Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1990-1991 - pagina 557

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1990-1991 - pagina 557

10 minuten leestijd

AD VALVAS 13 JUNI 19911

{PAGINA 11

Arjan Spit "Ik denk dat er door studenten de laatste tijd meer wordt gevraagd om efficiency, om goede programma's, dat er meer kritiek op tentamens is. Ik denk dat studenten wat dat betreft mondiger worden. En terecht, want zij zijn de consumenten en je moet als instelling een goed produkt leveren." Vanuit haar functie bij het Onderwijs Advies Bureau (OAB) probeert Flo­ rence Pijpers­Drenth al sinds 1978 het produkt onderwijs te verbeteren. Vanaf 1988 heeft zij de leiding over dit bureau, dat colleges evalueert, cursussen voor docenten geeft en fa­ culteiten adviseert over hun onder­ wijsprogramma. ­ Hoe is de relatie tussen de facultei­ ten en het Onderwijs Advies Bu­ reau? "Jarenlang hebben we gewerkt onder het motto 'U vraagt, wij bieden'. Dat kan je alleen maar doen als er genoeg vraag van de faculteiten is. Je voor­ komt daarmee natuurlijk niet dat sommige faculteiten meer vragen dan andere. Dat hoeft niet altijd in evenwicht te zijn met de door ons ge­ signaleerde behoefte aan vraag. Er is door ons altijd behoorlijk wat tijd ge­ ïnvesteerd in Geneeskunde en Tand­ heelkunde, omdat die faculteiten het idee hebben dat hun onderwijs goed in elkaar moet zitten. Andere facul­ teiten hebben jarenlang nauwelijks eeii'beroep op ons gedaan. Het zou kunnen dat daar ook niets aan de hand is, maar dat zou ons verbazen." ­ De slechte faculteiten met slecht on­ derwijs komen niet naar uw bureau? "Tot voor een paar jaar was de situa­ tie zo, maar we zijn daarbij eigenlijk geholpen door de instelling van de visitatiecommissies. Het feit dat fa­ culteiten voor zo'n visitatiecommissie een zelfstudie moeten schrijven, dat ze daarin ook iets moeten vertellen over hoe studenten over het onder­ wijs denken en wat voor problemen er op de faculteit zijn, heeft veel fa­ culteiten ertoe gebracht een beroep op ons te doen. Ze werden een beetje angstig en deden een beroep op ons voor het houden van evaluaties."

Florence Pijpers-Drent h: "Er zal nooit eens iemand bij een college van een collega gaan k i j k e n " Foto AVCAU

Personeelsbeleid

Collegegeven: het zweet staat je in de handen Florence Pijpers­Drenth sleutelt al dertien jaar aan het onderwijs van de VU De kwaliteit van het onderwijs moet meer aan­ dacht krijgen, zeggen de bestuurders. Het zijn ech­ ter op dit moment vooral de goede docenten die een cursus volgen bij het Onderwijs Advies Bureau (OAB). En bij het personeelsbeleid speelt onderwijs een ondergeschikte rol. Toch krijgen de faculteiten volgens Florence Pijpers­Drenth, hoofd van het OAB, wel meer aandacht voor het onderwijs. "Uit een soort angstig gevoel doen ze steeds vaker een beroep op ons."

­ Die komen zeker voornamelijk op de 'Onderwijskundige Basiscursus' af? "Ook op de cursus 'Hoorcollege ge­ ven'. Het is voor docenten heel be­ dreigend om, als ze jong zijn, zelf net afgestudeerd, een verhaal te moeten houden voor een groep van 300 men­ sen. Dat is ook niet eenvoudig, het is beslist niet iets wat je zomaar aan komt waaien. Voor zo'n grote groep staan roept een heel angstig gevoel op. Het zweet staat je al bij voorbaat in de handen. Bij een kleine groep heeft men eerder het idee het wei te redden. Hoewel naar mijn idee het verzorgen van een werkgroep min­

