Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1989-1990 - pagina 162

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1989-1990 - pagina 162

1 minuut leestijd

i^\prw^

27 OKTOBER 1989

INFO Aanvragen voor Info-pagina's richten aan: Redactie Ad Valvas. Hoofdgebouw kamer OD01. Tel. 4330 of 6930.

'^"

I

P E R S O N E E L S

l^#^T^s«i^l

'Oortse tijden' ofwel de nieuwe ioonen inl<omstenbelasting per januari 1990 Wat staat er te gebeuren?

vakantiegeld e.d. De toeslag maakt wel deel uit van het heffingsinkomen (het bedrag waarover belasting/premie wordt geheven).

Wat iets moois en iets eenvoudigs had moeten worden is uiteindelijk uitgelopen op een gecompliceerd geheel aan veranderingen in de belastingwetgeving. Deze complicaties schuilen vooral in de administratieve verwerking en in de wijze waarop' de aftrekbaarheid van kosten is geregeld.

• De belasting wordt lager en over minder schijven (3 i.p.v. 9) geheven. Voor de meeste werknemers betekent dit een netto voordeel, dat evenwel voor een aantal medewerk(st)ers door een beperking van aftrekposten bij de Inkomstenbelasting geheel of gedeeltelijk weer ongedaan wordt gemaakt (zie hierna). Een gering netto nadeel is te bespeuren voor de alleenstaande van 27 jaar of ouder met een bruto inkomen tussen (ongeveer) ƒ5000,- en ƒ40.000,-. Voor deze groep is, alleen in 1990, een overgangsregeling getroffen in de vorm van een aparte tariefgroep (6), waarin een hogere belastingvrije som geldt (ongeveer ƒ5650,i.p.v. ƒ4568,-). Het genoemde netto nadeel zal zich hierdoor In 1990 weinig voordoen.

Niettemin is de kern van de wijzigingen eenvoudig: • De belastingheffing en de premieheffing volksverzekering (AOW, AWW, AWBZ, AAW) vinden niet meer afzonderlijk plaats, maar in één percentage. Dit percentage (voorlopig vastgesteld op 34.9%) wordt geheven over het salarisdeel dat, onder aftrek van de belastingvrije som, blijft binnen de laagste belastingschijf (tot ƒ42.123,-. Over de salarlsdelen die vallen binnen de tweede (tot ƒ84.246,-) en de derde (hogere bedragen) belastingschijf wordt alleen belasting geheven (respectievelijk 50% en 60%). Wellicht ten overvloede zij opgemerkt dat de premies werknemers, verzekeringen (ZW/WW/WAO/ZFW), bij medewerk(st)ers die niet onder de ABP-wet vallen, alsmede de pensioenpremie en de bijzondere inhoudingen (onderwijskortlng. Inhouding 1982), bij medewerk(st)ers die wel onder de ABP-wet vallen, ook na 1/1/90 afzonderlijk op het salaris ingehouden worden. • Omdat ook het werkgeversaandeel in de premies volksverzekering in het genoemde heffingspercentage is opgenomen en dus voortaan door de werknemer zal worden opgebracht, betaalt de werkgever ter compensatie een bedrag aan de werknemer (overhevelingstoeslag opslagpremles). De omvang van deze overhevelingstoeslag wordt door verschillende factoren beïnvloed: o.a. leiden de jaarlijkse premiebijstellingen tot aanpass,ing. Dit is reden waarom het percentage van de over, hevelingstoeslag nog niet exact vaststaat. Gedacht kan worden aan een percentage rond 10 of 11. Deze toeslag is overigens geen salarisbestanddeel en werkt op geen enkele wijze door In zaken als pensioen.

