Ad Valvas 1990-1991 - pagina 234
CULTUUR
PAGINA 6 I
I AD VALVAS 6 DECEMBER 1990
Smeerpi| peril in De IJsbreker Carcass, op 9 december in de IJsbreker (16 30 uur) Toegang/ 15, met CJP/ 12 50
M.P. Holwerda In Ierland werd de Engelse hardcoregroep Carcass door de boulevardpers beschuldigd van het ophitsen van de jeugd tot allerlei wandaden, middels hun weerzinwekkende teksten. De pers bestempelde het trio als een ge vaar voor de maatschappij en voor jongeren in het bijzonder. Ook de hoes van hun laatste plaat "Sympho nies of Sickness" lijkt deze vooroorde len te bevestigen. De immense colla ge van uit de medische encyclopedie geknipte afbeeldingen van bloedende ledematen en aangevreten organen, aangevuld met hompen rauw vlees vormt de eerste hindernis die door de geïnteresseerde genomen moet wor den om tot de muziek van de groep door te dringen. De hoeveelheid termen om die mu ziek te omschrijven is schier onuit puttelijk; 'grindcore' en 'deathmetal' zijn de weinig verhelderende typerin gen die in dit verband veel worden gehanteerd. In elk geval borduurt de
groep voort op de hardcore van Ame rikaanse bands als Minor Threat en Black Flag en de speedmetal van bij voorbeeld Slayer, maar Carcass be werkt die invloeden en voert ze tot in het extreme door. Nu eens vliegen de moordende tempi je om de oren, dan weer sleept de band zich voort alsof zij tot haar middel in de drek staat. Wat constant blijft is het enor me volume en de diepgorgelende stem van bassist Jeff Walker. In plaats van politiek engagement of het traditionele afzetten tegen de maatschappij beschrijft men in de teksten duivelse riten en ontleding van al of niet dode personen. Zo is in een nummer een halfverteerd lijk eerst het slachtoffer van zwarte ma gie, om vervolgens te worden opge geten. Carcass pretendeert de ultie me versie van de heavy metal-grocp te zijn. Deze muzikale overdrijving, gecombineerd met de tot in het ab surde gedetailleerde beschrijvingen van anatomische handelingen doet aan parodie denken, maar daarover bestaat vooralsnog geen zekerheid. In Nederland maakt nog niemand zich druk over de tekstuele smeerpij
Verlangen in eenzaamheid Van dinsdag 18 t / m zaterdag 22 dec ember brengt Campagnie de Koe "De Gebiologeerden", in de bovenzaal van de Stadsschouvi/burg Tekst, regie en spel Bas Teken, Peter van den Ende en Dirk Tuypens (alleen spel)
lïar» Peter Gerrïts De zon komt op. Op deze nog vroege zomerdag bespieden de heren E. van de Broek en L. van der Plas vrolijk zingende en kwetterende vogels. Bei den trachten de ontdekkingen van zeldzame vogels door de ander in twijfel te trekken. Ook voor het overi
ge steken de ornitologen elkaar de loef af wat betreft hun vogelkennis. De verhouding tussen de heren is evenwel anders dan het zich op het eerste gezicht laat aanzien. Zij heb ben namelijk niet alleen liefde voor vogels, maar ook voor elkaar. Door communicatieve stoornissen en on derdrukte gevoelens verloopt hun re latie echter uitermate moeizaam. De mannen hanteren een beleefde en af standelijke taal waarin hun eenzaam heid en verlangen naar genegenheid hoorbaar zijn. In "De gebiologeer
De groep Carcass: " W h a t you always wanted to know about rock but were af raid to listen t o "
perij van het trio en begint Carcass haar eerste Europese tournee in het uiterst beschaafde centrum voor mo derne muziek "De IJsbreker". De verklaring hiervoor ligt in New York, waar het al langer gebruikelijk is dat minder voor de hand liggende mu
ziekstromingen samengaan. Daar or ganiseerde de alom gerespecteerde saxofonist/componist John Zorn ooit het New Music Americafestival. Diezelfde Zorn stelde nu op verzoek van "De IJsbreker" een programma samen onder het motto: "What you
always wanted to know about rock but were afraid to listen to". Als voor programma koos Zorn het duo Ruins uit Japan, over wie slechts bekend is dat zij minstens even hard spelen, maar dan met een herkenbaar Japan se benadering.
den" van Campagnie de Koe wordt een relatie tussen twee eenzame zie len getoond. Gebiologeerd door angst en onmacht komen ze geen stap dichter bij elkaar. De heer Van de Broek is een onte vreden man, van het soort dat het gras van de buren altijd groener vindt en van het type 'ik wil wel, maar ik kan niet'. Daarentegen wenst L. van der Plas het leven te nemen zoals het is. Hij wringt zich in allerlei bochten ten gunste van een schijnbare harmo nie. Beide personages zijn pastiches van fantasieloze, burgerlijke karak ters. Een zanger brengt, terwijl hij zichzelf op een gitaar begeleidt, een lied ten gehore: "Omdat ik van je hou krijg ik het zo ontzettend koud als jij niet bij mij bent.
