Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1989-1990 - pagina 181

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1989-1990 - pagina 181

8 minuten leestijd

10 NOVEMBER 1989

Q

BOEKEN De boksring van de psychologie In veel takken van wetenschap houden de beoefenaren er niet van om onderlinge verdeeld­ heid breed uit te meten. Als er dan toch gekibbeld moet wor­ den, haast men zich nogal eens eraan toe te voegen dat het hier de kinderziektes van een 'jonge' wetenschap betreft. Gaat van­ zelf wel weer over. Een gerijpte wetenschap, zo heet het, levert daarentegen ondubbelzinnige resultaten op waar een mens wat aan heeft; de toevallige po­ litieke opvattingen of andere subjectieve voorkeuren van deze of gene onderzoeker staan daar los van. In bijna geen tak van weten­ schap is die spanning tussen het streven naar resultaat en poli­ tieke twijfel zo duidelijk voel­ baar als in de psychologie. Veel psychologen zien zich eigenlijk meer als natuurwetenschap­ pers dan als sociale weten­ schappers, eeuwig op zoek als ze zijn om met behulp van expe­ rimenteel onderzoek en veel statistiek alom geldende wet­ matigheden vast te leggen. Tegelijkertijd is er ook bijna geen vakgebied zozeer onder­ hevig aan politieke controverse als de psychologie. Heeft het tweelingonderzoek nu wel of niet aangetoond dat intelligen­ tie erfelijk bepaald is? Is het aantoonbaar dat zwarten 'van nature' dommer zijn dan blan­ ken? Dat zijn vragen waarover psychologen elkaar met een on­ gebreidelde hartstocht in de we­ tenschappelijke haren vliegen.

Koos Neuvel De verdienste van Andrew M. Colman is dat hij die controver­ ses niet wegmoffelt. In een zes­ tal los van elkaar staande hoofdstukken over telkens om­ streden onderwerpen (tweelin­ gonderzoek en intelligentie, ras­ verschil, gehoorzaamheid, an­ norexia, hypnose en parapsy­ chologie) laat hij nauwgezet zien hoe een bepaald debat ont­ staan is en welke argumenten er zijn aangevoerd. Het lezen van al die stukken heeft iets ontluisterends. Wie al­ tijd gedacht heeft dat psycholo­ gen onbevooroordeelde gees­ ten zijn, die ondergaat een ont­ nuchterend stortbad. Uit alle macht proberen ze een stelling te onderbouwen die ze al van tevoren in hun hoofd hebben zit­ ten. Argumenten die hun stel­ ling kunnen verzwakken wui­ ven ze luchtigjes weg en soms schuwen ze zelfs het regelrechte bedrog niet. Het lijken wel men­ sen, die psychologen. In zijn inleiding zegt Colman dat hij wil bijdragen aan het aan­ kweken van een gezond scepti­ cisme ten aanzien van de me­ ning van deskundigen. Wat mij betreft is hij in dat doel prima geslaagd. Maar zijn boek heeft bij mij nog een ander onbe­ doeld effect gehad. Door nauw­ keurig aan te geven wat de con­ flictpunten zijn, geeft Colman in­ direct ook a a n wat geen con­ flictpunt is, datgene waar de

psychologen het kennelijk wel over eens zijn. Dat kan geïllustreerd worden aan de hand van het hoofdstuk over gehoorzaamheid en wreedheid. Het onderzoek daarnaar is op gang gekomen naar aanleiding van de zaak Adoü Eichmann. Van deze man die talloze joden de dood injoeg werd verondersteld dat hij wel een perverse sadist moest zijn. Maar de filosofe Hannah Arendt omschreef hem heel an­ ders. Zij had het over 'de banali­ teit van het kwaad'. Eichmann was voor haar niet meer dan een ietwat saaie burgerman en een saaie burocraat, iemand die de joden naar de gaskamer toestuurde omdat het nu een­ maal zijn opdracht was. Naar aanleiding hiervan wer­ den in Amerika hele groepen onderzocht in laboratoriumsitu­ aties of zij, wanneer hun dat opgedragen werd, bereid wa­ ren andere mensen wreedhe­ den aan te doen. De meeste mensen waren daar inderdaad toe bereid. Door zulk onderzoek wüden de onderzoekers de es­ sentie van een verschijnsel als gehoorzaamheid, los van de concrete maatschappelijke con­ text, onderzoeken. Er zijn veel discussies rond dit soort onderzoek ontbrand, met name over de ethische aspecten ervan. Maar geen enkele psy­ choloog, althans Colman noemt ze niet, stelt de vraag of het wel zo zinvol is naar een essentie van gehoorzaamheid te zoeken.

Want niet altijd, kan met even­ veel recht beweerd worden, leidt blinde gehoorzaamheid tot wreedheid. Zulk onderzoek leidt tot inzichten als: alle gehoorza­ me mensen, of op zijn minst heel veel, zijn potentiële moorde­ naars; of in een ander verband: alle marmen zijn potentiële ver­ krachters. Het zijn bevindingen die uitblin­ ken in nietszeggendheid: waar­ schijnlijk kun je geen eigen­ schap bedenken of vrijwel ieder mens heeft er wel een zekere aanleg voor. Maar waar die ei­ genschappen toe leiden, of ze tot uitdrukking komen en zo ja, op welke manier, zou wel eens heel sterk gebonden kunnen zijn aan een concrete situatie, aan een maatschappelijke con­ text. Iets dergelijks zie je ook in de discussies over inteUigentte. De heftigste debatten worden ge­ voerd over de vraag of het IQ nu bepaald is door erfelijkheids­ dan wel milieufactoren. Maar vrijwel niemand bekritiseert dat uit die IQ­tests een zeer beperkt idee van intelligentie spreekt. Je zou heel goed de positie kurmen. verdedigen dat intelligentie geen abstract begrip is wat je als een eigenschap in je hebt. De stelling kan ingenomen wor­ den dat intelligentie een con­ creet begrip is, dat kennis altijd kennis binnen een bepaalde si­ tuatie is; dat het gaat om inzicht in politieke verhoudingen, in hoe een boek is opgebouwd, of om inzicht in de gevoelens van anderen. Wederom is het de vraag of de context zich wel zo­ maar laat elimineren. Maar der­ gelijke vormen van intelligentie laten zich wat moeilijker in een mooi rond IQ­getalletje vastleg­ gen. De vragen die klaarblijkelijk niet of nauwelijks gesteld wor­

