Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1990-1991 - pagina 371

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1990-1991 - pagina 371

2 minuten leestijd

AD VALVAS 7 MAART 1991

PAGINA 5

Een decaan mag eigenlijk nijts De universiteit volgens organisatie­adviseur Otto Martin Enserink Het was zo'n klassieke Teleac­cursus: een Deskundige werd in de studio uitgebreid ondervraagd door een pre­ sentator, afgewisseld met uit het le­ ven gegrepen sketches in een rudi­ mentair decor. De cursus heette Effectief omgaan met conflicten in bedrijven en instellingen en werd een kleine twee jaar geleden uitgezonden. De Deskundige heette drs. M.M. Otto. Het professioneel ruziemaken, ofwel conflicthantering, is een van de specialiteiten van Machiel Martin Otto, directeur van het organisatie­ adviesbureau GITP en sinds 1 januari deeltijd­hoogleraar (een dag in de week) aan de Vrije Universiteit. Op sommige faculteiten is Otto's naam nu al een begrip. Bij Aardwe­ tenschappen bijvoorbeeld, waar hij enkele jaren geleden de organisatie doorlichtte, komen zijn aanbevelin­ gen nog regelmatig ter sprake. Otto's kritiek op de facultaire bestuursstijl was dan ook niet mals. Hij vergeleek de faculteit met een divers maar cha­ otisch veldboeket, een eilandenrijk. Het wi]-gevoel ontbrak, er was geen respect voor het bestuur en geen be­ trokkenheid bij het instituut. Voor leidingggevende functies zocht men bij voorkeur naar niet al te sterke fi­ guren. De gevolgen: teruglopende studentenaantallen en versnipperd onderzoek. Ferme taal die aan het denken zette.

Universiteiten zijn geen bedrijven, dus moetje ze ool\ niet ais een be­ drijf besturen, vindt drs. M.M. Otto, organisatie­ adviseur. Toch zit de universitaire structuur hem niet heiemaal iei<­ ker. De faculteitsdeca­ nen bijvoorbeeld, mo­ gen eigenlijk niks, terwijl ze een hoop gezeur aan hun kop krijgen. Otto kent de VU door en door; het is een van z'n betere klanten. Onlangs werd hij zelf tot deeltijd­ hoogleraar benoemd.

Belly Nu is Otto zelf benoemd tot hoogle­ raar, in het kader van de post­docto­ rale beroepsopleiding tot organisatie­ adviseur, het jongste geesteskind van de economische faculteit. Besturing van veranderingsprocessen luidt Ot­ to's leeropdracht. In zijn eigen woor­ den: "Hoe kan een externe adviseur de noodzakelijke veranderingen m een organisatie aanbrengen? Vooral als het gaat om veranderingen aan de top, waar mensen ruziemaken of dis­ functioneren, is dat nogal ingewik­ keld. Je zit dan diep in de belly van een organisatie; dat vereist nogal wat van je aanpak." Bescheiden: "Daar zijn in zo'n opleiding best verstandige dingen over te zeggen". De universiteit, daar wilden we het eigenlijk over hebben. Otto heeft een immers een ruime ervaring met de organisatie van de academische ge­ meenschap. Zo leidde hij voor de VU secretaris­beheerders en medewer­ kers van de centrale diensten op, was hij betrokken bij de organisatie van ACTA, de gezamenlijke tandheelkun­

defaculteit van VU en UvA, en advi­ seerde hij over de vraag of de bèta­fa­ culteiten moesten fuseren, dan wel apart door het leven gaan. Zijn ad­ vies, beweren insiders in de bèta­fa­ culteit, is van groot belang geweest bij de beslissing van het college van bestuur de faculteiten niet te dwin­ gen tot fusie.

Morrelen Is dat nu een nachtmerrie voor de or­ ganisatie­adviseur, zo'n universiteit met drie bestuurslagen, ontelbare ra­ den en commissies en duizenden hoog­opgeleide personeelsleden? Dat valt best mee, stelt Otto gerust. "Je moet in elk geval niet in die val­ kuil trappen die je tegenwoordig vaak hoort: dat de universiteit als een be­ drijf bestuurd moet worden. Dat is een falikant foute gedachte, want a) dan snap je de mensen niet die er werken en b) begrijp je de primaire processen van een organisatie niet. De universiteit heeft de oerkenmer­

