Ad Valvas 1990-1991 - pagina 233
PAGINA 5
AD VALVAS 6 DECEMBER 1990
Onderzoekster te velde Antropologe Nieuwenhuys over haar verblijf in India Dick Roode nburg Vorige maand promoveerde antropo loge Olga Nieuwenhuys aan de VU op haar proefschrift Angels with cal lous hands (Engelen met eelt op hu n handen). Daarin beschrijft en analy seert zij het werk van kinderen op het platteland in de Indiase deelstaat Ke rala. Anderhalf jaar woonde zij in het kustdorp Poomkara, een fictieve naam overigens, waar de bevolking voornamelijk leeft van de visserij en van het spinnen van kokosgaren. Volgens Olga Nieuwenhuys spelen de dagelijkse werkzaamheden die kinderen in en rondom het huis ver richten een belangrijke rol in de ru rale economie. Maar daar kwam ze pas tijdens haar onderzoek achter: "Toen ik in 1978 uit Nederland ver trok dacht ik: kinderarbeid moet iets vreselijks zijn. Uitgeputte kinderen, en geslagen natuurlijk. Maar in Kera la bleek het helemaal niet zo schok kend als ik me voorstelde. In het be gin bleef ik zoeken naar werkende kinderen, want ze moesten er zijn, met die armoede. Elke keer stootte ik weer op dat huishouden: op de klein tjes passen, een beetje koken, helpen in de huisindustrie, dat soort dingen. Op het laatst kreeg ik door: dit is het. Je hoeft helemaal niet zo ver te zoe ken. De kinderen wezen me er zelf op. Dan vertelden ze dat ze niet naar school geweest waren omdat hun moeder ziek werd en ze op hun broertjes moesten passen. Als ik dat geen werk noemde, zou ik die wer kende kinderen nooit vinden."
Blanke vrouw De keuze voor Poomkara lag niet erg voor de hand. Iedereen probeerde de onderzoekster duidelijk te maken dat het dorp slechts bestond uit water en moslems en dat je daar als blanke vrouw echt niet kon wonen. Die op merkingen maakten haar alleen maar nieuwsgierig. "Eigenwijzigheid ja. Uit de literatuur blijkt dat dorpen vaak gekozen worden vanwege de gunstige ligging of een comfortabele woning. Dat lijkt me geen criterium, dan krijg je te vaak een herhaling van hetzelfde. In Poomkara viel tenmin ste nog iets nieuws te ontdekken." Voor het onderzoek had Olga N ieu wenhuis de beschikking over meer dere medewerksters. "Meisjes uit het dorp die een diploma hadden, nam ik in dienst. Twee waren zo verschikke lijk arm, die werkten in de kokosin dustrie. Ik voelde me wel verplicht die meisjes een baantje te geven. Ze deden het prima en ik had ze ook
hard nodig voor het verzamelen van al die gegevens over kinderarbeid. Zij waren mijn oren, zou je kunnen zeg gen. Vaak vonden ze het verschikke lijk, want die vissers kunnen behoor lijk ruw in de mond zijn. Veel eroti sche opmerkingen die meisjes heb ben geleden. En de mensen in het dorp vonden het ook niets, onge trouwde meiden die in de teashops rondhingen. Maar dat moesten ze van mij" In het begin van het onderzoek gin gen ze met z'n drieën alle huizen langs, meer dan 300. Dat duurde maanden. Alle gegevens over leeftijd, ziektes, schoolbezoek enzovoort wer den genoteerd. Uit deze 'census' kwa men twaalf gezinnen naar voren voor een zogenaamde budgetstudie. Een jaar lang werden die gezinnen weke lijks bezocht en gevraagd naar wat de gezinsleden de dag ervoor, van uur tot uur, gedaan hadden. De werk zaamheden van de kinderen kwamen in eerste instantie slechts zijdelings aan de orde. "Volwassenen vonden hun eigen verhaal belangrijker dan dat van hun kinderen. Met die kinde ren had ik het eerste half jaar alleen informeel contact. Op het strand, waar ik dan zogenaamd naar de on dergaande zon zat te kijken. Dan praatte je wat en ik liet die kinderen bij mij thuis tekeningen maken. De jongetjes, want de meisjes zag je niet zo vaak buiten. Maar op den duur kregen de interviewsters een hechte band met de gezinnen. Ze kwamen elke week over de vloer en schreven uitvoerige rapporten over alle huise lijke zorgen. Als ze dan vroegen of ze de dochter mochten interviewen, was dat geen probleem meer."
