Ad Valvas 1989-1990 - pagina 314
AD VALVAS 1 FEBRUAR11990
PAGINA 6
Op de achterste rij (v.l.n.r.): L.M. Weinberg, L.A. van der Poll; voorste rij: J.H. de Vust, R. Dijkstra, E.W.M, van Bers-Lips
Foto Peter Wolters AVC/VU
Oud en nog niet wijs genoeg Senioren bevolken steeds meer de collegebanken
Diana Doornenbal De heer R. Dijkstra is 67 jaar. Hij werkt graag in de tuin, speelt klarinet en volgt de ijzingwekkende drama's van Medisch Centrum West op de voet. Maar meestal zit hij op z'n studeerkamer. Achter een fors bureau uit voorbije jaren en tussen stapels boeken over fossielen en mineralen. Dijkstra is namelijk vierdejaars geologie. Vroeger heeft hij scheikunde gestudeerd en gewerkt bij Akzo €n Shell. En in de vakanties fotografeerde hij wilde orchideeën en verzamelde hij stenen, want dat was z'n grote liefhebberij. Toen de kinderen niet meer meegingen, kwam hij altijd met koffers vol stenen terug. De manier waarop hij z'n pensioenjaren zou vullen, was voor hem geen moeilijke keus: geologie studeren. "De een verzamelt postzegels, ik doe dit. Puur voor mezelf, misschien wat egoïstisch, maar ik heb er veel plezier in. Als ik op de VU ben, hang ik m'n jas op een krakkemikkerig haakje en vergeet ik mezelf." De zesenzestigjarige heer L.M. Weinberg koos drie jaar geleden ook voor een studie geologie. Hij heeft net een les karteren achter de rug als we elkaar ontmoeten in het Bruin Café. Van beroep was hij accountant. Na z'n pensionering, hij was toen 59, stapte hij in het bestuur van verschillende verenigingen. Zoals van de roeiclub en van de 'Vrienden van het klassieke lied.' Maar op een gegeven moment vond hij dat welletjes: "Hele dagen zat ik aan de telefoon, dat kan toch niet de bedoeling van een pensionering zijn!"
Ook de geologievereniging gaf hem niet genoeg voldoening meer. "'t Is een oubollige toestand hoor, zo'n amateurvereniging. Weet je wat je daar doet? Mineralen zoeken en steentjes die mooi glimmen." Hij koos liever voor een serieuze studie geologie. Maar waar? Op de universiteit misschien? Kon dat wel? Het was onderwijscoördinator Griede die hem, toen hij op een moedig moment de telefoon pakte, over de drempel hielp: "Hij vond het heel gewoon. Het frappeerde me dat hij er zo gewoon over deed, dat ik als oudere tussen de jongelui wilde gaan zitten." De eerste dag herinnert hij zich nog goed: "Met pijn in m'n buik stapte ik naar binnen, want ik ben niet zo flink hoor. Ik ben niet zo heldhaftig." Ook de oudere dames mijden de universiteit niet. Mevrouw E.W.M, van Bers-Lips (66) is al zesdejaars. Als gemeenteraadslid van haar woonplaats Uithoorn kreeg ze steeds meer met buitenlanders te maken. Na haar pensionering kwam ze in een werkgroep minderhedenbeleid. Was ze eerst van plan om haar studie geschiedenis van vroeger weer op te pakken, door de werkgroep koos ze voor culturele antropologie, want dat vak is volgens haar hoogst actueel in Nederland. Ze wilde zoveel mogelijk weten over de minderheden in Uithoorn. Bovendien stonden er nog een aantal vergeelde boeken over antropologie in de kast; kon ze die eindelijk 'ns lezen. De heer L.A. van der Poll (69) koos wel voor geschiedenis. Hij is vierdejaars. "Na m'n pensioen was ik oud genoeg om naar de universiteit te gaan", zegt hij, genietend van een be-
Ze mijden lawaaiige feestjes. Ze zwoegen voor een tentamen en maken sommetjes op liet bord. Puur voor de iol. En om de mytlie van de afnemende inteiiigentie uit de wereld te helpen. Steeds meer VU-studenten zijn ouder dan vijftig jaar. "Ais ik een vijf scoor, dan vind ik dat hartstikke rot".
