Ad Valvas 1990-1991 - pagina 381
PAGINA 15
V r o ü w e n c a r r i è r e s a a n d e V U
Een stiekeme revolutie
Met je tang op de kies en je voeten op de patient
Foto Bram de Hollander
H
I et zit er dik in dat over een tijdje vaker een vrouw dan een man onze gaatjes vult en kiezen trekt. In acht jaar tijd heb b en vrouwen hun achterstand b ij tandheelkunde ingehaald: het percentage studentes is verdubbeld. Paulette: "Ik hou wel van dat gepriegel op de vierkante centimeter." Een vrouwelijke directeur b leek moeilijker te werven.
Diana Doornenbal In 1982 was nog maar 27 procent van de eerstejaars tandheelkunde studenten een vrouw. In 1988 was dat al 42 procent. En in 1990 haalden ze met 55 procent de mannen m. Juist in de jaren dat de vooruitzichten niet zo roos ideurig waren, kozen steeds meer
meisjes voor tandheelkunde. "Dat zie je wel vaker, dat vrouwen kie zen voor een beroep op het mo ment dat er geen toekomst in zit. 't Is ellendig, maar het is zo", ver telt Guusje Ter Horst, voorzitster van de emancipatiecommissie. De tandheelkundestudenten
hebben ondanks hun 'ellendige' keuze waarschijnlijk geluk. Ze zullen gemakkelijk aan de bak ko men, omdat door het overschot aan tandartsen de instroom van tandheelkundestudenten een paar jaar geleden drastisch werd ingeperkt. Er dreigt nu een tekort aan tandartsen te ontstaan. Bo vendien maken vrouwen gemid deld minder arbeidsuren dan mannen. Er zijn er dus meer no dig voor dezelfde hoeveelheid werk. De toeloop van vrouwen binnen de tandheelkunde heeft te maken met de algemene trend dat steeds meer meisjes voor 'mannenberoe pen' kiezen. Wellicht is het be roep van tandarts voor veel vrou wen extra aantrekkelijk, omdat het gemakkelijk in deeltijd kan worden gedaan. En waarom zou een vrouw niet geïnteresseerd zijn in tandheelkunde?, vraagt Ter Horst zich af. "Om even te denken in stereotypen, van vrou wen wordt altijd gezegd dat ze priegelig werk kunnen doen en erg op esthetiek gericht zijn. Nou, dan zit je bij tandheelkunde dus goed." Vierdejaars studente Paulette Samwel is een uitste kend voorbeeld van zo'n stereoty pe: "Het vak van tandarts moet een beetje in je vingers zitten. Ik hou er wel van, van dat gepriegel op de vierkante centimeter." En ook de esthetische kant heeft haar bijzondere belangstelling, zo blijkt tijdens het gesprek. Als ze bijvoorbeeld een prothese voor ie mand maakt, vindt ze het leuk om die een beetje speels neer te zetten. "Ik zet de tanden nooit keurig op een rijtje, maar een beetje scheef. Dat is veel natuur lijker. Anders zie je zo goed dat het een kunstgebit is."
Nepkoppen Jarenlang zijn vrouwen bewust buiten de tandheelkunde gehou den. Aan het begin van de twin tigste eeuw werden ze niet eens toegelaten tot het Nederlandsch Tandheelkundig Genootschap. Het tandartsenberoep werd afge schilderd als typisch iets voor mannen. Vrouwen waren niet permanent inzetbaar, omdat ze een keer per maand menstrueer den. Bovendien misten ze de
kracht om kiezen te trekken. "Onzin", reageert Paulette fel. "Vroeger dacht ik dat ook. Dat je met je tang op de kies en je voe ten op de patient dat ding eruit moest uit zien te krijgen. Maar kiezen trekken heeft niks met kracht te maken. Het zit 'm in een bepaalde draai en wrikbewe ging." Het trekken en boren wordt in het eerste jaar geoefend op zoge naamde fantoomkoppen. Nep koppen op een stang, die in aller lei standen kunnen worden gezet. In de ijzeren kop passen kunstge bitten. Soms zijn ze voorzien van een beetje 'tandsteen' oftewel TippEx. De eerste keer een ech te patient behandelen is heel spannend. Paulette: "Je bent niet gewend aan een tong en een wang, want die hebben die gekke koppen niet. En mensen maken, in tegenstelling tot fantoomkop pen, natuurlijk onverwachte be wegingen. Daar moet je alert op reageren."