Feministisch Het begrip kinderarbeid heeft in de literatuur meestal betrekking op werk dat in dienstverband verricht wordt. Daarom kon Olga Nieuwenhuys niet terugvallen op bestaande theorieën. Meer houvast had ze aan de feminis tische antropologie, die aantoonde dat huishoudelijke werkzaamheden economisch van groot belang kunnen zijn. In haar proefschrift maakt N ieu wenhuys op grond van haar onder zoek in Poomkara een analyse van de sociale, economische en culturele be tekenis van de werkzaamheden die kinderen verrichten. Kerala is een van de armste deelsta ten van India, maar vreemd genoeg blijkt het onderwijsnivo heel hoog. Armoede is geen excuus voor onwe tendheid, zo wordt er gezegd. "Daar heb ik enorm mee geworsteld, wat is
Met een van pijn vertrokken gezicht rukte Kuyper voor de spiegel de pleister van zijn wenkbrauw. De sporen van de vechtpartij bij de opening van de Amstelveenlijn waren een week later nog duidelijk zichtbaar. Iedereen had hem verze kerd dat hij geen schuld had gehad aan de ordinaire zooipartij, en dat de leden van het dispuut Pyroleukes bekend stonden als harteloze treiteraars. Het stak hem echter toch dat de VU door het incident negatief in het nieuws was gekomen. De praeses van het VUC, het Vrije Universiteitscorps, had van de week nog bezorgd geïnformeerd of hij van plan was een aanklacht in te dienen. Tijdens het lustrumfeest hadden enke le corpsleden zich ook al misdragen bij het optreden van Can dy Dulfer, en de VUC'ers waren bang dat de VU hen nu niet meer zou uitnodigen voor de nieuwjaarsborrel. Hoewel niet van harte, had Kuyper de jongen toch maar gezegd dat hij zich geen zorgen hoefde te maken, omdat hij vroeger zelf lid was geweest van het VUC. Met de woorden 'Eens een VUC'er, altijd een VUC'er' had hij hem de deur weer uitgewerkt. Gisterochtend had hij in zijn postvak een pakketje gevonden, dat afkomstig bleek te zijn van het VUC. Het bevatte een strop das van marsepein, met een briefje erbij van Sinterklaas, waar in de eminente historische banden tussen de familie Kuyper en het VUC breed werden uitgemeten. Kuyper vond de prae ses een hypocriete slijmbal, maar hij had hem wel op een idee gebracht. Het was immers 5 december, en hij wilde zijn enige collega verrassen. Leonore Martini kon wel wat morele steun gebrui ken op dit moment. Ze had zich volledig gestort op de voorbe reiding van haar inaugurele rede, die ze op 15 januari, bij de officiële opening van het Centrum voor Ethische Vraagstuk
"In Kerala werd me dat wel eens verweten: jij komt hier gegevens ver zamelen, krijgt een dure baan en wij blijven in dezelfde ellende zitten. Daar had ik geen ant woord op. Ik kon alleen maar zeggen: ik schrijf een boek over jullie en misschien helpt dat. Meer kan ik niet belo ven." Een gesprek me t antropologe Olga Nieu wenhuys over haar on derzoek in India.
Olga Nieuwenhuys samen met haar onderzoeltsassistenten armoede? In Kerala is de zegswijze 'to read and not to eat'. In alles moet je uitstralen dat je cultuur hebt: ge wassen, gekamd, modern gekleed en praten over het nieuws. Ik hoor ze nu al discussieren over Saddam Hoes sein. Politiek is een hobby, ook voor kinderen. Je hebt zo veel vormen van armoede. In andere deelstaten heb ben ze meer te eten, maar geen on derwijs. In het Westen kun je spreken van een menselijke armoede, een zaamheid. Het is typisch westers om armoede zuiver materieel te zien." Over kinderarbeid wordt in het proefschrift geen moreel oordeel uit gesproken in de zin van: zielig toch, die kindertjes. Het boek is vanuit een 'kinderstandpunt' geschreven. Op de zelfde manier als de vrouwenstudies aandacht besteden aan de onderbe lichte rol van de vrouw, probeerde Olga Nieuwenhuys de blinde vlek van de kinderwereld in te vullen. Tenslotte vormen ook zij een helft van de wereldbevolking. "In de gang bare antropologische literatuur be staan die niet, net als vrouwen. Ook de hulpverlening aan kinderen in de Derde Wereld moet maar eens vol wassen worden. Je kunt niet alles over hun hoofden beslissen. Dat ac cepteren kinderen niet meer." "Het duurde lang voor ik de juiste toon voor mijn proefschrift te pakken had. Ik kwam steeds weer terecht bij
een emotionele benadering. Kinde ren, armoede dat sentiment bleef meespelen. Pas later kon ik daar af stand van nemen." In de proloog van haar proefschrift beschrijft Olga Nieuwenhuis een korte periode dat ze als kind in Italië woonde en met meisjes uit het dorp meewerkte op het land. Die ervarin gen liggen volgens haar ten grond slag aan haar preoccupatie met kin derarbeid. Volgens haar promotor, prof. Peter Kloos, is de antropoloog zelf ook een instrument van kennis en daarom moet je laten zien wie je bent. Een viool en geen contrabas, om maar wat te noemen. Zelf heeft Olga Nieuwenhuys het in een van haar stellingen over de intuïtie, ver beeldingskracht en mensenkennis, die in de praktijk van de antropologie een grote rol spelen. "Tijdens je op leiding leer je dat je die dingen moet uitschakelen, want je moet weten schappelijk zijn. Maar wanneer je gaat schrijven, kom je daar toch niet onderuit. Als ik niet kan verwoorden wat ik voelde tijdens dat speciale ge sprek met die ene vrouw, gaat het boek niet leven. Dan wordt het geen muziek en kan de lezer zich er niets bij voorstellen."
