Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1990-1991 - pagina 304

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1990-1991 - pagina 304

11 minuten leestijd

AD VALVAS 31 JANUARI 1991

PAGINA 8

Raak de luie student in zijn portemonnee Tj. Terlouw (faculteit Economie) over de plannen om de studieduur verder in te korten Ti. Terlo uw De kosten van ons onderwijsstelsel zijn te hoog. Het moet zuiniger kun­ nen. Als de studenten nu eens gedici­ plineerder werken en de universitei­ ten hun produktieproces wat efficiën­ ter en effectiever inrichten dan Het kwaad in de vorm van de luie student en de ondoelmatige onder­ wijsorganisatie moet uitgebannen. Hoe? Laat op je eerste jaar het veld­ loopmodel los en ­ na een bindend advies ­ op de doctoraal fase het expe­ ditiemodel. Onderwijskundigen me­ nen immers dat slechte lopers snel moeten afvallen; de overgeblevenen dienen ­ met zonodig enige hulp ­ op tijd te finishen. Maar wie scheidt nu het kaf van het koren? Dit keer geen selectie op grond van psychologische tests, maar op grond van objectieve gegevens. Aan de hand van behaalde studiere­ sultaten kunnen studiebegeleiders hun studenten feilloos een prospec­ tieve beoordeling geven. Na de expe­ ditieploeg aldus te hebben samenge­ steld en een ieder de marsroute te hebben verstrekt, volgt het vertrek­ sein. Wonder boven wonder hebben alle deelnemers precies drie jaar later de doctoraal bul in hun bezit. Een snelle output van zelfstandige acade­ mici, toegerust met een voldoende mate van maatschappelijk verant­ woordelijkheidsbesef is haalbaar. Voorgaand gedachtengoed wordt door ons College van Bestuur en ons College van Decanen omarmd in de notitie 'Verplichtend onderwijs'. Want wat is verplichtend onderwijs? Niet meer en niet minder dan het aanbieden van aansprekend onderwijs van een hoge kwaliteit, aan studenten die hun tijd niet meer verlummelen binnen een perfecte onderwijsorgani­ satie. Invoering van het VU­panacee verplichtend onderwijs eist wel een

Een discussie in drie ronden. Het onderwerp is er dan ook naar: 'Ver­ plichtend onderwijs' en het bin­ dend studieadvies. Drie weken ge­ leden beet Douwe Tiemersma de spits af. Vorige week een bericht uit de medische faculteit over de ervaringen ter zake van dr. Heijl­ man. Drs. Tj. Terlouw, on derwijs­ coördinator van de faculteit econ o­ mie, besluit deze week het triptiek. Rector Magnificus prof. dr. C. Da­ tema reageert op alle drie de stuk­ ken.

OPINIE cultuurschok. Maar als een phoenix verrijst de universiteit waar je welis­ waar hard moet werken, maar wel weet dat drie jaar na de propedeuse je ook in het bezit van een doctoraal getuigschrift plus bijbehorende baan bent. Hier is toch sprake van een zegen

voor ieder! Met zo'n hemels goed als verplichtend onderwijs in handen wordt een terugkeer naar de aarde moeilijk.

Zieke oma's Toch zou ik een poging willen wa­ gen. Ik haal me een concrete faculteit,^ studierichting economie, voor de geest. Jaarlijkse instroom vijf­ a zes­ honderd eerstejaars. Deels slecht ge­ motiveerd. De zekerheid nu niet te willen werken deed hen de studie kiezen. De verwachte goede baan na afloop moet veel goed maken. Jonge mensen met nog weinig maatschap­ pelijk richtingsgevoel. N a één jaar mag ik aangeven, na zieke oma's en tantes te hebben verdisconteerd, wie wel en wie niet in drie jaar de docto­ raal fase kan afronden. Selectiebasis: behaalde studieresultaten. Een derge­ lijke selectie is mijn inziens onverant­ woord. Wie worden uitverkoren? Wellicht onze brave en ijverige stu­ denten. We kunnen niet uitsluiten dat we de spes patriae onder onze eerste­ jaars bindend adviseren hun heil el­ ders te zoeken. De ratio achter het bindend advies

was toch bezuiniging? Waarom dan niet gekozen voor een eenvoudiger en minder gevaarlijk sturingsmechanis­ me? Mijn suggestie: haal het oude adviseringssysteem Rijksstudietoela­ gen uit de mottenballen. Met een ma­ terieel gericht stimulus respons me­ chanisme kan de luie student worden gestraft. Van studenten die te weinig presteren wordt de studiefinanciering geblokkeerd, terwijl zij die "op sche­ ma zitten" studiefinanciering blijven ontvangen. Door het simpel inbou­ wen van een financiële prikkel in ons studiefinancieringsstelsel heb je een sanctie tegen lummelen in handen. Het systeem kan, verfijnd, worden toegepast door in kantje­boord geval­ len bijvoorbeeld slechts vier maanden uit te keren. De uitvoering geeft min­ der problemen en is eerlijker. Uitein­ delijk kunnen we toch alleen consta­ teren dat iemand al of niet voldoende studieresultaten in een bepaalde pe­ riode heeft behaald. Van onmogelijk te geven prospectieve beoordelingen is geen sprake meer. Onverlet blijven alle inspanningen van de kant van de instelling goed en goed georganiseerd onderwijs te verzorgen. Verplichtend

Tekening Aad Meijer

onderwijs zou de student na de prope­ deuse in drie jaar een doctoraal bul in handen spelen.

