Ad Valvas 1989-1990 - pagina 347
AD VALVAS 15 FEBRUARI 1990 I
1 PAGINA 11
Verpakking van taal: veelzeggend Symposium over de sociale invloed op het taalgebruik Het Jeugdjournaal biedt televisiekijkers hetzelf de nieuws als het alge mene journaal. Alleen is de presentatie, met name het taalgebruik, aangepast aan het pu bliek waarvoor het be stemd is. Het verschil tussen de twee jour naals illustreert het feit dat de manier waarop wij informatie overbren gen ten minste zo veel zeggend is als de Infor matie zelf. De sociolin guïstiek houdt zich met de informatie tussen de regels door. Verslag van een symposium.
Een doventolk zorgde er op het congres voor dat ook dove bezoekers de lezingen konden volgen. Monique Gooren De Stichting Publieksvoorlichting over Wetenschap en Techniek (PWT) organiseerde deze maand in de Jaar beurs een publiekssymposium over dit aspect van de taal. De titel waar mee het werd opgetuigd: 'Jouw taal sociale invloed op taalgebruik'. De PWT had zes onderzoekers uitge nodigd die lezingen hielden over hun specialisatie. De onderwerpen ha d den met elkaar gemeen dat ze "de nadruk leggen op taal ais middel dat iets over de spreker zegt, in plaats van een middel dat diens gedachten over brengt", zei drs. Marten P. Knip, pro jectleider van de stichting, in zijn in leiding. Volgens het programma vormde de verhouding tussen het Standaard Ne derlands (voorheen het ABN), aller lei varianten van het Nederlands en andere talen de 'rode draad' van het symposium. Durk Gorter va n de Fryske Academy ging bijvoorbeeld in op de opvattingen over het Fries bui ten Friesland, in het bijzonder bin nen de overheid, de wetenschap en de media. Hij stelde onder meer de discrepantie aan de kaak tussen de steun die politici en ambtenaren het Fries mondeling betuigen, en het to tale gebrek aan inzicht in "de mate van inspanning die een overheid zich zou dienen te getroosten voor het in stand houden van een taal". Ook de media doen, zo meent Gor ter, weinig voor een positieve beeld vorming van Friesland. De bericht geving heeft vrijwel uitsluitend be trekking op folkloristische gebruiken, skütsjesielen, de Elfstedentocht, en op curieuze excessen van het taalbe leid. Volgens Gorter krijgt taal in Ne derland niet veel aandacht, en bestaat er dan ook nauwelijks begrip voor binnen en buitenlandse taalproble men. Die houding beïnvloedt ook veel Friezen. De geringschatting van het Fries wint het vaak van de liefde voor de taal. Gorter besloot zijn betoog met een pleidooi voor wetenschappelijk on derzoek naar de beeldvorming van het Fries. Die beeldvorming immers,
is van groot belang voor het voortbe staan van die taal. Ook ziet hij wel iets in de oprichting van een interna tionale adviescommissie, met verte genwoordigers van andere Europese minderheidstalen, die het huidige overheidsbeleid ten aanzien van het Fries zou moeten beoordelen. De uit spraken van zo'n commissie vormen wellicht stof tot nadenken voor dege nen die het Nederlands willen be hoeden voor overvleugeling door an dere talen.
Vlaanderen Ook in de verhandeling van Koen Jaspaert (Katholieke Universiteit Brabant) kwam die dreiging ter spra ke. Hij voorziet dat de taalpolitiek in Vlaanderen zal leiden tot een onaf hankelijke Vlaamse variëteit van de Nederlandse Standaardtaal: de reac tie op het juk van de Nederla ndse norm waar vele generaties Vlamin gen onder hebben gezucht. "Op school leerden wij bijvoorbeeld da t we niet het woord goesting mochten gebruiken, maar wel het Nederla nd se equivalent zin. In de echte wereld hoorden wij echter dat de dokter goesting gebruikte, de notaris ge bruikte het en zelfs de leraren op school ('Ah, Jaspaert, weer geen goesting om te werken?'). Hij meent dat het Nederlands een grotere overlevingskans in het ver enigde Europa heeft, wa nneer Ne derland en Vlaanderen een ta a leen heid zouden vormen. Dit zou een vernederlandsing van Vla a nderen met zich meebrengen. "Wa a r in de negentiende eeuw de verfra nsing werd bestreden omda t die de eigen identiteit aantastte, en da a rmee sa mengaand economische en politie ke dominantie van Wallonië in Bel gië installeerde, roept men nu verne derlandsing over die eigen identiteit af in het naieve geloof da t in het een gemaakte Europa dergelijke domi nantiemechanismen niet zullen spe len tussen Nederla nd en Vlaande ren." Jaspaert huldigt de 'samen sterk'ge dachte. Beide ta a lgemeenscha ppen dienen zich sterk te maken voor hun
eigen taal en cultuur, en moeten niet pogen elkaar de (taal) wet voor te schrijven.
