Ad Valvas 1989-1990 - pagina 545
AD VALVAS 14 JUNI 1990 |
I PAGINA 5
Kunsthistoricus pleegt vadermoord in aula Bedaux: sociobiologie heeft ons vak veel te bieden Frank van Kolfschooten Promoties waar het tot een spetteren de confrontatie komt tussen promo vendus en opponent zijn vrij zeld zaam. Het is een brave academische gewoonte om de promovendus, die toch al vaak met zweethanden en bonkend hart achter de katheder staat, niet al te hard aan te pakken. Vorige week waren de kunsthistorici in de aula echter getuige van een in tellectuele botsing waarbij de emoties hoog opliepen. Geen wonder, want hier sneuvelde een pa ra digma . De twee kemphanen wa ren Jan Bap tist Bedaux, die zijn proefschrift The reality of symbols; studies tn the iconology of Netherlandish art 14001800 verdedigde, en de Utrechtse emeritushoogleraar Eddy de Jongh. Bedaux stelde dat de grondslag van de iconologie niet deugt en zag al leen nog toekomst voor de iconologie als de bijl bij de wortels van deze me thode zou worden gelegd. Met een van die bijlslagen velde hij Eddy de Jongh, en met een andere de Duitse grondlegger van de iconologie. Er win Panofsky. Voor sommigen reden hem een 'vadermoordenaar' te noe men Wat Bedaux stoort aan de iconologie wordt misschien het beste geïllus treerd door een bezoek aan het Rijks museum. Een bezoeker die meesluipt met een buslading toeristen kan daar een gids vaak de meest ingenieuze interpretaties van schilderijen horen vertellen. Allerlei gewone voorwer pen, of het nu om druiven of om vloertegels gaat, hebben een verbor gen betekenis of leerrijke boodscha p als we de gidsen mogen geloven.
Schedel Deze gidsen zijn grootgebracht met de concepten 'disguised symbolism' en 'schijnrealisme', termen die be trekking hebben op de vijftiende eeuwse respectievelijk zestiende en zeventiendeeeuwse schilderkunst. De vooronderstelling luidt dat de toenmalige schilders betekenissen hebben willen verstoppen in hun kunstwerken, ook al maken die op de leek een zeer realistische indruk. Bedaux wil niet ontkennen da t er veel kimstwerken zijn uit die periode die duidelijke symbolen bevatten. "Een schedel op een huwelijksportret zegt bijvoorbeeld iets over de dood die in die tijd voortdurend op de loer lag en ook een jong echtpaar bedreig de. Maar als een zeventiendeeeuwse schilder een leerrijke gedachte wilde uitdrukken, dan deed hij dat volgens mij op een manier die voor anderen duidelijk afleesbaar wa s." De traditionele iconoloog gaat even wel ook op zoek naar een leerrijke ge dachte als daar helemaal geen reden voor is. Als de symbolen zo goed ver
Kunsthistorici zijn het spoor bijster geraakt door symbolen te zoe ken op plaatsen waar ze niet te vinden zijn. Jan Baptist Bedaux shoc keerde bij zijn promotie de oude kunsthistori sche garde. "Lepeltjes met een uiteinde In de vorm van een eikel zijn gestileerde fallussen. Dat mensen deze vor men gebruiken heeft een genetische basis," borgen zijn dat ze totaal niet a fwijken van de (historische) realiteit, dan is er volgens Bedaux geen enkele reden om aan te nemen da l de schilder symbolische bedoelingen ha d. De iconologen zijn op hun speur tocht naar symbolen en leerrijke ge dachten het spoor bijster gera a kt, vindt Bedaux. "Ze hebben het bij werk op de schilderijen tot hoofd werk gemaakt. Het is een kapstok ge worden om allerlei cultuurhistori sche beschouwingen a a n op te han gen."
Retoriek Bedaux meent dat de iconologen daarmee het doel van de kunstge schiedenis uit het oog hebben verlo ren: een geschiedenis van de ontwik keling van kunstobjecten. "De be schouwingen va n iconologen sta a n vaak waanzinnig ver van het schilde rij af. Een kunstwerk is geen illustra tie van de Franse Revolutie of van een moralistische of didactische idee uit de zeventiende eeuw. Iconologen lijken te denken dat schilderijen ei genlijk teksten zijn." Bedaux pleit daarom voor een bezin ning op de enorme stroom van inter pretaties die er is gemaakt van de vroege Nederlandse schilderkunst. De relatie tussen woord en beeld is volgens hem ernstig verstoord, en hij stelt zelfs dat al deze analyses vaak niet veel meer dan retoriek en mooi schrijverij hebben opgeleverd. Hij vindt dat er veel meer kwa ntita tief onderzoek moet worden geda a n door kunsthistorici. Zelf heeft hij daar een begin mee gemaakt door een databank op te zetten van kinder portretten. "Niemand wist tot nu toe dat er meer portretten van jongens dan van meisjes zijn gemaakt. Terwijl dat toch een interessant gegeven is, omdat het aangeeft da t men de man
Jan Baptist Bedaux: 'Iconologen denken d a t schilder ijen eigenlijk teksten zijn.
nelijke tak van een familie belangrij ker vond." De kunsthistorici ontberen mooie, waterdichte theorieën. Ze hadden wat dat betreft iets hopen te leren van de literatuurwetenschappers, met wie ze samen de studierichting Woord en Beeld hebben opgezet. "We zijn helaas vreemden voor elkaar gebleven. Ik begrijp semiotische theorieën alleen als ik erg goed gesla pen heb, terwijl semiotici niet begrij pen hoe ik kan leven zonder zulke theorieën."
