Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1990-1991 - pagina 129

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1990-1991 - pagina 129

8 minuten leestijd

PAGINA 9

AD VALVAS 18 OKTOBER 1990

'Niemand hoefde benauwd of angstig te wezen' Nauwe banden tussen VU en antirevolutionairen knelden niet Martin Enserink Het is 1990: een nieuwe hoogleraar politicologie aan de VU belijdt bij zijn aantreden zijn geloof in de sociaal-democratie, en geen mens kijkt er van op. De universiteit heeft inmiddels zowel communisten als leden van de Centrumpartij onder haar medewerkers gehad; elke minder extreme politieke keuze kan dan ook op stilzwijgende instemming rekenen. Dat is ook wel eens anders geweest. Tientallen jaren lang was er voor de meeste gereformeerde studenten en hoogleraren eigenlijk maar één politieke partij: de Antirevolutionaire Partij (ARP), tien jaar geleden opgeheven om op te gaan in het grote CDA. De namen van de VU en de ARP, meestal kortweg AR, waren onverbrekelijk met elkaar verbonden. Sinds Abraham Kuyper, die aan de wieg stond van de Vrije Universiteit èn de AR, onderhielden de twee organisaties een innige band. Tal van hoogleraren waren actief in de partij of in de landspolitiek; nieuwe ideeën over staatkunde (een populair antirevolutionair thema) en talloze andere, aan de universiteit opborrelende zaken vonden hun weg naar politiek en achterban.

Toch reageert prof.mr. W.F. de Gaay Fortman opvallend fel als die bijna vanzelfsprekende relatie tussen de partij en de universiteit ter sprake wordt gebracht. Niet dat hij ontkent dat er tal van contacten waren, maar formeel was er volgens hem geen enkele binding. "De essentie van 'de Vrije' was nu juist dat zij vrij was; vrij van de staat, van de kerk, maar ook van de partij". De Gaay Fortman, juridisch hoogleraar van 1947 tot 1973, was een van de vele VU-dienaren die naast hun wetenschappelijke werk een politieke loopbaan hadden. Zijn politieke thuis was de ARP, maar bepaald niet omdat het nu eenmaal zo hoorde: "Je kreeg aan de VU nooit te horen: je moet voor de AR kiezen. Ook niet verholen, nee, helemaal niet. Een van mijn hoogleraren, Anema, zei: 'Ik moet jullie staatsrecht en burgerlijk recht leren, maar verder moeten jullie zelf je weg door het leven vinden'. Van enige beïvloeding was dus geen sprake." Nu gold de keuze voor de AR in die tijd bijna als een vanzelfsprekende zaak. In het politieke spectrum behoorde het grootste deel van de VU-bevolking tot de AR, of - eventueel - de Christelijk-historische Unie (CHU), die later eveneens opging in het CDA. Het lidmaatschap van een andere partij was vrijwel ondenkbaar. De Gaay Fortman: "Om te beginnen was er het volstrekt godsdienstvijandige standpunt van de socialisten. Dat was een natuurlijke rem op

• Dr. H. Colijn (1869-1944) Tweede-Kamerlid ARP; Minister van oorlog/marine; Voorzitter Centraal Comité ARP; Minister van financiën; Minister-president van vijf

sympathieën in die richting. Ten tweede moest men niet veel hebben van de liberalen, want die waren tegen de vrije school geweest. Toch zijn er, vrees ik, heel wat studenten van de Vrije Universiteit, ook al in mijn tijd, liberaal geworden, 't Zou mijn keus niet zijn, ik moet er niets van hebben." Ook mr. LA. Diepenhorst, collega, partijgenoot en vriend van De Gaay Fortman, benadrukt dat er nooit een automatische band bestond tussen partij en universiteit. Maar hij loochent niet dat het politieke klimaat aan de VU, vooral in de beginjaren van zijn hoogleraarschap, sterk antirevolutionair was. Hoewel: "Er waren ook wel hoogleraren die politiek aan de kant stonden, of die zich aansloten bij de CHU." Wie met de PvdA sympathiseerde, zegt Diepenhorst, deed dat met enig beleid: Het was indertijd "niet zo aantrekkelijk om je zo te profileren."