Hygiëne De heer FiledtKok, mentor van de tweedejaars, is het opgevallen dat z'n vrouwelijke studenten tij dens de practica serieuzer, ijveri ger en plichtsgetrouwer zijn dan de mannen. Verder ziet hij wei nig verschil tussen de mannelijke en vrouwelijke studenten. "Nu ik er over nadenk, is het opvallend dat het zo weinig uitmaakt. Ik zie alleen op de studentenlijsten dat er meer vrouwen zijn, maar ver der merk ik er weinig van. Ja, misschien benaderen vrouwen de patiënten iets anders. Maar...eh h...ik denk eigenlijk niet dat je dat zo kan zeggen," vermeldt hij aar zelend. Paulette heeft het gevoel dat vrouwen meer dan mannen ha meren op een goede mondver zorging door patiënten. Preventie dus. "Ja, daar zijn we geloof ik fa natieker in. Enneh, we gaan ook wat hygiënischer te werk", zegt ze voorzichtig. "Maar dat hangt er natuurlijk ook vanaf uit wat voor nest je komt. Ik ben nogal pietluttig wat betreft hygiene." Volgens Ter Horst doen de vrou welijke studenten het zeker niet slechter dan de hun mannelijkw collega's. Integendeel: "Er is zelfs
een tendens dat ze het beter doen. Veel meisjes halen sneller hun tentamens en studeren daar door eerder af."
Headhunters Is onder de studenten meer dan de helft een vrouw, bij het weten schappelijk personeel zit het nog goed scheef met de verdeling over de seksen. Van de vaste staf is slechts één op de tien een vrouw. Ter Horst, de enige vrou welijke universitair hoofddocent, streeft ernaar om ook bij het per soneel meer vrouwen te krijgen. Vooral in de leidinggevende functies. "Ik heb nog steeds de hoop dat vrouwen in leidingge vende functies meer dan hun mannelijke collega's gespitst zijn op het aantrekken van vrouwen. Ook zetten ze zich vaak meer in voor deeltijdarbeid en kinderop vang. Ze hebben de problemen daarmee immers zelf vaak aan den lijve ondervonden. "Vooral het aantal vrouwelijke universitair docenten loopt sterk achter, zeker ook als je kijkt naar wat er beschikbaar is op de ar beidsmarkt. Het zou toch dood zonde zijn als we geschikte vrou wen laten liggen?" Een probleem is volgens Ter Horst dat geschik te vrouwen moeilijker op te spo ren zijn dan mannen. "Vrouwen solliciteren minder snel op hoge re functies. Bovendien worden vacatures voor leidinggevend per soneel vaak via via ingevuld." Mede op initiatief van de eman cipatiecommissie nam de facul teit~voor de benoeming van een niéuwedirecteur dan ook een headhunters-hmeau in de arm. Een bureau gespecialiseerd in het op sporen van vrouwelijk talent. En dat lukte aardig. "Het bureau heeft ons een aantal hele goede kandidaten geleverd." Uiteinde lijk werd een van die vrouwen ook gekozen. Maar helaas, op het laatste moment zag ze van de baan af. De precieze reden daar van weet Ter Horst niet, maar ze vindt het wel uitermate verve lend. "We waren er uit. Iedereen was tevreden en nu moeten we opnieuw beginnen." Diana Doornenbal is medewerkster van Ad Valvas
Onder ons Margreet Onrus t Enige tijd geleden, toen ik mij nog bestuurlijk bemoeide met vrouwen in het hoger onder wijs, waren wij in de emancipa tiecommissie druk met de posi tie van vrouwen binnen de Bètafaculteit. Een gebied van zorg, die bètahoek: vrouwen zijn er klein tot zeer klein in aantal, en ze voelen zich na tuurlijk niet thuis in de sfeer van De Anderen. Met alle pro blemen van dien, dachten wij. Helaas vonden we geen enkele bètavrouw b ereid één en ander op projectbasis met ons uit te diepen. Misschien heeft de gemiddelde bètavrouw wel te veel aan haar hoofd om zich beschikbaar te stellen als probleem, dacht ik dan weer, maar als ik mij goed herinner was het algemene ge voelen in de commissie dat er ook iets typisch vrouwelijks aan de hand was. Vrouwen laten zich namelijk sneller dan man nen intimideren, en durven zich in een minderheidssituatie niet of nauwelijks te manifesteren. Nu geloof ik niet zo veel van het Typisch Vrouwelijke als verklarende categorie, waar schijnlijk ook omdat ik op de Letterenfaculteit werk. Door