ker warme chocolade van het koffiepunt op de achtste. Studeren is voor hem slechts een middel om tot een doel te komen: antwoord vinden op allerlei vragen. "Zestig jaar lang heb ik lopen denken, maar heus niet aan geschiedenis. Als je ouder wordt, ga je je echter verschillende dingen afvragen. Waarom staat hier in de geschiedenisboekjes dat prins Willem de Derde in 1672 glorieus de veldtocht tegen Lodewijk de Veertiende won, terwijl we in de spiegelzaal in Versailles het tegenovergestelde zien? Daar wint Frankrijk! Iets anders. M'n vader hoorde ooit van zijn overgrootvader dat in 1830 de meeste Nederlanders van de bedeling leefden. Is dat waar? Op zulke vragen wil ik antwoord. Maar je moet zoiets wel professioneel aanpakken. Anders val je in de valkuilen van zij die hebbén geschreven, niet gestoord door enige kennis. De universiteit leek me de beste weg. Echt belangrijk is mijn studie natuurlijk niet. Als m'n vrouw me vraagt om boodschappen te doen, dan doe ik dat."
Verveling
'Mijn kinderen halen liet archaïsch taalgebruik uit mijn scriptie'
Sommige 50-plussers hebben een heel simpel argument om weer boven de studieboeken te gaan zitten. Tegen de verveling. De heer J.H. de Vust (67) bijvoorbeeld. Hij is geen klusjesman en met z'n spinet en piano wilde hij de hele dag niet vullen. Daarnaast ziet hij z'n studie ook als een inhaalmanoeuvre. Toen hij in 1939 z'n HBSKliploma haalde, wilde hij zich op de theoretische natuurkunde storten. Helaas was die studie te duur en, belangrijker nog, de oorlog brak uit. Na de oorlog begon hij
er ook niet meer aan, om emotionele redenen: "Ik vond dat de wetenschap veel te veel schade had aangericht in de oorlog. Toen werd immers voor het eerst op grote schaal technologie, en dus wetenschap, toegepast om mensen te vernietigen. Daarom wilde ik er niks meer mee te maken hebben." Inmiddels is de heer De Vust zesdejaars filosofie. Hij verdiept zich in de filosofie van de exacte wetenschappen. In wiskunde deed hij propedeuse. Toen hij begon, twijfelde hij tussen wiskunde, geschiedenis en natuurkunde. Het was voor hem een kwestie van wegstrepen. Geschiedenis leek hem wel interessant, maar om al die feiten uit het hoofd te gaan leren, zag hij niet zitten. Natuurkunde viel af omdat hij dan veel proefjes moest doen. Wat overbleef was wiskunde, het vak waar hij vroeger altijd een kei in was. Hij vond dat trouwens ook wel een uitdaging: "Als je boven de vijftig bent, ben je voor de meesten afgeschreven. Eigenlijk kun je dan het beste je VUT gaan aanvragen. Ik wilde bewijzen dat je zelfs op je zestigste nog van alles kunt leren." "En ais je in je omgeving vraagt 'welk vak vind je het moeilijkste', dan zegt bijna iedereen: 'wiskunde, daar snap ik echt helemaal niks van'. En dan ga ik juist wiskunde studeren!", schatert De Vust. Toch werd wiskunde op een gegeven moment te abstract en te saai voor hem. Daarom stapte hij over naar filosofie. Nu breekt hij z'n hoofd over de begrippen oorzaak en gevolg, over de heuristiek en over de vraag of het toeval bestaat. Z'n social talk wordt er door de studie overigens niet beter
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 augustus 1989
Ad Valvas | 576 Pagina's