Groot geschenk Voor de antirevolutionaire partij vormde de universiteit, en met name de juridische faculteit, een ware kweekschool voor toegewijde politici, en een bron van academische kennis en nieuwe politieke ideeën. "Natuurlijk is het voor de AR een groot geschenk geweest, dat ze een beroep kon doen op een aantal geestverwanten die van de Vrije Universiteit kwamen", zegt de Gaay Fortman. "In die orthodox-christelijke

wereld bestond een grote achterstand wat academisch gevormde mensen betrof. En in die behoefte heeft 'de Vrije' een belangrijke rol gespeeld." Behalve naar de politiek sijpelden de aan de universiteit ontwikkelde ideeën ook door naar de achterban. Een tijdschrift als Antirevolutionaire Staatkunde werd voor een groot deel gevuld door VU-hoogleraren, die zich vaak niet beperkten tot wat strikt genomen hun vakgebied was. Integendeel, men liet z'n licht schijnen over een scala van onderwerpen. Zo schreef Diepenhorst al in 1962 een artikel waarin hij waarschuwdde voor de gevaren van commerciële televisie. "Die partij-organen", zegt Diepenhorst, "dienden mede om de leden van de partij aan te zetten tot debat en discussie. Tegenwoordig zou men zo'n blad te moeilijk vinden om te lezen; als men nu ziet hoe weinig sommige CDA'ers van de zaken weten... Alleen economisch zijn ze aardig onderlegd. Vroeger waren politici en partijleden veel beter geïnformeerd. Het was ook een vorm van zich bezighouden, er was immers geen radio en geen tv. En er waren hoogleraren die de materie zeer goed en levendig konden overbrengen. Ja, er waren natuurlijk ook de zeer principiëlen, die waren zo taai als apehaar". De VU-hoogleraren hebben een onmiskenbaar stempel op het gedachtengoed van de partij gedrukt. Moeiteloos somt De Gaay Fortman een

Zowel Diepenhorst als De Gaay Fortman vinden dat het beeld van de gesloten, eenkennige VU-wereld aan herziening toe is. Juist in de intellectuele bovenlaag van het gereformeerde leven waren volop contacten met de buitenwereld mogelijk. Professoren, ook de typische antirevolutionairen, bewogen zich vaak met groot gemak in totaal andere politieke milieus. "Dat beeld van de VU als AR-universiteit is in feite een beetje een miskenning van de geschiedenis", zegt Diepenhorst. "De Savornin Lohman is het beroemde voorbeeld van een man die niet antirevolutionair was. Mensen als Anema en Gerbrandy hadden volop contacten met de buitenwereld. Zij waren in het geheel niet dogmatisch, integendeel, juist erg ruimhartig". Ook De Gaay Fortman kent de relatieve vrijheid waarin de hooggeleerden zich bevonden. Maar voor hem gold, meer dan voor Diepenhorst, dat hij eigenlijk zijn leven lang niet anders gewend was. Zijn vader, een rechter in Amsterdam, meed uit principe banden met welke politieke groepering dan ook. "Er bestond in die gereformeerde wereld een soort circuit, maar daartoe hebben mijn ouders nooit behoord. Ze waren voor die tijd zeer ruim van opvattingen wat betreft contact met andersdenkenden. Wij hadden allerlei soorten kennissen. Zonder godsdienst, met godsdienst, en alle gradaties die je daartussen kunt hebben." Diepenhorst: "Het universitaire milieu was over het algemeen wat minder strak. Ik heb in mijn leven vele lezingen gehouden, overal in het land; het kwam wel voor dat ik een zuiver katholiek georiënteerde vergadering toesprak. Dat kon best." •

Kopstukken van partij en universiteit

• Mr. Th.Heemskerk (18521932) Tweede-Kamerlid ARP; Wethouder Amsterdam; Minister-president; Minister van Justitie; Minister van Staat; Curator VU, 1891-1907,19131932. • Prof.dr H. Bavinck (18541921) VU-hoogleraar (theologische faculteit), 1902-1921; EersteKamerlid ARP; Plv. voorzitter Centraal Comité ARP.

