Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1988-1989 - pagina 528

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1988-1989 - pagina 528

11 minuten leestijd

K

PD\Fi]^P

2 JUNI 1989

Studenten Veonieningen

INFO

aan de Vrije Universiteit

Een rondetafel gesprek met de zes studentenartsen aan de Vrije Universiteit

Studentenartsen, zin of onzin? Ze helpen je beter! Een van de voorzieningen die de VU voor studenten heeft is de Arnold, in de praktijk kón het ook wel, hebben ooit eens grote problemen Universitaire Gezondheidszorg (UGZ), ondergebracht bij de we gesignaleerd bij een onderafdeling van Dienst Studentenvoorzieningen. Wie gaan er schuil achter de tandheelkunde; In samenspraak met UGZ? Behalve VUdont (professionele tandartsenhulp, geboden studentendecanen. Dat heeft wel dedoor twee tandartsen, een mondhygiëniste en een tandartsas- gelijk tot verbetering van de situatie geleid: er werden niet meer zo sistente) zijn dit de studentenartsen, zes huisartsen in Amster- daar massaal studenten ziek als daarvoor. dam die zich al jaren inspannen voor de studenten, een bijzonde- Ook op de UvA, vertelt zij, hebben de re en grote patiëntengroep in hun "gewone" praktijk. Voor wie studentenartsen wel eens bereikt dat hen nog niet (allemaal) kent, hieronder een indruk van wat hen een bepaalde faculteit haar onderwijsveranderde. bezielt. Een ieder die dit leest moge er wijzer van worden. Wat systeem Toch blijven het te vaak incidentele heeft een studentenarts meer te bieden dan een gewone huis- gevallen, vinden de studentenartsen. arts ? En is het nut van studentenartsen nog steeds voor Teveel hangt af van de toevallige goede wil van de faculteit. Ze zouden iedereen duidelijk? Het gesprek wordt geopend met een provocerende stelling van Ydo Dolstra: "De Studentengezondheidszorg levert geen extra bijdrage aan een betere gezondheids- en leefsituatie van de student en is derhalve overbodig". Onmiddellijk brandt men los: Dat kun je niet zomaar stellen, Dolstra moet. argumenten voor zijn stelling aandragen, men is het er geheel mee oneens, zo blijkt. Betreurd wordt dat er geen echte toetsingsmogelijkheden zijn, maar gedurende dit gesprek zal blijken dat er vele redenen zijn waarom een studentenarts een meerwaarde heeft vergeleken met een "normale" huisarts. Het gesprek verloop chaotisch, omdat men veel en hard door elkaar praat in het enthousiasme voor het vak. Maar, na 1,5 uur zijn alle zes nog meer dan eerst overtuigd van hun roeping!

EVEN VOORSTELLEN studenten die ziek zijn gaan, net als andere mensen, naar een dokter. Ook als ze zich niet lekker voelen, voortdurend moe zijn, rare vlekken op hun tong zien, niet opschieten met hun studie of zich niet kunnen concentreren, brengen veel studenten een bezoek aan een arts. Vaak is dat een studentenarts, iemand die zich min of meer heeft "gespecialiseerd" in patiënten die studeren. Aan de VU zijn een zestal studentenartsen verbonden: gewone Amsterdamse huisartsen met een speciaal plekje in hun hart voor de studenten onder hun patiënten. Alle zes zijn al jaren met dit werk bezig, sommige sinds het begin (1962), andere pas enkele jaren. Geen van allen timmert aan de weg met wat hij of zij doet. Veel studenten én personeel aan de v u zullen dan ook niet weten wie die zes zijn, waarom ze doen wat ze doen, en wat de betekenis van hun werk is voor de studenten én de universiteit. De commissie Universitaire Gezondheidszorg (UGZ) van de Dienst Studentenvoorzieningen kent het zestal wel en stelt ze hieronder aan u voor. Op de maandelijkse avondvergadering van de studentenartsen voeren ze een rondetafelgesprek over hun werk. De secretaris van de UGZ-commissie tekent op wat er gezegd wordt. De bijeenkomst vindt deze keer plaats ten huize van let Arnold-van Gorcum, de enige vrouwelijke arts in het gezelschap. De overige vijf zijn: Ydo Dolstra (tevens lid van de UGZ-commissie als vertegenwoordiger van de zes), Schelte van Randen (een oudgediende die bijna met pensioen gaat en opgevolgd wordt door zijn zoon Willem van Randen), Frans Weisz, Guus Verhoeff (de jongste van de zes ) en Joost Koop.

