Ad Valvas 1989-1990 - pagina 520
AD VALVAS 17 MEI 1990
Quotes
Cultuur in het Combinatiegebouw: alles wordt leuk gevonden
"Onderzoekwerk is naar zijn eigen aard onrustig. Je zit voortdurend in onzekerheid, je weet niet waar je ideetjes toe zullen leiden, of ze vruchtbaar zullen zijn. Je moet voortdurend toegeven dat je nog geen verstand hebt van wat je doet. Dat kan alleen in een rustige omgeving: de dingen moeten goed geregeld zijn en niet voortdurend ter discussie staan. Prof. H. Tennekes, hoogleraar meteorologie aan de VU, in Wetenschapsbeleid
"Ik geloof dat het alternatieve circuit door de officiële geneeskunst wordt omarmd vanwege de financiële belangen en om niets anders. De huisartsen zien hun patiënten weglopen en gaan nu zelf in een of twee middagen acupunctuur of homeopathie leren. Ik ben zo vrij dat reguliere kwakzalverij te noemen. Hoogleraar psychologie Piet Vroon in De Tijd
"Misschien moeten wij criminologen eerlijk zijn en erkennen dat veel van onze kennis niet onmiddellijk bruikbaar is. Daar moeten we ons niet schuldig over voelen. Het is niet mogelijk om twee dingen tegelijk te doen: moeilijke vragen stellen en criminaliteit bestrijden. " De Engelse criminoloog Stanley Cohen in NRC Handelsblad
"Ondanks het feit dat een tafel volgens het atoommodel voor meer dan 99% uit loze ruimte bestaat, vallen op de tafel geplaatste attributen er gewoonlijk niet doorheen. " Stelling bij het proefschrift van M.R. Hendriks
"Kranten lijken er meer op gespitst iets niet te missen dat een ander brengt, dan iets te brengen dat een ander niet, en nooit zal hebben." Herman de Run, oud-hoofdredacteur van de Tijd, nu bijzonder hoogleraar aan de Erusmus universiteit, in Quod Novum, het weekblad van deze universiteit.
Foto Bram de Hollander
Emo Eskens "Toen God het schepijs gemaakt had, pakte hij een oude krant en rolde die tot een toeter. Daarop riep God eerst 'reutteteteut test!', richtte vervolgens de toeter naar de wereld en riep zomaar wat in het wilde weg. Mijn oom Vet, toen nog Hebreeuws keurslager, hoorde dit en zag in dat dit zijn roeping moest zijn. Hij is kort daarop missionaris geworden in het Chinese. Dat zijn zo van die ervaringen die het leven opfleuren." Cyriel van Rossum spreekt op de Mei-manifestatie van het Algemeen Cultureel Centrum (ACC) van de VU. Een stortvloed van onnavolgbare droge humor komt over het publiek heen. Naast verhalen leest Van Rossum met zichtbaar plezier de gedichten voor die hij in de ACC-bundel 'Geheim Document' publiceerde. Totdat men hem het spreken verbiedt om tijdswille. "Is mijn tijd nu al om?" Het is een gekrioel van jewelste in het Combinatiegebouw van Uilenstede. Want naast de dichter presenteren de cursisten van het ACC hun kunsten aan het welwillende publiek. In de met zeefdrukken behangde gangen klinkt een kakafonie van zang, dans, toneel en ge-
babbel. Het riekt naar gezelligheid. Stijf van de zenuwen tonen de cursisten hun kunsten aan vrienden en familieleden. De 'Mei-mani' heeft een haast huiselijk karakter. Iedereen kent iedereen en alles wordt leuk gevonden. Voor een kritische noot is er in het Combinatiegebouw dan ook geen ruimte. Vooral het VU-koor heeft daar geluk bij, want hun Strawinsky-uitvoering rammelt werkelijk aan alle kanten. Vanaf het moment dat het koor het podium overneemt van de overigens veel leukere verhalenvertellers is het kromme tenenwerk. Begeleid door twee goed spelende pianisten weet het koor Strawinsky op een grappige, doch grondige wijze te verkrachten. Een aarzelend en niet al te zuiver begin is de aanleiding. Enkele sopranen moeten lachen om hun eigen valsheid. Er volgt een kort maar hevig gevecht met de verkrampte lachspieren, maar het blijkt een verloren strijd. Al snel geven de sopranen zich over aan een ontembare lachdrift, die iedere poging tot zuiver zingen doet verzanden in een ingehouden geschater. In korte tijd maakt de slappe lach meer slachtoffers onder de zwetende koorleden. De bassen zijn de