• Diverse aftrekposten, zoals gehanteerd bij het doen van aangifte inkomstenbelasting, vervallen of worden beperkt. Dit overzicht (zie onder punt 3) richt zich op aftrekposten in de werknemerssfeer (dus ziektekosten en andere buitengewone lasten blijven buiten beschouwing). Deze laatste hebben natuurlijk, voorzover ze de aftrekmogelijkheid bij de aangifte beperken, wel negatieve Invloed op het uiteindelijke effect van de belastingmaatregelen op het besteedbaar inkomen. Door dit aspect van vermindering van aftrekmogelijkheden bij de aangifte inkomstenbelasting wordt het genoemde directe voordeel van een hoger netto salaris indirect verminderd of soms zelfs omgezet in een nadeel. Hoewel hier en daar nog enkele stofwolkjes (in de vorm van Kamervragen; overleg met werkgevers over opdoemende uitvoeringsproblemen; reparatiewetgeving; jaarlijkse vaststelling van premiepercentages) het zicht ontnemen op de exacte praktische consequenties van de wijzigingen krijgt iedere werknemer vanaf 1/1/90 te maken met deze veranderingen. De effecten voor de werknemer worden in het volgende toegelicht: in algemene zin (punt 2) en in de zin van de specifieke vergoedingsregelingen en

Enige veelgestelde vragen over.

de inspekteursbeschikking tot vermindering van loonbelasting In de praktijk blijkt er nogal eens onduidelijkheid te bestaan omtrent de aard en de werkwijze van de beschikking tot vermindering van loonbelasting en de rol die de werkgever hierbij speelt. Vooropgesteld dient te worden dat in het algemeen een beschikking tot vermindering van loonbelasting de inspecteur niet ertoe verplicht een zelfde standpunt In te nemen bij de vaststelling van de aanslag in de inkomstenbelasting van dezelfde belastingplichtige voor hetzelfde jaar, ook als in de beschikking niet een met het oog hierop uitdrukkelijk gemaakt voorbehoud Is opgenomen. De grote meerderheid van de beschikkingen wordt nagenoeg zonder onderzoek van de belastingadministratie afgegeven. Redenen hiervoor zijn dat de loonbelasting een bij wege van voorheffing geheven belasting is en het bedrag in de beschikking berust op een schatting van toekomstige uitgaven. Een eventuele correctie tussen

schatting en werkelijkheid kan plaatsvinden bij de (verplichte) aanslag inkomstenbelasting. De taak van de werkgever beperkt zich tot het inhouden van loonbelasting rekening houdend met de door de Inspecteur afgegeven beschikking. Indien achteraf blijkt dat de beschikking onjuist is geweest kan de werkgever niets doen om deze onjuistheid te corrigeren, ook al heeft zij voordeel genoten van de onjuiste beschikking. Indien immers de beschikking voor een te hoog bedrag is afgegeven, draagt de werkgever te weinig loonbelasting en premies af. Het omgekeerde doet zich overigens ook voor. De werkgever fungeert derhalve slechts als uitvoerder van de door de medewerk(st)er van de belastingdienst ontvangen beschikking.Het risico van een onjuist vastgestelde beschikking is volledig voor rekening van de medewerk(st)er. Correctie kan slechts plaatsvinden via de aanslag In de inkomstenbelasting.

aftrekposten (punt 3), zoveel mogelijk toegespitst op de VU-situatie.

