Ad Valvas 1989-1990 - pagina 562
PAGINA 6
AD VALVAS 21 JUNI 1990
Schuld en boete in de gereformeerde kerk Proefschrift over de tuchtpraktijken van de gereformeerde kerkeraad in de 16de en 17de eeuw Het waren roerige tijden In Amsterdam aan liet einde van de zestiende eeuw. Dronkenschap, steek, sclieid en veclitpartijen bepaaiden niet zelden het straat beeld. De gereformeer de kerk zag zich geroe pen een dam op te wer pen tegen deze 'godloo se en wereitsche' tafe relen en en bracht de tucht hiertegen in stel ling. Historicus Herman Roodenburg verdiepte zich in de notulen van de kerkeraad.
Herman Roodenbu rg: " D e tu cht had voor de betrokkenen ook positieve kanten"
Wim Crezee In de zestiende en zeventiende eeuw speelden, naast de overheid, de ker ken een belangrijke rol in een 'be schavingsoffensief op het gebied van huwelijk, seksualiteit, diefstal en be drog. Vooral in eigen kring moesten de morele codes hoog worden gehou den. Wie lid van de kerk was gewor den en wie deelnam aan het heilig avondmaal scheidde zich daarmee af van de 'godloose, wereitsche ende woeste menschen', zo waarschuwde ds. Taffin in 1600. Deze voorganger van de Waalse gemeente in Amster dam stelde dat zijn kerkgenootschap geen 'loopplaetse' mocht worden van 'ongebonden, woeste, ongeloovighe menschen'. Juist om dat te voorko men, om alle 'hoereerders, dron kaerts, moordenaers en andere dierg helijcke lieden' buiten te houden, was de discipline in zijn ogen absoluut noodzakelijk. De kerken bestreden niet alleen de wereldse zonden, maar vooral ook el kaar. In Amsterdam was sprake van een multiconfessionele samenleving. en dat was uniek voor Europa. Welis waar had de gereformeerde (calvinis tische) kerk na de Alteratie in 1578, in het stadsbestuur de macht overge nomen van de katholieken, maar ze moest in dit nieuwe bestuur rekening houden met de aanwezigheid van an dere religieuze kerkgenootschappen. De concurrentie tussen die genoot schappen was groot. Rondom de ei gen kerk had men de verschansingen behoorlijk hoog opgetrokken. Daar buiten zag men geen medechriste nen, maar verderfelijke sekten. Het was zelfs een van de officiële oog merken van de kanselpreek om de leer van andere kerkgenootschappen te bestrijden. "Voor de predikanten golden begrippen als hefde, vrede en eendracht slechts binnen de eigen re ligieuze gemeenschap", schrijft Her man Roodenburg in zijn proefschrift dat hij vorige week aan de VU verde digde.
Dronkenschap Roodenburg, die als cultuurhistori cus verbonden is aan het Meertens instituut van de KNAW, heeft zich in zijn studie naar kerkelijke tuchtprak tijken beperkt tot de gereformeerde
kerk, die numeriek de belangrijkste was. In de door hem onderzochte pe riode (15781700) werden ruim vijf duizend lidmaten van deze kerk om hun zonden voor de kerkeraad ontbo den. Daarbij ging het om grotere en kleinere zonden als dronkenschap, scheld en vechtpartijen, voorechtelij ke seksualiteit, overspel, prostitutie, maar ook tovenarij (de duivel!) en af valligheid van de kerkelijke leer. Het proefschrift laat zich niet alleen lezen als een verhandeling over de tucht, maar ook over het dagelijks le ven in die tijd. De notulen van de kerkeraad, die keurig bewaard zijn gebleven in het Gemeentearchief van Amsterdam, boden voor Rooden burg een kijkje, hoe fragmentarisch ook, op het leven van een lidmaat, al thans op iets wat volgens de Amster damse kerkeraad verkeerd was aan dat leven.
angst voor wat anderen zullen zeg gen, voor de buitenwereld, die over heerste. Sociale controle, kerkelijke tucht en handhaving van de eigen eerbaarheid liepen dus vloeiend in elkaar over, al dus Roodenburg.
