Ad Valvas 1989-1990 - pagina 313
AD VALVAS 1 FEBRUAR11990
PAGINA 5
VU-studente op weg naar wereldschaatstop Christine Aaftink voor vierde keer Nederlands sprintkampioene
.
Frank van Kolfschooten Christine Aaftink behaalde afge lopen weekend voor de vierde keer de titel bij de Nederlands kampioenschappen schaatsen voor sprinters. D e studente bewe gingswetenschappen hoopt in fe bruari bij het wereldkampioen schap in het Noorse Tromsö voor het eerst een medaille te winnen. Christine Aaftink (23) zoeft niet alleen als een pijl over het ijs, ze snelt ook door haar studie heen. Ondanks alle irainingsuren en winterreizen die ze moet maken voor haar sport, hoopt ze toch al in augustus, na vijf jaar studie, af te studeren als bewegings wetenschapper. Dat is iets later dan verwacht, want eigenlijk had ze al deze winter haar scriptie af willen ronden. Deze kleine vertraging in het stu dietempo denkt ze deze winter goed te kunnen maken door het rijden van toptijden op de korte afstanden. Ze is al houdster van het Nederlands re cord op de 500 meter met 40.34 se conden, maar ze verwacht ook het record op de 1000 meter op haar naam te krijgen. Dat record is nu nog in handen van Yvonne van Gennep, die ooit in 1.21.21 over het ijs ging. De snelste tijd van Christine Aaftink ligt daar maar viertiende van verwijderd (1.21.63). Haar optimistische verwachtingen komen niet voort uil ijdele hoop, want haar trainingsresultaten tonen aan dat ze dit jaar sneller moet kunnen schaatsen dan ooit. Aaftink schrijft haar vooruitgang toe aan de zwaarde re oefeningen (waaronder krachttrai ning) die ze dit seizoen heeft gedaan. Bovendien is ze overgestapt op andere schaatsen. Tot dit seizoen schaatste ze op schoenen met lage ijzers. Sprinters rijden echter meestal op hoge buizen, die een halve centimeter hoger zijn
dan de lage. Op de lage schaatsen raakte ze in de bochten met haar schoenen het ijs. Aaftink: "Vorig jaar wipte daardoor regelmatig mijn ijzer van het ijs, waardoor ik viel of een misslag maakte. Dit jaar heb ik geen problemen en kan ik keihard door rammen." Aaftink l<an de inzichten die ze opdoet bij bewegingswetenschappen soms toepassen in de praktijk. Zo deed ze in 1988 bij de Olympische Spelen in Calgary mee aan een onderzoek van de faculteit bewegingsweten schappen naar de rol van de start bij het sprinten. Daaruit bleek dat het heel belangrijk is om de eerste paar meters na de start zo krachtig moge lijk af te leggen, zodat de schaatser heel snel een hoge snelheid bereikt. Dus niet langzaam versnellen, maar explosief. Het trainingsschema van de sprintkernploeg is inmiddels aange past aan de resultaten van dit onder zoek. Er bestaat niet zoeiets als een ideale lichaamsbouw voor een sprinter, meent Aaftink. "Kijk maar naar het laatste WK in Heerenveen. Daar won bij de vrouwen Bonnie Blair, die heel erg klein is en een hele felle, korte slag heeft. Terwijl bij de mannen de Rus Zelezovski won, en die is juist heel groot. Het gaat om explosiviteit."
^
' ^ • 1 * !
*y*;^i
m
**'»;
Tentamens De faculteit komt haar zoveel mo gelijk tegemoet bij haar streven naar de top. Zo mag ze tentamens op een haar welgevallig tijdstip afleggen. An ders zou ze onmogelijk kunnen stude ren. De drie uur training per dag kan ze nog wel combineren met haar stu die, en ook een trainingskamp in Haarlem hoeft haar niet te hinderen. "Ik ga dan van half negen tot tien trainen in Haarlem, even onder de douche, college volgen aan de VU van tien tot twaalf en dan direct weer terug naar het trainingskamp." Maar als het trainingskamp in Hee renveen is kan ze niet even heen en weer reizen. En de komende weken
Foto ANP
is dat al helemaal uitgesloten. Dit weekend doet ze mee aan de world cupwedstrijden in Lake "^'acid, daar na gaat ze naar Calgary in CE .''da, dan naar Bute in Montana er vol gens reist ze direct door naar Tromsö in Noorwegen. Daar vindt op 24 en 25 februari het wereldkampioenschap sprint plaats voor mannen en vrou wen. Haar grote concurrenten zijn de
Amerikaanse Bonnie Blair en de Oostduhse Angela Hauck en de Ja panse Seiko Hashimoto. Aaftink denkt niet dat ze vóór de eerste twee schaatsters zal kunnen eindigen, maar een betere plaats dan de vorige keer (5e) moet mogelijk zijn. De ontwikkelingen in het Oostblok blijven misschien niet zonder gevol gen voor de prestaties van de topspor ters, denkt Aaftink. "Er is al minder