stens zo moeilijk is als het geven van een groot hoorcollege." ­ Geeft u daar ook een cursus voor? "Ja, maar onze ervaring is dat daar heel weinig mensen op af komen. Het is beslist niet zo dat daar minder problemen zijn. Dat merk je ook aan studenten: een goede werkgroep ge­ ven is vreselijk moeilijk. Ofwel de do­ cent vervalt weer in het geven van in­ formatie, zoals bij een hoorcollege, ofwel het is een vrije discussie zonder enige structuur. Toch komen er veel minder mensen op die cursus af dan op de cursus hoorcollege en dat kan ik alleen maar verklaren doordat een hoorcollege een soort angstgevoel geeft. Faalt een hoorcollege dan voelt een docent zich zelf meer verant­ woordelijk. Bij een werkgroep kan hij al snel zeggen: 'De studenten werken niet mee, het is een lastige groep, ze studeren niet'. Blaming the victim is makkelijk bij een werkgroep." "We hopen dat Noblesse Oblige (een nota van het bestuur van de VU over de kwaliteit van het onderwijs, red.) ook een stimulans vormt om bijvoor­ beeld als vakgroep de cursus 'Werk­ college' te volgen. Juist het geven van studietaken en het zorgen dat studen­ ten meestuderen met de stof, is vaak het probleem met die werkcolleges. We hopen dat er nu vragen komen over hoe je studenten op een slimme manier aan het werk krijgt. Maar er moet toch eerst een soort gevoel van

ONDERWIJS

Zoetermeer is er in 1985 mee begonnen; roepen dat het aan­ komt op de kwaliteit van het hoger onderwijs. Als een olie­ vlek heeft die mare zich sinds­ dien verspreid. In een serie van vier maakt Ad Valvas de balans op. In deel drie wordt een beeld geschetst van de activiteiten van het Onderwijs Advies Bu­ reau, dat een belangrijke rol moet spelen om de doelstellin­ gen van de notitie 'No blesse Oblige' te realiseren. Vo lgende week zal een antwoord gegeven op de vraag wat het bedrijfsle­ ven vindt van de kwaliteit van het hoger o nderwijs.

tekortschieten ontstaan bij een docent voordat hij komt."

Fouten ­ Wat blijken op de cursus de belang­ rijkste fouten van docenten te zijn bij het college geven?

­ In 'Noblesse Oblige' staat ook dat het personeelsbeleid meer op het on­ derwijs moet zijn gericht. Bestuur­ ders zeggen daarvan altijd dat het heel lastig is omdat iemands capaci­ teiten voor onderwijs moeilijk te me­ ten zijn. Is dat nu waar of willen ze er gewoon niet aan? "Je hebt bij het onderwijs niet zo'n makkelijke maat als de publikaties en citaties bij het onderzoek. Dat wil niet zeggen dat je je daardoor van zo'n belangrijke taak als het onderwijs niets meer aan hoeft te trekken. Ik stel me in ieder geval voor dat het bij bevordering een punt is of iemand zich inzet voor het onderwijs. Het is niet volstrekt onbekend hoe iemand functioneert in het onderwijs, ook al heb je niet zo'n duidelijke maatstaf."

"Dat is moeilijk te zeggen. Mijn opzet is altijd geweest dat je docenten moet nemen zoals ze in die cursus komen. Niet iedereen is een geweldig cabare­ tier, niet iedereen kan een fantastisch verhaal brengen. Ieder heeft zijn na­ delen en ik ga er vanuit dat mensen op een bepaalde leeftijd slecht te ver­ anderen zijn wat betreft de manier van praten, de manier van bewegen. Waar ik dan meestal het accent op leg is zorgen dat je de zwakke kanten verdoezelt en je goede kanten naar voren haalt. Als iemand ongelofelijk snel praat, zeg ik hem in vredesnaam het bord te gebruiken, zinnen op te schrijven, want dat vertraagt. Dat werkt beter dan dat je iemand 'lang­ zaam praten' in zijn dictaat laat zet­ ten, want dat doet hij één minuut en daarna is hij weer op zijn oude tem­ po."