Kuyper was nogal aangeslagen na zijn vergeefse pogingen om toegelaten te worden tot de raadsverkiezingen. Hij had zich een paar dagen teruggetrokken in zijn huis, want voorlopig wilde hij zijn collega's niet meer onder ogen komen. Na zijn verloren beroepszaak had hij constant het gevoel gehad dat ze hem wat meewarig nastaarden. Thuis was hij aan het lezen geslagen. Zijn drukke werkzaam­ heden op de VU hadden hem het lezen de laatste maanden wat belet, zodat de stapel nog te lezen boeken danig was gegroeid. Verder dan één boek kwam hij overigens niet, maar dat was dan ook ontzettend dik. Hij was drie dagen totaal van de we­ reld door 'De quincunx' van Charles Palliser. Het rijke fami­ lieleven van het geslacht Kuyper viel daarbij volkomen in het niet. Het bezoek aan deze papieren wereld had een ander mens van hem gemaakt. Hij voelde zijn bloed weer stromen, hij rook het komende voorjaar, hij was zich opmerkelijk bewust van het vogelgekwetter in zijn tuin, en opeens nam ook de schoonmaakdrang bezit van hem. Hij begon bij de kelder en poetste zich langzaam een weg omhoog naar de zolder. Daar was hij jaren niet geweest. Dik onder het stof lag daar zijn ver­ leden. Een kast met kinderspeelgoed; een doos met verkleed­ spullen; wat afgedankt meubilair, waaraan te veel herinnerin­ gen kleefden om het bij het grof vuil te zetten; een schoenen­ doos vol foto's, nooit ingeplakt, uit de tijd dat zijn gezinnetje nog gelukkig en compleet was. En toen hij de oude scheepskist opende die nog van zijn overgrootvader was geweest, trof hij daar een stapel identieke boeken aan. Het ging om een dertig­ tal exemplaren van Om de oude wereldzee, reisverhalen ge­ schreven door Abraham Kuyper. Hij raakte erin aan het lezen, en bleef steken bij een passage in het hoofdstuk 'Het joodsche

durf het bijna niet te zeggen ­ straf­ fen en belonen." Meer vrijheid voor de decaan ­ maar ook meer verantwoordelijkheid. Het ergert Otto dat zwakke bestuurders noodgedwongen getolereerd worden. "Ik denk dat een decaan hoe dan ook altijd afgezet moet kunnen worden, zelfs al denkt men binnen de faculteit dat het eigenlijk allemaal wel aardig gaat. Als een decaan zich profileert door vrijblijvendheid en er komt geen beleid tot stand, dan zou het hoogste niveau (het college van bestuur, red) moeten kunnen ingrijpen, iets wat nu niet kan. Dat vind ik zwak." Otto heeft nog wel meer kantteke­ ningen bij de huidige gang van zaken aan de universiteiten. Hij noemt het uiterst gedetailleerde budgetterings­ systeem waardoor faculteiten en diensten een minimale speelruimte hebben. En de gekozen raden, de verworven­ heid van de jaren zestig die steeds meer onder druk komen te staan? Die mogen blijven, in de universiteit volgens Otto, want "een verschrikke­ lijk groot probleem zijn die niet". Als je ze tenminste een beetje als een soort ondernemingsraad wilt zien. "Het ligt aan de kwaliteit van het ma­ nagement hoe je met zo'n raad om­ springt. Als je er open en constructief mee omgaat, ja dan kan men wel eens een beetje kribben en krabben, maar na een tijdje heb je een goede relatie." 'Een decaan moet kunnen - ik durf het bijna niet te zeggen straffen en belonen' Foto Peter Welters, AVC/VU

Pruttelen

ken van een professionele organisatie, dat wil zeggen dat de man of de vrouw aan de basis het eigenlijke werk doet en daarbij een grote mate van autonomie heeft. Dat is een hoeksteen. Als je daaraan gaat morre­ len, moet je oppassen". Toch is dergelijk gemorrei nodig in het tijdsgewricht waarin de concur­ rentie tussen de universiteiten steeds groter wordt. Otto: "In de faculteiten constateert men wel dat de boze bui­ tenwereld aan het veranderen is, dat men marktgericht moet optreden, aantrekkelijk moet zijn. Dat vereist onder andere dat de besluitvorming aan de faculteiten efficiënter en hel­ derder gaat verlopen." Hoe zou dat moeten? Otto: "Ik zal nooit adviseren: één kapitein op het schip, die alle neuzen op de faculteit in één richting zet, want a) ben je dan snel uitgepraat en b) werkt het niet. Ik vind wel dat de positie van de de­ caan aan de faculteit enigszins ver­ zwaard zou kunnen worden. In de

