Ad Valvas 1990-1991 - pagina 127
1110 jaar Vrije Universiteit i
AD VALVAS 18 OKTOBER 1990
PAGINA 7
De evolutietheorie voor provincialen verklaard Hoe viel de evolutietheorie in Koudum? En waarom moesten de denkbeelden van Karl Marx toch worden losgelaten op de VU-studenten? Wat deden ze daar in Amsterdam met de centen uit het VU-busje, zo vroegen de kleine luyden in de provincie zich verontrust af. Bioloog Lever verhaalt hoe hij de gereformeerde achterban geruststelde. Mark Plekker "Van achter de baktrog en de ploegschaar zal het geld voor de eigen universiteit worden ingezameld." Deze woorden van Abraham Kuyper waren niet tot dovemansoren gericht. De bakker en de boer gingen aan het sparen. De Vrije Universiteit zou niet hebben bestaan zonder de financiële steun van de achterban van 'kleine luyden'. Door donateur te worden van de Vereniging van de Vrije Universiteit brachten ze het geld bijeen. De Vereniging op haar beurt koesterde de leden. Jaarlijks werden er grote tweedaagse bijeenkomsten belegd waar de leden konden zien wat er met hun geld gebeurde. De ene dag was voor Verenigings-zaken. Op de andere dag stak een hoogleraar een referaat af over een behartigenswaardige zaak. De VU was voor de Tweede Wereldoorlog nog klein en overzichtelijk. In 1930 waren er in totaal 21 hoogleraren. De achterban kende zijn hoogleraren en liet zich tijdens deze VU-dagen op de hoogte houden van ontwikkelingen op de universiteit. De groei, de grote sprong voorwaarts, van de
Prof.dr. J, Lever: 'Onze mensen moesten weten wat er gebewde'.
v u zette na de Tweede Wereldoorlog in. De hechte relatie tussen de achterban en de universiteit komt in deze periode echter onder grote spanning te staan. De oorzaak daarvan is met name het natuurwetenschappelijk onderzoek dat aan de VU wordt gedaan.
Spaarders Dit stond haaks op de bijbelse scheppingsgedachte die de kleine luyden op zondag hoorden verkondigen de kerk. Er ontstond een kloof tussen de wetenschappers in Amsterdam en de gulle spaarders in het land. Prof.dr. J. Lever kwam in 1950 naar de VU om samen met prof.dr. L. Algera de afdeling Biologie op te bouwen. Sinds eind 1986 is hij met pensioen. Vanaf zijn aantreden heeft hij het vuur uit zijn sloffen gelopen om contact te houden met de achterban, juist over het heikele punt van evolutie en schepping. "De VU," zegt hij, "is altijd in gesprek geweest met haar achterban. Daarbij ging het lang niet altijd over thema's die moeilijk lagen. Ik herinner mij nog goed dat ik door de VU-vrouwenhulp was uitgenodigd om een lezing te houden in gebouw De Harmonie in Leeuwarden. Ik was nog maar net aan de VU en zag er behoorlijk tegenop. De zaal stroomde vol. Toen ik begon zaten er duizend vrouwen tegenover me: duizend!" Lever had een mooi verhaal voor de vrouwen in petto: 'Kleurenpracht van veer en vacht', heette het. "Zoveel belangstelling is typerend voor de betrokkenheid van de achterban bij de universiteit," meent Lever.
Sneeuwbal In de inaugurele rede die Lever in 1952 uitsprak, ging hij uitgebreid in op de evolutie. Naar aanleiding hiervan schreef hij ook een serie artikelen in Trouw over schepping en evolutie. Het verhaal spreidde zich langzaam maar zeker uit over het gereformeerde volksdeel. "In 1955 begon de sneeuwbal te rollen," weet Lever. "Maar schepping en evolutie was niet het enige thema v/aarover VU-hoogleraren in het land met de achterban spraken. Het gezag van de bijbel en de ouderdom van de aarde waren ook discussiepunten die moeilijk lagen. Maar wat ik zei over de evolutie was voor de achterban wel heel tricky," herinnert hij zich. Twee tot drie keer per week sprak hij 's avonds in kleine, soms vergeten plaatsjes. "Ik ben honderden malen naar allerlei steden en dorpen geweest. Op zulke avonden verscheen een doorsnee van de kerkelijke bevolking: mannen, vrouwen, timmerlieden, onderwijzers, dominees, dokters, bakkers en slagers." Lever realiseerde zich dat hij op deze doordeweekse avonden aan het rotsvaste wereldbeeld van zijn gehoor morrelde. Hij heeft hier zeker geen spijt van. "Je moest het alleen voorzichtig brengen. Die mensen waren beslist niet dom. Nu kan iedereen studeren, maar dat lag in de jaren vijftig en zestig anders. De mensen op het platteland hadden die kans niet gekregen. Het
'Het barstte van de intelligente boeren, bakkers en slagers'. Boer uit Ermelo op
vu-dag in 1969. gevolg hiervan was wel dat het in de dorpen barstte van de intelligente boeren, bakkers en slagers. Je had dus met een heel intelligent gehoor te maken." Lever hield zijn luisteraars geduldig voor dat je volgens hem de evolutietheorie kunt aanvaarden zonder dat je meteen het hele geloof overboord hoefde te zetten. De wetenschap kan immers niet alles verklaren. De boodschap waarmee Lever en andere VUwetenschappers door het land trokken, bleef niet zonder gevolgen. "Op een dag," vertelt Lever, "werd ik opgebeld door dominee Veenhuizen. Hij werkte in het centrum van Amsterdam. Er was een gezinnetje bij hem gekomen waarvan de vader zijn pasgeboren baby niet wilde laten dopen, omdat hij geloofde in de evolutie."