'Mannentaal' Onder de titel 'Waarom spreken mannen a nders dan vrouwen?' hield Ingrid van Alphen (Universiteit van Amsterdam) een voordracht met grensoverschrijdende dimensies. Want hoewel zij onderzoek in Neder land heeft verricht, zijn haar conclu sies ook van toepassing op andere Noordeuropese la nden. Van Alphen schetste de taalkundige ontwikkeling van vrouwen en man nen in de sociale context. Vanaf de geboorte wordt een kind immers be handeld op een manier die in over eenstemming wordt gacht met haar of zijn sekse. Een meisje draagt vaak roze Weertjes en een jongetje bla uwe. "Hoe cultureel bepaald dit verschijn sel is, wordt geïllustreerd door het
Daarentegen nemen ma nnen va ker het woord, spreken veel langer, en la ten zich niet het woord ontnemen via interrupties of tegenwerpingen. Zelf onderbreken zij hun gesprekspa rtner veel vaker, vooral als deze een vrouw is. Zij structureren hun betoog meer waardoor zij een veel langere spreek tijd voor zich opeisen. Zij doen, aldus Van Alphen, eerder stellige uitspra ken, en breien ellenlange zinnen a a n een om zoveel mogelijk spreektijd vast te houden. Deze verschillen kunnen niet aan de invloed van ouders en onderwijzers worden toegeschreven. Toch moeten meisjes het al vroeg normaal vinden om onderbroken te worden. "Va ders interrumperen kinderen va ker dan moeders, beiden interrumperen meisjes vaker dan jongens." De leer kracht neigt tot een gema kkelijker taalgebruik, als hij/zij het tegen meis jes heeft. Meisjes krijgen op school
Vrouwen coöperatiever dan mannen in taalgedrag
Foto Maarten Hartman
stelde vast dat jongens en meisjes van een jaar of twaalf hun gedrag het sterkst plooiden na a r wat 'des vrouws' is en wat 'des mans' is. Waar meisjes van negen bijvoorbeeld nog luid en duidelijk spreken, gingen twa a lfja ri gen haast fluisteren. Kinderen verwerven, kortom, een ei gen spreekstijl geheel in de lijn van de subculturen wa a rtoe ze behoren. Meisjes groeien op tot vrouwen met een spreekstijl die is geëigend voor de privésfeer: ondersteunend en ha rmo nieus. Jongens worden ma nnen die zich verbaal goed redden in de open bare sfeer: agressief en wedijverend. "Wanneer beide spreekstijlen elka a r ontmoeten, zal de snelle, dominante het winnen van de rustige en onder steunende. En dat belemmert het so ciale functioneren va n vrouwen. Omgekeerd worden ma nnen belem merd in het voeren van intieme ge sprekken." Van Alphen pleit voor een 'socia le tweetaligheid' van mannen en vrou wen. Het zou zowel de individuele ontwikkeling als de algemene com municatie ten goede komen. Monique Gooren is verbonden a a n het Utrechts universiteitsblad.
feit da t in België de kleur voor jon gens roze is en voor meisjes blauw (van Maria)." Vrouwen en mannen vormen dus van jongsaf twee sociale categorieën. Doordat meisjes en jongens in ver schillend (taal)gedrag worden gesti muleerd, verschülen na derha nd de manieren waarop vrouwen onderling en mannen onderling praten of dis cussiëren. In het algemeen is het taalgedrag van mannen meer be vechtend, concurrerend, terwijl vrou wen zich in hun ta a lgedra g eerder coöperatief, ondersteunend tonen. Van Alphen meent dat vrouwen meer moeite doen om een gesprek op gang te houden. Met vragen en knik jes bevestigen zij de ander in wat deze vertelt. Zij wachten va ker op een ge legenheid om zelf iets te zeggen of vragen daar expliciet om. Ze inter rumperen minder, en vallen stil wan neer ze worden geïnterrumpeerd.
meer feiten en keuzevragen, en hulp bij het lezen. Jongens krijgen echter meer rekeninstructie, en meer denk vragen.
'Peer group' Maar de allergrootste invloed op het taalgedrag heeft de 'peer group'. Vol gens Van Alphen bevinden jongens en meisjes van twaalf tot vijftien ja a r zich in twee eigen subculturen. Meis jes trekken intensief met een of twee vriendinnen op met wie zij lange pri végesprekken voeren waarin weinig ruimte is voor openlijke conflicten. Jongens maken deel uit van grotere groepen met een meer hiëra rchische opbouw. "ledere jongen in de groep moet van zich doen spreken, ook (of juist) als een ander het woord heeft. Dat verklaart waarom ma nnen zo ge wend zijn aan interrupties." Van Alphen heeft zelf drie jaar in een buurthuis onderzoek gedaan, en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 augustus 1989
Ad Valvas | 576 Pagina's