Ad Valvas 1989-1990 - pagina 511
PAGINA 7
I CULTUUR I
AD VALVAS 17 MEI 1990 1
Enthousiasme als beroep De film Herbie White, zaterdag 19 mei (Bimliuis. 21.00 uur), met aansluitend een concert van het Herbie White Orchestra. Voor informatie: tel 23 33 73.
het kwintet van Maaike Nicola met wie we laatst een plaat gemaakt heb ben. Spelen vind ik nog steeds leuk, en toch wil ik het niet laten prevale ren boven andere dingen. Bij Willem Breuker hield ik op omdat ik het be langrijker vond de jazzeducatie, de scholing in Nederland op poten te zetten." "De reguliere opleidingen besteden geen aandacht aan de beginfase die een muzikant moet afleggen om te komen waar hij of zij wil zijn. Die eerste opvang is van cruciaal belang omdat mensen dan kunnen ontdek ken wat ze willen. Heel veel talent blijft steken, omdat het geen kansen krijgt. Die lacune probeer ik op te vullen." "Met De Boventoon kregen Willem van Manen en ik in 1974 de Wessel Ilckernprijs en in, als ik me niet ver gis, 1975 werd ik bij de VARA musi cus van het jaar. Mensen als Michiel de Ruyter en Aad Bos zeiden: 'De Wit, je kunt zo goed spelen, waarom horen we dat zo weinig? Je moet pla ten maken.' Maar dat is me te onvol ledig. Platen maken zegt me te wei nig. Jarenlang hoopte ik een regis seur tegen het lijf te lopen die kon verfilmen wat ik in mijn hoofd had. Dal visuele maakt veel meer duide lijk over mij dan wanneer ik alleen maar een solo speel." "Ik heb lang naar een regisseur ge zocht, maar uiteindelijk ontmoette ik Wouter Snip. Dat was in 1982, bij de opnames van Come Back, een film
van Jonne Severijn die zwaar geflopt is. Ik had de muziek geschreven voor die film. Wouter werkte eraan mee als cutter." "Met Wouter ontstond een hechtte vriendschap, toen ik over mijn film begon te praten, klikte het meteen. Samen met Els Bildt schreef hij het scenario, en vorig jaarlseptember zijn we met de eerste opnames begonnen. De laatste shots die we hebben ge filmd zijn een optreden met met het Herbie Whiteorkest en een dubbel concert met de Oktopedians en De Boventoon. De film heeft trouwens een rode draad, een verhaallijntje. Dat is Marthe van de Noorda, een vrouw van 25, ze zit op de theater school. Zij wordt in de film gevolgd, ik leer haar saxofoon spelen en ze loopt mee met de workshop. Natuur lijk speel ik zelf ook, ik ben volop aanwezig." "We verkeren op dit moment in Ne derland in een bevoorrechte positie ten opzichte van het buitenland. Wat we de afgelopen 15 jaar hebben aan gericht, een fijnmazig netwerk van zo'n 50 a 60 workshops op het gebied van de geïmproviseerde muziek, dat is uniek. Ja, je zou van een jazzcul tuur in de breedte kunnen spreken. Och, natuurlijk roept dat bij de geves tigde muzikanten wel eens reacties op in de trant van 'nou ja, ze zijn toch van de straat'. Daar maak ik me niet druk om." "Nogmaals, het gaat me er niet niet om van mensen jazzmusici te maken.
Kitsch in de Alpen
Jan Oegema Overmorgen gaat in het Amsterdam se Bimhuis de film Herbie White in première. Herbie White is de arties tennaam van Herman de Wit, op de VU bekend als dirigent van het Strijd liederenkoor en de ACCBigband. In het Bimhuis repeteert hij iedere maandag en woensdag met de Okto pedians en De Boventoon, de twee leerorkesten waarmee De Wit zijn naam als workshopleider heeft groot gemaakt. Zelf is hij een niet onver dienstelijk musicus, sterker nog, inge wijden noemen hem de grootste te norsaxofonist van Europa. Het is het verhaal van de man die van zijn en thousiasme een beroep maakte en daarvoor muziek als medium koos. "Jarenlang had ik op het podium geëxcelleerd. Ach, ik ben een dwin geland, als mensen niet willen klap pen, dan zeur ik net zo lang tot ze het wel doen. Maar op een geven mo ment kon ik geen bevrediging meer uit het bühnewerk putten. ledere avond je eigen muzikale ei leggen dat had ik wel gezien. Op het laatst trok ik vooral met Willem Breuker op, maar zo rond 1975 heb ik me van hem losgemaakt. Ja, natuurlijk treed ik nog steeds op, zo'n vijf keer per maand. In de weekends, met het Herbie Whiteorkest of als gast van
La Paloma draait op za. 26 mei om 21.30 uur in het Filmmuseum, Vondelpark 3, tel. 5891400.