Baby Veenhuizen wist niet wat hij met de situatie aan moest. "Hij had zich immers niet verdiept in de evolutie. Hij vroeg mij of ik eens met die vader wilde praten. Een paar dagen later kwam deze man langs op het biologisch laboratorium aan de Rapenburgerstraat. We hebben een paar uur met elkaar gepraat. De volgende zondag werd het kind gedoopt," zegt Lever veelbetekenend en niet zonder trots. Aan het einde van de jaren zestig besloten de bestuurders van de VU en de Vereniging dat de discussie met de achterban nieuw leven moest worden ingeblazen. "De confrontatie tussen de universiteit en de achterban moest opener en directer worden," verwoordt Lever de houding
De val We vielen van de stam, mijn hartsvriend en ik, op een voorjaarsnacht in het jaar onzes Heren 1967. De v u was net het jaar daarvoor uit het oude hoofdgebouw in de binnenstad verhuisd. In ons eerste jaar zagen we de seizoenen nog wisselen langs de Keizersgracht, aan dezelfde bomen waarover onze vaders ook al hadden zitten wegdromen. Maar nu waren we overgeplant naar een ultramodern houten bouwsel op een kaal terrein aan de rand van de stad dat de weidse naam 'Provisorium' droeg. Wat ons uiterlijk betreft bleven we ouderwetse VU-jongens, net als
van de top van de universiteit. "Onze mensen in het land moesten goed weten wat er aan de VU gebeurde." Dat was hoognodig, want bij het ontbijt lazen de trouwe Verenigingsleden in de krant hoe langharige studenten aan hun gereformeerde universiteit gingen studeren. Ook de baardige Marx had de VU bereikt. Bovendien waren over het geloof allerlei nieuwe geluiden te horen aan de VU, bijvoorbeeld van de theoloog H.M. Kuiten.
Uitlaatklep Menig Verenigingslid vroeg zich af wal er aan de VU aan de hand was. Er zijn toen door het hele land grootschalige forum-avonden georganiseerd. Van Middelburg tot Leeuwarden. Er werd niet alleen over de ouderdom der aarde, evolutie en schepping en de historiciteit van Adam en Eva gesproken, maar ook de medezeggenschap van arbeiders in bedrijven stond op de agenda. In de jaren zeventig en tachtig liep de intensiteit van het contact met de achterban, net als het aantal leden van de Vereniging van de VU, sterk terug. Een grote achterban is er niet meer. "Er zijn nog wel waardevolle en gemoderniseerde contacten," zegt Lever. "We hebben de serie 'VU en Samenleving' (VUSA). Daarbij gaan nog steeds VU-docenten overal in het land hun verhaal vertellen. Dat is uniek, geen enkele andere universiteit doet dat. Je krijgt alleen nu geen 1500 mensen meer in de Houtrusthallen bijeen." •
De val was hard.
alle anderen, en we droegen strikt rechtvaardige brillen, dassen en colbertjes. Maar van binnen, onder onze slecht gewassen overhemden, gistte een orkaan van idealen, zonde en verwarring. Vandaar misschien onze plotselinge desertie, op die gedenkwaardige, regenachtige nacht in maart. Op een straathoek, schuin tegenover het Stedelijk Museum zwoeren we elkaar een dure eed: we zouden samen in het diepe springen. We zouden samen de bedompte noodgebouwen van deze Amstelveense universiteit voorgoed verlaten en ons in laten schrijven bij de concurrentie in het Maagdenhuis.
door Geert Mak We hadden ons, verdorie, niet aan Friesland en de Achterhoek ontworsteld om weer naar Uithoorn verbannen te worden. We wilden de andere kant van de schutting wel eens zien, de wereld in, we wilden groots en meeslepend leven en met truien aan in de collegebanken zitten.
Hoewel we aan de VU goede studenten waren zakten we als een baksteen voor onze eerste UvAtentamens, en er was geen hoogleraar meer die ons opbeurde, op de thee nodigde en vertelde dat hij onze vaders, broers, neven en achterneven nog zo goed gekend had. Hoewel we zeker wisten dat we over de juiste ideeën beschikten verliep de aansluiting met onze ongelovige, revolutionaire kameraden buitengewoon moeizaam. En na de gereformeerde, pseudopreutse VU-meisjes, die net zo min wisten wat ze wilden als wij, waren de keiharde dellen van deze openbare universiteit ronduit een schok. Het was, kortom, gemeen koud buiten. Het duurde dan ook geen maand, of er ontkiemde iets als een vreemd, onverwacht soort heimwee. Een heimwee naar het thuis dat we hadden achtergelaten. Een
heimwee naar het ellendige, benauwde, lieve, warme VU-dorp, waar voor een beetje college nog gebeden werd, waar de pedel tegelijk de belangrijkste BVD-informant was, waar wetenschappers ontslagen werden omdat hun huwelijk op de klippen was gelopen, waar studentenbladen in beslag werden genomen omdat er interviews met 'afvalligen' in stonden, waar meisjes die tijdens een Corpsiustrum zwanger waren geworden nog door de Rector Magnificus himself berispt werden en waar iedere maandagochtend het complete systeem van God en wereld helder en duidelijk werd uitgelegd, alsof het een uurwerk van een gigantische koekoeksklok betrof. Het was een heimwee dat we niet wilden, dat we haatten, dat onmogelijk was, maar dat toch, levenslang, bezit van ons nam. Geert Mak is publicist.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990
Ad Valvas | 574 Pagina's