­ Men durft er misschien ook niet zo over te spreken? "Nee, het heersende idee is dat de manier van onderwijsgeven iets vol­ strekts individueels is. Er zal ook nooit eens iemand bij een college van een collega gaan kijken, al is het al­ leen maar om informatie op te doen. Dat is allemaal heel erg taboe. Vroe­ ger was het zelfs een beetje verdacht als je een goed docent was, want dan zou je wel niet zo'n goed onderzoeker zijn. Dat is wel veranderd. Maar wan­ neer er, ook in een functioneringsge­ sprek, minder aandacht wordt gege­ ven aan onderwijs krijgt het toch een ondergeschikte rol. Bij het benoe­ mingsbeleid komt het voor dat bij­ voorbeeld een hoogleraar wordt be­ noemd zonder dat bekend is of ie­ mand ook didactische kwaliteiten meebrengt. Dat kan toch niet, er moet op de een of andere manier ge­ keken worden naar de kwaliteiten om onderwijs te geven, voordat iemand benoemd wordt. Bij benoemingen van dominees gaat men altijd horen, met een bandrecorder op zak. Mis­ schien zou dat ook bij docenten moe­ ten, maar je kunt ook denken aan het geven van een proefcoUege. Als solli­ citatiecommissie moet je duidelijk maken dat onderwijs op de universi­ teit een belangrijke taak is. Mensen die het liefst op een zo geavanceerd mogelijk onderzoeksinstituut zitten en het maar lastig vinden dat daar studenten om heen lopen moet je niet hebben."

­ Hebben docenten de neiging om op college te veel informatie te geven? "Dat is vooral voor beginnende do­ centen het geval. Die hebben ook al­ tijd veel te veel stof, zijn als de dood dat ze na een kwartier zijn uitgespro­ ken. Waar verder veel nadruk op wordt gelegd door ons, is de structu­ rering van het verhaal. Mensen heb­ ben het vaak niet zó gestructureerd dat ze ook kunnen versnellen of ver­ tragen. Je moet eigenlijk je verhaal zo maken dat als je denkt dat je niet 'haalt wat je in gedachten had, er niet ergens middenin een breuk komt,

"Ook het idee dat je alleen maar in het onderzoek carrière kunt maken moet op de helling. Als je een goed onder­ wijzer bent, goed oog hebt voor het curriculum en de onderwijsorganisa­ tie van de faculteit, moet ook een ho­ gere salarisschaal mogelijk zijn. Nu kun je alleen meer betaald krijgen, in termen van een Universitair Hoofd­ docent, als je een heel goed onder­ zoeker bent. Als instelling kun je ech­ ter niet de status van het onderwijs verbeteren als daar niet tegelijkertijd een financiële opwaardering aan vast zit."

Ouderen ­ Het OAB geeft ook cursussen voor docenten. Ik heb altijd het idee dat daar docenten naar toe komen die al veel aandacht hebben voor onderwijs. De goede docenten worden er nog be­ ter van? "Als je uitgaat van de ouderen die ko­ men, klopt dat beeld. De laatste tijd komen er ook veel jonge,Tiieuwe do­ centen en het is beslist niet zo dat die nu al uit het goede hout gesneden zijn. Maar die hebben wel het besef dat je voor het geven van onderwijs iets kunt leren: niet iedereen is een geboren docent, maar ook niet ieder­ een is een geboren slechte docent. Daartussen zit een marge waar je wat aan kan doen. Ik denk niet dat van die groep jonge docenten ook ieder­ een al zoveel met onderwijs bezig is."

maar dat het een afgerond verhaal is. De structuur van het verhaal moet duidelijk zijn, ook voor studenten. Het probleem is vaak dat mensen een verhaal in hun hoofd hebben, met ongelofelijk veel informatie en maar gewoon beginnen. Voor studenten is het moeilijk uit zo'n enorme woor­ denbrei het systeem te halen. Ik zeg vaak tegen docenten dat ze maar eens wat dictaten in moeten nemen na af­ loop van het college. De meesten schrikken zich dan een hoedje, omdat meestal blijkt dat de hoofdpunten ab­ soluut niet in die dictaten terecht zijn gekomen. Dat is enerzijds natuurlijk te wijten aan de studenten, die daar niet handig in zijn, maar het is veel vaker de schuld van de docenten die niet duidelijk kunnen maken waar het nu eigenlijk omgaat."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990

Ad Valvas | 574 Pagina's

Ad Valvas 1990-1991 - pagina 557

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990

Ad Valvas | 574 Pagina's