Ad Valvas 1989-1990 - pagina 504
PAGINA 16 I
Quotes
I A D VALVAS 10 MEI 1990
'Wij sluiten het gebouw af en dan laten we de honden los'
"Vooral bij chrysanten en orchi deeën krijg ik langzamerhand het gevoel dat ze van plastic zijn en dan is het niet meer leuk ze ca deau te doen." De hoogleraar milieukunde Lu cas Reijnders in Hervormd Ne derland.
"Kankerpatiënten genezen signi ficant beter bij een mooi uitzicht." De viroloog prof. Jaap Goudsmit in BP.
"Op het ogenblik is het zo dat ik mensen zie als onbegrijpelijke na tuurverschijnselen, vreselijk in gewikkeld, zelfs mathematisch. Als je de biochemische reacties van een mens in getallen uitdrukt en toepast, dan is het onbegrijpe lijk dat we überhaupt iets begrij pen. En daarom begrijpen we misschien ook niks." De dichter en bioloog Leo Vro man in De Tijd.
"Als ik morgen een pak vogelvoer bij de drogist zet en dat aanprijs als vermageringsmiddel mag dat. Daar is geen enkele controle op." Voedingsonderzoeker J. Seidell in het Wagenings Universiteitsblad.
"Bij veel Oostduitse homoseksue len bestaat een zekere angst voor de hereniging. Ze zijn met name bang dat ze hun verworvenhe den, hoe minimaal dan ook, zul len verliezen. WestDuitsland is niet wat je noemt het meest homo vriendelijke land". K. Soesbeek, coördinator homo studies RUU in het Ublad.
"En als ik dan zo'n Ritzen hoor zeggen dat het goed is als studen ten met het openbaar vervoer rei zen, zodat ze er vast aan kunnen wennen, dan denk ik: 'Van welke planeet komt die man?"' Leidse student in Mare.
"Men spreekt wel van vergelij kingen met 'sex appeal'; ontzet tend mooi, maar ook ontzettend complex, zonder dat je dat er van af ziet. Dat betekent dat ik mij soms jaren met een vergelijking kan bezighouden. Zelfs mijn schoonvader begrijpt dat nu". L.A. Peletier, wiskundige, in Mare.
Foto Sidney Vervuurt AVCAU
Erno Eskens "Meneer, ik moet naar de zestien de." "Nou mevrouw, dat kan." "Maar hoe kom ik daar?" "Met de lift, mevrouw, want giste ren hebben we net het klimtouw weggehaald." Portier Henk Plomp (S3) vertelt zijn belevenissen met zichtbaar ple zier. Intussen wisselt hij even geld, plakt een pleister of helpt een ver dwaalde ziel weer op het rechte pad. Het is duidelijk dat zijn werk hem bevalt. Maar na 20 VUjaren vindt Plomp het tijd zijn uniform in de wilgen te hangen. Hij treedt ver vroegd uit. "Ik heb zo eens om me heen geke ken en zag dat veel mensen die met de VUT gingen na drie maanden plotseling dood waren. Als ik nu met werken stop, kan ik nog wat van mijn leven maken en mijn grenzen wat verleggen." Het was oorspronkelijk niet zijn bedoeling portier te worden. "Van origine ben ik eigenlijk helemaal geen portier. Ik ben drukker. Ik was aanvankelijk betrokken bij de oprichting van de huisdrukkerij, maar dat was stresswerk. In een drukkerij moet alles gisteren klaar zijn." Het portierswerk bleek Plomp be ter te liggen. Vooral het kontakt met de vele mensen die aan zijn ba lie voorbijtrokken sprak hem aan.