Wat merkt de VU-medewerk(st)er ervan? • Het eerst merkbare gevolg voor de VU-medewerk(st)er zal de noodzakelijke invulling van een nieuwe loonbelastingverklaring zijn, o.a. ter bepaling van de nieuwe tariefgroep. Begin december a.s. wordt deze uitgereikt. • Op de salarisslip van januari zal het effect van de belastingvermindering voor de medewerk(st)ers direct zichtbaar zijn, veelal in de vorm van een hoger netto bedrag. Maar ook de (nieuwe) overhevelingstoeslag zal worden vermeld en de AOW/A WW- en loonbelasting- inhoudingen zijn verdwenen om plaats te maken voor één (nieuwe) heffing. In sommige (zie onder punt 3) van de huidige vergoedingsregelingen bij de VU zal de werking van de nieuwe belastingwetgeving merkbaar zijn. Het betreft met name vergoedingen die na 1/1/90 geheel of gedeeltelijk belastbaar zullen zijn. Daarbij komt de vraag aan de orde of deze (deels) belastbare en dus fiscaal als bovenmatig geziene vergoedingen moeten worden aangepast of, bij ongewijzigd blijven, feen bruto of netto karakter voor het belastbare gedeelte zullen hebben. Aangezien de betreffende VU-regelingen over het algemeen overeenkomstig de betreffende overheidsregelingen zijn geformuleerd, wordt de ontwikkeling van deze overheidsregelingen afgewacht. Vooralsnog moet worden uitgegaan van een (negatieve) aanpassing van betreffende regelgeving of van een bruto in plaats van de huidige netto vergoeding. In beide gevallen ontstaat vanaf 1/1/90, t.o.v. de situatie daarvoor, een nadeel voor de werknemer die een beroep op betreffende regeling doet. Een minder direct merkbaar, maar daardoor niet minder belangrijk gevolg vloeit voort uit de eerdergenoemde beperking van aftrekmogelijkheden bij de aangifte inkomstenbelasting. Dit treedt alleen op ingeval aangifte wordt gedaan en zich tevens een daadwerkelijke vermindering van aftrekmogelijkheden voordoet. Het (negatieve) gevolg is, dat de aanslagen inkomstenbelasting over 1990 en daarna hoger zullen uitvallen (meer betalen of minder terugkrijgen op aanslag) dan onder de belastingwetgeving van vóór 1/1/90 zou plaatsvinden.

Hoe zit het met de vergoedings regelingen en de fiscale aftrek voor de VU-medewerk(st)er? 1. Het woon/werkverkeer De kosten van woon/werkverkeer voor de eerste 10 km zijn niet_meer aftrekbaar. Hoewel dit voor iedereen onmerkbaar in de belastingtabellen doorwerkt, zullen alleen medewerk(st)ers die een aangifte inkomstenbelasting doen hier concreet Iets van tegenkomen: bij invulling van de forfetaire reiskostenaftrek is de eerste 10 km verdwenen (dus geen vaste aftrek meer van ƒ200,-) en zijn alle hogere bedragen met ƒ200,- verlaagd. De huidige vergoedingsregeling bij de

VU gaat reeds uit van een zodanige eigen bijdrage in de kosten van woon/werkverkeer, dat op dit punt geen belastbaar vergoedingsbedrag ontstaat. Als gevolg van de belastingwijzigingen is dan ook geen verandering (van de regeling) nodig of (in termen van vergoeding) merkbaar. De huidige vergoedingsbedragen blijven tevens binnen de grenzen van het, aangepaste, reiskostenvergoedingenforfait. 2. Verwervings- en beroepskosten die niet meer aftrekbaar zijn en waarvan de vergoeding volledig belastbaar is. Sommige uitgaven in de sfeer van de verwervings- en beroepskosten vormen voor de medewerk(st)er in het geheel geen aftrekpost meer bij de aangifte inkomstenbelasting. Ingeval van vergoeding zal sprake zijn van belastbaarheid: - personeelsvereniging, telefoonabonnement (wel aftrekbaar zijn de aantoonbare zakelijke gesprekskosten), persoonlijke verzorging, aktentassen e.d., werk) en/of studeerkamer (dit laatste evenmin als buitengewone last ingevolge studie aftrekbaar), kleding (werkkleding wel aftrekbaar). De VU kent een vergoedingsregeling voor telefoonkosten. In de huidige vorm leidt deze regeling na 1/1/90 tot een belaste vergoeding. De rijksregeling zal, naar het zich laat aanzien, in overeenstemming met de nieuwe belastingwetgeving worden gebracht waardoor alleen nog aantoonbare zakelijke gesprekskosten voor (onbelaste) vergoeding in aanmerking komen. De VU volgt In principe een dergelijke wijziging. Toepassing van de huidige regeling dienstkleding leidt niet tot een belastbare vergoeding. Van de overige kostenuitgaven mag worden aangenomen dat een aantal medewerk(st)ers tot nu toe gewend is om een aftrekpost voor werk- en/of studeerkamer bij de aangifte inkomstenbelasting te hanteren. Deze mogelijkheid vervalt vanaf 1/1/90, evenals de aftrek van de kosten van allerlei attributen (vaak aktetassen) voor documentenvervoer en kosten voor persoonlijke verzorging. Ten aanzien van deze kosten kent de VU geen vergoedingsregelingen. 3. Verwervings- en beroepskosten die niet meer aftrekbaar zijn, maar wel (volledig) onbelast vergoedbaar. Ook enkele andere uitgaven in de sfeer van de verwervingskosten en beroepskosten vallen voortaan buiten de aftrekmogelljkheid, maar zijn daarentegen wel onbelast vergoedbaar (volledig):