Arbeidsmarkt Vraag is of de maatschappij wel zit te springen om deze snelle afstudeer­ ders, die rond hun tweeëntwintigste jaar, aan het handje door hun studie geleid, op de arbeidsmarkt verschij­ nen. Bij het huidige studieprogram­ ma voor economie is voor dergelijke snelle studenten beslist geen ruimte voor méér naar buiten gerichte activi­ teiten. Waar heeft de maatschappij be­ hoefte aan? In het boekje "Carrière­ mogelijkheden voor Academici in het het bedrijfsleven en bij de overheid" ­ uitgave N obiles ­ geven tal van orga­ nisaties antwoord op de vraag "naar wat voor mensen is uw organisatie op zoek". Hieruit blijkt dat van bijvoor­ beeld afgestudeerde economen naast vakkennis een scala van vaardigheden en persoonskenmerken wordt ge­ vraagd. N aast de behaalde studiere­ sultaten worden activiteiten, verricht tijdens of na de studie, in of buiten Nederland, beschouwd als een be­ langrijk onderdeel van de benodigde bagage van de sollicitant. Ze geven op zijn minst blijk van inzet. Een bedrijf merkt zelfs op, een voorkeur te heb­ ben voor afgestudeerden van rond de vijfentwintig, daar te jonge mensen ­ hoe briljant ook ­ te veel extra zorg en begeleiding vragen. Het systeem van verplichtend onderwijs laat, vrees ik, geen ruimte voor een dergelijke vor­ ming. Ook de zelfstandigheid loopt gevaar. Het op langere termijn kun­ nen plannen van de studie­activitei­ ten wordt overbodig. De onderwijsor­ ganisatie kiest, zet studiewegen uit en controleert. Verplichtend onderwijs met bindend advies. Zegen of vloek voor student, universiteit en maat­ schappij? Aan u het antwoord.

Wij doppen onze eigen bonen wel Rector magnificus dr. C. Datema reageert op critici C. Datema De notitie 'Verplichtend Onder­ wijs' heeft het beoogde doel meer dan bereikt. Boeiend om te zien hoe er eenduidig maar tegelijkerijd zeer ver­ schillend op gereageerd wordt. Al voordat er van een hoofdlijnenak­ koord sprake was, heeft het College van Bestuur gemeend er goed aan te doen om met het College van Deka­ nen eens te brainstormen over de vraag wat het daadwerkelijk betekent dat een student vanaf 1 augustus a.s. nog maar gedurende vijfjaar, in plaats van de huidige zes jaar, studiefinan­ ciering krijgt. Vanaf het zesde jaar zal men moeten lenen om (zo nodig) de studie af te ronden. Ook speelde de vraag hoe de VU zich als onderwijsinstelling zou willen profileren. Uit deze gedachtenwisse­ Img vloeide de genoemde discussie­ notitie voort. Men dient erin duidelijk twee delen te onderscheiden: een in­ leidende paragraaf met een aanzet tot een beleidsconcept en een tweede deel meer gericht op allerlei onderde­ len van een goed lopend onderwij­ sproces. Uit de reacties blijkt, dat het tweede deel van de notitie weinig commen­ taar uitlokt. Heijlman constateert dat de daarin beschreven situatie aardig spoort met wat in de medische facul­ teit gangbaar is. Vinden we daarin dus toch voor een (belangrijk) deel de verklaring voor het zeer bevredigende studierendement van de medische

studenten? Tiemersma ziet ook in dat deel alleen maar mooipraterij en het eindelijk toegeven door het universi­ teitsbestuur van de zwakke didacti­ sche kwaliteit van docenten. Toege­ geven, er is verscheidenheid in gaven, ,ook wat de didactiek betreft, maar wat meer nuancering en een open oog voor de inspanningen die individuele docenten en faculteiten zich op dat punt tezamen met het Onderwijsad­ viesbureau (OAB) getroosten, zouden op hun plaats zijn. Visitatiecommis­ sies, die in het kader van de bewaking van de kwaliteit van het onderwijs de VU bezochten, plaatsten geen negatie­ ve kanttekeningen over de didactische kwaliteit van docenten.

