ongewenste onhy giënische situaties e n wonderlij ke maatregelen, zoals d e ver plichting om alleen op het rech teroor te slajien." Engels vertelt ook dat d e burgerwezen p a s in 1863 hun eigen tinnen bord kre gen. Voor die tijd moest e e n w e e s zijn schotel delen met drie lotgenoten. Het t w e e d e deel. Van godshuis tot Sociaalagogisch centrum, m a g wat mij betreft opnieuw worden geschreven door ie m a n d a n d e r s . Engels blijkt d e woelige ontwikkelingen in het
(Werner
v.d.
jongerenwerk in d e j a r e n zestig e n zeventig v a n te nabij te h e b b e n m e e g e m a a k t om er e e n af standelijk v e r h a a l over te kun n e n schrijven. Dat valt ook niet mee, want d e geschiedenis v a n het jongerenwerk in deze perio d e is e e n moeüijk te ontwarren knoop v a n politieke strijd (de mocratisering), (pseudo) w e tenschappelijke strijd e n experi menten met woonvormen (ge zinshuizen, therapeutische units). Het (prachtig geïllustreerde) boek is geschreven voor d e geïnteresserde leek, in e e n t a a l die in niets herinnert a a n het irmiiddels fameuze welzijnsj ar gon.
J.Th. Engels, Kinderen van Amsterdam, De Walb urg Pers, Zutphen 1989. Fl.29,50.
Mens weer de bloem van de schepping Van biologen is g e e n kritische kijk op d e evolutietheorie v a n Darwin meer te verwachten. Dat moeten d e Amerikanen Ro bert Augros e n George Stanciu, respectievelijk fUosoof e n wis kundignatuurkundige, h e b b e n gedacht toen zij hun boek met d e nogal pretentieuze e n ten dentieuze titel "De nieuwe biolo gie doorbraak in d e weten s c h a p v a n het leven" het licht d e d e n zien. De biologie is vol gens h e n volledig in het slop g e r a a k t doordat zij nog steeds e e n evolutietheorie n a a r het model v a n Darwin a a n h a n g t , terwijl d e feiten toch voor zich spreken. Tijd om v a n buitenaf d e biologen weer e v e n op het juiste spoor te helpen. De beide heren gebruiken voor hun b o o d s c h a p e e n opbouw die iedereen die goedkope creatio nistische boekjes kent, meteen herkent. Ze spreken e v e n e e n s g r a a g v a n d e "nieuwste inzich ten op het gebied v a n evolutie onderzoek" e n gebruiken cita ten v a n b e k e n d e natuuronder zoekers. Citaten die op zodani g e manier gebruikt worden dat het d e a r m e leek steeds on waarschijnlijker voorkomt dat er in d e biologie überhaupt nog mensen rondlopen die in d e 'volkomen aphterhaalde ideeën v a n Darwin geloven'. Zo wordt terloops d e Britse pale ontoloog Colin Patterson opge voerd die, zo suggereren d e au teurs, zijn wantrouwen tegen d e evolutietheorie aldus ver woordt: "Twintig j a a r lang h e b ik gedacht dat ik op d e e e n of a n d e r e manier d e evolutie on
derzocht. M a a r op e e n d a g r e a liseerde ik me opeens dat ik hier nu al meer d a n twintig j a a r a a n werkte e n er nog steeds niets v a n af wist. Het w a s e e n hele schok voor me dat ik me blijk b a a r zo lang h a d laten mislei den." Een prachtig citaat n a tuurlijk, e n m a a r enkelen zullen zich afvragen of dit nu dezelfde Patterson is die e e n lees b aar boekje over d e evolutietheorie heeft gepubliceerd, waaruit ei genlijk niets v a n dit wantrou w e n blijkt. Het citaat v a n Patterson heeft d a n ook te m a k e n met d e dis cussie die zich in vakkringen v a n systematici afspeelde over d e indeUng v a n dieren e n plan ten in e e n overzichtelijk, h a n teerbaar systeem. Daarbij speelde d e v r a a g of m e n zich hierbij moet laten leiden door de, veelal onbekende, evolutio naire ontwikkeling die soorten h e b b e n doorgemaakt of dat juist alleen m a a r op verschillen d e uiterlijke kenmerken moet
De natuur heeft levensvormen