"Ze vragen je de gekste dingen. Ze hebben me wel eens gevraagd of ik dat carillon op het dak zelf bespeel. Ik heb maar ja gezegd." Veranderingen waren er in zijn portiersjaren genoeg. Maar veran deringen waren niet altijd verbete ringen. "Ik heb aan alle kanten op de VU gemerkt hoe het bezuini gingsmonster zich heeft gemanifes teerd. Toen ik hier kwam werken was eigenlijk alles mogelijk. De pot was nooit op. Dat is nu niet meer zo." Ook op het menselijke vlak is het bergafwaarts gegaan, vindt Plomp. "In het begin van de jaren dat ik hier werkte was het allemaal gezel lig, intiem, amicaal. Toen hebben we een verloedering gehad. Vooral in de tachtiger jaren is dat heel scherp naar voren gekomen. Over het algemeen was het publiek heel onbeschoft geworden. Men vond zichzelf erg belangrijk. Maar geluk kig is dat de laatste tijd weer iets beter geworden." Een stuk of vijf keer zag hij studen ten met hun spandoeken en etens waren het hoofdgebouw binnenko men. Bezet! "Onze belangrijkste taak was dan om te zorgen dat er geen escalaties ontstonden tussen de studenten en het gewoon wer kendpersoneel. Wij hadden daar bij natuurlijk nooit een mening, dat mocht niet. Je mocht geen partij kiezen." Diep in zijn hart had Plomp na
JOOL HUL
tuurlijk wel zijn voorkeuren. "Kijk, bezetting is gewoon het enige mid del van de student om te ageren te gen bezuinigingen. Waarom zou een student niet mogen bezetten en mag je in een bedrijf wel staken?" Niet alleen kwamen de studenten zo af en toe weer eens in de VU bi vakkeren. Tot twee keer toe namen ook gevluchte Turkse christenen hun intrek in het hoofdgebouw. "Bij die bezettingen moest je flink alert zijn. Er was toen een aantal bommeldingen en dat vereiste van ons dat we 24uur$dien$ten moes ten draaien." Afgaan op bommeldingen is er te genwoordig niet meer bij. Sinds on geveer een jaar zijn de portiers niet meer belast met beveiliging. De VU heeft een bewakingsdienst in de arm genomen en de portiers beper ken zich nu tot het receptiewerk. "Dat is een verbetering voor de klant," meent Plomp. Formeel weliswaar niet meer belast met bewaking, houdt Plomp na tuurlijk nog wel een oogje in het zeil. Maar er glipt er wel eens een tje tussendoor. "Afdoende beveili ging kan gewoon niet. Er komt een bulk aan mensen binnen en je kunt ze niet aan de neus beoordelen o( ze werkelijk allemaal integer zijn." Met een smeuïg verhaal zet hij zijn statement kracht bij: "Wij hadden destijds hier Jesse Jackson. Toen kwam er een figuur binnen in flo werpower outflt, duidelijk stoned.
doorAad Meijer fjoM^ejöMCE, Hoe. OÜt> ZUKf
v/£
Nou
J(\, ViNDr Ü HET OOK; NiETW/lr
ZELT
. 0^ i>m^ Hii uoc op r £ LETreKT ''ƒ'
met een klein hondje. En die liep, alsof het zijn geleidehond was, met dat beestje door het gebouw. Uiteindelijk was hij de aula ingelopen en heeft toen tegen de rector gezegd 'Hé, van die stoel af. Hier moet ik zitten!' Hij is toen nog in discussie gegaan met Jesse Jackson en zijn hond begon daarbij te blaffen. Toen hebben we hem er maar uitgezet." De vage vogel uit de jaren zestig was niet de enige lastpost. Ook zwervers en verslaafden namen wel eens hun toevlucht tot de uithoeken van de VU. "Achter de aula in de nok tussen de verwarmingsbuizen, daar vonden we op een gegeven moment een dekentje, dat was natuurlijk niet van de technische dienst." Omdat vorig jaar nog een bewaker door een junk met lange vingers in elkaar werd getimmerd, besloot Plomp preventieve maatregelen te nemen. Hij bracht bewust wat enge verhalen in omloop om de ongewenste gasten af te schrikken. "Als men vroeg of wij om elf uur nog een ronde maakten dan zeiden we: 'nee, wij sluiten het gebouw af om elf uur en dan laten we de honden los'. Dat soort verhalen werkte goed. Die verhalen gaan de ronde doen en mensen laten zich dan toch afschrikken. 'Je weet nooit of je zo'n herder aan je broek krijgt'. Nu komt het praktisch niet meer voor dat er iemand overblijft." Echt gevaarlijk is het portierswerk voor Plomp nooit geweest. Er is eigenlijk maar éQAIen moment geweest waarop het linke soep werd. "Vroeger pikte men nog wel eens gewoon een zaaltje in. Dan kwam de groep die er in hoorde te zitten en dan was het oorlog. Een portier was toen nog een soort politieagent en dan moest je die mensen eruit zetten. Het is voorgekomen dat ik bijna van een trap afgegooid ben door een aantal studenten omdat ze een zaal moesten verlaten." Afgezien van dat ene moment, heeft Plomp een prima tijd aan de VU gehad. "Ik heb die twintig jaar met plezier hier gewerkt." Vrijdag 11 mei zet Plomp met een borrel een punt achter zijn werk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 augustus 1989
Ad Valvas | 576 Pagina's