Il

EN WEL HIEROM De vraag die in het gesprek steeds terugkomt is: wat heeft een studentenarts méér te bieden dan een willekeurige andere hulsarts? Deetman vond enkele jaren geleden dat de universitaire gezondheidszorg wel kon ver-

dwijnen, daar mocht geen geld aan uitgegeven worden uit de collectieve middelen, leder van de zes is er van overtuigd dat ze nuttig zijn en illustreert dit met vele voorbeelden. Door de grote aantallen studenten die Je ziet herken je problemen sneller; je vraagt door, legt verbanden en misschien kun je je beter inleven en praktische tips geven, zegt Dolstra. Bovendien hebben wij regelmatig contact met studentendecanen, dus signaleren het sneller als iets bij meerdere studenten voorkomt en we kunnen makkelijk doorverwijzen over en weer, dat heeft een "wilde" huisarts niet, aldus Arnold. Weisz: Bij studenten die zeggen: 'Ik ben zo moe, schiet maar niet op met m'n studie, heb ik misschien Pfeiffer?', kijk Je wat verder, ga je doorvragen hoe dat komt, volsta je niet met zeggen: 'Nee, je hebt het écht niet. Punt'. Alleen studenten, met name medische, hebben "kandidatenkoorts" aldus Van Randen, zijn bang dat ze alle ziekten zelf hebben, die ze in hun studieboeken tegenkomen.Of ze kijken in de spiegel, bekijken voor het eerst hun tong eens goed en denken dan dat er iets niet goed aan is omdat-ie er zo raar uit ziet. Arnold maakt dit vaak mee, zegt ze. Dat zul Je bij andere jongeren niet meemaken. Als studentenarts neem Je deze vragen heel serieus. Je weet waar ze vandaan komen, je (her)kent de angsten en onzekerheden en je kunt er dan ook mee omgaan. De universiteit is er ook altijd van uit gegaan dat het in stand houden van studentengezondheidszorg zin heeft, net zoals een bedrijfsgezondheidsdienst voor het personeel noodzakelijk is. Weisz benadrukt dat de instelling verantwoordelijkheid heeft voor de gezondheid van personeel én studenten: hoe groter het bedrijf, hoe meer het individu zoek raakt. Studentenarts zijn is een combinatie van bedrijfsarts en huisarts: de kwaaltjes die Je tegenkomt zijn vaak te zien in het licht van "het bedrijf" studeren. Hij vervolgt: We hebben ook regelmatig overleg met studentenpsychologen, en we weten daardoor bijvoorbeeld dat ze gespreksgroepen hebben voor studenten die in de eindfase van hun studie vastlopen. Zo kun je individuen wat verder helpen én het werkt, als het goed is, ook terug naar de universiteit, zegt hij.Althans, daar breken we ons het hoofd over. We zouden veel meer vat op de universiteit willen hebben, zodat die de student beter voorbereidt op de fase die komt tijdens én na het afstuderen. Wij hebben wel degelijk informatie, over bepaalde faculteiten waar dingen grondig mis gaan, waar teveel studenten ziek worden, alleen zijn we nog (te) huiverig om het beestje bij de naam te noemen, beweert Dolstra. Ja, bottle-neck docenten zijn soms wel te benoemen, maar men wil niet dat er naar personen gewezen wordt, brengt Weisz in. Van Randen brengt hiertegen in: Toch is het fout om zo te doen, je kan het als arts wel zeggen wat er volgens jou mis Is. Ja, zegt

meer onderzoek willen (laten) doen, bijvoorbeeld over ziekteverzuim, net als de bedrijfsgezondheidsdienst (BGD) doet.Daarnaast moet er dan ook een goede procedure op de VU afgesproken worden waarbij met die onderzoeksresultaten dan ook werke-

zondheidszorg gemaakt werden: de R.O.S. (Raad voor Overleg en Samenwerking). Weisz zegt dat het heel ondemocratisch toeging toen, men seinde de Curatoren Directeuren In en die steunde praktisch alles wat uit de ROS kwam. De ROS was een lichaam zonder formele status, maar met veel invloed. Zij zorgde er bijvoorbeeld voor dat op de VU anti-conceptie voorlichting gegeven mocht worden, waar dat eerst een groot taboe was. In de loop van de jaren zijn de meest voorkomende vragen waarmee de studentenartsen geconfronteerd werden wel veranderd: in de loop van de jaren 60 speelde allerlei zaken diè de zogenaamde "sexuele revolutie" en de daarmee gepaard gaande liberalisering met zich meebracht een rol, in de jaren '70 was eenzaamheid een veel voorkomend probleem en nu, in de