Verzoening Als er bij de kerkeraad klachten wa ren ingediend, verzamelde deze raad in de buurt informatie om uit te zoe ken of de beschuldigingen al dan niet gegrond waren. Lang niet altijd kwam het tot een straf. Er kon ook een verzoening tot stand worden ge bracht tussen 'klager' en 'beklaagde'. Voor de kerkeraad stonden berouw en bekering van de zondaar steeds voorop. Het uiteindelijke doel was immers een verzoening met God en Zijn gemeente. Doel en middel wa ren redelijk met elkaar in overeen
Notulen van kerkeraad bieden kijkje in Amsterdams bu u rtleven De kerk in de zestiende eeuw was een instituut van groot sociaal be lang. Ze vormde een gemeenschap en gaf mensen het gevoel dat men erbij hoorde. Normen en waarden werden scherp afgebakend. Leden van de kerk hielden het sociale ge drag van elkaar nauwlettend in de gaten. Vrouwen dienden niet teveel op straat te 'hangen', mannen dien den niet teveel om te gaan met vrou wen van bedenkelijk allooi. Het wa ren dus niet alleen de predikanten die zich zorgen maakten over het aanzien, over de goede naam van het kerkgenootschap. De leden van de gereformeerde kerk ergerden zich eerder aan het gedrag van andere lid maten en pas daarna aan het gedrag van katholieken, doopsgezinden of lutheranen. Blijkbaar waren ze vooral bevreesd voor hun eigen reputatie. Zaken als 'eer' en 'schande' waren in die tijd buitengewoon belangrijk. In het vroegmoderne Europa was er nog in sterke mate sprake van een 'schaamtecultuur'. Het was in de Amsterdamse buurten iet de angst voor het eigen geweten, maar juist de
B.^
stemming. Kerkeraden konden geen boetes of lijfstraffen opleggen. Het belangrijkste tuchtmiddel was dat de zondaar de toegang tot het avond maal ontzegd werd. Voor degenen die steun van de diakonie ontvingen, betekende dit tegelijk dat ze geen geld of voedsel meer van de kerk kre gen. "Wat me aanvankelijk het meest ver baasde aan de tuchtpraktijken, was dat de straffen zo licht waren. De grootste straf was dat mensen niet meer mochten deelnemen aan het avondmaal. Nou ja, vergelijk dat eens met de wereldlijke straffen uit die tijd: vierendelen, onthoofden, ver drinken in een ton met water. De vraag die dan rijst is hoe de kerk toch zo'n controle heeft kunnen uitoefe nen. Naarmate ik de archieven door spitte, kwam ik tot de ontdekking dat ontzegging van het avondmaal toch een zeer belangrijke straf voor de mensen betekende. Het was een vorm van sociale uitstoting." "Die kerkelijke tucht was voor mij een volslagen nieuw fenomeen. Ik
kom uit een vrijzinnig luthers nest waar dat niet aan de orde was. Als ik studies van historici van gerefor meerde komaf lees, merk ik ook dat ik uit een ander nest kom. Ik heb met onderbrekingen zo'n zeven jaar aan het proefschrift gewerkt. Maar het is voor mij uiteindelijk toch een vrij onbekende wereld gebleven. Ik heb nog steeds moeite met het gere formeerde taalgebruik. Het feit dat ik een buitenstaander blijf, is achteraf misschien wel een voordeel. Je kan wat makkelijker afstand nemen. In de geschiedsschrijving bestaat het on derscheid tussen het wijperspectief (het inleven in de situatie en motie ven van de mensen toen) en het zij perspectief (vanuit je eigen tijd en si tuatie een ordening aanbrengen over het verleden). Ik moet bekennen dat dat laatste me een stuk makkelijker af ging dan het eerste." Ging het er eerlijk aan toe bij de ker kelijke tucht? R oodenburg: "In het algemeen wel. De kerkeraad paste hoor en wederhoor toe. Beschuldi gingen van wangedrag van een kerk genoot kon men via een briefje in de collectebus doen toekomen aan de kerkeraad. Maar de kerkeraad accep teerde geen anonieme beschuldigin gen. Die verdwenen direct in de prullenbak. Wat dat betreft ging het er wel fair aan toe. Toch hadden be klaagden die bij de kerkeraad ontbo den werden het niet gemakkelijk. In de buurt was het al snel duidelijk als iemand op hel matje was geroepen. Dat feit alleen al was een kleine triomf voor de klager. En in zo'n ker keraadskamer zat natuurlijk altijd een indrukwekkend gezelschap waarte gen je )e als individu moest verdedi gen. Je kreeg geen inzicht in de stuk ken. De psychologische druk ter plekke moet aanzienlijk zijn geweest. Het was geen lolletje om voor de ker keraad te moeten verschijnen. Soms zie je wel gevallen waarbij een be klaagde al zo'n hekel had aan de ge reformeerde kerk, dat zo iemand wei nig respect kon opbrengen voor de predikanten, en voor de confrontatie koos. Tja, dat waren natuurlijk vrij hopeloze gevallen." In de kerkeraadszaal waren er na tuurlijk ook standsverschillen. "In de notulen ben ik regelmatig passages
Foto Bram de Hollander
tegengekomen waarin staat dat een lidmaat vreselijke zonden heeft be gaan. De aard van deze zonden wordt niet genoemd noch de naam van de zondaar. Je kan op je vingers natellen dat het hier ging om een hoogge plaatst persoon." Had de tucht effea op het gedrag van mensen? "Dat is moeilijk om precies vast te stellen. Duidelijk is wel dat men het gezag van de kerk vreesde. Het kwam voor dat als de koster langskwam om mensen te ont bieden voor de kerkeraad, men zich in zijn huis verstopte." Wèl is de soci ale werkelijkheid volgens Rooden burg in de loop van de 17e eeuw een stuk minder rauw geworden dan in de decennia daarvoor.
Veluwe Kerkelijke tucht is in Nederland zo langzamerhand een betrekkelijk mar ginaal verschijnsel geworden, vindt Roodenburg. Binnen de protestantse kerken wordt dit disciplineringsin strument alleen nog gehanteerd in een aantal orthodoxe genootschap pen die vooral in de Veluwe, in de Betuwe of de Alblasserwaard nog enige positie hebben. Mogen we blij zijn dat dit soort benauwende toestan den grotendeels tot het verleden be horen? Roodenburg: "Persoonlijk zou ik er niets van moeten hebben; ik ben blij dat ik vrijzinnig ben opgevoed. Maar voor het overige ben ik altijd nogal huiverig voor dat soort oordelen. Het nadeel daarvan is dat je je al snel af sluit van de geschiedenis. Als histori cus ben ik ervoor om je goed te reali seren wat die kerkelijk tucht voor de mensen heeft betekend. Tucht was de ene kant van de medaille; het handhaven van de eer en reputatie de andere. Het was voor mensen ook aantrekkelijk dat ze dicht bij huis te recht konden bij een instantie die hun eer weer kon herstellen. Als de tucht enkel een akelig, repressief in strument zou zijn geweest, dan rijst de vraag: waarom zouden mensen dat dan jarenlang over zich heen laten komen? Het moet ook zijn positieve kanten hebben gehad."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 augustus 1989
Ad Valvas | 576 Pagina's