Foto AVC/VU
het overvloedige aanbod van vrouwen daar verlies je al snel ieder zicht op het Typisch Vrouwelijke. Interessanter is, dat deze overvloed van vrou wen de mannen regelmatig in een minderheidspositie b rengt. Een in aanleg revolutionaire si tuatie, mogen we wel zeggen. (Voor het geval dat enigerlei universitaire bestuurder dit stukje leest: ik haast mij te ver klaren dat de belangrijkste din gen wel degelijk netjes geregeld zijn op mijn faculteit. De cate gorieën Universitair Hoofd Do
cent, Hoogleraar, Bestuurder en Beheerder zijn voor bijna honderd procent met mannen gevuld). Vooral op colleges ziet de mannelijke letterenstudent zich nog al eens geconfronteerd met een overmacht aan vrou wen. Hoe gedragen mannen zich nu in een minderheidspositie? Hieraan heb ik gedurende de afgelopen vier jaar een verken nend onderzoekje gewijd, vol gens de beproefde methode van de participerende ob servatie, tijdens mijn eigen colleges. Misschien is het leuk als ik ter gelegenheid van de Internatio nale Vrouwendag een paar voorlopige resultaten b ekend maak. Naar het zich laat aanzien laten mannelijke studenten in een minderheidspositie (gedeH nieerd als één tot vier man op de twintig studenten) typisch minderheidsgedrag zien, van het soort dat ook gerapporteerd is over vrouwen in de Bètafa culteit. In het bijzonder ver toont de mannelijke student een duidelijke neiging om steun te zoeken bij een seksegenoot. Een eerste uitingsvorm van dit gedrag is de positiekeuze in de collegeruimte: in de overgrote meerderheid van de gevallen
gaan mannelijke studenten naast elkaar zitten, of in ieder geval dicht bij elkaar in de buurt. Bijzonder opvallend was het ge drag van de mannelijke student bij opdeling in werkgroepjes. In die gevallen waarin deze op deling spontaan tot stand mocht komen, zorgden de man nen er steeds voor met elkaar een eigen werkgroepje te vor men. Soms waren er in de gehe le collegegroep te weinig man nen voor een eigen zelfstandige werkgroep; dan werd de man nengroepering aangevuld met één of meer vrouwelijke stu denten. Er bevindt zich echter maar één geval in mijn gege vens waarin een student uit ei gen vrije wil als enige man in een werkgroepje zitting nam. Opmerkelijk is wel dat het hier een lid van de SRVU betrof. Over de aard van deze correla tie beraad ik mij nog. Nog een interessant resultaat: ook mannen komen niet open lijk in opstand op momenten dat de sfeer op college merk baar die van de meerderheid wordt. Bij 'onderonsgedrag' van de dames hielden de man nelijke studenten zorgvuldig een low protiler. reacties mani festeerden zich door middel van
.Al.'
het op individuele basis slaken van zuchten of het werpen van veelbetekenende b likken naar een seksegenoot. De meest voorkomende variant was even wel gekanker op het koffiepunt, binnen de eigen steungroep. Verder onderzoek is uiteraard gewenst. Zo zou het interessant zijn om na te gaan hoe de man nelijke student zich gedraagt als hij zonder seksegenoot in een collegegroep zit. Ook zou nog verder uitgezocht moeten wor den wat de achtergrond is van het enige afwijkende gegeven in mijn onderzoek: in tegenstel ling tot de bètavrouw is de mannelijke letterenstudent zelfs in een duidelijke minder heidspositie niet van zins zijn mond te houden. Wellicht ra ken we hier aan het Typisch Mannelijke. Helaas ben ik zelf op het mo ment niet in staat tot verdere research. Mijn cpUegegroep van dit voorjaar bestaat name lijk uit twintig vrouwen en nul man. Maar misschien kunnen collega's aanvullend onderzoek doen? Vrouwelijke collega's natuurlijk; zoals iedereen weet zijn mannen ernstig bevooroor deeld. Margreet Onrust is docente taalbelieersing aan de VU
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990
Ad Valvas | 574 Pagina's