Dick Roodenburg De leukste films van de jaren zeven tig kwamen uit Zwitserland. Geen meesterwerken, maar lichtvoetige films met een maatschappijkritische ondertoon. Alain Tanner en Claude Goretta waren namen die regelmatig in de filmhuizen opdoken. Hun films geven een beeld van de nadagen van de jaren zestig: de barricades zijn ver
dwenen, maar in hun privéleven pro beren de wereldverbeteraars van wel eer de verworvenheden vast te hou den. Allemaal lieve mensen met kleine ei genaardigheden, die zonodig een ruit ingooien {Lefou, 1970) of een bank beroven {Pas si méchant que ga, 1974), maar nog steeds de Derde We reld willen helpen {Retour d'Afrique, 1973). Als laatste film van deze 'golf kan Jonas uit 1976 beschouwd wor den, waarin Tanner via verschillende personages laat zien wat er terecht
Op zoek naar een identiteit Ralf Kerbach, 'Zig x Seibst', Galerie Aschenbach, Bilderdijkstr. 165c, wo.zo. 1318 uur, t/m 3juni. (In juni organiseert deze galene een expositie van 30 kunstenaars uit Dresden in het Singer Mu seum te Laren.)
iris Dik Wij in het westen waren nooit zo ge ïnteresseerd in kunst uit de DDR. Werk dat via de officiële organen uit het Oostblok tot ons kwam, was lange tijd bepaald door de doctrine van het socialistisch realisme. Gemakshalve deden we alle kunst uit dergelijke landen af als traditioneel en dus on interessant. Logisch dat de kunste naars die zich afzetten tegen het sys teem, op zoek naar hun eigen kunst zinnige traditie en ontwikkeling, een beetje beledigd zijn dat wij nooit naar ze op zoek gingen. En dat ze nu zelfs behoorlijk geïrriteerd raken door alle westerse aandacht en de gretigheid waarmee ze plotseling worden bin nengehaald als nieuwe 'stroming'. De Amsterdamse Galerie Aschen
bach exposeert momenteel schilderij en en tekeningen van Ralf K erbach. Hij volgde in Dresden de kunstacade mie en woonde en werkte een tijd lang binnen het specifieke kunstkli maat van de socialistische staat. Sinds hij in 1982 naar Berlijn verhuisde wil hij echter aan dit verleden het liefst niet herinnerd worden. Toch is in zijn werk duidelijk een worstelen met zijn culturele identiteit zichtbaar. Dat hij zich liever als individu pre senteert blijkt uit zijn onderwerp: zichzelf. Onder de titel 'Zig x Seibst' toont hij meer dan dertig zelfportret ten. Het zijn prachtige, expressieve houtskooltekeningen en schilderijen. De fijne uit het donker oplichtende gezichten, uitgemergeld en wanho pig teer neergezet op geschept pa pier, doen denken aan de zelfportret ten van Kathe KoUwitz. En de grote verzameling vlekkerige olieportretten in vloekende kleuren brengen on middellijk K okoshka en Kirchner in
Herman de Wit: 'Ik ben een dwingeland'
Foto Bram de Hollander
Daar moet je een bepaald talent voor hebben en dat heeft gewoon niet ie dereen. Maar iedereen heeft wel het recht voor zichzelf een aantal muzi kale fantasieën te ontwikkelen. Daar moet plek voor zijn. Want in onze pinguincultuur waarin iedereen in dezelfde pas loopt, wordt de experi menteerfase, de uitprobeerfase nog wel eens verdoezeld. Men is geneigd alleen het eindresultaat van deze sta
dia belangrijk te vinden; het experi menteren zelf mag eigenlijk niet, is een soort ziekte. Daarom vind ik het heel belangrijk dat er faciliteiten zijn waar mensen wèl kunnen experi menteren. Dat die op het gebied van de geïmproviseerde muziek inmid dels ruimschoots voor handen zijn, is voor een niet onbelangrijk deel mijn werk. En daar ben ik trots op."