JOOL HUL
eersten die eraan moeten geloven. Hun verwoede poging elkaar niet aan te kijken is weinig succesvol. De lach slaat toch over. Een steeds zuurder kijkend groepje poogt Strawinsky nog te redden. Maar tevergeefs. Als ook de dirigent zijn gezicht niet meer in de plooi weet te houden, is de lach-epidemie compleet. Het wordt de meligste interpretatie van Strawinsky die ooit te horen is geweest. Het is vals, het is lachwekkend. Bij de laatste maat, die mij eigenlijk niet snel genoeg kan komen, wendt de nog altijd lachende dirigent zich verontschuldigend tot het publiek: "Voor deel twee wordt nog geoefend." Waar ieder ander publiek de rotte tomaten ter hand genomen zou hebben, daar ziet het Mei-manipubliek er de humor wel van in. Het publiek bestaat vooral uit mede-artisten die een zekere geruststelling in het falen van het VU-koor lijken te vinden. Veel erger kunnen ze het zelf immers niet maken. Vooral de aanwezige familie en vrienden nemen het blijkbaar ook niet zo nauw, want er volgt alsnog een daverend applaus. Alles kan op deze avond. Met de nagalm van het VU-koor
door Aad Meijer WAr EEM Lei/eiV,., iM
SLAAP VALLÊNT,,,
NI E r SENr OppJcHor^Nl
nog in mijn verdoofde oren, trek ik ook de tweede avond weer naar het Combinatiegebouw op Uilenstede, want de Mei-mani beslaat dit jaar twee avonden. De vrijdagavond is vooral gevuld met toneel en dans, zo blijkt. Stijldans, Jazz-ballet, rolstoeldans, alles is aanwezig. In de balletzaal klinken 'new age'klanken, die een groep mediterende tai-chi-dansers in hogere sferen moeten brengen. Hoewel ze niet tot levitatie overgaan, is een zekere bezieling duidelijk aanwezig bij de oosters geklede dansers. Lichaamsbeheersing en meditatie, daar lijkt het bij tai-chi om te draaien. Een stuk meliger is het optreden van het showballet, dat met de charleston uit de opera Sweet Charity opent. Bij gebrek aan heren hebben enkele dames zich voorzien van snor en bolhoed. En terwijl de parelkettingen rammelen klinkt in de verte alweer de tamtam van de Afrikaanse dans. Het tempo zit erin. Op het ritme van de tamtam baan ik mij een weg door een zenuwachtige groep tapdansers. In de filmzaal wordt namelijk het stuk 'Pitten' van Heijermans opgevoerd. Ik ben te laat. Eenmaal binnen blijkt de ingang van de zaal ook als coulisse dienst te doen. Door een gespannen actrice word ik de coulissen ingetrokken. "Deur dicht! Anders hoor ik niet wanneer ik op moet." Het wordt een ietwat slap-humoristische versie van het stuk dat over de problemen van een toneelgezelschap handelt. Aardig is evenwel dat de spelers de geluidsoverlast van een verderop spelend jazzcombo in hun stuk weten in te passen. De tekst wordt voor de gelegenheid een weinig aangepast. Ook het organiserende ACC is aan het improviseren geslagen. Een kwartiertje vrijdansen wordt in het programma ingelast. RockroUdansers stuiteren tegen de quickstappende stijldansers aan, terwijl in het midden ook nog een eenzame rolstoeldanser uit zijn bol gaat.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 augustus 1989
Ad Valvas | 576 Pagina's