Ad Valvas 1989-1990 - pagina 385
PAGINA 5
AD VALVAS 8 MAART 1990
Ritzen: stapsgewijs veranderen Universiteiten zijn volgens minister niet gebaat met revolutionaire veranderingen in het beleid Jos D o h m e n / M a r g r i e t van Lith
Dr.ir. J.M.M. Ritzen (44) is een van de nieuwe gezichten die de CDAPvdA-coaUtie op het hogere politieke platform heeft gepresenteerd. Maar zo'n minister komt natuurlijk niet uit het niets tevoorschijn. Ritzen, die in Heerlen is geboren, werd natuurkundig ingenieur na zijn studie in Delft en hij promoveerde in 1977 in de economische wetenschappen aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Voor zijn promotie werkte hij onder meer als adviseur van de regering in Oost-Pakistan (het huidige Bangladesh) en als lecturer aan de School of Education van de universiteit van Californië. Tussen 1975 en 1981 was Ritzen werkzaam bij het Sociaal en Cultureel Planbureau in Den Haag. Daarna werd hij benoemd tot hoogleraar onderwijsplanning en economie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, een leerstoel die hij als eerste mocht bezetten. Twee jaar later maakte hij de overstap naar Rotterdam, waar hij hoogleraar werd in de economie van de publieke sector. Wie belangstelling heeft voor het onderwijsbeleid, kent Ritzen als auteur van onder meer het boek Wat is onderwijs ons waard? en als mede-auteur van de reeks Onderwijs, bestel en beleid. In universitaire kring was hij dus geen onbekende.
Sporen Ook achter de schermen van de landelijke politiek heeft Ritzen sporen achtergelaten. Hij was in 1982 en '83 adviseur van Joop den Uyl toen deze minister van sociale zaken en werkgelegenheid was. Daarbij trad Ritzen op als projectleider van het zogenoemde 'werkgelegenheidsplan'. Verder was hij lid van verschillende commissies die studies verrichten voor de Europese Gemeenschap en de VN-organisaties Unesco en ILO en van de Adviescommissie Uitbouw Technologiebeleid. Het 'veld' in het hoger onderwijs koesterde hoge verwachtingen toen Ritzen op 7 november als de nieuwe minister van onderwijs en wetenschappen aantrad. De universiteiten en de studentenbeweging waren acht jaar CDAA'VD-bewind langzamerhand beu. De universiteiten omdat zij bij Deetman geen gehoor vonden voor hun klacht over een structurele 'onderfmanciering' van honderden miljoenen in het wetenschappelijk onderwijs; de studenten vanwege opeenvolgende bezuinigingen op studiefinanciering. Even gloorde de hoop dat het wetenschappelijk onderwijs mee zou mogen profiteren van de extra middelen die het CDA/PvdA-kabinet voor het hele onderwijs zou uittrekken. Maar al in het regeerakkoord werd duidelijk dat daar geen sprake van zou zijn: de prioriteiten van Ritzen en zijn staatssecretaris Jacq. Wallage (ook PvdA) moesten liggen bij het basis- en voortgezet onderwijs. Er kwam alleen een toezegging dat een eventuele meeropbrengst van de OV-studentenkaart - geschat op 100 miljoen gulden - op de een of andere manier ten goede zou komen van het hoger onderwijs. Ten aanzien van de studiefinanciering werd duidelijk gemaakt dat de door Deetman ingeslagen weg verder zou worden bewandeld: naast de invoering van de OV-kaart een stelsel van geprivatiseerde studieleningen en waarschijnlijk ook enige koppeling tussen het beurzenstelsel en de door de student geleverde studieprestaties.
Uit het veld Vooralsnog houden de universiteitsbestuurders zich diplomatiek op de vlakte: minister Ritzen is tenslotte
"Ik ben net op het goede moment gekomen." Jo Ritzen is nu precies vier maanden minister van Onderwijs en Wetensciiappen. Voigens de PvdA'er gaat het heel goed met het Nederlands hoger onderwijs. Wat er nu nog geregeld moet worden zijn juist enkele zaken die hem speciaal interesseren: de instelling van graduate schools, het probleem van de bekostiging van het hoger onderwijs, veranderingen in de arbeidsvoorwaarden. En gelukkig is daar nu wat meer ruimte voor dan tijdens het vorige kabinet. "Deetman heeft steeds moeten zeggen: zo is het afgesproken in het kabinet, ik moet zoveel ophoesten. Gelukkig hoef ik dat niet." Ritzen: aio's zijn toch eigeniijl( studenten Foto Bram de Hollander
een jongen uit het veld en die moet toch wel begrip hebben voor de problemen. De studentenorganisaties echter bombarderen de publieke opinie met verklaringen en persberichten, waaruit blijkt dat zij zeer teleurgesteld zijn over het uitblijven van een echte ommezwaai. Treinstellen op een rangeerterrein in Amsterdam werden onlangs beklad met leuzen als Ritzen=Deetman. De nieuwe minister kan zich daar danig over opwinden. "Ik vind dat een buitengewoon vervelende zinsnede," zegt Ritzen. "Ik denk dat er toch een wezenlijk verschil is tussen de situatie waarin mijn voorganger zich bevond en mijn eigen situatie. Deetman heeft steeds moeten zeggen: zo is het afgesproken in het kabinet, ik moet zoveel ophoesten. Gelukkig hoef ik dat niet.
hoop gaat halen. Hij staat een voorzichtige, stapsgewijze benadering voor, zegt hij zelf. Die benadering is dan bijvoorbeeld af te zien aan het feit dat Ritzen in een paar maanden tijd al een hele reeks ad hoe-commissies heeft ingesteld die hem moeten adviseren over uiteenlopende zaken als de oprichting van onderzoekscholen (graduate schools), de privatisering van de studieleningen, de reorganisatie van het departement.