Verplichtend In de discussie tot nu toe zou de notitie meer recht gedaan zijn, wan­ neer men opgemerkt zou hebben dat naast de zorg voor het onderwijspro­ ces die in het oog springt, het College van Bestuur kennelijk volop oog wil hebben voor de consequenties van een grotere inspanning op het terrein van het onderwijs. Het is evident dat dit niet kan zonder een nadere uitwer­ king van het personeelsbeleid. Im­ mers, zo de notitie voor iemand ver­ plichtend is, dan wel voor de indivi­ duele docent en voor de docenten tezamen. Zij zullen er voor moeten zorgen dat het vierjarige programma ook daadwerkelijk in vier jaar studeer­ baar is. Dat is iets geheel anders dan studenten als kleuters aan de hand te

nemen, zoals Tiemersma stelt. Inte­ gendeel, de inspanning zal er op ge­ richt moeten zijn dat een student naast een vierjarige studieduur tijd over houdt voor buiten­curriculaire activiteiten: studieonderdelen buiten zijn gewone programma om, in de eigen of een andere faculteit, dan wel niet studiegebonden activiteiten. Uiteraard moet de student zich daar ook voor inspannen, maar dat is niet meer dan een normale inzet. Daaronder versta ik dan wel een werkweek van 40 uur, die ook voor een student geldt. Gegeven de studie­ last van 1680 uur per jaar, betekent dat dus 42 weken studeren. Wie dan klaagt, dat er voor allerlei activiteiten die bijdragen aan de verdere, ook per­ soonlijke ontwikkeling van de student geen ruimte overblijft, geeft een ver­ tekend beeld van de werkelijkheid. En als Terlouw verwijst naar een bedrijf dat mensen onder de 25 jaar eigenlijk te jong vindt om in dienst te nemen, omdat ze teveel extra begeleiding zou­ den vragen, dan is het toch goed om eenvoudigweg voor ogen te houden dat het merendeel van de Nederland­ se academici, in ieder geval straks, op 23 a 24­jarige leeftijd op de arbeids­ markt komt en dat dat de realiteit is waar bedrijven mee rekening (zullen moeten) houden. Er zijn er volop die daar content mee zijn, omdat voortge­ zette scholing naar de behoeften van het bedrijf voor de jonge academicus het gangbare patroon is. Niemand maakt mij wijs dat er voor

de student tijdens zijn vijfjarig verblijf aan de universiteit geen gelegenheid zou zijn voor verdere ontwikkeling van de eigen persoonlijkheid. Zeker niet als docenten hun vak verstaan en hun studenten méér leren dan leren alleen. Gelet op de aard van de uni­ versiteit mag ik daarvan uitgaan. Ook de student zal zich realiseren dat hij voor méér komt dan het zich verwer­ ven van een hoeveelheid basiskennis binnen een bepaalde discipline en voor wat vaardigheden. Daarmee be­ toog ik niet dat er aan de huidige onderwijsprogramma's nergens be­ zwaren kleven. Ook daarbinnen zal men voortdurend op zoek dienen te zijn naar het optimum. Zorg voor de kwaliteit van het onderwijs heet dat. Wij zijn de student, maar als docent ook ons zelf, verplicht om daar alle aandacht aan te besteden. Dat is de essentie van de notitie 'Verplichtend onderwijs'. De inleidende paragraaf van de no­ titie is geschreven vanuit de gedachte dat de VU zich in de komende jaren herkenbaarder op de onderwijsmarkt moet presenteren en profileren. Men mag dit modieus en de universiteit onwaardig gepraat vinden, maar elke faculteit afzonderlijk en de universi­ teit in haar geheel zal gebaat zijn bij een behoorlijk aantal studenten. Wel­ nu, dan ligt het in de rede dat men nadenkt over de vraag of een herken­ baar onderwijsprofiel geen goede zaak zou zijn (zie ook Heijlman). Een (aan­ staande) student moet dan weten wat

hij van de VU als één van de verzor­ gers van universitair onderwijs mag verwachten. Ook degenen die betrok­ ken zijn bij het onderwijsproces die­ nen van dat profiel op de hoogte te zijn en, meer nog, daaraan vorm en inhoud te geven.

Misverstanden Daarover moet de discussie gaan. Nadat de huidige misverstanden uit de weg geruimd zijn, is de weg vrij voor de inhoudelijke discussie hoe het bovengestelde doel bereikt kan wor­ den. Er is veel werk aan de winkel. Maar het biedt wel het grote voordeel dat we met onze eigen zaken bezig zijn en de agenda van buiten laten voor wat die is. Want bij alle opmerkingen over het bindend studieadvies moet men zich wel voor ogen houden dat niemand het universiteitsbestuur daar ooit voor heeft horen pleiten of zal horen pleiten. Wij hebben daaraan geen behoefte en daarom hoef ik er hier ook niet op in te gaan. Wij doppen wat dat betreft onze eigen bonen wel. Als de minister bud­ gettaire problemen heeft en die mede langs deze weg wil verminderen, dan is de weg waarop ook Terlouw atten­ deert, een heel aannemelijke. Ons al­ ler aandacht dient uit te gaan naar een blijvend goede reputatie van de VU ook op het gebied van het onderwijs. Maar dan wel één waar ook aantrek­ kingskracht van uit gaat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990

Ad Valvas | 574 Pagina's

Ad Valvas 1990-1991 - pagina 304

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990

Ad Valvas | 574 Pagina's