Tijdschriften Ook de stervenden emanciperen zich WIm Crezee Op sterven en doodgaan rust steeds minder een taboe, schrijft Cas Wou ters in het Amsterdams Sociolo gisch Tijdschrift. Wouters onder zocht aan de hand van verpleegkun dige en medischethische literatuur welke veranderingen zich afgelopen halve eeuw hebben voorgedaan in de "regulering van enipties aan het le venseinde." '^ i^ Van 1930 tot 1950^ de periode van de "gewijde leugen", werden stervenden in het ziekenhuis zo lang mogelijk in de waan gebracht en gelaten dat er een gerede kans op herstel aanwezig was. Verpleegkundigen hielden zich zelf en de terminale patiënten op de been met gezegden als 'waar nog le ven is, daar is nog hoop.' Patiënten die als reactie op het slechte nieuws huilden, kregen van artsen al gauw het etiket 'emotioneel instabiel' opge plakt. , . , ,„ Vanaf 1955 komt er verandering in dit klimaat van verdringing en ont kenning. De toenemende aandacht voor sterven en dood(sangst) gaat ge lijk op met de opmars van de sociale wetenschappen. Van verpleegkundi
gen wordt gevraagd deze problemen te "leren verwerken", waarbij ook de doodsangsten van deze beroepsgroep zelf naar voren kan komen. En artsen worden, zij het schoorvoetend, ge traind in het voeren van "slecht nieuwsgesprekken." De periode na 1970 typeert Wouters als de emancipatie van de stervenden. Patiënten hebben alle recht om hun angsten te uiten; sterker nog: ver pleegkundigen dienen hen zelfs aan te moedigen over deze angsten te praten. Verder in het AST onder meer een historischsociologische verhandeling over vergaderen, een activiteit waar Nederlanders relatief gezien veel tijd in steken. 'Vergaderen' kon in de Middeleeuwen vele betekenissen hebben: een handgemeen hebben, paren, godsdienstoefening houden. Momenteel is er nog riiaar één bete kenis van overgebleven: het met el kaar spreken en afspraken maken over toekomstig samenleven. Verga deren werd ook steeds meer gebon den aan regels van hoffelijk en parle mentair gedrag. Dat komt ook naar voren in de vele voorschriften die staan in Moderne Vergadertechniek,
het meest verkochte vergaderleer boek in Nederland. De meeste voor schriften komen in de kern neer op een verbod op het uiten van agressie ve impulsen en vijandige gevoelens.
Zijn er al computers die beter kun nen schaken dan grootmeesters? Die vraag wordt opgeworpen in Weten schap samenleving. Tien jaar ge leden ging professor Jaap van den Herik daarover een weddenschap aan met internationaal schaakmeester Hans Böhm. De professor beweerde dat er op 1 januari 1990 een schaak programma zou bestaan met een ra ting van 2650 ELOpunten, oftewel ongeveer de vijfde plaats op de we reldranglijst. Böhm won de wedden schap. Toch blijft Van den Herik bij zijn stelling dat tussen het jaar 2000 en 2020 een computerprogramma de wereldtitel op zak zal hebben. Het is slechts een kwestie van tijd om de re gels van de intuïtie, die altijd zo be langrijk wordt geacht bij het edele
Roel In 't Veld spel, in kaart te brengen, zo meent hij. De tegenwerpingen van Bohm zijn niet echt sterk. Wetenschappers als Van den Herik vindt hij "irritant" en "een gevaar voor de samenleving". En: "Een hijskraan kan meer tillen dan ik, maar daardoor word ik even min geïmponeerd." Op de vraag of hij gelooft dat er ooit een tijd aan breekt waarin een schaakprogramma het sterkst blijkt, geeft Böhm een overmijnlijk antwoord: "In mijn le ven wordt geen computer wereld kampioen!"
De zwakke kanten van de computer
geld uitgetrokken voor de topsport in OostDuitsland. Daarom kunnen de Oostduitse vrouwen niet mee doen aan de worldcupwedstrijden in Ca nada en de Verenigde Staten. Op den duur zal de staat de topsport zelfs niet meer financieren. Die ontwikkelin gen zullen toch wel slecht zijn voor hun concentratie. Angela Hauck zit er wel degelijk over in."
en vooral de fiasco's van automatise ringsprojecten komen degelijker aan bod in VUmagazine. Het blad her innert aan de gigantische problemen die zich hebben voorgedaan bij de automatisering bij de politie, bij de studiefinanciering en bij de invoering van een nieuw paspoort. Zouden die omvangrijke problemen soms onver mijdelijk zijn bij automatisering op grotere schaal, vraagt het blad zich af. Professor Roel in 't Veld, destijds 'cri sismanager' bij de Directie Studiefi nanciering, verwijt de politiek dat ze vaak te lichtzinnig denkt over auto matisering. Men roept wat en neemt dan maar aan dat het voetvolk tijdig de juiste plug in het correcte gaatje zal steken. "Computerprogrammeurs hebben vanaf het eerste begin abso luut heldere omschrijvingen nodig, en managers moeten weten waaraan hun organisatie moet voldoen. Maar beleidsmakers blijven tot in een heel laat stadium gevangen in een spel van belangentegenstellingen en poli tieke vaagheden." Dat de computer ondanks zijn flit sende imago eigenlijk een star en log ding is, dringt volgens In 't Veld nog maar nauwelijks door tot de politiek. "Veel stelsels zijn opgetuigd met al lerlei toeters en bellen, en criteria voor deelcategorieën.In 'hetgëyal van de studiefinanciering heeft de wetgever geen enkele remming ge voeld om de regels voor het verlenen van een beurs zo ingewikkeld moge lijk te maken. De computer voert het wci uu. ,,nil8t»^»te"ftlltfoir4t
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 augustus 1989
Ad Valvas | 576 Pagina's