lilt del­SYCHO ICXÏIE

'='­A»lir Colman

•"•}«5ïi-f

den, zijn misschien nog wel inte­ ressanter dan de vragen die wel gesteld worden. Ik vermoed dat het in de genoemde geval­ len te maken heeft met het stre­ ven van de psychologie om een 'harde' wetenschap te zijn, met het streven naar generaliseer­ bare onderzoeksgegevens, met een streven naar universaliteit waaruit het bijzondere geëlimi­ neerd is. Het is een bepaald positivistisch denkkader waarmee de hoeken van de boksring afgebakend worden. Alleen binnen die ring mag met behulp van korte op­ stoten en linkse dan wel rechtse hoeken het Hchaam van de te­ genstander murw gebeukt wor­ den.

Andrew M. Colman ­ List, Bedrog en Fei­ ten in de Psychologie. Amsterdam/Lisse, Swets Zeitlinger. Prijs ƒ 37,50.

Helder schrijven vereist vooral helder denken De columnist Heldring vult zijn rubriek in NRC Handelsblad maandelijks met de taalfouten die hij in dag- en weekbladen is tegengekomen. Hij verzamelt naar eigen zeggen alleen 'denkfouten'. Fouten als 'gelieft', 'geblufd' en 'vindt jij' zijn volgens Heldring geen deiikfouten, maar spelfouten. De laatste komt hij blijkbaar zo vaak tegen, dat hij zich maar heeft beperkt tot spelfouten in buitenlandse woorden. Of misschien vindt Heldring spelfouten vergeeflijk, omdat die (meestal) de zin niet onbegrijpelijk maken. Wie niet helder kan denken, zal ook niet helder kunnen schrijven, zo veronderstelt Heldring. Betekent dit dat de janmierzang 'Waarom schrijven onze studenten toch zo slecht?' eigenlijk vervangen zou moeten worden door het klaaglied 'Waarom denken onze studenten toch zo gebrekkig?'? Als dat zo is, dan moeten de universiteiten zich dat aantrekken. Het probleem van slecht schrijvende studenten kunnen de universiteiten effectief verwijderen met een verwijzing naar de lagere en middelbare scholen, die de leerlingen zo ruw afleveren. Dat ook gebrekkig denken gekoppeld is aan een slechte vooropleiding, is minder eenvoudig te verdedigen. Tenslotte zijn de leerlingen die naar de universiteiten mogen niet dom. Helder denken en helder schrijven hangen samen met goed

Frank van Kolfschooten lezen. Het is goed mogelijk dat het probleem van de gebrekkige schrijfvaardigheid van studenten juist op het knooppimt van deze drie vermogens ligt. Er is veel gezegd over de achteruitgang van het universitaire onderwijs sinds de invoering van

het twee-fasen-structuur. De studenten zouden minder weten. Maar het werkelijke kwaliteitsverlies zou wel eens veroorzaakt kunnen worden door de literatuur die studenten moeten bestuderen. Dat is geen primaire, maar secundaire literatuur. Die literatuur is misschien wel te góéd leesbaar. Het zijn meestal overzichtsteksten, waarin de

auteur de grote denkers en denkstromingen van het vakgebied haastig voorstelt. De student hoeft zelf vrijwel niets te doen om kennis te maken met de gedachtenwereld van de kopstukken. Niets is echter zo leerzaam als een worsteling met primaire teksten. Niets is leerzamer voor een student filosofie dan het stukbijten

Tekening Aad Meijer

van de tanden op de 'Kritik der reinen Vemunft' van Immanuel Kant, een boek berucht om zijn eindeloze zinnen. Natuurlijk wel onder de voorwaarde dat de docent zijn studenten dwingt om Kants betoog gedetailleerd weer te geven in begrijpelijk Nederlands. En wat zou een student psychologie niet kuimen leren van een confrontatie met de bedwelmend goede stijl van van Sigmund Freud! Laat de studenten maar speuren naar de zwakke plekken in Freuds betoog, die schuilgaan achter die goede stijl. Het boek De schrijfhulp van Inez van Eijkis niets anders dan een pleidooi voor veel en aandachtig lezen van alles wat los en vast zit. Haar boek bevat een grote verzameling citaten van goede voorbeelden als De Swaan, Rubinstein en Van het Reve. Inez van Eijk geeft aan welke kunstgrepen ze gebruiken om hun lezers wakker te houden. Het boek is een uitkomst voor taalgebruikers, die al regelmatig stukken schrijven en het leven aangenamer willen maken voor hun lezers. Bestuurders en juristen kimnen bij Van Eijk leren hoe ze een zin moeten maken, die geen martelwerktuig is. Studenten mogen het pas lezen als ze eerst hun portie klassieken verorberd hebben.

Xnez van Eijk, De schrijfhulp. Uit geverij Contact, Amsterdam 1989, / 22,90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 augustus 1989

Ad Valvas | 576 Pagina's

Ad Valvas 1989-1990 - pagina 181

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 augustus 1989

Ad Valvas | 576 Pagina's