En ik wil het wel allemaal anders doen maar telkens als ik een ander z oen dan denk ik dat moetje nu nooit meer doen, omdat ik van je hou." Dit antiliefdesliedje geeft uitdruk king aan een krampachtige en vrij heidsbeperkende liefde, hetgeen de verhouding tussen de ornitologen op treffende wijze illustreert. Bovendien is deze tekst, geschreven door Jaap Fischer, gespeend van enige passie of romantiek. Wanneer de mannen het spel der liefde spelen is er eveneens nauwelijks hartstocht te bespeuren. In het bijna donker bekijken ze el kaars naakte lichaem. Bijgelicht door een brandende lucifer ontdekt één van hen een prachtig haartje! Vol be wondering wordt dit fijne buigzame buisje ontworteld aan de ander ge
toond. De heren laten zich niet gaan, geven zich niet aan elkaar over. Kort hierna gaat Van de Broek vreemd met de zanger. Als Van der Plas hen betrapt, verdedigt Van de Broek zich met de platitude: "Het is niet wat je denkt!" Na dit intermezzo verzoenen de heren zich weer. In dit absurde relatiedrama vertolken de Belgische acteurs de beide burger mannetjes met gevoel. Tegenover hun boeiende spel staat de weinig poëtische tekst. De aaneengeregen chiché's horen onprettig aan. Echter, niet alleen in het spel, maar ook in de tekst etaleren de personages hun troosteloze, beklemmende situatie. De gebiologeerden hebben elkaaï„ lief, klampen zich aan eikaar vast, maar blijven eenzaam. De ornitolo gen klapwieken en komen niet tot opstijgen.
Is het Anton of is het Miles? Anton Corbiin, 'Allegro', fototentoonstelling tot en met 15 december in het Exposonum van de VU.
rrïsöik
Miles Davis, door het oog van Anton Corbijn
Filmer JeanLuc Godard omschreef het ideale fotografische beeld eens als: "Not a just image, just an image". De situatie kan voor hem niet spon taan genoeg vastgelegd worden, 'slechts' een uitsnede uit de werke lijkheid, als was het documentaire. Filosoof Roland Barthes maakte de volgende variant: "Just an image, but a just image". Die laatste kwalificatie is van toepassing op de portretten die new wave-lologTzai Anton Corbijn sinds het einde van de jaren zeventig maakt van popmusici. Sinds de start van zijn carrière is Cor bijn geprezen om de raakheid waar mee hij beroemdheden als David Bo wie, Miles Davis en Captain Beefhe art in een terloopse pose wist vast te leggen. Corbijn voegt iets nieuws, iets eigens toe aan het image van de ido len. Hij is wars van techniek, hij ge bruikt al jaren hetzelfde kleinbeeldca meraatje en hij staat zich daar op voor.
De gezichten duiken, getekend, on gepolijst, kwetsbaar, in grove korrel, en contrastvol op uit een donkere achtergrond: daar spreekt het melan cholieke egaalzwarte rock roUge voel. Soms blijven ook de hoofden achter in het zwart: het silhouet van David Byrne in een New Yorkse straat is niet meer dan een schim, de popster wordt gereduceerd tot toeval lige voorbijganger, inwisselbaar, in cognito. Ondanks, of misschien wel dankzij die ongekunstelde wijze van fotogra feren wordt Corbijn de laatste jaren, bijvoorbeeld door studenten op kunstacademies, vereerd als een groot kunstenaar, zijn stijl geniet alom navolging. Zijn 'zomaar een beeld' is een 'juist' beeld gebleken. Soms doet hij daar in interviews over dreven bescheiden over. Op andere momenten echter geeft hij juist op vallend blijk van kunstzinnige aspira ties. Zo drukte hij over een aantal af fiches, zoals het prachtige doorleefde portret van Miles Davis, in grote gou den letters zijn eigen naam. Corbijn worstelt blijkbaar met een dilemma: is het nu zijn meesterhand of het charisma van Davis dat de foto 'maakt'?
Hoe serieus hij zijn werk als kunst neemt, bleek dit voorjaar ook uit de uitgave Famouz (uitgeverij Schir mer/Mosel, 1990, fl. 124,45.) Het prachtige kunstboek bevat een selec tie van de afgelopen tien jaar. (Eind december verschijnt bij deze uitgeve rij een kleinere selectie van het foto werk voor fl. 24,95). Het zwart ligt in tastbare korrels op de glossy pagina's. Een selectie uit zijn recente werk wordt momenteel tentoongesteld in het Exposorium van de VU, nog gro ter en indrukwekkender dan in het boek. Er is een groots panorama te zien vanuit een New Yorkse hotelka mer, maar het zijn toch vooral de portretten die raken, zoals dat van Marianne FaithfuU, in négligé als een uitgezakte huisvrouw aan haar ochtendsigaret lurkend. Verder valt te genieten van een Pete Towsend en een Brian Ferry, argwanend loerend vanuit hun respectievelijke limousi nes, en van het hartverwarmende dwaze hoofd van een in alcoholroes verzonken Tom Waits. Corbijn experimenteert de laatste tijd ook met kleur: er hangt een abstract detail van een stapeltje goudvijlsel (of is het een herteoog?), en een aantal vrouwenportretten in primaire kleu ren, als vage vlekken tegen een effen achtergrond. Het is begrijpelijk dat Corbijn na tien jaar eens wat anders wil, ook eens 'echt kunst' wil maken. Zijn kleurenexperimenten zijn echter nog niet meer dan decoratieve plaat jes. Corbijn toont ermee aan dat zijn dilemma eigenlijk geen dilemma is: juist vanwege de specifieke uitstraling van de muzikanten zijn zijn foto's in teressant en aangrijpend.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990
Ad Valvas | 574 Pagina's