Gert v a n M a a n e n worden gelet. Patterson is e e n voorstander v a n deze laatste, veel praktischere b e n a d e r i n g s wijze, die bekend staat als cla disme. Het cladisme is e e n klassifica tiesysteem dat weliswaar d e systematiek los wil koppelen v a n d e evolutietheorie, m a a r d a a r m e e niet direct in strijd is. Voor ingewijden is d e uitspraak v a n Patterson dus n o g wel in zijn context te plaatsen, m a a r d e schrijvers misleiden d e overi g e lezers door deze n u a n c e on vermeld te laten. Het boek wemelt v a n zulke, op zijn zachtst gezegd, onduidelijk heden. Extra navrant omdat d e heren b e o g e n "het o n w a a r n e e m b a r e e n oncontroleerbare" in d e theorie v a n d e natuurlijke selectie a a n d e k a a k te stellen. AUes wat er b e k e n d is'over d e geschiedenis v a n het' leven zou
een doelgerichtheid
die tot uiting komt in alle
volgens h e n opnieuw e n onpar tijdig bestudeerd moeten wor den.. Een g e h e e l nieuwe inter pretatie v a n d e g e g e v e n s wordt d a n mogelijk. Veel voorbeelden worden a a n g e d r a g e n om a a n te tonen dat soorten, in tegenstelling tot d e visie v a n Darwin, niet in e e n concurrentiestrijd gewikkeld zijn. De natuur zou juist al h a a r vindingrijkheid gebruiken om technieken te ontwikkelen om strijd tussen soorten te voorko men. Dieren kennen territoria e n voedselspecialisatie, alle m a a l zaken die volgens Augros e n Stanciu niet door natuurlijke selectie gestuurd worden, m a a r initiatieven v a n d e dieren zelf zijn.
Geest kunstenaar Ook over d e oorsprong v a n het leven worden in het boek uitge sproken denkbeelden gekoes terd. Het leven k a n niet simpel w e g zijn ontstaan uit materie, daarvoor heeft het te veel over eenkomsten met menselijke kunst. Materie heeft weliswaar g e e n speciale instructies nodig om sneeuwvlokken of keuken zout voort te brengen, m a a r dit geldt niet voor organische vor men. Maar wat d a n wel? "De geest v a n d e kunstenaar is d e ultieme oorzaak v a n d e vorm die in d e materie a a n w e z i g is, zelfs al vindt hij e e n machine uit om standbeelden te vervaardi gen. Om dezelfde r e d e n e n moet er e e n geest zijn die in materie organische vormen tot stand brengt. Deze kunstenaar is God,
e n d e natuur is het werk v a n God". Pas op p a g i n a 168 komt het tot deze getuigenis. De auteurs isoleren zich overi g e n s niet zodanig dat ze het be s t a a n v a n evolutie afwijzen, het g a a t hun slechts om d e manier w a a r o p zij verloopt. De natuur heeft in hun visie e e n doelge richtheid die tot uiting komt in alle levensvormen. "We kunnen g e e n betere vogel ontwerpen d a n d e b e s t a a n d e , omdat elke sooit al optimaal is afgestemd op zijn specifieke manier v a n leven". Uiterst curieus wordt d e r e d e n e ring als wordt betoogd dat het lichaam v a n d e mens welis w a a r v a n e e n natuurlijke evolu tionaire oorsprong zou kunnen zijn, m a a r d e menselijke geest niet. Dit moet e e n resultaat zijn v a n e e n onmiddellijke schep ping. "De hiërarchie in d e n a tuur e n d e geschiedenis v a n het leven bereikt zijn hoogtepunt in d e mens, als e e n bloem a a n het eind v a n d e stengel." Biologen zijn tegen het eind v a n het boek waarschijnlijk allang het spoor bijster. Misschien ver klaart é é n v a n d e uitspraken v a n Robert Augros tegenover weekblad De Tijd voor h e n nog iets: "Dat wij g e e n v a n beiden bioloog zijn is e e n groot voor deel gebleken. Doordat w e met e e n zekere naïeviteit te werk gingen h a a l d e n w e zaken bo ven water w a a r d e experts overheen h a d d e n gekeken". Robert Augros George Stanciu, 'De Nieuwe Biologie, Doorbraak in d e we t e n s c h a p v a n het leven'; Lemniscaat, Rotterdam, 1989. fl. 49.50.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 augustus 1988
Ad Valvas | 584 Pagina's