Erectie Advertentie
Scheltema Holkema Vermeulen vraagt ^^ CONGRES CHAUFFEUR ( M / V ) Werkzaamheden; O p en afbouw slandmateriaal op symposia en tentoonstellingen. Eisen; Zelfstandig en nauwkeurig kunnen werken Technisch inzicht Rijbewijs B/E Woonachtig in Amsterdam i I Werktijden: Variabel (f015 liur pèr wei en v.n.i, 's avonds en in de weekenden) Scheltema Holkema Vermeulen boekveilcopers Koninssplein 20 Amsterdam telefoon 020-267212
iiilichtinjien: Lex Tniilcnt
Bedaux denkt wel dat de iconologie kan worden verrijkt door sociobiolo gische inzichten. Hij is zelfs zo en thousiast over de mogelijkheden va n dit wetenschapsgebied, dat het hem spijt dat hij er zijn proefschrift niet aan heeft gewijd. Sociobiologen hebben over het alge meen een slechte naam. Ze worden meestal in een adem genoemd met verguisde figuren a ls Lombroso en Buikhuisen. Daarbij speelt ook een rol dat de vader van de sociobiologie, de ganzenondetzoeker Konra d Lo renz, nazistische sympathieën ha d. Sociobiologen beweren, simpel ge zegd, dat mensen meer op apen lijken dan ze lief is. Vele vormen van soci aal gedrag van mensen lijken sterk op het gedrag van primaten, en dit ver klaren sociobiologen door een ge meenschappelijke genetische basis te veronderstellen. Primaten bakenen hun territorium bijvoorbeeld op een bepaalde ma nier
af. Als ze eten worden ze beschermd door wachters die er wijdbeens om heen gaat zitten. Die kijken niet uit naar roofdieren, zoals men eerst ver onderstelde, maar naar vreemde soortgenoten. Als er soortgenoten na deren dan krijgen de primaten een erectie, en die jaagt blijkbaar zoveel schrik aan dat de ongewenste bezoe kers op de vlucht slaan. Het fallussymbool is niet door Freud uitgevonden, maar is al zo oud als de mensheid. Fallussen duiken op de meest vreemde plaatsen op in de cul tuurgeschiedenis en kunsthistorici hebben er eigenlijk nooit goed raad mee geweten. De meest gebruikelijke interpretatie van fallussen is die van vruchtbaarheidssymbool.
Peniskoker Bedaux denkt een schitterende ver klaring gevonden te hebben voor de fallusfiguren die voorkomen op poor ten, pelgrimstekens, lepels, middel eeuwse gewijde teksten, et cetera. "Mensen moeten talloze zaken ma r keren om de cultuur geolied te laten functioneren. Niet alleen territoria , zoals bij die primaten, maar ook sei zoenen, regeerperiodes, begin en ein de van voorwerpen zoals lepeltjes en boeken, het einde van een universi taire promotie enzovoorts." Voor nietterritoriale ma rkeringen kan de mens naast rituelen ook beel dende middelen gebruiken, en die blijken vaak samen te vallen met de iconografie waarmee mensen territo rium markeren. Dit gebeurt volgens Bedaux in de meeste gevallen onbe
Foto Bram de Hollander
wust. Zo kan een Griekse herme die nen om afbeeldingen va n de seizoe nen te scheiden of staat zij, zoals Erasmus haar gebruikte, voor de dood als laatste grens der dingen. Als er inderdaad spra ke is van een mechanisme dat de specifieke territo riumiconografie, waarvan de fa llus (en vulva) een genetische basis heb ben, laat samenvallen met de meer algemene ma rkeringsiconogra fie, dan worden veel voorstellingen als ook de plaats waar ze voorkomen een stuk begrijpelijker, zo meent Beda ux. "Dan kan men zich voorstellen wa a r om het uiteinde van een lepeltje, dat gemarkeerd wordt door de vorm van een eikel, een gestileerde fallus is." Toen Bedaux bij een lezing naar vo ren bracht dat ook de vorm van Am sterdammertjes bepaald is door onze genetische erfenis, vond men dat be lachelijk. Ten onrechte, meent hij, want de aanwijzingen zijn overtui gend. Er valt een rechte lijn te trek ken van het Amsterdammertje na a r de Griekse herme, de stenen zuil met baardige Hermeskop en fallus, die diende ter bewaking en markering van graven, huisdeuren en kruispim ten. Bedaux vindt het vreemd dat weten schappers wel begrip op kurmen brengen voor antropologisch onder zoek bq Papoea's naar peniskokers die hun ma imelijkheid en domina n tie moeten onderstrepen, terwijl zo'n antropologische viae op onze eigen cultuur blijkbaar taboe is. "Waarom zou een Amsterdammertje een zuiver cultuurprodukt moeten zijn?"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 augustus 1989
Ad Valvas | 576 Pagina's