kwam van de idealen uit de jaren zes tig. In genoemde films komen helaas wat weinig bergen voor en daarom ont breken ze in het overzicht van de Zwitserse cinema, dat het Filmmu seum deze maand organiseert. Het programma bevat met name films "waarin de relatie van Zwitserse cine asten tot het Zwitserse landschap centraal staat". Een omschrijving die suggereert dat de films meer op toe ristische dan op filmische gronden gekozen zijn. Die indruk wordt nog versterkt door een tentoonstelling met Zwitserse af fiches van een vereniging met de naam Pro Helvetica. Dat klinkt alsof ze wat te verkopen hebben. Maar laat ik niet zeuren, er draaien goede films. Les petites fugues van
Yves Yersin uit 1978 bijvoorbeeld, over een boerenknecht die na dertig jaar trouwe arbeid een motorfiets koopt, waarmee hij de wereld nou ja, Zwitserland intrekt. Of Reisender Krieger van Christian Schocher uit 1981, over een handelsreiziger in cos metica, die de Zwitsers geurtjes pro beert aan te smeren. Allebei van har te aanbevolen. De meest bijzondere film uit het pro gramma is echter La Paloma van Daniel Schmid uit 1974. Bijzonder in die zin dat ik na afloop niet kon zeg gen of ik nu een prachtfilm had ge zien of ronduit belazerd was. Tegen over het realisme in de films van Go retta en Tanner stelt Schmid de pa thetiek van de opera, tegenover een documentaire benadering het melo drama.
Niet voor niets werkte Schmid sa men met Rainer Werner Fassbinder en zijn werk vertoont veel overeen komst met dat van Werner Schroeter, die bijvoorbeeld in Palermo oder Wolfsburg (1980) niet terugdeinst voor een gezongen rechtbankscène.
herinnering. De gezichten duiken onder in de verf soms niet meer dan een abstracte vlekkenformatie en komen weer tevoorschijn, steeds vra gend, verbaasd, vorsend. Een aantal vierkante portretjes vormt samen een kruis. Er wordt niet veel gelachen. Kerbach is duidelijk serieus en vanuit innerlijke noodzaak op zoek naar de eigen identiteit. Af en toe is het wat modderig en somber, zoals in het bruine 'Damon'(1990) en soms erg pathetisch zoals in een ouder werk waarin Kerbach in een bootje op een rode zee tussen zwarte kruizen door laveert. Over het algemeen biedt de expositie een indringende en verfijnde weergave van een expressie ve ziel. Op foto's lijkt K erbach een knappe, trotse man, in zijn kunst toont hij zich kwetsbaar en onzeker, op het randje van de waanzin. Dan vertoont hij vooral het gezicht van zijn expressionistische voorgangers. Dit is niet zo verwonderlijk aangezien het expressionisme de laatste stro ming van de moderne kunst is die in de DDR nog mondjesmaat getoond werd. Kerbach verhoudt zich tot hen, spiegelt zich aan hen, om zo zijn cul turele identiteit te hervinden. Hoezo traditioneel? Ik zou liever willen spreken van een eigenzinnig kunste naar in de beste expressionistische traditie.
Ralf Kerbach, lm Zweilicht ( 1 9 9 0 )
(Met dank aan Dick Roodenburg)
Vraag me niet waar La Paloma pre cies over gaat, ik heb de film zo'n vijftien jaar geleden gezien. Het had te maken met een Mariene Dietrich achtige zangeres en een rijke bewon deraar die leek op een Italiaanse Piet Bambergen. De zangeres gaat dood, of toch weer niet, dat laten we in het midden. Wat me nog helder voor ogen staat is de scène waarin de zan geres inderdaad op een bergtop een aria zingt. De perfecte combina tie van kunst en kitsch.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 augustus 1989
Ad Valvas | 576 Pagina's