Intussen heeft Otto de volgende op­ dracht van de VU alweer in z'n porte­ feuille. De faculteit biologie heeft hem aangetrokken om in juni een conferentie over 'onderzoeksstrategie' te beleggen. Daarbij wordt het onder­ zoeksbeleid via een vast systeem van invulvragen doorgelicht. Verschillen­ de andere faculteiten gingen de bio­ logen al voor. Dat er wel eens wetenschappers zijn die pruttelen tegen die modernistsi­ che inmenging in hun vak, dat neemt Otto voor lief. "Ik heb wel eens zo'n hooggeleerde heer gespro­ ken die vroeg 'organisatie­advies­ werk, is dat een vak, zijn daar boeken over?' Dat hoort bij de normale inti­ midatie. Het enige wat je bij zo'n conferentie kunt doen is zeggen: zij weten ontzettend veel van hun vak, ik weet wel iets van organisatie, kun­ nen we tot een aardige combinatie komen. Als ze zeggen 'hij snapt niks van ons vak', dan hadden ze geen geld voor mij uit moeten geven. Dat is mijn probleem niet."

huidige organisatie is het decanaat een soort corvee dat je voor een paar jaar doet, waar je een hoop gezeur mee krijgt, terwijl je maar weinig mag. Dat is een zwakke structuur. Wil je echt tot externe profilering ko­ men, tot kwaliteitsverhoging en een betere output, dan zou je volgens mij in de richting van de Amerikaanse dean moeten gaan. ­ De beroepsdecaan? "Nou ja, beroeps, beroeps.. Het moet óók een goede hoogleraar zijn, die door de wetenschappers als een van de hunnen gezien wordt. Dan accep­ teert men het ook als­ie bepaalde za­ ken er doordrukt." "Je zou zo'n functie aantrekkelijker kunnen maken in de financieel­eco­ nomische sfeer ­ dat er tenminste een behoorlijke/ee op staat ­ en met een goed secretariaat, een fatsoenlijke kamer, een budget. Verder moet ie­ mand ook eens knopen kunnen door­ hakken; in de financiële sturing rond het onderzoek een beetje kunnen ­ ik

A. Kuyper Zn.

De belevenissen van een achterkleinkind (26) probleem': "Het is de commerciële superioriteit der Joden bo­ ven den gewonen Rus, die hem tot een parasiet maakt, die de levenssappen uit breeden kring naar zich toetrekt." Hij herin­ nerde zich ineens dat het boek nooit herdrukt was vanwege dit soort antisemitische passages; de restanten had de uitgever ver­ nietigd. Het was dus een verboden boek! Kuypers ogen begon­ nen te gloeien. Wat zou dat wel niet waard geworden zijn? Er waren toch hele legers verzamelaars die hun leven besteedden aan het verzamelen van verboden drukken? Hij rende de trap af en belde het Documentatiecentrum der Gereformeerde Stam. Conservator Arie Neering reageerde enthousiast op zijn vondst. Hij verzekerde hem dat ieder veilinghuis erin geïnte­ resseerd zou zijn. En dat antisemitisme? Ach, dat moest hij in historisch perspectief zien. Auschwitz was in 1907 nog ver weg

geweest. Maar Kuyper vond het te veel gedoe om naar een veilinghuis toe te stappen. In zijn hoofd rees een ander idee. Dan zou hij in ëen klap van de partij boeken afkomen, en ook nog een goe­ de daad verrichten. Hij zou de VU­boekhandel vragen of hij daar tijdens de Boekenweek een veiling mocht houden. Het thema van de Boekenweek was immers het reisverhaal! De op­ brengst zou hij dan schenken aan de VU­bibliotheek, want die had zo verrekte weinig boeken. Zijn initiatief paste geheel in de filosofie van de Boekenweek: die was immers bedoeld om de mensen aan het lezen te krijgen. Hij zette zich direct aan het schrijven van een brief aan de VU­boekhandel. Vol en­ thousiasme legde hij zijn idee uit, en hij beklemtoonde de pu­ blicitaire waarde van zijn veilingstunt voor de boekhandel en voor het lezende publiek. Fluitend ging hij de brief posten. Twee dagen later ging hij maar weer eens naar zijn werk. Zijn huis was aan kant, zijn rechtszaak vergeten en zijn humeur bui­ tengewoon goed. Bijna huppelend liep hij zijn kamer op de dertiende verdieping binnen. Een stapel post lag op hem te wachten. Wat huishoudelijke mededelingen, wat reclamefol­ ders, en een blauwe envelop van de interne post. Hij opende hem met grote halen, omdat de VU­boekhandel de afzender bleek te zijn. Zijn ogen vlogen over het papier. En toen sloeg zijn hart over. Wat een klojo's! Stompzinnige cultuurbarbaren! Wat een heiligschennis van de Boekenweek! "Tot onze spijt moeten wij u mededelen dat uw overigens goede idee helaas niet in onze boekhandel kan plaatshebben, daar wij vanaf 6 maart, de eerste dag van de Boekenweek, wegens verbouwing gesloten zijn," las Kuyper.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990

Ad Valvas | 574 Pagina's

Ad Valvas 1990-1991 - pagina 371

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990

Ad Valvas | 574 Pagina's