Niet diplomatiek
wel eens problemen op. "Daar heb ik onder geleden, dat ik niet zo diplo matiek ben. Ik was nog jong, nu zou ik misschien minder brokken maken. Roken bijvoorbeeld, ik wist niet of dat kon. Iedereen vroeg me om siga retten, want blanke vrouwen roken nu eenmaal. Ben gaan roken, maar sommige mensen stoorden zich daar vreselijk aan. Blijkbaar deed ik het steeds precies op het verkeerde mo ment. Voor die tijd rookte ik trou wens niet, ik ging roken om de span ningen te verwerken. Je zit daar in je eentje, toch een buitenstaander, ze accepteren je niet echt. Daar werd ik wel eens wanhopig van. En ik fietste, dat werd ook niet zo gewaardeerd. In het begin probeerde ik wel aan hun verwachtingspatroon te voldoen, maar op een gegeven moment had ik daar genoeg van. Later kreeg ik een motorfiets. Zou je denken dat is er ger, maar dat werd wel geaccepteerd. Nee, niet als curiosum, dacht ik eerst ook. De reden was dat zo'n motor als een statussymbool geldt. Een fiets is voor de visverkoper, dat doet een dame niet. Een motorfiets hadden ze nog niet in het dorp, er reed één oude scooter rond. Dus op mijn blitse rooie motorfiets was ik boven alle kri tiek verheven. Als je daar op reed was je eigenlijk een filmster."
De in die stelling vereiste mensen kennis leverde in de Keralese praktijk
A. Kuyper Zn.
De belevenissen van een achterkleinkind (17) ken zou moeten houden. Hij had haar al een week nauwelijks gezien, en hij leefde met haar mee. Ethisch N ederland zou op de loer liggen om haar te kunnen pakken op een ondeugdelij ke redenering; en ook de media zouden natuurlijk aan haar lippen hangen. Ethici waren tenslotte de goeroes van de jaren negentig. Kuyper dacht dat een mooie Sinterklaassurprise haar goed zou doen. 's Middags was hij de stad in geweest. Het was niet meegeval len, maar na lang zoeken was hij huiswaarts gekeerd met een prachtig uitgevoerd boekje over retorica bij de oude Grieken. Het had hem heel toepasselijk geleken. Thuis had hij zitten broeden op een gedicht. Zijn dichtader had erg traag gevloeid. Universiteit leuke meid... nee, dat was te platvloers. Ethiek romantiek... nee, dat zou een verkeerde
indruk kunnen wekken. Hoogleraar ethisch bezwaar met el kaar nog wel tien jaar... ja. Met die woorden was hij maar aan de slag gegaan. Hij had er nog langdurig aan geschaafd, en uit eindelijk had hij het gedichtje in zijn mooiste handschrift over geschreven op perkamentpapier. Met de verpakking had hij aanzienlijk minder moeite gehad. Hij had een schoenendoos uit zijn kast gehaald, zijn verf doos opgezocht, en wat zaagsel en stro uit het konijnehok van zijn buurman gehaald; hij had nog geaarzeld over de pot stroop en de groene zeep, maar besloten dat hij daar toch wat te oud voor was. Na een avondje knutselen was zijn ethische bijbel klaar, hol van binnen en opgevuld met het cadeautje. Met een voldaan gevoel was hij gaan slapen. Voor de spiegel zijn litteken inspecterend, overdacht Kuyper de gebeurtenissen van de afgelopen week. Hij had Leonore vandaag weer niet gezien. Hij wist niet eens wanneer zij de sur prise zou vinden, die hij in haar postvakje had gelegd. Geluk kig kon het niet bederven, maar hij hoopte dat het niet al te lang na Sinterklaas zou zijn. Dat zou toch een beetje mosterd na de maaltijd zijn. Opeens werd er hard op de deur geklopt. Geschrokken deed hij open. Er was niemand te zien, maar op de grond stond een fles wijn met een gedichtje erbij: Sint was je niet vergeten. Zij wil graag met je u it eten. Je gaf die corpsballen van katoen En daarvoor krijg je een dikke zoen!" Kuyper begon te blozen. Een zoen van Leonore en een etentje! Wat zou het jaar mooi eindigen...
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990
Ad Valvas | 574 Pagina's