Miskenning

Diepenhorst: 'Als men nu ziet hoe weinig sommige CDA'ers van de zaken weten'

Thuis

• Prof.dr. A. Kuyper (18371920) Stichter en eerste hoogleraar VU (1880); Tweede-KamerUd ARP; Minister-president; Eerste-Kamerlid; Voorzitter Centraal Comité ARP.

aantal invloeden op: "De staat die gebonden is aan z'n eigen wetten, dat kwam van de hoogleraar Anema. De kijk op het sociale vraagstuk, die kwam van de oude Diepenhorst, een echt sociaal voelend man. Hij was eigenlijk theoretisch econoom, maar had vooral aandacht voor de ontwikkeling van de arbeiderswereld. Gerbrandy, mijn leermeester, was een echte onruststoker binnen de partij, daarom mocht ik hem ook zo graag. Van zijn ideeën over sociale kwesties moest men niet veel hebben. De rooie schreeuwer uit het hoge noorden werd hij wel genoemd." Ook het wetenschappelijke werk van De Gaay Fortman zelf riep weerstanden op in de partij. Hij promoveerde op een proefschrift getiteld De onderneming in het arbeidsrecht, waarin medezeggenschap voor arbeiders werd bepleit. "Ik verzette me tegen dat idiote idee dat het gezag van de ondernemer door god verleend was. Dat heeft mij veel kritiek opgeleverd uit de partij.'"

In de verzuilde samenleving van rond de oorlog vormde het gereformeerde wereldje een gesloten bolwerk. De kerk, de VU en de Antirevolutionahe Partij; alles hoorde bij elkaar. Dh wijdverbreide beeld verdient toch enige nuancering, vinden de emeritus hoogleraren De Gaay Fortman en Diepenhorst, beiden ooit minister voor de ARP. Aan de VU was eenieder vrij in zijn poUtieke keuze. Wel had de partij in de VU een verdienstelijke kweekvijver voor politiek talent. "Natuurlijk was het voor de AR een groot geschenk, dat ze een beroep kon doen op geestverwanten van de Vrije Universheit".

president in ballingschap te Londen. • Prof.mr.dr. W.F. de Gaay Fortman (1911-....) VU-hoogleraar (juridische faculteit), 1947-1973; Rector Magnificus VU 1962-1963, 1965-1972; Minister van Binnenlandse Zaken (ARP); Partijbestuurslid ARP; Kabinetsformateur, Lid Europees Parlement.

KUYPER

HEEMSKERK

kabinetten; Eerste-KamerUd; President-directeur VU; Eredoctor VU (juridische faculteit), 1930. • Prof.mr.dr. A. Anema (18721966) VU-hoogleraar (juridische faculteit), 1904-1943; EersteKamerlid ARP. • Prof.mr.dr V.H. Rutgers (1877-1945) Tweede-Kamerlid ARP;

COLIJN

Voorzitter TweedeKamerfractie ARP; Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen; VU-hoogleraar (juridische faculteit), 1928-1945; Rector Magnificus VU in oorlogstijd. • Prof.mr.dr. P.A. Diepenhorst (1879-1953) VU-hoogleraar (juridische faculteit), 1904-1949; Gemeenteraadslid Amsterdam

BAVINCK

RUTGERS

ARP; Prov. Statenlid NoordHolland; Eerste-Kamerlid. • Dr. J. Schouten (1883-1963) President-directeur VU; Voorzitter Centraal Comité ARP, Voorzitter TweedeKamerfractie ARP. • Prof.mr.dr. P.S. Gerbrandy (1885-1961) VU-hoogleraar (juridische faculteit), 1930; Minister van Justitie (ARP); Minister-

• Prof.mr.dr. LA. Diepenhorst (1916-....) (Neef P.A. Diepenhorst); VUhoogleraar (juridische faculteit); Rector Magnificus VU (19721976); Tweede-Kamerlid ARP; Minister van Onderwijs; EersteKamerlid. • Prof.mr.dr. J. de Ruiter (1930-....) VU-hoogleraar (jtuidische faculteit), 1970-1977; Rector Magnificus VU, 1976-1977; Minister van Justitie (ARP), Minister van Defensie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990

Ad Valvas | 574 Pagina's

Ad Valvas 1990-1991 - pagina 129

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1990

Ad Valvas | 574 Pagina's