Ad Valvas 1989-1990 - pagina 319
PAGINA 11
ADVALVAS1 FEBRUAR11990
Universitaire praciitbiadeii 'Dit blad moet iets worden tussen De Tijd en Panorama in' Wat zijn dat eigenijk voor bladen, die 'glossy magazines' die universiteiten tegenwoordig uitgeven om "verantwoording aan de maatschappij af te leggen"? Vierkleurendruk en glanzend papier. En soms gratis. Zit de wereld erop te wachten? Die misschien niet, maar de afgestudeerden wel, zeggen de voorlichters. De bedoeling is echter veelal ruimer. De universiteit op PR-pad.
Wammes Bos "Veertien wordt hij vandaag. Hij hoort al bijna bij de grote mensen. Zijn moeder noemt hem niet voor niets 'mijn flinke vent'. (...)Hij, Cees de Jager, veertien jaar oud, hoogleraar sterrenkunde in de dop. Maar dat blijkt pas later". Het proefnummer van het prachtblad dat Fred AUers, hoofd voorlichting van de Utrechtse universiteit, afgelopen zomer heeft mogen uitbrengen, schuwt de populaire toon niet. "Dat is juist de bedoeling", zegt Allers, "andere bladen brengen een interviewtje met een hoogleraar, wij pakken dat anders aan, beschrijven zijn jeugd alsof we er bij waren. Dit blad moet iets worden tussen De Tijd en Panorama in." Of zijn lijn stand houdt staat nog te bezien; zeker is dat 'Kennis', want zo heet het blad, met dit nulnummer nogal opviel tussen alle andere magazines die de universiteiten tegenwoordig (naast de redactioneel onafhankelijke universitaire weekbladen als Ad Valvas) op de markt brengen. Wat zijn dat eigenlijk voor bladen, en vooral: zit de wereld erop te wachten? Misschien die niet, maar de afgestudeerden wel, zeggen de voorlichters. Voor Fred AUers is de vraag of de wereld op een mooi blad van zijn universiteit zit te wachten al een gepasseerd station. Als je het goed in elkaar steekt, met leesbare verhalen in een aantrekkelijk jasje, dan is daar wel een markt voor, meent hij. Er gebeuren genoeg interessante dingen bij zo'n instelling. Bovendien, "ons nulnummer is goed ontvangen". Dat nummer, in 20.000voud gedistribueerd over afgestudeerden van de universiteit en de 'ex-
terne relaties', is meteen wel het opvallendste geworden van alle tot dusver verschenen 'glossy magazines' van Nederlandse universiteiten. De kleur zit niet alleen op de kaft maar ook in het binnenwerk; de opmaak mag gerust speels genoemd worden een gewone witte bladzijde met zwarte letters is nauwelijks te vinden - en er staan veel, zeer veel (mooie) foto's in. Een paar onderwerpen: het genoemde portret van de sterrenkundige, een verhaal over mineralen in zand, en een artikel over de toenemende specialisatie onder dierenartsen, geïllustreerd aan de hand van een paardendokter. Ook hier weer een kwistig gebruik van plaatjes: de vijf pagina's zijn voorzien van twaalf foto's van uiteenlopend formaat. Daaraan voorafgaand een kolossale plaat over twee bladzijden, waarop een verschrikte schimmel stevig bij de neus wordt gepakt door de moderne dokter Vlimmen. In de foto staat de lead afgedrukt onder de vette kop, inderdaad: "Dokter Vlimmen op nieuwe paden". Een citaat, midden in het artikel: "De dorpsdierendokter, de generalist, de alleskunner, hij sterft uit. Dokter Vlimmen betreedt nieuwe paden. De kwaliteit van de dierenzorg verbetert. De nieuwe dierenarts specialiseert zich op één terrein." En zo gaat het verder, met bijna ijzeren consequentie het hele nummer door volgehouden. Het is een stijl die je ligt of niet, maar hijgerig is hij wel. Is 'Kennis' niet wat al te populair uitgevallen? AUers: "Nee, we hanteren bewust een populaire toonzetting. Het is voor een breed publiek bedoeld, en dan moet het aansprekeüjk zijn. Kijk, een jurist leren we niets over zijn eigen vakgebied, die iUusie moet je niet hebben, maar het gaat juist om het grensoverschrijdende: een geoloog moet een verhaal over de letterenfaculteit kunnen bevatten en het nog leuk vinden ook. Als andere bladen het zwaar wetenschappelijk aanpakken vind ik dat dom." Dat AUers de Utrechtse universitaire voorlichtingsdienst verlaat na zijn korte vrijage met het FNV-Magazine ("Ik was al ontslagen voor ik was aangenomen") betekent volgens hem niet dat het onorthodoxe concept van Kennis mèt hem vertrekt. Hij is op dit moment druk doende zijn professionele testament te schrijven, waarin de suggesties voor het post-AUers tijdperk, inclusief een echt nummer 1 van Kennis, zijn neergelegd. Als het een beetje meezit komt het er wel van, gelooft hij.