De studentenartsen zelf voelen behoefte om hun werk beter te onderbouwen, maar komen er niet aan toe dit gestructureerd aan te pakken. De stelling waarmee de discussie in gang gezet is, wordt in de loop van het gesprek bijgesteld: "Studentenhuisartsengeneeskundee levert, indien het niet goed onderbouwd is door epidemologisch onderzoek, geen extra bijdrage aan een betere gezondheidsen leefsituatie van de studenten, en is derhalve overbodig". Van Randen zegt: je moet het positief stellen "het levert", uiteraard onderbouwd met...., zeker een bijdrage! Arnold denkt aan een enquête onder diverse generaties studenten met vragen als " Wat Is de waarde voor Jou geweest van de studentenarts". Van Randen zegt: het is nu eenmaal zo dat onderzoek nodig is om je bestaansrecht goed te onderbouwen, te bewijzen dat je nuttig bent, dat Je niet alleen voor de individuele student een goede arts bent, maar ook de totale studentenpopulatie vooruit helpt. Arnold: Ja, want anders moeten we met z'n allen op het dak gaan zitteni I Om te voorkomen dat het zover komt als hierboven zo boud gesteld is, zal er dus nog meer nuttig werk gec' -n moeten en kunnen worden. De hu je student die voor zichzelf 'n studt narts kiest op grond van de ii ii

De studentenartsen: v.l.n.r. achterste rij de heren Koop, Weisz en Arnold-van Gorcum, voorste rij Dolstra, Verhoeff, Van Randen jr. Van Randen sn lijk iets gedaan wordt, én waarbij de studentenartsen ook Invloed hebben op hoog niveau, aldus Van Randen.

VROEGER Hiermee komt het gesprek op het ontstaan van de UGZ aan de VU. Vier van de zes zijn al heel vroeg begonnen met het openstellen van hun praktijk voor studenten. Koop vraagt hoe lang ze al bestaan "als instituut". Van Randen en Weisz menen dat men in 1962 of 1963 gestart is. Studentenartsen waren nodig, omdat studenten geen geld hadden om naar een arts te gaan en hun ouders niet op kosten wilden jagen; bovendien wisten ze niet waar ze heen moesten. De universiteit (het college van Curatoren Directeuren, CD, voorloper van het huidige CvB, A.L.) vroeg toen enkele huisartsen om studenten in hun praktijk toe te laten. Dit betekende een lage drempel en een makkelijke en goedkope weg voor de nieuwkomers op de universiteit. De universiteit voelde zich verantwoordelijk voor de gezondheid van de studenten. Tussen CD en de artsen was regelmatig en intensief contact, aldus Van Randen. 't Was allemaal heel anders dan nu: regelmatig groot beraad met studentenpastores, decanen, psychologen, waar plannen voor een betere ge-

Jaren '80, liggen de afstudeerproblemen en de onzekerheid over wat daarna komt levensgroot op tafel bij de studentenartsen, vertellen Weisz en Dolstra. De artsen groeiden mee en vinden hun werk nog steeds even boeiend. In het gesprek blijkt ook voortdurend hun enthousiasme; ze vinden het leuk om studentenarts te zijn, zo zeggen ze.

DE TWEEDE FASE Het nut van de studentenarts was al die Jaren onomstreden, men ging er onvoorwaardelijk van uit dat het goed was. Is het nut van de studentenartsen nog steeds voor iedereen duidelijk: is de behoefte die er toen was er nu nog? Nog steeds maken veel studenten aan de VU (en de Hogeschool Holland) gebruik van de diensten van de zes. Toen in 1987 het abonnement-systeem werd ingevoerd moest men even wennen aan de nieuwe regeling, maar de weg naar de studentenarts is alweer door veel eerste- en oudereJaarsstudenten gevonden. De universiteit als instelling steunt het instituut UGZ ook nog steeds van harte: zo Is er onlangs een beleldscoordinator studentengezondheidszorg bij de BGD aangesteld, die mede ondersteunend voor de studentenartsen zal gaan werken: Aukje Strandstra.

Met het bovenstaande wordt het info-deel afgesloten

artikel genoemde voordelen, zal bi] deze zaken niet gelijk stil staan, als h of zij naar de dokter moet. Op lange termijn kan deze keuze echter heel wat betekenen voor de studentenpopulatie als geheel: een klacht die vaker voorkomt kan tot signalen naar i universiteit leiden.

BINNEN HANDBEREIK Tot slot: waar vindt u de studentenartsen? Bij Bureau Studentenvoorzieningen kan een abonnement gekocht worden voor huisartsenhulp ƒ1 C )3r jaar. Daarbij krijgt men een nam iyït van de zes studentenartsen v J] "gedokterd" kan worden. Voo. ^i" kenfonds en SSGZ-verzekerden is de huisartsenhulp kosteloos. Bel of kom langs voor meer informatie: de medewerk(st)ers van Bureau Studentenvoorzieningen zijn op kantooruren bereikbaar, de zes studentenartsen (of hun vervangers) zijn 24 uui per dag voor hulp in te roepen. (Tekst: Anneke Labots) Informatie: Buro Studentenvoorzieningen Wis- en Natuurkundegebouw kamer N - 082 De Boelelaan 1085 1081 HV Amsterdam Tel. 020 - 548 4525

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 augustus 1988

Ad Valvas | 584 Pagina's

Ad Valvas 1988-1989 - pagina 528

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 augustus 1988

Ad Valvas | 584 Pagina's