Advies De minister: "Voor ik iets doe, wil ik goed geadviseerd worden. Het advies en overleg wil ik in toenemende mate ad hoc organiseren met behulp van deskundigen op specifieke terreinen. Zo kan de kennis van het land benut worden. Specifieke adviezen vragen en voor elk advies een goed
'Bundeling van toponderzoek is dringend geboden' Het is nu absoluut geen kwestie meer van bezuinigen omdat er te weinig geld is. Waar het nu om gaat, is om afwegingen te maken voor een goed gebruik van het geld van de samenleving. Er is toch een heel nieuwe situatie ontstaan bij het aantreden van dit kabinet. Door het herstel van de koppeling gaan ook de salarissen in het hoger onderwijs weer de trend volgen van het bedrijfsleven. Verder is er het extra geld voor het hoger onderwijs door de invoering van de OV- kaart. Zo'n opmerking vind ik dan erg storend." Ritzen wil overigens niet het type bestuurder zijn die het beleid van zijn voorganger in een klap grondig ovef-
draagvlak organiseren, dat vind ik zelf typerend voor mijn wijze van beleid voeren. Als je iets gedaan wUt krijgen, moet je daarvoor een draagvlak zien te vinden. Maar dan wel een draagvlak dat door overtuiging wordt gecreëerd. Ook als ik zelf expliciete ideeën heb, vind ik het onjuist om die uitgebreid naar voren te brengen." Waar die omtrekkende bewegingen uiteindelijk allemaal naar moeten leiden is dat we straks een meer gedifferentieerd stelsel van hoger onderwijs hebben, aldus Ritzen: "Geen concessies in kwaliteit naar beneden toe, maar vooral de grotere bandbreedte naar boven maximaal benutten via
differentiatie." Niet dat de bewindsman niet tevreden zou zijn over de kwaliteit van het Nederlands hoger onderwijs, maar, zo voegt hij toe: "Goed is niet goed genoeg." Zowel in onderwijs als in onderzoek zijn wat hem betreft nog wel wat zaken voor verbetering vatbaar. De rol van de minister daarin is, vooral voor een minister die zo'n uitgesproken voorstander is van meer autonomie, natuurlijk beperkt. Hij zal het dan vooral moeten zoeken in het bedenken, of uitbreiden, van structuren waarin de kwaliteit achteraf getoetst wordt. Verbetering van het onderwijs aan de universiteiten, zo meent Ritzen, moet vooral gezocht worden in een betere structuur. Ten onrechte wordt weleens de indruk gewekt dat 'wetenschappelijk' gelijk staat aan 'zonder structuur', gelooft de minister. "Zeker, een academisch student moet zelfstandig leren werken, maar dat ontslaat de universiteiten niet van de plicht een goed gestructureerd programma aan te bieden. Een paar uur college geven en dan zeggen: zoek het verder zelf maar uit - dat is geen uitnodiging tot zelfstandig werken maar tot weinig werken. Wetenschappelijk onderzoek, onder andere van de Leidse onderwijskundigen Van der Drift en Vos, heeft aangetoond dat juist een goed gestructureerd onderwijsprogramma leidt tot de meest lucratieve besteding van de tijd - ook van de zelfstandig te vullen tijd. Het verschil tussen een beroepsopleiding en een wetenschappelijke zit 'm in heel andere dingen: in het abstractieniveau, in een verbinding met ontwikkelingen op het onderzoeksterrein." Ritzen vindt dat de universiteiten vaker met een kritisch oog naar die structuur moeten kijken, of liever: la-
ten kijken. Onderwijsprogramma's worden gemakkelijk vrij kritiekloos van jaar op jaar overgenomen en de frisse blik van een commissie van buitenstaanders kan dan zo nu en dan zeer verhelderend werken. Is de samenhang nog wel goed, is de stof nog wel up to date, komt de structuur nog wel met de inhoud overeen: dat zijn vragen die een studierichting zichzelf regelmatig zou moeten stellen. Ritzen noemt als voorbeeld een ervaring uit zijn eigen studententijd. "Een groepje derdejaars studenten Natuurkunde, waaronder ikzelf, vond dat er een aantal vakken in ons programma waren die een duidelijke gemeenschappelijke basis hadden. Mechanica, electrotechniek en optica: alledrie gingen ze in feite over trülingen. Wij stelden daarom voor er één groter vak Trillingen van te maken. Dat voorstel is aangenomen. Kijk, het lijkt heel vanzelfsprekend dat je zo nu en dan eens met een kritische en onbevangen blik naar je curriculum kijkt, maar het gebeurt niet. Dat is geen verwijt aan Delft, want ik weet zeker dat het elders niet beter gaat." Meer structuur in de opleiding staat Ritzen trouwens ook voor ogen waar het de tweede fase van het wetenschappelijk onderwijs betreft. Niet voor niets was de eerste inhoudelijke notitie van de nieuwe minister gewijd aan de 'graduate schools', inmiddels in goed Nederlands vertaald tot 'onderzoekscholen', want een goed gestructureerde opleiding voor toponderzoekers ligt Ritzen na aan het hart. Volgens de notitie zijn daarin een 'georganiseerd onderwijsaanbod'.
v e r v o l g
op
pagina
6
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 augustus 1989
Ad Valvas | 576 Pagina's