Zoals in het verleden al eerder is gedaan zal personeelszaken u met deze infopagina op de hoogte brengen van enkele actuele ontwikkelingen op het gebied van arbeidsvoorwaarden en personeelsbeleid. - Voedsel, drank en genotmiddelen, excursies en studiereizen (voor vaken beroepsopleiding wel aftrekbaar), representatiekosten, literatuur (vakliteratuur wel aftrekbaar), muziekinstrumenten, geluidsapparatuur en gereedschappen (bij beroepsgebrulk wel aftrekbaar). Ten aanzien van deze kostencategorieen kent de VU de regeling dienstreizen (niet te verwarren met de regeling studie- en dienstreizen), waarin een vergoeding voor verblijfskosten (o.a. voedsel e.d.) is opgenomen, de regeling betreffende de maaltijdvergoeding bij overwerk en de regeling t.a.v. studiefaciliteiten. De toepassing van elk van deze regelingen blijft ten aanzien van bovengenoemde onderdelen zonder (fiscale) complicaties. 4.Verwervings- en beroepskosten die nog wel gedeeltelijk aftrekbaar zijn of (geheel of gedeeltelijk) onbelast vergoedbaar. Voor bepaalde kosten blijft de aftrekmogelljkheid wel gehandhaafd (soms gelimiteerd) of is onbelaste vergoeding (soms gelimiteerd) mogelijk. - Cursussen, congressen, seminars, symposia e.d. (inclusief reis- en verblijfskosten); de eerste ƒ1000,- p.j. zijn geheel aftrekbaar, Van de volgende ƒ3000,- is 75% aftrekbaar en van het meerdere is niets aftrekbaar; vergoeding Is volledig onbelast. De VU kent de regeling studie- en dienstreizen buitenland en de mogelijkheid om uit opleidingsbudgetten vergoedingen te geven. Deze mogelijkheden leiden na 1/1/90 niet tot (fiscale) complicaties. Vergoedingen in deze sfeer zijn niet altijd volledig. Door de beperkte aftrekbaarheid na 1/1/90 van dit soort kosten kan voor een aantal medewerk(st)ers een nadelig effect onstaan in de sfeer van de inkomstenbelasting. Dit negatieve effect treedt echter pas (gedeeltelijk) op na een eigen bijdrage van ƒ1000,- op jaarbasis en (volledig) na een eigen bijdrage van ƒ4000,-.

Vervolg op pag. 15

Voorbereiding nieuwe cao voor de VU Reeds enige tijd zijn besprekingen gaande, tussen de VU/AZVU werkgeversdelegatie en de vakorganisatle's die de VU/AZVU vertegenwoordigen, over de nieuwe Collectieve Arbeidsovereenkomst voor de VU (universiteit en ziekenhuis). De huidige CAO (1987) heeft een looptijd van 2 jaar, tot 1 juli 1989. Gedurende het overleg Is een verlenging tot 1 januari 1990 overeengekomen. Vooruitlopend op de afronding van het overleg is wel reeds een concreet resultaat tot stand gekomen: per 1 juli 1989 Is het totaal van zwangerschapsverlof en bevallingsverlof uitgebreid van 12 weken naar 14 weken. Deze nieuwe regeling geldt voor alle zwangerschappen waarbij op 30 juni 1989 de verlofperiode, gerekend naar de oude regeling, nog niet was afgelopen. Over de verdere resultaten van de onderhandelingen zal pas na bereikte overeenstemming nadere Informatie kunnen worden verstrekt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 augustus 1989

Ad Valvas | 576 Pagina's

Ad Valvas 1989-1990 - pagina 162

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 augustus 1989

Ad Valvas | 576 Pagina's