Journalistiek De markt wordt dan verblijd met niet alleen het glossieste, maar tevens het duurste universitaire magazine. Voor vier nummers per jaar zou een ruime drie ton worden uitgetrokken, geen kattepis in vergelijking met de collega's, zoals het Nijmeegse Kuzien. Dat heeft nog geen honderdduizend gulden te vertimmeren. Toch kan het niet uitsluitend de budgettaire krapte zijn die verantwoordelijk is voor koppen boven artikelen als "Laser maakt supergroei van moeraszuring hoorbaar", dan wel "Tunneltechniek vermindert stank bij compostering". Duidelijk is dat er nogal wat verschil zit in de manier.waarop de bladen gemaakt worden. Waar AUers nog met voorlichters opereert (het blad komt volledig voor de verantwoordelijkheid van de dienst voorlichting) maar niettemin een journalistieke werkwijze voorstaat, bedienen andere bladen zich uitsluitend van professionele (free lance) journalisten of juist van het aanwezige schrijftalent binnen de instelUing. Kuzien moet het
vooral van die laatste categorie hebben, en dat is te merken in de knarsende taal en hier en daar geforceerde lolligheid: "...want al snel lieten de media de zaak voor wat die was, namelijk een orkaan in een vingerhoed karnemelk. Wie de hasjhond wil slaan kan altijd wel een stickie vinden." Het zijn nog niet eens zozeer de onderwerpen die verschillen met die in een blad als Kennis of andere uitgaven, het is evenmin het grauwe papier waarop het blad gedrukt wordt, het is de amateuristische clubbladtoon die de lust tot lezen snel doet af-
Alumni Toch is het juist die functie die aan de basis lag van bijna alle bladen: de behoefte aan een periodiek om de alumni, de eigen afgestudeerden, aan elkaar en aan de universiteit te binden. Elf van de dertien universiteiten beschikken over zo'n blad, dat men soms gratis, soms tegen een abonnementsprijs in de bus kan krijgen. In een aantal gevallen is het met recht van en voor de club, want daar gaat het om uitgaven van een vereniging van afgestudeerden. In Twente is dat bijvoorbeeld uitdrukkelijk aan de orde: UT-Mediair is daar niet slechts de naam van het blad, maar juist van de vereniging waaraan het blad zijn naam ontleent. Naast artikeltjes over het onderzoek aan deze technische universiteit, verlucht met een enkel symposiumverslag, is een flink deel van het blad ingeruimd voor clubnieuws: in een apart katern, uitgevoerd in lichtgroen in plaats vaii het witte glanspapier, staan de cursussen, de publikaties, de evenementen. De echt redactionele pagina's worden ook hier volgeschreven door een mengelmoesje van (we-
tenschaps-)voorlichters, schrijvende leden van de universitaire gemeenschap ("Die krijgen een boekenbon", meldt de hoofdredacteur annex voorlichter) en free lance journalisten. Die laatsten krijgen wel een fatsoenlijke betaling, gebaseerd op het voorbeeldtarief van de journalistenvakbond NVJ.
Old boys Hoewel volgens sommigen UT-mediair de kroon spant als het om lulligheid qua uitvoering en inhoud gaat, zijn de andere bladen ook niet allemaal om over naar huis te schrijven. Dat zou nog niet zo'n ramp zijn als het er alleen maar om ging een beetje contact te onderhouden met de afgestudeerden, maar de doelstelling is veelal ruimer. Men verwacht op een of andere wijze als instelling profijt te trekken van de uitgave van een eigen blad. Indirect, via de alumni, bij wie men hoopt dat er een 'old boys'-gevoel zal ontstaan, een warme plek in het hart als er aan de alma mater gedacht wordt. Dat kan dan weer klanten opleveren voor de postacademische opleidingen, of, als de afgestudeerde inmiddels een invloedrijke post bekleedt, nieuwe alumni wellicht makkelijker aan een baan helpen, of op zijn minst aan een stageplaats. Ook voor toekomstig contractonderzoek en dito onderwijs is het prettig als de smaakmakers bij bedrijfsleven en overheid eerst aan hun eigen oude universiteit denken. Daarnaast krij-' gen ook afgestudeerden wel weer eens kinderen die misschien ooit de voetsporen van pa of ma kunnen gaan drukken. PR dus, het onderhouden van de publieke relaties, in eerste instantie via de eigen 'offspring', maar ook wel rechtstreeks: sommige bladen belan- .
den bij bestuurlijke instanties, welzijnsinstelUingen, het bedrijfsleven, en, uiteraard, de media. Verbazend is het niet dat uitgerekend in het afgelopen decennium het geboortejaar van de meeste bladen lag: de insteUingen moeten in toenemende mate knokken om studenten en onderzoeksgeld naar zich toe te halen; vanzelf gaat dat allang niet meer. Nijmegen (Kuzien), Groningen (Broerstraat 5), Leiden (Leidraad), Twente (UTmediair), Delft (Integraal en een engelstalig zusje voor de buitenlandse relaties. Outlook), Tilburg (Kubus), Rotterdam (Desiderius), allemaal zijn ze van tamelijk recente datum. Een uitzondering vormt Wageningen, dat met hel Landbouwkundig Tijdschrift al sinds 1918 aan de weg timmert en daarmee een flink deel van de afgestudeerden bereikt. Wageningen is door zijn unieke specialisme echter een buitenbeentje in ons universitaire bestel, en dat geldt ook voor het blad.
Onbereikbaar De trend is dus niet gezet door Wageningen, maar door een andere instelling. Lang voor alle anderen er maar over dachten de buitenwereld van informatie over het universitaire bedrijf te gaan voorzien, kwam de Vrije Universiteit in 1971 (zojuist is de negentiende jaargang van start gegaan) met het VU-Magazine. Oorspronkelijk bedoeld om de 'achterban', verzameld in de Vereniging voor christelijk wetenschappelijk onderwijs, duidelijk te maken wat er met de donaties gebeurde, is het blad uitgegroeid tot een maandelijks magazine voor "wetenschap, cultuur en samenleving" dat zich allang niet vervolg
op
pagina
13
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 augustus 1989
Ad Valvas | 576 Pagina's